Site-archief

Maaltijden

Dubbel-gedicht

.

Als het over eten gaat of maaltijden kun je in poëzie alle kanten op. Want wat te denken van het dubbel-gedicht van vandaag dat over maaltijden gaat. Aan de ene kant een ontbijt en aan de andere kant het laatste avondmaal. Twee totaal verschillende gedichten die aan elkaar gekoppeld zijn door het feit dat het hier twee dagelijkse maaltijden betreft en toch zijn ze zo anders en gaan ze feitelijk over heel verschillende zaken. Ingmar Heytze vroeg deze week op Facebook aan zijn vrienden waarom je eigenlijk een titel boven een gedicht zou zetten. Ik heb daar als antwoord opgegeven dat een titel nieuwsgierig maakt naar de inhoud van een gedicht. in dit dubbel-gedicht speelt nieuwsgierigheid een grote rol, welk aspect van de maaltijd speelt hier de hoofdrol, of speelt de maaltijd in deze gedichten eigenlijk wel een rol? Oordeel zelf.

Het eerste gedicht is van Hendrik van Teylingen (1938-1998) en is getiteld ‘Ontbijt’. Dit gedicht komt uit de bundel ‘De baron fietst rond’ uit 1966.

Het tweede gedicht is getiteld ‘het laatste avondmaal’ en is van Lucebert (1924-1994). Dit gedicht komt uit ‘Van de roerloze woelgeest’ uit 1993.

.

Ontbijt

.

Stilleven met vrouw, kind en man.

De man merkt nog niet dat hij eet.

De vrouw heeft voordat ze het weet

een stapel vaat voor zich alleen.

.

Het kind kijkt kauwend voor zich heen:

de regen is gemeen, die slaat

maar op de ruiten los zodat

het rammelt – ze huilen ervan

.

De vrouw schenkt galakoffie in,

afwezig als een koningin.

.

Haar enig majesteitsvertoon:

twaalf krulspelden, gevoegd tot kroon.

.

De rijksappel zit in zijn tas.

Hij rijst, nijgt stil en pakt zijn jas.

.

het laatste avondmaal

.

het laatste brood verkoold

de laatste dia van het avondrood

het laatste lichaam in het massagraf

het tillen van het laatste lichaam

het eerste optillen van het lichaam

ten leste het voortslepen van de laatste resten

de laatste zelfgenoegzaamheid

het rechten van de schouders

het spannen van de spieren van schouders en borst

het laatste avondmaal in het licht

van het laatste avondmaal

mooi bruin schemerlicht valt over het haar

valt over de schouders geen vlek

geen bloed aan de slapen op de geloken ogen

die door de wimpers turen naar het verkoolde brood

met een zelfgenoegzaamheid met het laatste weten

zij hebben het in de gaten de laatste gaten

hebben zij tevreden waargenomen

het grote graf is gesloten

het laatste zand erover het zand aangestampt

er tussendoor even de laatste dia genomen

rode dia dag die laatste dag

zo rood kleurde dat het leek dat de hemel

vol bloed lag vol zweet en bloed

bloed en zweet droop op de tafel

het avondmaal smaakte naar zweet en bloed

midden op de tafel stond naast het brandende broodrooster

de laatste beker leeg als een onthoofd lichaam

azijn de laatste waan van wijn

het laatste van het laatste lag

voor het oprapen maar niets meer smaakte

.

 

Allerzielen

Dichter bij de dood

..

Zoals ik pasgeleden al schreef op dit blog https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/10/19/allerzielen-2020/ kan dit jaar het lustrum van Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag helaas niet doorgaan in verband met de Corona crisis. Vorig jaar kwamen er 250 mensen naar de begraafplaats en dat werden er elk jaar meer.

De organisatie, Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt, in samenwerking met Monuta, heeft daarom de deelnemende dichters gevraagd hun gedicht voor te dragen overdag om dit te filmen. De film van Dichter bij de Dood van Allerzielen 2020 is nu te zien op Youtube.

Mijn bijdrage met het gedicht ‘De drogist-dichter’ over de dichter S.J. van de Bergh begint op 15.21 maar kijk vooral de hele film en krijg een goed beeld van de dichters, hun poëzie en de bekende en soms minder bekende Nederlanders die op deze prachtige begraafplaats begraven liggen.

Bij de graven van de mensen waarover de dichters een gedicht hebben geschreven staan vanaf gisteren de gedichten gelamineerd op een paal zodat de bezoekers ook op de begraafplaats zelf de gedichten kunnen lezen.

.

 

Graf Willem Drees

Graf Louis Couperus

Groei

Remco Ekkers

.

Op de website van Remco Ekkers (1941) http://home.planet.nl/~ekker036/ blijkt dat hij niet alleen dichter en prozaïst is maar ook essayist en interviewer. Op zijn website zijn tal van interviews met dichters te lezen evenals veel nieuwe gedichten. Ekkers studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Groningen, doceerde letterkunde aan de Noordelijke Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 1999 werkt hij als deeltijdletterkundige. Hoewel hij in 1965 debuteerde in De Nieuw Clercke, een literair/satirisch maandblad dat verscheen van 1975 t/m 1977, publiceerde hij zijn eerste poëziebundel pas in 1979 getiteld ‘Buurman’.

Naast meer dan tien gedichtenbundels publiceerde Ekkers proza en kinderboeken. Daarnaast maakte hij deel uit van verschillende literaire vakjury’s op het gebied van poëzie en kinderliteratuur. Remco Ekkers publiceert op Tzum kritieken op proza en poëzie en gaf dertig jaar lang leiding aan een poëzie-leesclub in Groningen. Een zeer veelzijdig en literair man dus. In 1991 verscheen van hem de dichtbundel ‘Het gras vergeten’ en daarin staat het onderstaande gedicht ‘Groei’. Ik nam het gedicht over uit ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ het Nieuw Groot Verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu.

.

Groei

.

Zoals de herinnering aan vorm

in mijn hand zich langzaam

aanpast aan je borst

groei ik weg van hoe je was

.

omdat we gemaakt zijn van tijd

en alleen kunnen vervallen

uiteenvallen, zoals het glas

in scherven, nooit terug

.

maar ik maak jou

zoals jij mij laat groeien

mijn hand zijn verlangen

geeft naar hoe je bent.

.

 

Sterfbed

Dubbel-gedicht

.

Nu er weer meer sterfgevallen zijn door Corona leek het me goed om hier op de een of andere manier middels poëzie bij stil te staan. Dat doe ik middels een dubbel-gedicht met als thema het sterfbed. Twee gedichten uit twee totaal verschillende tijdperken van twee totaal verschillende dichters.

De eerste dichter is Hélène Swarth (1859 – 1941). Zij was een van de Tachtiger en was tot op hoge leeftijd productief en in haar beste gedichten toont zij zich de evenknie van de andere vooraanstaande Tachtigers. Een criticus schreef over haar: “Door de zuiverheid van uitdrukking wist zij een volmaakte eenheid van vorm en inhoud te bereiken. Aan het liefdesverlangen paarden zich gevoelens van eenzaamheid en deze verdiepten haar zintuiglijke ontvankelijkheid zo, dat haar natuurpoëzie bij wijlen een kosmisch-religieuze beleving laat doorstralen.”

De tweede dichter is Eric Derluyn (1943). Deze Vlaamse dichter studeerde Germaanse filologie (studie van Germaanse talen) en debuteerde in 1969 met ‘De geliefde van Altena’ waarna verschillende dichtbundels volgden. Daarnaast verscheen veel van zijn werk in literaire tijdschriften tijdschriften en bloemlezingen.

Het gedicht ‘Bij moeders sterfbed’ van Hélène Swarth heb ik genomen uit de bundel ‘Morgenrood’ uit 1929, het gedicht ‘Sterfbed’ komt uit ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ uit 2015 maar verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Een reiziger, hij slaapt’ uit 2012.

.

Bij Moeder’s Sterfbed

.

Haar kille hand lag in mijn warme hand,
Als wilde ik mild wat gloed haar wedergeven
Van ’t mij geschonken leeddoorvlamde leven,
Dat vreugde en liefde en vrede en hoop verbrandt.
.
– ‘O Moeder! ‘k wil mijn leven u vergeven
– Een droef geschenk! – wijl, doodsangst-overmand,
Ge in zwarte schaduw van het Doodenland,
Hoe levensmoe, voor levens eind moet beven.
O Moeder! neem de troost aan van uw kind,
Dat aan Gods liefde zelf niet kan gelooven,
Maar, sterk van deernis, de echte woorden vindt.’
.
Gaf God mij kracht? – Zij kwam haar vrees te boven.
En ’t stervensuur, hoe smartvol, moet ik loven,
Wijl zij door mij zich voelde Godbemind.

.

Sterfbed

een anekdote

.

Nooit nog een mooie zondag; een zondag

met zoiets: op de kerselaar schitteren

bloesems; in hun schaduw gaat het gesprek

over niets; niets wordt aangereikt, niets uit-

.

gewisseld, niets dan hoog in de lucht een

kleine versleten wolk; uitgerafeld

passeert ze van één onzichtbare hand

in een andere onzichtbare hand.

.

Een zondag met niets. Over het dunne

laken schuift mijn moeder naar elkaar: haar

uitgerafelde handen; en van

.

levende naar dode hand, verschuift zij

dat niets, die kleine wolk van toen, dat nooit

meer. Ze zegt: en nooit nog zo’n zondag.

.

 

MUG #4

De nieuwe MUG is uit!

.

Het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, MUGzine is er weer! Nummer 4 bevat gedichten van Elfie Tromp, Runa Svetlikova, Mark Boninsegna en Elianne van Elderen en beeldend werk van kunstenaar Frans Franssen.

We hebben de dichters gevraagd om zich met hun poëzie te buiten te gaan aan een uitbundige, overrijpe, vrolijke omarming van het leven, juist nu, in deze tijd waarin de sluizen dichtgaan en iedereen weer onder de grond kruipt. Weg met die muffigheid, de winterslaap is nog ver en wij dromen het liefst met onze poriën wijd open. Laat de muggen nog een poosje rond ons hoofd zoemen, nu we het zoomen der dagen zo zat zijn.

Benieuwd? MUGzine is gratis te downloaden op http://mugzines.nl. Ook is er weer een papieren editie in een oplage van 100 stuks. Wil je een papieren MUG ontvangen of wil je als donateur verzekerd zijn van elke editie in je brievenbus stuur dan een mail naar mugazines@yahoo.com

Wil je een minimagazine cadeau geven? Omdat je iemand wil bedanken of zomaar dan kun je een MUGzine naar keuze laten toesturen in een fraai vorm gegeven Japans envelopje. Voor meer informatie mail je naar mugazines@yahoo.com

De volgende, en voor dit jaar laatste, editie wordt verwacht in december 2020. Volg MUGzine via Twitter (@Mugzines) en Instagram (@mugzines en @L.uule).

Van één van de dichters in MUG #4 Runa Svetlikova hier alvast een gedicht getiteld ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’.

.

Een spiegel ziet zichzelf niet
.
Ook al neig je naar oplossen, laat je niet
schenken. Even ben je alles voor iedereen die gulzig is
.
weet je precies waar je de vinger legt of een schijfje
stilte. In het glas van de ander schitter je moeiteloos
.
maar het is een kwestie van tijd voor je jezelf
met brede gebaren omstoot, je tussen wat kapot is en
.
de kieren door van tafel druipt het klamme donker in
waar je te midden van de schuifelende voeten
.
misschien nog wel je handtas maar
nooit je eigen vorm terug zal vinden.

..

Op reis

Dubbel-gedicht

.

Op reis, weet je nog? Dat deden we vorig jaar en dit jaar maar dan dichterbij huis. Reden genoeg om een dubbelgedicht  te plaatsen over twee bundels dit keer die beide over ‘Op reis’ gaan. De eerste bundel is ‘De muze op reis’ uitgegeven in 1950 door de vereniging met de lange naam, of wel de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, ter gelegenheid van de Boekenweek in dat jaar.

De tweede bundel is uit 1995 en getuige het losse blaadje voorin werd dit aangeboden door de NS aan haar reizigers. De titel van deze bundel is ‘Waarheen ik ga weet ik niet’ met als ondertitel Gedichten om mee op reis te nemen.

Uit de eerste bundel koos ik het gedicht ‘Coupé’ van Pierre Kemp (1886 – 1967) dat gaat over een reis per trein en uit de tweede bundel koos ik voor het gedicht ‘Een zakdoek in de oceaan’ van Harry Scholten (1936 – 1987) uit de gelijknamige bundel uit 1973.

.

Coupé

.

Van al die reizigers stond er ééne op

en tot haar moeder met de donkren bril,

stiet zij het uit haar oudren meisjeskop:

zie toch de zon eens! De andren werden stil.

Maar ik die dagelijks de zon vereer

als schepper van lief en leed, ik hield mij neer,

benijdde haar ’t moment. Ook ik ben vaak spontaan

voor zulk: de zon! uit de zittenden opgestaan.

Toen was ik jong en later even oud als zij.

Thans is de zon niet meer die god voor mij.

.

Een zakdoek in de oceaan

.

tijdens het stillezen

een snikhete zomerdag 1948

stapte hij opeens de bank uit

liep naar voren naar de wereldkaart

doopte zijn zakdoek in de oceaan

depte daarmee aandachtig het voorhoofd

liep bedaard terug naar zijn plaats

en las toen zichtbaar verfrist verder

.

Allerzielen 2020

Dichter bij de dood

.
In 2018 en 2019 mocht ik deelnemen aan het project rond Allerzielen ‘Dichter bij de dood’ waarbij een aantal dichters op Allerzielen (2 november) ’s avonds op de begraaf plaats Oud Eik en Duinen in Den Haag gedichten voordraagt. In het geval van Oud Eik en Duinen, één van ’s lands oudste en mooiste begraafplaatsen, gedichten bij de graven van bekende dichters, schrijvers en kunstenaars. In 2018 droeg ik een gedicht voor van de dichter Dop Bles https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/16/voordracht-tijdens-allerzielen/ en in 2019 van de dichter G.H.J.E. Boswel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/26/tranen/. Dit jaar had ik voor de dichter-drogist S.J. van den Bergh gekozen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/04/10/drogist/ en iedereen had er zin om weer een bijzondere avond rondom de dood en poëzie te beleven.
.
Helemaal omdat dit jaar ‘Dichter bij de dood’ haar lustrum viert. Iedereen had er zin en er werden allerlei plannen bedacht samen met de
begraafplaats. Deze editie wilde de organisatie iets bijzonders doen, extra uitpakken. Zo werd er een workshop gegeven aan de deelnemende  dichters, om ‘n portretgedicht te schrijven, over de persoon die zij hadden gekozen. Deze gedichten wilde de organisatie uitbrengen in een mooie dichtbundel. Een mooie kroon op onze afgelopen vijf jaar.
.
Maar zoals bij zoveel mooie initiatieven werd ook dit project definitief afgelast. Dankzij een tip van een van de deelnemende dichters, heeft de organisatie echter het volgende plan opgevat: de voordrachten van de gedichten worden gefilmd op de begraafplaats. Deze film zal worden verspreidt op 1 november a.s. via alle mogelijke kanalen. Daarnaast zullen deze prachtige gedichten bij de graven worden neergezet, waar zij de hele maand november te lezen
zullen zijn op de begraafplaats Oud Eik & Duinen.
.
Zo hebben de twee organisatoren Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt samen met Monuta, de eigenaar van Oud Eik en Duinen toch iets moois en speciaals weten neer te zetten rondom Allerzielen. Nadat het dichterspodium van Marjon ‘Dichter bij Den Engel, ophield te bestaan, en zij hoorde over de ‘Witte dichters’ die op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam gedichten voordroegen eind november, heeft zij samen met Liesbeth ‘Dichter bij de dood’ opgericht. Waarmee ze een mooie en bijzondere manier biedt aan bezoekers om te herdenken en aan dichters om deze avond een bijzonder tintje mee te geven. 
.
Normaal gesproken wordt er op de avond zelf, 1 gedicht voorgedragen uit het werk van de schrijver/dichter, en 1 troostend gedicht over de dood. De begraafplaats heeft door de jaren heen gezien hoeveel mensen troost putten uit deze mooie avond. Het is uitgegroeid tot een waardevol evenement, waar mensen al in september om komen vragen, wanneer het evenement weer is, bij de begraafplaats. De dichters zijn trots om een mooi gedicht te schrijven, en deze voor te mogen dragen, aan de belangstellenden. Dan ontstaat er soms een gesprek, waarin hun verhaal aan bod mag komen, over hun ouder of kind die op de begraafplaats begraven ligt, om weer even hun naam te noemen, ze weer even hardop herinneringen kunnen worden opgehaald. Op deze manier gedenken, en uiting te kunnen geven aan het gemis, is een mooie manier om even bij stil te staan met Allerzielen.
Nu het dit jaar dus niet kan doorgaan door de Corona crisis zal er op 2 november een film worden gepubliceerd (ook op dit blog) met daarin de dichters en de gedichten die zij over de bekende schrijvers, dichters en kunstenaars maakten.
.
.
Mijn gedicht gaat, zoals ik al schreef, over S.J. van den Bergh (1814 – 1868), dichter, drogist en oprichter van letterkundig genootschap Oefening Kweekt kennis, en ik heb het gedicht getiteld ‘De drogist-dichter’. De video-opname van mijn voordracht kun je na 2 november via dit blog bekijken evenals de voordrachten van de andere dichters.
.
.

De drogist-dichter

.

In de voorraadkast van de dichter

staat geen zand, zeep of soda.

In taal samengesteld liggen de

onderdelen klaar samengevoegd te worden.

,

Om zo te komen tot een resultaat, ook

hier geldt: oefening kweekt kennis.

,

De waarde van woorden wordt niet

afgewogen, niet uitgedrukt in vaste frasen

of tabellen, hier bepalen vers en vorm

de inhoudsmaat.

,

Weegt en wikt de dichter tot het juiste

gewicht is bereikt.

,

Het graf van S.J. van den Bergh

Een aantal van de deelnemende dichters

Gedicht van S.J. van den Bergh op zijn graf

Tijdens de filmopnames van Marije Hendrikx

 

 

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

1 miljoen bezoeken!

Mijlpaal

.

Op 30 september 2020 in de loop van de dag is het 1 miljoenste bezoek gebracht aan mijn blog Zichtbaar alleen sinds ik er in oktober 2007 mee ben begonnen. Eerder dan verwacht (ik had gedacht ergens in oktober) is dit, voor mij, heugelijke feit gepasseerd.

Toen ik in 2007 begon met met een blog op web-log.nl, naar aanleiding van de publicatie van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen’ had ik niet durven dromen dat precies 13 jaar later ik het 1 miljoenste bezoek zou registreren. De eerste jaren kwamen er ongeveer zo’n 12.000 bezoeken per jaar. Nadat ik in november 2010 op wordpress.com een doorstart maakte met de blogberichten van web-log.nl als basis nam het aantal bezoeken snel toe. De laatste jaren zijn dat er tussen de 145.000 en 195.000 per jaar.

Het zicht op het miljoenste bezoek maar vooral de vele leuke reacties en de commentaren die ik krijg op dit blog hebben ervoor gezorgd dat ik tot op de dag van vandaag met heel veel plezier dagelijks over poëzie schrijf. En ik zal dit blijven doen. Ik wil iedereen die mijn blog bezoekt, die artikelen leuk vind, die me wijst op foutjes en verschrijvingen, die enthousiast is over de inhoud en die geniet van de poëzie heel hartelijk bedanken voor de steun en de opbouwende kritiek en tips.

.

Personificatie

Dubbelgedicht

.

Vandaag in het dubbelgedicht geen twee gedichten over een zelfde onderwerp maar twee gedichten waarin beeldspraak of personificatie voorkomt. Personificatie is een vorm van beeldspraak waarbij de dichter menselijke eigenschappen of menselijk gedrag toekent aan abstracte begrippen of levenloze objecten.

In de twee volgende gedichten betreft het een klimop dat praat en bomen die tranen. Het eerste gedicht is van Martinus Nijhoff (1894-1953) en komt uit de bundel ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ een keuze uit de oorspronkelijke gedichten uit 1959. In mijn geval uit de 6e druk uit 1970. Het gedicht is getiteld ‘Het klimop’.

Het tweede gedicht is van Guido Gezelle (1830-1899) en komt uit de bundel ‘Bloemlezing uit Guido Gezelle’s gedichten’ uit 1904. In mijn geval de 10e druk uit 1940. Het gedicht is getiteld ‘Tranen’.

.

Het klimop

.

Als ik langs ’t ziekenhuis waar zij verpleegd werd loop,

het is niet omdat ik op haar opstanding hoop,

het is omdat het klimop hoger is gaan reiken

dat ik op ’t muurtje klim om door het hek te kijken.

.

Het is om het gebouw weer in de tuin te zien.

Ik ruik de rozen weer, ik ruik de creolien,

ik ga de trap weer op, ik loop door lege gangen,

ik kom weer voor de deur waar ’t bordje is omgehangen.

.

Maar tegelijk, o klimop, die mijn slaap beroert,

hebt gij mij naar een verre dag teruggevoerd.

Ik lig in een prieel, ik ben een zieke jongen,

en zij zit bij me en heeft ons lievelingslied gezongen.

.

‘Ik ga een deken halen, het wordt koud, mijn kind,’

zegt ze. Haar lichte stap verdwijnt over het grint.

En ik tel wachtende tussen de klimopblaren

de sterren die reeds aan de hemel flonkrend waren. –

.

‘Dromer’ zegt het klimop ‘kom van dat muurtje af,

ga heen en leg een deken op je moeders graf.

Zij moet het op den duur ontoegedekt koud krijgen

nu zij in ’t klimop ligt en de sterren ziet stijgen.’

.

Tranen

.

’t Is nevelkoud,
en, ’s halfvoornoens, nog
duister in de lanen;
de boomen, die ‘k
nog nauwelijks zien kan,
weenen dikke tranen.

.

’t En regent niet,
maar ’t zeevert… van die
fijngezichte, natte
schiervatbaarheid,
die stof gelijkt, en
wolke en wulle en watte.

.

’t Is aschgrauw al,
beneên, omhooge, in
’t veld en langs de lanen:
de boomen, die ‘k
nog nauwelijks zien kan,
weenen dikke tranen.

.