Site-archief

Poëzie op de tocht

Mandala III/1

.

Van mijn broer kreeg ik wat bundeltjes en één daarvan bleek het ‘tijdschrift voor internationale avantgarde en etnoliteratuur’ Mandala te zijn. Een literair tijdschrift van In de Knipscheer B.V. dat tot stand kwam met subsidie van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk. Per jaar (vanaf 1975 tot in de jaren ’80) verschenen er er vier nummers waarvan en drie aan een bepaald onderwerp gewijd waren en een vierde openstaat voor wat zich aandiende. Het tijdschrift wilde een ‘aansluiting maken bij de internationale traditie van vernieuwing en openstelling van grenzen, talen landen en jaren’.

Mijn exemplaar, nummer III/1 uit 1979 kon je destijds kopen (los) voor 19 gulden en vijftig cent. Een abonnement was 70 gulden per jaar. Nummer III/1 heeft als titel ‘Poëzie op de tocht’ en is samengesteld door Erika Dedinszky (1942-2022), Jos Knipscheer (1945-1997), Wiel Kusters (1947) en Peter Nijmeijer (1947-2016). In ‘Poëzie op de tocht’ staan artikelen en essays, twee interviews, illustraties (of visualia zoals ze het noemen) en veel poëzie.

Van Peter Nijmeijer staat het gedicht ‘De schilder’ (voor Harry Hoogstraten) er in. Peter Nijmeijer was dichter, bloemlezer en poëzierecensent en hij vertaalde heel veel poëzie voor onder andere Poetry International. Harry Hoogstraten (1941) was dichter, performer en beeldend kunstenaar die veel experimenteerde met taal.

.

De schilder

(voor Harry Hoogstraten)

.

Dit landschap, zo rustiek déjà

vu en zo doorsnee bevlogen,

en jij daarin, paf staand, vermomd

als een kijker, doodmoe van al

die loodzware bomen, de woorden

die niet willen zwijgen en groen

zien van bladgroen en schimmel,

dit zwerk. Dit is mooi! Ja

natuurlijk. Maar dit is waar

lenzen zich richten, dreigen

het schoons vast te leggen, op-

vouwbaar, onwrikbaar, onmisbaar – nee

dan de schilder die op z’n eenzaam

paneel één enkele stip zet (een

groene) en schreeuwt (daar! god-

verdomme) en danst en weer

eens een keertje gebeurd is,

daar sta je mooi van te kijken.

.

Croix de vache

Frans Vogel

.

Frans Vogel (1935 – 2016) was copywriter, fotomodel, columnist, beeldend kunstenaar, schrijver, provocateur, bon vivant en vooral: dichter. Als beginnend dichter kwam hij in contact met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Sleutelaar, die in die tijd samen met Armando en Hans Verhagen de Nederlandse poot van het literaire tijdschrift Gard Sivik hadden opgezet.

Hij publiceerde de dichtbundels ‘Te gek moment & andere gedichten’ (1996), ‘Het onaandoenlijk hart (72 bpm)’ (2000) en ‘Gelukkig maar’ (2008) en deed die zelf in de kroeg van de hand. Het rauwe grotestadsleven, en dat van Rotterdam in het bijzonder, was bij alles wat hij produceerde zijn voornaamste inspiratiebron. Wim Brands noemde hem dan ook in 2015 de enige echte stadsdichter van Nederland.

In 2017 werd de tweejaarlijkse Frans Vogel Poëzieprijs in het leven geroepen, bestemd voor een jonge dichter die getuigt van verwantschap – bewust of onbewust – met Vogels dichterschap. Het prijzengeld bedraagt 1.500 euro plus een beeldje van kunstenaar Cor Kraat. Winnaars van de Frans Vogel Poëzieprijs zijn Lillian Zielstra, Dominique de Groen en Daniël Vis. Zeer binnenkort wordt de prijs opnieuw uitgereikt. De jury van de prijs bestaat dit jaar uit Alek Dabrowski, Arjen Duinker en Leonor Faber-Jonker.

In literair tijdschrift Passionate, jaargang 3 uit 1996 stond het gedicht ‘Croix de vache’ wat een mooi voorbeeld is van de poëzie van Vogel.

.

Croix de vache

.

Een vaste hand,
een scheermesje,
een scheutje Chinese inkt
en het voorhoofd van een
weerspannig wicht:
meer kwam d’r niet
voor kijken, mocht ik
die pooier toen geloven.
.
Of het moest zijn
[‘Heb anders altijd nog
in een kapsalon gestaan!]
wat vervolgens zijn incisies
weer aan het zicht onttrok:
ponyhaar.
.
In middels alweer jaren
in peroxyde-zilvergrijs
sluik neervallend boven
het craquelé rond
de ogen   de mond
van een besje.
.
Incidenteel
te signaleren
aan een tafeltje
in een tearoom –
fragiel maar monter
achter haar cappuccino
met een Cointreau d’rbij.
.
.

Wij hebben niets te willen

Elmar Kuiper

.

Als bezoeker van de Nacht van de Poëzie kun je een gratis Nachtbundel ophalen in Tivoli/Vredenburg. Ik was er dit jaar en ook ik heb zo’n leuk klein aandenken aan deze nacht opgehaald. Opgenomen in de bundel ’40ste Nacht van de Poëzie’ zijn gedichten van de deelnemende dichters. Een van die dichters is Elmar Kuiper. Voor mij een nieuwe naam. Kuiper (1969) schrijft naast poëzie ook korte verhalen en toneelwerken en is daarnaast ook nog eens beeldend kunstenaar, performer en filmmaker.

Kuiper maakt deel uit van het improvisatiecollectief (mooi Scrabblewoord) Tsjinlûd en is ook nog eens zanger van Tigers fan Greonterp. Naast zes Friestalige bundels schreef hij drie Nederlandstalige bundels waarvan de meest recente ‘Blauwe Hanen’ is uit 2023. Ik lees in de Nachtbundel dat Rob Schouten hem in Trouw ‘een onmiskenbaar dynamische dichter’ noemt en ‘zangerig en ruwhartig’. Kuiper publiceerde naast zijn bundels ook gedichten in poëzietijdschrift Awater en in De Revisor.

In de Nachtbundel is het gedicht ‘Wij hebben niets te willen’ opgenomen.

.

Wij hebben niets te willen

.

je verzoekt hem vriendelijk

te vertrekken

.

dit was de afspraak niet

wij hebben geen afspraak zegt hij

je moet de spitskool in partjes snijden

ma staat er alleen voor

.

het is niet echt

maar je wilt

dit niet

.

je wilt het laten rusten

maar hij grijpt je hand beet en

neemt je mee naar het koehuis

.

de kippen leggen best zegt hij

.

je moet de zak met fijn-

gemalen schelpen opensnijden

anders worden de doppen te dun

goed sul ook voor hun maagjes

.

dat weet ik heus wel pa

.

wil je nu weggaan

wij hebben niets te willen zegt hij

.

De uitvinder

Chris Honingh 

.

In een tweedehandsboekenwinkel (mooi scrabble/wordfeudwoord) kwam ik de bundel ‘De uitvinder’ van Chris Honingh (1951) tegen uit 1991. Beeldend kunstenaar en dichter Chris Honingh debuteerde met deze bundel in 1991 bij uitgeverij Querido. Tot 2004 werden door deze uitgeverij nog 5 dichtbundels uitgeven van Honingh en na 2004 begint hij met het in eigen beheer uitgeven van proza, meer poëzie en later ook poëzie in het Engels in eigen beheer. Zijn laatste dichtbundel in het Nederlands is alweer uit 2017 en is getiteld ‘De Schaal van Richter’. Honingh publiceerde werk in de tijdschriften Tirade, De Gids, Het Liegend Konijn, DW en B, De Tweede Ronde, Maatstaf en De Revisor. Maar ook hier zijn zijn bijdragen van voor 2016. Misschien is dat de reden dat ik deze dichter nog niet kende.

In de bundel ‘De uitvinder’ worden pioniers als Jacob van Lennep en de Franse fortograaf Nadar en hun werkzaamheden vanuit onverwachte invalshoeken belicht. De analogie tussen uitvinder en dichter lijkt hierbij evident, beiden ontginnen onbekende terreinen. Ik heb echter een gedicht over Baudelaire gekozen. Misschien op het eerste oog geen uitvinder maar door zijn werk op het snijpunt van romantiek en realisme wordt hij als een van de grondleggers van het decadentisme gezien.

.

Baudelaire I

.

Vloeipapier waarin men kaas verpakt lag

volgeschreven, plotseling vervuld van kracht.

Oppervlakte leek een gloeiend bad, of

het retourneerde wat hij in een ogenblik

van zwakte dacht. door huid scheen schemerinkt,

zoals in matglas zon verdicht.

.

Had zich langzaam opgericht van schaduw af

tot licht, zijn door de pen ontwrichte hand op

uitgestoken knie. Notities voor een verder leven

op een tafelblad, verzonken in het witte gat

omdat hij hen fixeerde als hem het harde oog.

.

Overlopend staren, kramp kroop uit een been omhoog,

hij werd zich zeer bewust van zitten. Maar het blad

verdonkerde, letters keerden om, toen de spiegel

toonde wat tussen vlindervleugels in gevangen zat.

,

Aandacht, schichtig wezens dat steeds vlucht bij

nadering, het zet hem aan tot opstandigheid; de blik

waarin men wordt verpakt, vingers die hem weigeren

te raken, omdat zijn afstand niet in alledaagsheid past.

.

 

 

Dichter in het museum

Kenneth Goldsmith

.

Leonardo da Vinci heeft ooit gezegd: Painting is poetry that is seen rather than felt, and poetry is painting that is felt rather than seen. Dat was in 2013 het uitgangspunt van het MoMA (Museum of Modern Art) in New York voor een stukje onvervalste (maar toch wel geënsceneerde) guerilla poëzie.

Wanneer je een museum bezoekt, vooral in New York City, kun je gemakkelijk ronddwalen zonder te pauzeren om naar specifieke kunstwerken te kijken. Er is tenslotte zoveel te zien en zoveel drukte. Zelfs als je stopt om naar een kunstwerk te kijken, is het soms moeilijk om betrokken te raken bij en te interpreteren waar je naar kijkt. Het label vertelt je de artiest, het jaartal en de titel, maar verder is het aan de kijker om een ​​kunstwerk te begrijpen.

Uncontested Spaces: Guerilla Readings was onderdeel van het inaugurele Artists experiment, een reeks samenwerkingen tussen de afdeling Educatie van het MoMA en kunstenaars, waaronder dichter Kenneth Goldsmith die in dat jaar tot Poet Laureate van het MoMA werd benoemd. Goldsmith (1961) droeg zijn gedichten voor bij verschillende kunstwerken en in die zelfde week nodigde hij collega dichters uit om dat zelfde te doen in het MoMA.

In 2016 stond Goldsmith nog op het Poetry International. Voor hij met conceptuele poëzie begon was hij tien jaar lang beeldend kunstenaar. Onder zijn meest opmerkelijke boeken vallen de trilogie  ‘Sports’ (2008), ‘Traffic’ ( 2007) en ‘The Weather’ (2005). Deze delen bestaan ​​uit een getranscribeerde uitzending van respectievelijk een honkbalwedstrijd, verkeerspatronen en het weer.

In 2001 verscheen van Goldsmith de bundel ‘Soliloquy’ en hieruit blijkt dat hij zijn tijd ver vooruit was. Tegenwoordig is het heel gebruikelijk (en zelfs ‘in de mode’) om lange prozagedichten te schrijven. Hij deed dit in 2001 al met het ‘gedicht’ ‘Alleenspraak, Act 6 [uittreksel]’. 

.

Alleenspraak, Act 6 [uittreksel]

.

Nee. Ik ben niet boos. We waren gewoon aan het spelen. Ja. Het was een grapje. Het was een grapje. De recorder blijft deze kunstweek aanwezig. Wat? Nee. Slechts een week. Oh, is het al tijd voor een nieuwe was? O, we kunnen het overnemen. Het is niet erg. Weet je nog toen we de hond in de was begroeven? Was dat niet schattig? Dit zou wel eens de laatste wasbeurt voor de winter kunnen zijn. Sorry. Omdat we dezelfde mensen zijn. Wij, omdat we dezelfde persoon zijn. Ik ben de secretaris. Ik ben de secretaris. Natuurlijk deed ik dat. Dat is waarom ik het zei, maar ik kan niet alles zeggen waarvan ik weet dat we denken, omdat we alles zullen herhalen. O, dat zou een opluchting zijn. Ja, als je dat wel zou doen, zou je vijf keer zoveel banden hebben als ik. Ik heb heel weinig cassettebandjes van deze week. Nee, het is veel beter dat het zo was. Het is veel beter. Ja. Het maakt mij niet uit, weet je, het is nu gewoon een industrieel geluid, het was gewoon een soort geschreeuw en gezeur en, weet je, nee, het is een stuk beter. Overhemden. Cheryl, wat is dit voor ding en waarom blokkeert het altijd de hele week mijn kast? Kun je ze voor je kast zetten? Ik bedoel, het kan me niet echt schelen dat ze weg zijn, ik kan alleen niet bij mijn spullen komen. Zet ze daar neer. Ik vind dat ze het bij onze stomerij goed doen. Kijk eens hoe leuk dit shirt is. Ze doen het goed, nietwaar? Hebt u ooit betaald gekregen van Yale? Heb je ooit betaald gekregen van hoe heet ze, Ardele? Wat? Kunnen ze je niet betalen? Is dit een andere staking? Is dit een andere aanval dan die van Kathy? Oja erg. Deze jongen is bedraad. Kijk mij aan, je kunt niet eens zien dat het een microfoon is. Deze jongen is bedraad. Oh, je zou Steven trouwens moeten vertellen: ook dat de FMU hem een ​​van de afspeellijsten moet geven en hij stond bovenaan. De afspeellijst kwam officieel uit en hij was als een van de allerbeste afspeellijsten. Ik moet hem iets officieels geven, ja. Hij deed het heel goed bij FMU. Het is niet te geloven. Het is ja. Nou, vind je de cd leuk? Ik moet er echt naar luisteren. Ja, ik bedoel, de mensen op het bureau waren er gewoon kapot van. Zeker, is er nog eentje? Ik heb het niet gezien. Denk je dat ik er bijna aan kan denken om deze weg te gooien? Nee, ze zijn gewoon neergeschoten. Echt. Weet je niet waar die tas gebleven is? Oke. Wij gebruiken gewoon een gewone tas. We gaan er gewoon nog een kopen. Ik zet je beneden af ​​en je blijft daar een hele week wonen. Oh, kijk eens naar die lieve. Heb je een schoenlepel? Een wat? Wat is een schoenlepel? Wat? Wat is een schoenlepel? Hè? Dus ik hou van de verhalen van mijn moeder over Max die driftbuien krijgt. Dat was grappig. Hé, misschien kunnen we gaan, oh, weet je wat we moeten doen als we vandaag op het eiland zijn? Nadat de festiviteiten voorbij zijn? Neem de auto van mijn ouders en probeer wat garageverkoop te vinden. Ik bedoel, het is zo mooi als het eerste mooie lenteweekend. Er zullen een miljoen meter labelverkoop plaatsvinden in Port Washington. Wat zeg jij? Wat zeg jij? Ja. We moeten een trein van 10:20 maken, ja. Zijn ze niet leuk? Ik vind ze erg hip, jij ook? Zijn ze een beetje vierkant? En het echte aan hen is dat ze al aanvoelen als pantoffels. Weet je, dit worden alledaagse schoenen. Mijn moeder heeft pleisters, ze zijn geen zeldzaam goed. Goed. Hij was een grappige oude man. Ik vond hem leuk. Hij was een grappige oude man.

.

 

Poëzie- en kunstfestival

Rotterdam, Noordereiland

.

Afgelopen zondag was de officiële aftrap van het kunst- en poëziefestival Raamwerk | Dichtwerk op het Noordereiland in Rotterdam bij NE Studio’s. Een keur aan dichters kwam langs om voor te dragen, er was muziek van Marjolein Meijers, de bekendmaking van de winnaar van de poëziewedstrijd Jasmijn Lobik ook al winnaar van de AMAI Awards begin dit jaar, er waren kleine uitgeverijen, boekhandel Bosch & de Jong en een tafel met dichtbundels die je kon ruilen.

Een dag vol poëzie en kunst. Bij eéén van de kleine uitgeverijen ‘De Weideblik’ kocht ik een bundel van een van de deelnemende dichters Hans Wap getiteld ‘De man zonder haast’ uit 2016, Hans Wap (1943). Hans heeft samen met Marjoke Schulten een raamkunstwerk gemaakt.

Hans Wap woont en werkt in Rotterdam. Hij las zijn gedichten voor op festivals te Jakarta en Palembang, in Paramaribo, in de Algarve, in Marrakesh, in Berlijn en Bremen. Zijn dagelijks brood verdient hij als beeldend kunstenaar. www.hanswap.nl

Marjoke Schulten gaat graag op reis. Het liefst met een zeppelin, een onderzeeboot of een raket. Haar avonturen legt ze vast in grafische kunstwerken, tekeningen en kleine ruimtelijke objecten. Marjoke heeft haar atelier op de NEstudio’s. www.marjokeschulten.nl

Uit de bundel ‘De man zonder haast’ nam ik het heerlijke optimistische gedicht ‘Diagnose’.

.

Diagnose

.

de diagnose staat sinds mensenheugenis vast

we gaan eraan

vermoedelijk niet allemaal tegelijk

hoewel dat niet geheel is uit te sluiten

.

nicotine, alcohol, fijnstof en het leven zelf

in al zijn facetten zijn goede hulpmiddelen

om het tijdelijke op te heffen en het eeuwige

gestaag en gedicideerd te laten beginnen

tussen ons en het stervensuur

staat slechts de dokter als een verkeersregelaar

die het sinds jaren defecte stoplicht

tracht de repareren

.

Hans Wap

Maureen Ghazal

Amber Hernandez

Winnaar van de Poëziewedstrijd Jasmijn Lobik

Iris Brunia

Daniël Dee

Dadaïst

Jan Cremer

.

Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer (1940) worden vele functies toebedacht op de website van de RKD (Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie) maar de functie van dichter staat er niet bij. Nou is Jan Cremer bekend van veel dingen maar niet (of nauwelijks van zijn poëzie). En toch zou je kunnen stellen dat alles met poëzie is begonnen. In 1956, op 16 jarige leeftijd schreef hij bijvoorbeeld al gedichten die zijn opgenomen in de bundel ‘Verloren gedichten’ uit 2004. Dat dit bundeltje met gedichten uit de periode 1956 tot 1992 redelijk obscuur is blijkt ook uit het feit dat bij de Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren dit bundeltje nergens te vinden is bij de informatie over Cremer.

Jan Cremer debuteerde met vier hoofdletterloze gedichten in 1956 in het literair tijdschrift KLAT dat werd uitgegeven in Deventer. Een openingsbod op een veiling van dit tijdschrift in 2013 was al € 450,- maar dit had waarschijnlijk meer te maken met de naam Jan Cremer dan met de inhoud of het poëtisch gehalte van de gedichten.

Uit dit bijzondere bundeltje wil ik graag het gedicht ‘Dadaïst’ uit 1956 delen (in 1957 schreef hij een ‘vervolggedicht’ met de titel ‘Dadaïst II) waarin al veel van de latere bravoure van Cremer in doorschemert.

.

Dadaïst

.

Zijn haren geklonken uit prikkeldraad

verbrande voeten liepen op as

in rokerige nevel ving hij de mensen

en vormde ze in hun slaap tot

DADA DADA DADA

.

In de ban van zijn grijze ogen

verloor de kermende maagd haar eer

rollende hete keien zochten houvast

maar kreunend sprak hij zacht

DADA DADA DA…

.

Hij zocht zijn mes uit hondevel

en sneed zijn oren af en hoezee

uit duistere grotten klonk het hoorngeschal

in pijn schreef hij zijn naam met bloed

DADA DA…

.

Nog stikkend in zijn laatste kus

verstootte hij de vrouw die met

holle lach en verschroeide haren

over gloeiende aarde kroop en riep

DADA…

.

Chinese dialoog

Theodora Pigmans

.

Een leuk bijverschijnsel van tweedehands poëziebundels kopen is dat je soms krantenartikelen, briefjes of opdrachten tegenkomt in die bundels. In het volgende geval bevat de bundel een briefje van de uitgever (De Beuk) waarin deze schrijft: Door De Beuk zijn in de loop van vele jaren zo’n 1500 verzenbundels uitgegeven. Van een aantal van deze bundels zijn kleine restantjes overgebleven, te klein om op de normale fondslijst te blijven opnemen. Wij willen de poëzieliefhebbers hiermee graag een plezier doen. Wie € 15,- aan ons overmaakt ontvangt 10 verschillende verzenbundels van ons, voor € 30,- krijg je er 20.

Een leuke geste van De Beuk, Stichting voor literaire publicaties uit onze hoofdstad. Het bundeltje waarin ik dit briefje vond is ‘Dichterbij ooit’ van Theodora Pigmans. En naast dit briefje staat er ook een opdracht in van de dichter uit 10 mei 2002 ‘Nu hebben we echt met elkaar kennisgemaakt’ waaruit ik opmaak dat dit bundeltje niet is verkregen uit de speciale actie van De Beuk.

Theodora Pigmans is beeldend kunstenaar, kreatief therapeute en werkte vele jaren als psychiatrisch verpleegkundige. In 1994 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Zwemvliezen om mijn hart’. Uit de bundel ‘Dichterbij ooit’ komt het gedicht ‘Chinese dialoog’.

.

Chinese dialoog

.

Mijn huis ligt in een

verdronken landschap

.

tussen jade en smaragd

.

aangescherpt door het

verleden, in geilheid

.

van de macht.

.

Hij, wist niet wat

liefhebben was

.

zijn ouders hadden het

immers nooit beschreven.

.

Máár… zijn

herinnering was teder

.

na de streling

van haar blanke huid.

.

Wie lang treurt

verspeelt zijn leven

.

‘Zei de stem’ uit het

– verdronken landschap.

.

 

Nog nooit verliefd geweest

Ans Wortel

.

Beeldend kunstenaar, dichter en schrijver Ans Wortel (1929-1996). Zij heeft diverse dichtbundels geschreven waarin haar beeldende kunst en poëtische teksten samenkomen. Ze debuteerde in 1959 met een gedichtenbundel in eigen beheer zonder titel. Ans Wortel is vooral bekend als beeldend kunstenaar. Ze maakte in haar lange kunstenaarsleven voornamelijk olieverfschilderijen, gouaches en tekeningen. Haar werk beslaat een periode van meer dan 50 jaar. Als autodidact begon ze vanuit de traditionele schilderkunst langzaam naar een eigen vorm te zoeken dat ‘abstract figuratief’ genoemd kan worden.

Uiteindelijk heeft ze echter ook een aantal dichtbundels uitgegeven waaronder de bundel ‘Voor ons de reizende vlezen rots’ uit 1970 die verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij. Uit deze bundel komt het liefdesgedicht ‘I’ve never been in love before’ like Chet Baker sings…’.

.

‘I’ve never been in love before’ like Chet Baker sings…

.

ik was nooit zo verliefd

dat mijn hart

mijn hoofd de baas werd…

nooit kon hij zover

beslag op me leggen

dat er geen ‘ik zijn’ meer overbleef…

.

voor hem wijzigde ik m’n dagindeling

voor hem veranderde ik m’n standpunt

wat ik geloof,

geloofde ik bij hem niet meer

ik hield rekening met zijn wensen

aangaande eten en vrijen en slapen…

.

nooit ben ik hèm

is hij mij geworden

.

ook nú zal ik ’t ‘wij’ niet halen

maar zo verliefd als nu,

was ik niet eerder…

.

Brug

Hans Wap

.

Ik denk dat de meeste mensen Hans Wap (1943) kennen als  beeldend kunstenaar. Wap is dan ook een veelzijdig mens want beeldend kunstenaar is te kort door de bocht als je leest wat hij allemaal doet: actief als zeefdrukker, vervaardiger van houtsnedes, grafisch ontwerper, illustrator, wandschilder, tekenaar, schilder, dichter, en vervaardiger van gouaches. Wap volgde een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam van 1963 tot en met 1965, en vestigde zich nadien als beeldend kunstenaar in Rotterdam.

Hans Wap debuteerde in 1967 als Hans Melchior Wap bij uitgeverij De Arbeiderspers met ‘Schoten en Filtersigaretten’. Inmiddels is zijn oeuvre uitgegroeid tot een tiental bundels. De eerste paar bundels verschenen allemaal in de jaren ’70 van de vorige eeuw waarna hij zich op de kunst toelegde want in de jaren ’80 en ’90 verscheen er geen poëzie van zijn hand. Pas in 2001 verscheen de bundel ‘Een huismus op stelten’.

In 2008 verscheen de bundel ‘De laatste lemming’ en daaruit heb ik het gedicht ‘Brug’ genomen omdat ik bij het lezen van het gedicht meteen aan Rotterdam moest denken.

.

Brug

.

een idee overbrengen
zonder natte voeten

hele landstreken aan elkaar zetten
met hout, metaal en beton

een ezelsbrug
om de knoop in mijn zakdoek te onthouden

het enige dat ertoe doet
is de volgende regel

die van niets
naar nergens gaat

en de regel daarna
die kant nog wal raakt

bruggen dwingen
scheepvaart tot stoppen

leggen verkeer te land
lam

de kapitein
steekt er nog eentje op

en vaart feilloos
tussen twee pijlers door

.