Site-archief

Kingsize

Laurine Verweijen

.

Zo nu en dan kom ik een gedicht tegen van een dichter die ik niet ken. Toegegeven, dat gebeurt niet heel vaak, en misschien daardoor ben ik altijd verrast als zo’n dichter al best wat op zijn/haar palmares heeft staan. Dit gebeurde me toen ik in de bundel ‘Voor alle dagen’ Honderd-nog-wat gedichten zonder gelegenheid uit 2023 het gedicht ‘Kingsize’ van Laurine Verweijen las. Want deze dichter kende ik niet.

Nu blijkt Verweijen (1981) al enige jaren mee te lopen. Ze werkt als strateeg (lees ik op meerdere websites maar wat daar nu precies mee bedoeld wordt? Waarschijnlijk is ze merkstrateeg en doet ze branding en campagnes voor bedrijven) en is daarnaast dichter. In 2016 won zij de tweede prijs bij de Turing Gedichtenwedstrijd en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in tijdschriften en magazines als Tirade, De Gids, De Revisor en het Liegend konijn.

In 2020 debuteerde ze met de bundel ‘Gasthuis’ waarin ze ‘bedachtzaam en energiek dicht vanuit onverwachte perspectieven over het zoeken naar een plek en het vasthouden van dingen die continu in beweging zijn’. Deze bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs voor het beste debuut. Haar poëzie werd vertaald in het Frans en Engels en ze is betrokken bij het Tijdschrift Terras voor Internationale literatuur.

Opmerkelijk dus dat ik haar niet kende maar daar is dus nu verandering in gebracht. Het gedicht ‘Kingsize’ nam ik uit de bundel ‘Voor alle dagen’ samengesteld door Stefanie Liebreks, Joost Oomen en Yentl van Stokkum.

.

Kingsize

.

Je zou geen kind kunnen krijgen,

om het geenkind te leren dat ook die keuze

bestaat, daarvoor zou het wel

een meisje moeten zijn – om het die vrijheid

mee te geven. Als het geenkind een jongen is,

zou je het leren hoe met meisjes om te gaan.

.

Je zou geen kind kunnen krijgen en het ook aan

andere vrouwen willen laten zien, op het terras,

.

de werkvloer, wanneer je op vakantie bent.

.

Anderen zullen eerst denken dat het welkind

bij opa oma slaapt, dat je gescheiden, of nee

.

het geenkind

komt als allerlaatste.

.

Je zou keer op keer het nietkind

naar voren schuiven, als de keuze

die je hebt gemaakt en hoe je die

met lege handen draagt.

.

 

Rouwadvertentie

Johannes van der Sluis

.

In 2018 verscheen onder het heteroniem (Een heteroniem is een vorm van een pseudoniem waarbij een auteur een fictieve schrijverspersoonlijkheid creëert, soms als afsplitsing van zichzelf) Giovanni della Chiusa, de debuutbundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ van Johannes van der Sluis (1981)) wat zijn echte naam is. Deze bundel werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.

In begin 2019, zag Johannes van der Sluis bij de Erasmusbrug in Rotterdam een demonstratie van de Gele Hesjes, die hem vanuit het niets obsedeerde, alsof de Zotheid hem in haar greep kreeg, vooral de jongen die ‘100% vrije jongen’ achterop zijn jas had geschreven. Dat werd ook de titel van zijn eerste gedicht (onder eigen naam), die werd gepubliceerd in Hollands Maandblad (waar hij daarna nog verschillende malen in zou publiceren en waar hij hoofdredacteur van is), en uit de stroom poëzie die daarop volgde, ontstond de bundel ‘Ik ben de verlosser niet’ (2020). Deze bundel verscheen onder zijn eigen naam en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2021.

In 2022 verscheen vervolgens de bundel ‘Profane verlichting’ en in 2023 de bundel ‘De Groenvoorziening’over zijn tijd bij de plantsoenendienst in Rotterdam-IJsselmonde, waar van der Sluis woonachtig is. Deze bundel is ‘een poging om grip op het leven te krijgen’ volgens de dichter. Op de website met Rotterdamse dichters staan een paar gedichten van zijn hand waaronder het gedicht ‘Rouwadvertentie’ uit de bundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ waarover Remko Ekkers in Tzum schreef: “De gedichtjes zijn grappig en treurig” zo ook het gedicht ‘Rouwadvertentie’.

.

Rouwadvertentie

.

Doodongelukkig

zou hij zichzelf niet willen noemen

de laatste tijd echter

verlangt hij

bijvoorbeeld als hij op een begraafplaats rondloopt

of begrafeniswagens voorbij ziet rijden

of rouwadvertenties leest

naar de dood.

Zichzelf ophangen

zichzelf verstikken in een plastic zak

of voor de trein springen,

daar moet hij alleen niet aan denken,

nooit zou hij de hand aan zichzelf slaan.

Als het even kan

zou hij in een onbewaakt ogenblik

in een ravijn willen worden geduwd.

Vínd maar eens iemand.

.

Kus

Peter Verhelst

In 2020 schreef ik al eens over Peter Verhelst (1962), over zijn bundel ‘Wij totale vlam’ en ik plaatste daar het gedicht bij ‘Voor het vergeten’. Nu was ik pas in de bibliotheek van Utrecht aan het Neude en daar had ik even pauze. Ja wat doe je dan? Dan ga je, als je mij bent, naar de afdeling poëzie. En daar nam ik de bundel ‘Koor poëzie’ een keuze uit de poëzie (1987-2017) van/door Peter Verhelst uit de boekenkast. Wat schetst mijn verbazing? Er staat het gedicht in getiteld ‘Tegen het vergeten’. Nu kwam deze titel mij direct bekend voor.

Zowel in de titel van een gedicht van Shari Van Goethem ‘Tegen het vergeten wat samen-leven is‘ als de titel van de bundel van Hans Faverey ‘Tegen het vergeten‘ uit 1988, als in de titel van een bundel van Alja Spaan ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid‘ uit 2018 komt deze titel voor. En even verder kwam ik erachter dat ik het gedicht van Verhelst al eens gedeeld had hier op dit blog. Blijkbaar is de tegenstelling tussen vergeten en ‘er iets tegen doen’ wat eigenlijk niet mogelijk is, een interessante gedachtengang voor dichters.

Omdat ik het gedicht ‘Tegen het vergeten’ al eerder deelde heb ik gekozen voor een ander gedicht uit de bundel van Verhelst getiteld ‘Kus’. Ook al zo’n titel die je vaker tegen komt. Zoals blijkt uit dit, dit en dit gedicht.

.

Kus

.

Het beweegt iets kleins in haar slaap

het buigt een knie voorzichtig om het niet te wekken

lig je urenlang te kijken kin op arm hoe het samentrekt zich

wentelt op een zij het neemt je naar haar kant mee van het bed

zucht zich uit zichzelf zet zich op het laken af de voetzool

duwt de heup op nauwelijks een millimeter van je mond verwijderd

kom maar word maar wakker maar

de millimeter wordt een ding iets stijfs onder je tong je ziet het

uit het laken stulpen woelt zich bloot als het ochtend is een witte jurk

rilt door ons heen wiegt aan een kastdeur het is laat altijd te laat

begonnen we te zoeken plek na plek waar het zou kunnen

eindelijk de plek van ons om te vergeten te vergeten hoe je insliep

hoe je mond zich open droomde nog een keer voorzichtig

om je niet te wekken urenlang roerloos leunend op een hand

lig je te kijken lieve onbestaande

kus die loopt van de mond die er had kunnen zijn in het gezicht

dat al uit het kussen weg begint te trekken

het is onmiskenbaar ochtend laat ons nog een allerlaatste keer

voor het wakker wordt en kleren aantrekt en de kus wordt

die er niet meer is

.

Charlotte Van den Broeck

Voor Ward Zwart

.

In 2021 publiceerde Charlotte Van den Broeck (1991) de bundel ‘Aarduitwrijvingen’. In deze bundel staat het gedicht ‘Voor Ward Zwart’. De Antwerpse illustrator en striptekenaar Ward Zwart (1986-2020) was bevriend met Charlotte en maakte met haar de bundel ‘Cosmos, Texaco’ (2020). Zwart maakte potlood- en houtskooltekeningen bij haar gedichten. Naar aanleiding van zijn plotseling overlijden (hij nam zijn eigen leven) schreef ze dit gedicht.

Charlotte Van den Broeck leerde Ward Zwart kennen in Watou waar ze samen een muur gemaakt en geïllustreerd hebben (met een gedicht van haar hand). Peter Verhelst vroeg haar of ze een gedicht voor Ward wilde schrijven dat in Watou aangebracht kon worden. Zelf zegt ze daarover: “Het leek me het enige zinvolle dat er kon gebeuren, dat een gedicht voor hem op die plek terugkeert.”

.

Voor Ward Zwart

.

welke dag is het vandaag, de hele dag al wist de datum zich
uit waar geworden vrees, een haas schiet uit de struiken, de schuwe roerdomp
duikt in het riet

we moeten ons behoeden voor de opmars van goudjakhalzen in het oosten van het land
we moeten melding maken van de olieblauwe vlek op het papier, eronder

liggen de lege straten
we wandelen vanop de rug gezien en daar volstaat het
om te schoppen tegen de peilloze somberte, een kopstoot

tegen het sip, je vertelt het verhaal van het stokstaartje
dat werd opgenomen in een groep vosmangoesten en stelt me gerust:
in geen van beide soorten heeft de leeuw interesse

en op dagen dat de leeuw bijt
is hij van zeefdrukinkt en houtskool, voor het afscheid

hadden we elkaar een glimp van wilde tapirs beloofd wetende
dat de kans klein is, dat tapirs
tegenover ons geen enkele verplichting bezitten, maar we hebben tijd

en theekoeken en tijdens het wachten
bedenken we een naam voor de onbekende boom die binnenkort
voor het eerst in duizend jaar zal bloeien

we noemen hem ‘de slaappalmveer’
terwijl ik het neerschrijf, ga jij alvast op zoek

.

Stuurloos in Seattle

Wout Waanders

.

Jaren voordat Wout Waanders debuteerde met zijn alom geprezen dichtbundel ‘Parkplan’ (2020) werden al gedichten van zijn hand opgenomen bloemlezingen en literaire en poëziemagazines en -tijdschriften. MEST magazine, De Titaan, Extaze, Kluger Hans, allerlei magazines zagen dat hier een talent zich aandiende. Ook wij van MUGzine hadden dat door en in 2022 verschenen een drietal gedichten van hem in MUGzine editie 13.

Tegenwoordig houdt Waanders zich bezig met poëzie in proefschriften. Een van de eerste keren dat Wout Waanders van zich liet horen was in de bundel ‘Liegen op een hoger plan’ De beste gedichten uit de Turing gedichtenwedstrijd 2014 (na een publicatie in 2012 en 2013). In deze bundel staat het gedicht ‘Stuurloos in Seattle’. Toen ik de titel las moest ik meteen denken aan de film ‘Sleepless in Seattle’met Meg Ryan en Tom Hanks. Ik denk dat Wout hiernaar knipoogt in het gedicht al is de strekking wezenlijk anders dan de inhoud van de film.

.

stuurloos in seattle

.

de rook trekt naar andere plaatsen

dan waar we rijden.

.

we gaan langzaam langs de pluimen.

jay luistert enkel nog naar de autoradio,

.

niet naar mijn repeterende vragen, waarheen,

wat we hier willen bereiken.

.

waarom we de stad in moeten nemen

wat mijn rol is in dit verhaal

.

maar al mijn zinnen beslaan tegen het raam

en op grunge trekt jay de leasewagen

.

langzaam door de buitenwijken heen.

geknepen ogen, een landheer

.

met een mokkend paard. manen

die niets meer van donkere oorlogen moeten hebben.

.

ik wil weten waar we zitten op de lijn

tussen verdwalen en precies de weg kennen

.

maar ik vraag niks meer. de rook trekt zoals de antwoorden

langzaam om ons heen.

.

Maria Magdalena

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbelgedicht met als verbindend thema een naam. In dit geval de naam van Maria Magdalena (een Bijbelse figuur, een leerling van Jezus en degene die bij zijn kruisiging was, bij zijn graflegging, die als eerste bij zijn lege graf aankwam en de eerste die hem zag na zijn opstanding).

Het eerste gedicht (waarin Maria Magdalena voor komt) is van Hans Verhagen (1939-2020) en is getiteld ‘Je naam ben ik vergeten’ dat ik nam uit ‘Duizenden zonsondergangen’ uit 1971.

Het tweede gedicht is van Gerrit Achterberg (1905-1962) en is getiteld ‘Maria Magdalena en komt uit de bundel ‘Het weerlicht op de kimmen’ uit 1965.

.

Je naam ben ik vergeten

.

Ik heb geen naam,

ik heb geen kleren aan,

ik heb geen lichaam.

.

Ik heb jou,

jij hebt mij,

meer hebben we niet nodig.

En mocht je mij niet treffen,

zo zal het altijd zijn

Maria Magdalena.

.

Maria Magdalena

.

Mijn lichaam ligt bereid tot Pasen.

Ik keer met u de zoete zalen in

dier witte, laatste maanden.

O tuin der aarde, die ik nu bemin

meer dan mijn eigen ademhalen,

omdat mijn bloed erin verging.

O bruid die na mijn hemelvaren

zal zingen in Jeruzalem.

.

Dagen van glas

Eric Vandenwyngaerden

.

Ik weet niet precies waardoor het komt maar de laatste weken heb ik een bijzondere focus op Vlaamse dichters. Zo ook vandaag. Dit keer betreft het de dichter Eric Vandenwyngaerden (1955), voormalig stadsdichter van Diest (2010-2012). Over zijn bundel ‘Toegevoegde tijd’ uit 2019 schreef Christina Vanderhaeghe destijds op Meander Magazine: “Zoals Szymborska’s onsterfelijke hand van het schrijven, zo laat Vandenwyngaerden zijn onuitgesproken verzet tegen zijn eindigheid op papier achter”. Roger Nupie (De Boekhouding) schreef over deze bundel: Deze poëzie levert boeiende gedichten op, waarbij het niet draait om het ego, maar om het wij-gevoel: wat dat (nog) inhoudt, wat ervan overblijft, wat mettertijd verglijdt.”

Je begrijpt dat ik bijzonder nieuwsgierig was naar zijn laatste bundel ‘Dagen van glas’ in eigen beheer uitgegeven begin van dit jaar. De bundel bestaat uit zes delen en de titel is goed gekozen: in alle delen komt de breekbaarheid terug. Of het nu gaat om de polsbreuk van de muze van de dichter, een periode van breekbaarheid (de Coronatijd), het breken van glas of de breuk met het leven (de dood). Deze laatste breuk komt (uiteraard) terug in het titelgedicht, een eerbetoon aan Lutgart Simoens  (1928-2020), een van Vlaanderens meest populaire radiocoryfeeën van de 20ste eeuw.

En voor wie nu denkt dat dit een volkomen onbekende is, niets is minder waar. Simoens was een jaar lang te horen bij het zeer goed beluisterde programma De Avondspits van Frits Spits op radio 3. Hij bezorgde haar ook haar bijnaam ‘De engel van Vlaanderen’.  Veel van de gedichten zijn opgedragen aan dichters, schrijvers of specifieke gedichten. In het hoofdstuk ‘Dagen van glas’ zijn alle gedichten opgedragen aan bekende Vlamingen (en een Nederlander Menno Wigman) die tussen 2017 en 2022 zijn overleden.

Uit deze bundel heb ik uiteindelijk gekozen voor het gedicht uit dit laatste hoofdstuk opgedragen aan zanger Arno Hintjens (voormalig zanger van TC Matic) omdat ik altijd graag luisterde naar de muziek van TC Matic. Het gedicht is getiteld ‘Oostende’.

.

Oostende

.

Over het water. Over de wind die waait

en wilde haren.

De tijd zet aan. Het leven bijt

en ondermijnt. Hoe huid verkleedt

zich.

.

Hoe hij zich in het kind in hem te

slapen

legt en danst een tango tot hij valt.

.

‘Il est tombé du ciel’, zingt hij. En

krast

zijn bleek geworden woorden door de

nacht.

.

De scène trilt. In rimpelingen gaat de

spiegel-

deken. Alles verdrinkt – de hemel

tekent zwart.

.

Totem

Dewi de Nijs Bik

.

De shortlist van de Grote Poëzieprijs 2024 is bekend en één van de genomineerde bundels voor deze prijs is ‘Indolente’ uit 2023 van Dewi de Nijs Bik (1990). In 2020 schreef ik al eens over haar op dit blog. Toen naar aanleiding van een gedicht van haar dat was opgenomen in een verzamelbundel ‘Grenzenloos’ uit 2018. En dit keer dus over het gegeven dat haar debuutbundel is genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2024. In de bundel ‘Indolente’ spelen oesters en parels een belangrijke rol. De leeservaring is als het openen van oesters; na veel moeite tref je af en toe een parel aan.

Hettie Marzak schrijft in haar recensie op literairnederland.nl: “Ze maakt gebruik van een aantal gevarieerde en moderne versvormen: prozagedichten, collages, inventarisatielijsten, handleidingen en visuele poëzie met verspringende versregels en cursief gedrukte woorden. Die veelzijdigheid van deze bundel wordt ook verwacht van de lezer.”

Deze veelzijdigheid komt terug in het gedicht ‘Totem’, net als de oester. De sfeer van dit gedicht deed me in de verte denken aan het gedicht ‘Banket’ dat ik schreef in 2017. Maar enig speurwerk liet me zien dat de oester een veel gebruikte beeld is voor iets anders in de poëzie. Zoek op dit blog maar eens op het woord oester.

.

Totem

.

Afstand is nodig

om naar elkaar toe te groeien;

er is altijd afstand nodig.

Het woord kan onze schelp zijn

zoals het ons lichaam past: korst

die soms nog wond is, soms

de korst weer wond geworden.

De schelp groeit mee met de grillen

van haar dragers: iedereen

heeft een bed nodig — de genezing

ligt in die wond besloten.

Het bed kan onze schelp zijn

waaraan grillig vlees zich hecht;

ruimte is nodig.

Er is altijd een ruimte.

.

Rob de Vos-prijs 2024

Doe mee!

.

In 2020 begon literair E-magazine Meander met de uitreiking van de Rob de Vos-prijs voor poëzie. In 2020 was Mandy Eggerding de winnaar, gevold door Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) en Steven Van Der Heyden (2023). Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Afgelopen jaar zijn de winnaar en de genomineerde dichters met hun gedichten opgenomen in editie 20 van MUGzine.

Ook dit jaar wordt er weer een editie georganiseerd door Meander. Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zesde keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Overmacht’.

Het ingezonden gedicht is:

  • in het Nederlands geschreven
  • in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
  • niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
  • in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
  • niet ondertekend met je naam
  • geïnspireerd op het thema
  • nooit ergens eerder gepubliceerd
  • nooit genomineerd of bekroond
  • niet kwetsend of discriminerend
  • na inzending niet meer te veranderen

De jury bestaat dit jaar uit: Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent), Hettie Marzak (recensent), Onno-Sven Tromp (dichter, schrijver, recensent), Kamiel Choi (dichter, schrijver, recensent), Hans Franse (letterkundige, publicist, recensent) en Jeanine Hoedemakers (dichter, recensent). Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In november volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van schrijverspunt.nl

Vorig jaar won Steven Van Der Heyden, daarover heb ik toen al geschreven. De tweede plaats in 2023 was voor Annika Cannaerts (1964) met het gedicht ‘Laatste groet aan mijn lichaam’.

.

Laatste groet aan mijn lichaam

Zoals je met het kind op de arm door de kamer stapte, samen
de dingen aanwees: dag kast en dag stoel en dag tafel en
naar boven keek: kijk, de lamp, en hier, de schakelaar, licht
aan, licht uit, oh

dus dat daar op het bed is het lichaam zonder
vonk, strak en koud als tafel en stoel
mes en vork

wat achterblijft: de tekening van je voeten in de oude schoenen
het schrift met verse gedichten op de boekenplank, nog warm
ik ken jou uit mijn hoofd, jij vreemdeling
hier heb je je punt

op de schouw glanzen foto’s
onecht, ik groet je liever zoals je aankwam
bij je eigen deur, zoals je in je eigen
spiegel keek, mijn oude kind

dag lichaam, dag bed, dag raam, dag licht

.

 

Buiten adem

Roger de Neef

.

Op zoek naar nog eens een liefdesgedicht (er is altijd plaats en tijd voor een liefdesgedicht vind ik) kwam ik in Het Liegend Konijn nummer 2 van 2021, een mooi klein liefdesgedichtje met een licht erotische ondertoon tegen getiteld ‘Buiten adem’ van de Vlaamse dichter, Kunst- en Jazzcommentator voor Radio 1 (VRT) en journalist Roger de Neef (1941). Uit zijn bundel ‘De gedichten voor Marinette’  uit 2020.

.

Buiten adem

.

Op kousenvoeten

Nadert zij doel

.

Verstuurde

Haar boodschap en haar vlees

In een wikkel

Van zon en zijde

.

En stolling van geur

In het bloed

Van lege bloemen

Haar hoge benen

.

En ik antwoord haar

Met die korte kleine duizel

Adem buiten adem en dood

.