Site-archief
aangespoeld
Dubbel-gedicht
.
Eilanden hebben een kust, of eigenlijk bestaan ze volledig uit een kust, en op een kust kun je aanspoelen. Het Dubbel-gedicht van vandaag heeft dus als verbindend thema de kust of kustlijn. Twee gedichten van twee vrouwelijke dichters die ik zeer waardeer; Elfie Tromp en Esther Jansma.
Het eerste gedicht is van Elfie Tromp (1985), komt uit haar bundel ‘Victorieverdriet’ uit 2018 en is getiteld ‘Eiland’. Het tweede gedicht is van Esther Jansma (1958), komt uit haar bundel ‘Rennen naar het einde van honger’ uit 2020 en is getiteld ‘Aangespoeld’.
.
Eiland
.
Je kocht een roeimachine
en verdween
.
er zwol een zee langs je slapen
het tapijt verdween onder hersenkoraal
golfslag tegen de ramen
zeegras in het kozijn
.
ik hees de vlag
zodra het eten arriveerde
maakte van mijn handen
een scheepshoorn
je kwam steeds later thuis
ik vond schelpen in je oksels
drukte ze tegen je oren
eigen ruis vond je prachtig
ook al had je geen kist, kaart of kruis
je ging steeds verder
ik dacht dat je avontuur zocht
.
nu weet ik dat
eilanden niet navigeren
die drijven af
.
Aangespoeld
.
Weer eens aangespoeld op de kust van het volgende nu
rammelend opgestaan en langs zilte plekken die land
noch zee spiegelen op zoek gaan naar een huisje
.
waarin een stoel staat, een bed, zodat je eerst
een beetje naar buiten kunt staren en dan, de knieën
tegen je kin geperst, kunt verdwijnen in het immense
gedoe van wat slaap heet. Je beklimt weer een duin.
.
Geen voordeur in zicht. Achter je schroeven en
vloeken motorboten de stilte aan gort met het bericht
dat ze belangrijk naar iets op weg-weg-weg zijn.
.
Brief uit Rotterdam
Mischa de Vreede
.
Schrijfster Mischa de Vreede (1936 – 2020) schreef vele romans, autobiografische boeken, kinderboeken en poëzie. En opnieuw een schrijfster waarvan ik ontdek dat ze ooit debuteerde met een poëziebundel. In 1957 debuteerde De Vreede als dichteres in het driemansbundeltje ‘Morgen mooi weer maken. In 1959 ontving zij de Herman Gorterprijs (voorheen Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam) voor het gedicht ‘Een jong meisje droomt’ uit de bundel ‘Met huid en hand’ (poëziereeks De Windroos) uit 1959. In 1968 verscheen een tweede bundel ‘Binnen en buiten’. Na een selectie uit deze twee bundels die in 1985 verscheen onder de titel ‘In plaats van praten’ verscheen uiteindelijk pas in 2001 een laatste dichtbundel met de titel ‘Zeestenen’.
In haar debuutbundel ‘Met huid en hand’ staat het gedicht ‘Brief uit Rotterdam’. Een gedicht uit een tijd toen er nog wel eens een brief geschreven werd (wie doet dat nog, wie ontvangt er nog weleens een brief?).
.
Brief uit Rotterdam
.
vrienden
waar ik mij bergen moet
weet ik niet
.
nacht
wordt het hier nooit
ontoegankelijk
blijft de hemel
blauw
.
in de wonden
van de stad
staat een koud soort water
.
redt mij
.
Veldwerk
Bernke Klein Zandvoort
.
Dichter Bernke Klein Zandvoort (1987) debuteerde in 2013 met de bundel ‘Uitzicht is een afstand die zich omkeert’ waarmee ze genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en waarmee ze de debuutprijs van ‘Het liegend konijn’ won. ‘Veldwerk’ is de tweede dichtbundel van Bernke Klein Zandvoort uit 2020. Op de achterflap staat te lezen: ze verzamelt gegevens over haar waarneming van de wereld. Ze neemt monsters van de blikken tussen mensen, ziet het verleden als iets wat voor ons ligt maar ook als een spookrijder door een gezicht kan trekken, ontleedt de gelaagdheid van haar eigen denken. Oordeel zelf aan de hand van het slotgedicht uit deze bundel.
.
hangend in het slot van een omhelzing
denk ik over wat er op en neer gaat in het woord elkaar
een woord waarin iets uit zwemmen lijkt te gaan
de ander tot een overkant maakt
met een lange arm over het water
trekt een magneet de veerboot naar de kade
spierkabels vertellen onophoudelijk aan mijn hoofd
uit welke lengtes ik besta en waar de shampoo van een onbekende
mijn neus komt inwaaien, me uit de achtergrond
van een ander leven laat ontstaan
overal waar ik ga deel ik mijn stad met stellen
in de roes van elkaar aangeraakt hebben
op onbekende plekken
omringen mij de algoritmes
die vlooiensprongen tussen hoofd en beeldscherm maken
wordt de zon gekaderd
door het bericht dat ze om elf uur zal verdwijnen
zo leef ik samen
met mijn dromen en hoe ze in die van iemand anders haken
met mijn moeder die elke ochtend wakend in me wakker wordt
op zonnige dagen loopt mijn schaduw met me mee
als mijn meest vreemde bezit
.
Martje Wijers
Non mea culpa
.
Martje Wijers (1986) werkt als docente Zweeds en Nederlands aan anderstaligen. Ze is gepromoveerd op een proefschrift in de taalwetenschap aan de Universiteit van Gent. Ze schrijft gedichten, treedt op en slamt. Ze won o.a. de jaarfinales van de poëzieslag in Festina Lente en de U-slam in 2016, Bellum Poëtica in 2017 en 2018 en stond al drie keer eerder in de finale van het NK Poetry Slam, die ze in 2020 won. Gedichten van Martje werden o.a. gepubliceerd op De Optimist en drie jaar op rij in de Turing top 100.
Wil je naar Martje luisteren dan kun je terecht op de website van De Gids https://www.de-gids.nl/artikelen/beslag-bitterkoekjes . Met onderstaand gedicht ‘Non mea culpa’ won ze de NK Poetry Slam 2020.
.
Non mea culpa
.
Ik weet best dat de grondstoffen uitgeput raken
maar ik ben zelf ook heel moe
en het is toch niet mijn schuld
dat het allemaal niet eerlijk is verdeeld?
ik ben nooit goed geweest in hoofdrekenen
stuur gerust een tikkie voor mijn zonden
vul mijn naam automatisch in op een online petitie
.
ik weet wel dat ik alleen maar trek heb
maar het is de schuld van het suikerbrood
het is te lekker en te goedkoop
voor heel weinig geld kun je heel dik worden
een vette laag gemak als buffer tegen het geweten
dat is nodig met al het schuldgevoel dat aan me knaagt
dat de schaamte op mijn botten blootlegt
het knaagt tot ik bol van buiten hol vanbinnen
als een matroesjka volmondig kan zeggen:
.
maar het is niet mijn schuld
het is de schuld van het cruiseschip dat de griepgolf bracht
van de hotelramen die niet open kunnen
de lichtdoorlatende gordijnen
van de korter wordende dagen
moeders met steeds dezelfde vragen
van het stof dat nooit stopt met vallen
van de linksdragende mannen
het spek dat niet goed werd doorbakken
van de hormonen in de kipfilet
van de paardenmeisjes die zo hard borstelden dat er niets meer overbleef
.
het is ook niet jouw schuld
maar van de Dalai Lama die geen zin heeft in zijn reïncarnatie
de krantenbezorger met zijn zogenaamde kerstwensen
van de managers van influencers
het krakende bed
je vochtvasthoudende benen
de aanhoudende droogte
de onverstaanbare omroepstem op station Amersfoort Vathorst
de bakkersvrouw die in de broden knijpt
alsof het kinderen met bolle wangen zijn
.
niemand heeft het zo gewild, zo onrechtvaardig
laat je vrije wil zien dan en ik schuif alle schuld vandaag nog in je schoenen
we kunnen er niks aan doen, aan die aangeboren hartafwijking
die veel te grote, lege kamers
we kunnen er niks aan doen dat we ze niet kunnen vullen
met tafels en designbanken
niemand durft erop te zitten
iedereen is bang om te knoeien
.
wel heb ik vast hoogpolige tapijten neergelegd
als verzachtende omstandigheid
zodat het minder galmt
als we roepen
of iemand ons
alsjeblieft
alvast wil vergeven
.
Kreek Daey Ouwens
Stille dag
.
Misschien komt het doordat ik als mede organisator van Dichter bij de dood op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, wat meer bezig ben met de dood of in ieder geval meer in aanraking kom met de uitingen rond de dood, want het gedicht van vandaag heeft de dood als onderwerp.
Op zichzelf is dat opvallend want ik ben aan het lezen in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet’ gedichten over moederschap, samengesteld door dichter Ester Naomi Perquin uit 2018. Dan zou je een gedicht over een moeder of het moederschap verwachten. Ik ook. Mijn moeder is bijna jarig en dan gaan je gedachten toch al snel in die richting. Tot ik het gedicht zonder titel van dichter Kreek Daey Ouwens tegen kwam in de bundel.
De naam van deze dichter kwam me vaag bekend voor dus ging ik op zoek. Kreek Daey Ouwens (1942) is een schrijver en dichter. Ze bracht haar jeugd door in de Limburgse mijnstreek. In haar werk roept ze op fragmentarische wijze beelden en gebeurtenissen op uit haar jeugd en haar latere leven. Ze debuteerde in 1991 met de verhalen- en gedichtenbundel ‘Stokkevingers’ waarna nog 8 bundels zouden verschijnen. In 2013 ontving Kreek Daey Ouwens de Leo Herberghs-poëzieprijs. Haar bundel ‘De achterkant’ uit 2009 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2009-2010 en haar bundel ‘Guillaume’ uit 2020 voor de Herman de Coninckprijs 2021.
Kenmerkend voor haar werk zijn de vermenging van herinnering en verbeelding, de opbouw in fragmenten met veel witruimte en een sobere, slechts schijnbaar ‘naïeve’ stijl. Persoonlijke indrukken en observaties worden door weglating en intensivering herkenbaar voor de lezer. Verwondering en angst, verbondenheid en isolement, liefde, dood en rouw zijn terugkerende thema’s. Een aantal van deze thema’s zijn terug te vinden in het titelloze gedicht dat oorspronkelijk in de bundel ‘Oefening in alleen lopen’ uit 2017 verscheen.
.
Vandaag zetten moeders en grootmoeders een
vierde bord op de tafel. Ze leggen er behoed-
zaam een lepel naast. Bij de lepel ligt de
foto van een jongetje. Na het eten wast
onze moeder het lege bord af en zet het
terug in de kast.
.
Dit is een stille dag.
.
Kosmologie
Annemarie Estor
.
We leven in een rare tijd, het is een uitspraak die je eigenlijk niet meer kan doen, te platgetreden, te vaak en teveel gebruikt om naar de huidige stand van zaken in de wereld te verwijzen. Dat ga ik dan ook niet doen maar het heeft me wel aan het denken gezet over hoe wij als mensen leven, wat we aanrichten op de planeet (ik heb me niet voor niks aangesloten bij de klimaatdichters) en hoe we over ons bestaan denken.
Deze gedachten kwamen bij mij boven toen ik het gedicht ‘Kosmologie’ las van Annemarie Estor (1973). Het gedicht staat in haar bundel ‘De bruidsvlucht’ uit 2020 waarover Jozef Deleu schreef: ‘Feestelijke gedichten, gekleurd door het vitalisme en het onheil van de tijd.’ En juist de combinatie van vitaliteit en onheil las ik in dit gedicht. Twee termen die juist ook goed bij deze tijd passen.
De eerste twee zinnen van het gedicht zijn meteen heel treffend vind ik, juist door de manier waarop de dichter hier aangeeft hoe klein en nietig we eigenlijk zijn, welke gedachte in de rest van het gedicht nog wordt versterkt. Kortom een gedicht van nu waarin de mens treffend wordt beschreven in twee kleine zinnen: Wij loensen om ons heen / als poppen met knopenogen.
.
Kosmologie
.
Het universum is een fles Beaujolais
met onderin een paysage,
wat schaapjes en gras,
gestippelde paarden in een grot,
en wij op de péage langs een dorp,
in deze nacht, zoevend langs de bijna-tijd,
de mogelijkheid tot vuurwerk,
manden vol ambachten,
keukens met koperen pannen,
en op de fles hebben de goden
aangeschoten sterrenbeelden gedoodled.
.
Wij loensen om ons heen
als poppen met knopenogen
naar al die fijnzinnige tekeningen,
al hun betekenissen,
naar heel die braamkleurige kosmos
waarin de werelddelen worden vertekend
door flashende bollingen, dolle groothoeken
façon de Venise uit Constantinopel
en we zien ongelukken passeren, trollen grijnzen,
ratten hopen, we vangen zelfs glimpen op
van vrijages op campings,
van de wellustige namen van dorpen,
van Afrodites jarretelles
en van haar werkelijke leeftijd.
.
Wat ik zou willen afschaffen
Laura Ranger
.
Toen mijn jongste dochter een jaar of 8 was kwam ze op het idee om, net als haar vader, gedichten te gaan schrijven. Niet zo vreemd voor een jong meisje (of jongen, zelf was ik een jaar of 13) maar wat mij trof was de toon van haar poëzie. Ik noem het hier expres poëzie want haar gedichten waren verrassend goed, sprankelend en ideeënrijk. Aan de vorm mankeerde hier en daar nog wel wat en ook de rijm in haar gedichten was soms wat gezocht maar ze had talent. Ze heeft er verder niets mee gedaan en dat is natuurlijk prima maar ik moest eraan denken toen ik het bundeltje ‘Laura’s gedichten’ onder ogen kwam van Laura Ranger.
Laura Ranger, een meisje uit Nieuw-Zeeland, begon op haar zesde gedichten te schrijven die al snel de aandacht trokken van haar ouders, haar onderwijzers, en uiteindelijk van een bekende uitgever. Ze won een belangrijke prijs, haar gedichten verschenen in tijdschriften en Bill Manhire koos één van haar gedichten voor zijn bundel ‘100 New Zealand Poems’. Gotwit (Random House) zag er iets in en publiceerde een kleine bundel van haar gedichten. In minder dan 6 maanden was haar bundel de bestverkochte bundel aller tijden in Nieuw Zeeland, meer dan twintig weken stond ze bovenaan in de Nieuw-Zeelandse boekentoptien. Volwassenen met verstand van poëzie wreven hun ogen uit van verbazing dat zo’n jong meisje zulke poëzie kon schrijven.
Op zoek naar hoe het Laura nu vergaat ben ik niet veel verder gekomen dan dat er in een verzamelbundel uit 2020 een gedicht van haar is opgenomen uit 2014 (ze was toen al volwassen) maar blijkbaar is het succes van haar allereerste gedichten nooit meer geëvenaard. In 1997 kwam er bij De Bezige Bij een vertaling van haar bundel uit ‘Laura’s gedichten’ in een vertaling van Guus Middag en Gerrie Bruil. Ik koos voor het gedicht ”Wat ik zou willen afschaffen’ dat ze op achtjarige leeftijd schreef..
.
Wat ik zou willen afschaffen
.
Ik zou de grasmaaiers
willen afschaffen
dan kon ik rennen
en gaan liggen en me verstoppen
in het hoge gras.
.
Ik zou het huiswerk
willen afschaffen
en misdadigers
vooral moordenaars.
.
Ik zou de slaap
willen afschaffen.
Ik zou ringetjes rond
mijn ogen doen
dan gingen ze nooit meer dicht.
.
Voor waar genomen
Inge Boulonois
.
Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.
Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.
De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/
Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.
.














