Site-archief

Eén lettergreep

David Troch

.

De Vlaamse dichter, auteur, regisseur en schrijfdocent David Troch (1977) debuteerde in 2003 met de poëziebundel ‘liefde is een stinkdier maar de geur went wel’. publiceerde in tijdschriften als De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant, MUGzine en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Naast zijn vele werkzaamheden was redactielid van het literaire e-zine Meander en van Gierik en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Sinds begin 2009 maakt hij deel uit van de redactie van Kluger Hans. Sinds eind 2010 is David Troch ambassadeur van de Poëzie van de stad Gent waar hij ook stadsdichter was. Hij won verschillende prijzen waaronder de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd in 2012.

Naast dat Troch een hekel heeft aan hoofdletters, heeft hij ook een voorliefde voor woorden met één lettergreep. Zo verscheen in 2021 zijn bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ met alleen maar éénlettergreepgedichten. Voor deze bundel kreeg hij een nominatie voor de Wablieft-prijs, een jaarlijkse prijs die wordt uitgereikt door de redactie van de krant Wablieft aan personen, projecten of organisaties die zich inspannen voor duidelijke taal en heldere communicatie. De prijs is bedoeld als erkenning voor het gebruik van heldere en eenvoudige taal, waardoor informatie voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt. 

De bundel ‘voor jou wou ik een huis zijn’ vormt een tweeluik met de bundel ‘een soort van troost’ die in 2024 verscheen. Uit die bundel koos ik het gedicht ‘taal’.

.

taal

.

zucht en schud het hoofd. keur elk woord

af. schrap. haal door. streep weg. gom uit

.

tot er niets meer rest. als prop is een blad

het best af. of scheur en vlok na vlok uit

.

tot het sneeuwt in huis. wees streng.

zie in dat het geen zin heeft.

.

het geeft geen pas

met de taal aan de slag te gaan.

.

ski de trap af. ga op je bek. breek een been.

nee, kleed het ook niet met zo’n beeld aan.

.

weet: naakt kan je de straat niet op.

trek op zijn minst een jas aan.

.

Liefdesgedicht

Hanna Kirsten

.

Opnieuw leer ik een dichter kennen; Hanna Kirsten (1947). Ik kende haar niet maar ik heb hier haar nieuwste bundel in handen, uitgegeven door uitgeverij P begin dit jaar. Hanna Kirsten, pseudoniem van Johanna Bral, was tien jaar werkzaam als lerares Nederlands en Verbale Expressie in Antwerpen. Ze publiceerde gedichten in tal van tijdschriften en werd met haar poëzie in verschillende bloemlezingen opgenomen. Ze debuteerde in 1973 met ‘Adem voor vogels’  en publiceerde ze nog ‘Het is erg wit wat er staat’ (1975), ‘De kou is uit de lucht’ (1979), ‘De lucht hangt nog vol dagen’ (1983), ‘Elders wonen’ (2003), ‘Korst en kruim’ (2005) en ‘Hoe sterk is de hechtzijde’ (2007).

En dan verschijnt er nu, 18 jaar na haar laatste bundel dus een nieuwe bundel ‘Voetafdruk van stilte’. Dichter Lut De Block schrijft in het voorwoord over deze bundel: “Voetafdruk van stilte bevat subtiele, intimistische gedichten over liefde en ouder worden, waarbij alle clichés over ‘starre oudjes, triomfantelijk ontkracht worden. de actuele gedichten (over asielzoekers, discriminatie, covid) lijken eenvoudig maar zijn diepmenselijk en geëngageerd. en zoals de winterwereld zachter oogt met een aarzelend laagje sneeuw, zo klinken de gerijpte ‘in memoriam’-gedichten nooit somber of doods. Ze krijgen een Szymborskiaanse lichtvoetigheid mee en getuigen vooral van het leven. ”

Dat belooft veel en ik moet zeggen dat Lut de Block de spijker op zijn kop slaat. In sobere, soms ingetogen maar heldere gedichten beschrijft Hanna Kirsten precies die onderwerpen. Ik ben vooral erg geporteerd van het hoofdstuk getiteld ‘jy is my liefling en ek is so bly’ een zin uit het gedicht ‘Allerliefste’ van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach.  Uit dat deel van de bundel nam ik het titelloze gedicht op pagina 35.

.

ik loop traag

een afdalende weg

droom van een zachte winter

.

mensen op leeftijd

dor hout?

.

zacht hout van naaldbomen

hun toppen door de wolken heen

.

onmacht en rusteloosheid

breken op als ijs dat gaat kruien

.

liefste, herinner me

aan je aanwezigheid

in het kleurveld van een dag

woorden zijn gevonden veren

.

zing van een lente

geen betere tijd

om te zoenen

.

 

Nergens anders

Lidy van Marissing

.

In de bundel ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staan een aantal gedichten van dichters die ik (nog) niet ken. Een van hen is Lidy van Marissing (1942). Deze dichter, journalist, scenarioschrijver en prozaïst volgde de sociale academie in Amsterdam en werd in 1964 medewerker op de kunstredactie van de Volkskrant, waarvoor zij kunstenaars interviewde. Als dichter debuteerde ze in het literaire tijdschrift Ontmoeting dat tussen 1946 en 1964 werd uitgegeven.

In 1965 kreeg een bundel van haar (die nooit gepubliceerd is) een eervolle vermelding voor de Reina Prinsen Geerligsprijs. Voor het tijdschrift Raster was zij mederedacteur van de boeken die in de Rasterreeks verschenen in de jaren 1972-1975. Voor ze in 1991 als dichter haar eerste poëziebundel publiceerde ‘De plons van een vlok’ publiceerde ze al verschillende prozawerken, toneelwerken en interviews. Na die eerste dichtbundel heeft ze vooral poëzie gepubliceerd. Haar dichtbundel ‘Zoek de lege gebieden’ werd in 2008 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2024 werd de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor experimentele literatuur aan haar toegekend. Haar laatste bundel verscheen in 2024 ‘De verwerping van het stilzitten’ waaruit het gedicht ‘Nergens anders’ is genomen dat in ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staat.

.

Nergens anders

.

door steeds meer webben

ingesponnen, behangen, met tijd grijs

bestrooid, met hete lucht gevuld en

opgeblazen, verstrikt in onzichtbare draden ben je

zowel adem als stof

.

gedachte in gedachte (droom

in droom), gat in leegte, golf in

zee, wolk in wolk om te blijven

waar je nooit geweest, wie je nooit

was, gevoelde gedachte (gedacht gevoel)

.

‘het denken voltrekt zich in

de taal en nergens anders, zei

hij snedig, waarop zij

zei: was hier maar iemand

die zachtjes ging zingen’

.

 

Spoken word

Myron Hamming

.

Ik schrijf zo nu en dan over spoken word. Nu is dat ook niet meteen mijn specialiteit of heeft het mijn voorkeur als het gaat om poëzie, maar interessant vind ik het wel. Toen ik nog poëziepodia organiseerde met poëziestichting Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam nodigden wij ook met enige regelmaat spoken word dichters uit. Ook de deelnemers van de Poëziebus die daar optraden hadden vaak een spoken word achtergrond.

Spoken word zie ik als afdeling van het warenhuis dat poëzie is (met al haar onderdelen, variëteiten, afdelingen en shop-in-shops) maar er zijn verschillen met de klassieke poëzie (ook die in de vrije vorm). Bij spoken word gaat het om de voordracht. Om de performance en het ritme. Je vertelt een verhaal  waarvoor je niet alleen je woorden, maar ook je lichaam en gezichtsuitdrukking gebruikt. Dat kan heel mooi en indringend zijn, een totaalbeleving, theatraal en overtuigend, maar ik zie toch te vaak dat al deze elementen tenkoste gaan van de poëtische kracht van de tekst.

Spoken word dichter Myron Hamming (1994) zegt daarover in de Flow: “Je zou spoken word poëzie met een verhaal kunnen noemen. Een persoonlijk verhaal, verteld met het hart, ‘met soul’. Spoken word is allereerst geschreven voor het podium, voor een publiek. Ritme is daarom belangrijk net als klank en timing. In een samenleving die verhardt, biedt spoken word hoop en verbinding.”

Ook dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is begonnen als spoken word dichter en performer. Maar uiteindelijk is zij ook als gepubliceerd dichter gedebuteerd in 2021 met de bundel ‘Doe het toch maar‘. Blijkbaar is de wens van veel spoken word dichters toch om ooit vereeuwigd te worden op papier. Op video is dit natuurlijk veel makkelijker; je begint een YouTube kanaal en filmen maar.

Dat de verstrengeling tussen de twee, of zoals ik al schreef spoken word als deel van de poëziefamilie, steeds meer vorm krijgt blijkt ook uit de podia en festivals waar dichters acte de présence geven en gevraagd worden. Ook in de teksten van spoken word dichters zie ik iets veranderen, ze worden minder persoonlijk en verhalend en meer poëtisch en verdichtend. Dat zie je ook in het gedicht ‘We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’.

.

We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’

.

hier binnen in de ruimte
die je herinnert met groots gemak
leg ik alles neer dat je mist
alles dat je voelde
alles dat je zag

vouw ik hier zacht in de naden en kieren
hier binnen
schijnen wij nog
omdat jullie weigeren te vergeten
want enkel hier
geloof ik niet in eindes

zolang ik durf te wachten op het eerste dauw
durf te verlangen
en te flirten met het eerste licht
als lichtpuntjes flikkerend in de verte
als steden op randen van kusten
om op te vallen

in die verte
aan dezelfde kust
aan dezelfde rand van het podium
zijn we weer een avondlang ons eigen dorp
onze eigen stad onze eigen wereld en dat verhaal vertellen we
samen als één gezicht één stem
door de bas die in oren zoemen blijft
door de kelen schor en de stemmen weg

waar zich een wereld afspeelt en waar dat ook is
waar de klok even vergeet mee te slaan
waar de tijd even hikt en hapert
waar het niet uitmaakt hoe donker het buiten is
het licht blijft hier

in die tussentijd vertellen we samen ons verhaal
kijken we samen uit over de lichtpuntjes flikkerend in de verte
en noemen ze toekomst
en doen we dit
voor dat ene moment
en dat moment is ons alles waard
want daar zijn we nooit echt weggeweest
daarvoor ligt hier
teveel van ons achtergelaten
en is hier
teveel dat op ons wacht

.

Nieuwe titel!

Helma Ketelaar

Vanaf februari 2014 geef ik met facilitair uitgeverij MUGbooks dichtbundels uit. In den beginnen van mezelf namelijk ‘XX-XY‘ (liefdesgedichten, 2014) en ‘Winterpijn’ (als E-book 2016, gratis te downloaden hier) maar al snel (juni 2014) in boekvorm. Toen publiceerde MUGbooks namelijk de bundel ‘Wij dragen Rotterdam‘. Vanaf dat moment is mijn uitgangspunt gewijzigd. Wilde ik aanvankelijk E-books uitgeven, na deze succesvolle bundel met Rotterdamse dichters zijn eigenlijk alle bundels die ik daarna uitgaf op papier geweest. Inmiddels heeft MUGbooks 17 titels uitgegeven (waarvan één titel in een tweede druk). MUGzine is een spin off van MUGbooks maar met een heel ander uitgangspunt en waarden.

De nieuwste titel werd gisteren gepresenteerd en is (de tweede bundel van Helma Ketelaar (1958) bij MUGbooks) getiteld ‘De dag is langer dan vandaag’. Debuteerde zij in 2021 met de bundel ‘Helaas niet voor mij‘ over een partner in een heterorelatie die uit de kast komt, dit keer is haar bundel persoonlijker met persoonlijke vertalingen van dit motto (de titel) in drie hoofdstukken; Vandaag, Gisteren en Morgen.

De bundel is, net als haar debuut, met zeer veel zorgvuldigheid en kwaliteit gemaakt, Bart van Brrt.graphic.design (die ook de vormgeving van MUGzine doet) tekende voor de opmaak en vormgeving, en Helma was bij elk van de onderdelen van het publicatieproces bijzonder nauw betrokken.

MUGbooks is een facilitaire uitgeverij, ooit door mij begonnen als ondersteuning van dichters die een bundel in eigen beheer willen uitgeven maar niet de wegen kennen en niet de expertise om een mooie, kwalitatief goede bundel af te leveren. Ik doe als uitgever geen redactie (tenzij daarom gevraagd wordt, Helma heeft dit helemaal zelf gedaan met behulp van haar zoon Gijs), mijn werk als uitgever is gratis, de kosten van drukken, ISBN nummer, vormgeven en opmaak zijn voor de dichter.

Uit de nieuwe bundel van Helma heb ik uit hoofdstuk ‘Gisteren’en is getiteld ‘Gisteren lost op’.

.

Gisteren lost op

.

Gisteren keek ik er

Met vierkante ogen naar

En dat vierkante past me niet

Vandaag niet

Morgen niet

Eigenlijk gisteren ook al niet

.

Pas net

Werden de hoeken

Werden?

Verdwenen de hoeken

In één klap

.

Mijn vierkante blik

Zag nog net in gisteren

Dat vandaag en morgen

Vandaag en morgen rond zijn

Prettig passend rond zijn

En blijven…

.

 

 

Protocol

Willem Thies

.

Dichter Willem Thies (1973) debuteerde in 2006 met de dichtbundel ‘Toendra’. Hij kreeg hiervoor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. In 2008 verscheen ‘Na de vlakte’ en deze bundel werd in 2009 genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Gedichten van Thies verschenen in verschillende bloemlezingen en in verschillende literaire tijdschriften als Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Krakatau, en Hollands Maandblad.

Thies stond op verschillende podia zoals Winternachten (2007), Stukafest (2014) en De nacht van de poëzie (2018). Naast poëzie schrijft hij poëzierecensies voor de recensiewebsite Poëzierapport, onderdeel van literair weblog De Contrabas.

In 2024 verscheen zijn vooralsnog laatste bundel ‘Wachtend op instructies’. Rob Schouten schrijft in zijn recensie op Trouw.nl over deze bundel: “Thies is een dichter die zich er niet makkelijk van af maakt. Hij zoekt essenties op, wil raadsels ophelderen, mysteries ontsluieren. Het bijzondere is echter dat zijn gedichten, die die pogingen weerspiegelen, helder zijn, objectief haast; ‘onpersoonlijk’ is bij hem geen scheldwoord maar een aanbeveling.”

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘* Protocol’ dat wat mij betreft mooi aansluit bij wat Schouten ‘mysteries ontsluieren’ noemt.

.

* Protocol

.

Engelen hebben geen taal, niet werkelijk, ze spreken

volgens een communicatieprotocol.

De mens – een dier dat wil

en speelt

en eet en drinkt en weerstand voelt

en weigert en neigt –

.

Engelen hebben geen taal. Satellieten tollen

rond de wereld tot

een vleugel afbreekt of vlam vat.

.

– de mens wordt bewogen door het verlangen hitte

en ijzige kou te vermijden, een weldadige plek

te vinden en daar te blijven.

.

Bijtgraag

Max Temmerman

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan (één van de vier met poëzie) en daar, met de ogen gesloten een bundel uit gepakt. Dit keer is dat het lijvige ‘Nieuw Groot Verzenboek’ 600 gedichten over leven, liefde en dood uit 2015, samengesteld door Jozef Deleu (1937).

Opnieuw dit boek op een willekeurige pagina opengeslagen en daar op pagina 378 staat het gedicht ‘Bijtgraag’ van Max Temmerman, uit de bundel ‘Vaderland’ uit 2011.

Max Temmerman (1975) debuteerde met deze bundel, welke hem meteen in 2012 een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs opleverde. In 2013 verscheen de succesvolle opvolger ‘Bijna een Amerika’ waarvoor hij de Herman de Coninck Publieksprijs kreeg en werd genomineerd voor de Jo Peeters Poëzieprijs 2014 en de J.C. Bloemprijs 2015. Zijn laatste dichtbundel is alweer van 2019 getiteld ‘Huishoudkunde’.

Max Temmerman schrijft gedichten voor de Eenzame Uitvaart te Antwerpen, een initiatief (ook in Nederland bekend) waarbij een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen wordt voorgedragen.

.

Bijtgraag

.

Er is een klare lijn die jou omspant.

Van de achterkant van je hoofd

over het profiel van je ogen

van je vingers de onderkant en

langs de rug van je hand.

Via de regelmaat van die handen

bovenop je armen die omarmen

tot aan je benen die spreiden en verdwijnen.

.

Als een draaiende as figureert je hals. Hij loopt over in je rug,

verkent je schouders en mondt uit in je borst.

.

Je lippen, je tanden en de optelsom van je volle mond,

je buik, van het zachte en je buik, van het harde.

.

En overal je huid van warmte en geur.

Daar eindigt alles: hoe je ruikt naar wat seizoenen voorspellen.

Van wat ’s winters trilt boven donker water

tot het stoffige en broeiende van withete zomers.

.

Ik stel voor: laten we beginnen bij het begin en laten we het daar

dan ook bij houden. Laten we met de rede van onze jaren duidelijk maken

waar het op staat. Hier komt geen einde aan. Wij zijn niet van gisteren

en we doen dit al langer dan vandaag. We hebben geen vergelijk

en als we in elkaar bijten dan doen we dat rakelings en schaamteloos

en zo gulzig als onze honger dat vraagt.

.

 

 

Misschien later

Alijd Brink

.

Dichter en kunstenaar Alijd Brink (1911-2002) debuteerde in 1958 met de dichtbundel ‘Stenen stromen ook’. In totaal publiceerde ze 9 dichtbundels, een aantal romans, een hoorspel en een toneelstuk. Haar werk werd gepubliceerd in bloemlezingen waaronder in de ‘Dichtersomnibus zevende bloemlezing’ uit 1961 en in tijdschriften als  ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’, ‘Gevleugeld Woord’ en ‘Nieuwe Stemmen’.

Toen ze een jaar of achttien was ontdekte ze dat ze lesbisch was. Ze wilde kunstenares worden, maar onder druk van haar ouders ging ze de verpleging in, maar ze ging wel  avondtekenlessen aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam volgen. Ze werkte drie jaar op het atelier van P. van Wijngaerdt.

Uit haar bundel ‘Het onbekommerd zwijgen’ uit 1961 nam ik het gedicht ‘Misschien later’.

.

Misschien later

.

Toen ik haar zag

door haar huid heen

werd de tijd stil

en vroeger

was een rimpelloos water

dat ons omstroomde,

een koel meer was het,

vol van later

.

“Ken je me nog” vroeg zij

en sprak niet.

.

Ik zweeg haar een schuilplaats

Ik zweeg mij een ruimte

.

Het was zonnig

Martin Rombouts

.

In de Volkskrant van zaterdag jongstleden lees ik dat Martin Rombouts (1992), winnaar van ‘De slimste mens’, en dichter debuteert met een roman ‘Boek 1’. Nu is er niets nieuws onder de zon, dichters die romans gaan schrijven zijn van alle tijden. Blijkbaar is het schrijven van poëzie voor veel dichters niet voldoende of worden dichters tegenwoordig door hun uitgevers met zachte hand richting de proza geduwd? Geen idee maar ik blijf het een bijzonder fenomeen vinden.

Maar terug naar Martin Rombouts. Tijdens zijn verschijningen in  ‘De slimste mens’ werd hij steeds opnieuw geïntroduceerd als dichter en toen herinner ik me, vroeg ik me al af waarom ik hem niet kende als zodanig. Wanneer je dagelijks met poëzie en dichters bezig bent is elke nieuwe naam er een om te ontdekken. Bij Rombouts was dat niet het geval tijdens zijn ‘fifteen minutes of fame’ op de nationale televisie maar nu, naar aanleiding van het verschijnen van zijn debuutroman dus wel.

Martin Rombouts komt uit Rotterdam, woont in Utrecht en studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Hij publiceerde op ABCyourself, in Tirade en in de Oerol Dagkrant, en trad op op onder andere Lowlands, het Wintertuinfestival en in Perdu. Rombouts is lid van De Literaire Boyband. Op de website van De Optimist, digitaal cultureel magazine zijn wat gedichten van zijn hand te lezen. Vormtechnisch word ik er niet heel warm van maar Rombouts is niet vies van het experiment en daar hou ik dan wel weer van. Het meest bekend is hij, naast zijn deelname aan ‘De slimste mens’ denk ik van het gedicht dat hij schreef voor de Zomerlezen campagne 2024 van de CPNB. Dat gedicht werd op een ansichtkaart gedrukt en er werden 100.000 exemplaren van verspreid door vooral Boomerang dat overal in Nederland kaartenrekjes heeft hangen met gratis kaarten.

.

het was zonnig dus ik moest aan je denken

.

was laatst ook daar en daar weer
sprak die nog
straks ook weer dat

en dat

was het daar toen fijn warm?
of toch te en
zie je x nog? denk soms

zie voor mijn part
iedereen maar
zoen ook mij

en of hem dat niet was
en/of had moeten zijn die
zomer

die zomer die zomer die

.

Foto: Aisha Zeijpveld

 

Wat je hebt

Maaike de Wolf

.

In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.

Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.

Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.

In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”

.

Wat je hebt

.

Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.

Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat

het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.

Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt

Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.

Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.

.