Site-archief
Thuisreis
De muze zwerft door Nederland
.
In 1956 gaf de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels (of zoals ik tijdens mijn studie leerde te zeggen ‘De vereeniging’), ter gelegenheid van de Boekenweek de bundel uit ‘de muze zwerft door Nederland. Dit was een deel uit een serie van 16 delen die werden uitgegeven tussen 1949 en 1964. In dit deel, samengesteld door Ed. Hoornik, gedichten uit haar ontmoetingen met provincies, steden en stadjes.
Uit dit deel heb ik gekozen voor een gedicht van Simon Vinkenoog dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950, getiteld ‘Thuisreis’, een gedicht dat niet specifiek over een provincie, of stadje gaat maar over Nederland in algemene zin.
.
Thuisreis
.
omdat ik dit niet dromen wil
droom ik weerbarstig van
vochtland watergewassen –
omdat ik niet meer haten kan
moet ik stroomafwaarts
struikelen –
waar ik geboren ben
waar ik mijn vlag heb hangen
daar is het leven dood
van waterzucht bevangen
o vaderland waar de treinen
onder a.p. niet hard mogen rijden
en waar ik niet mag dromen
in opklapbedden
eenzaamheid
.
Paleidokopus
Drager Meurtant
.
Van een vaste lezer van dit blog, die ook regelmatig reageert op mijn stukjes, Drager Meurtant ontving ik een aantal bundeltjes waar ik bijzonder blij mee ben. Niet in de laatste plaats met de bundel ‘Paleikokopus’ van Drager Meurtant zelf (De naam Drager Meurtant is een anagram). Gedrukt door drukkerij Libertas Pascal in Utrecht. In deze prachtig vorm gegeven bundel staan 55 gedichten in het Nederlands en in het Engels (een enkele in het Duits en sommige alleen in het Engels) die horen bij evenzoveel foto’s van assemblages, collages, schilderijen en grafieken van zijn hand.
Drager Meurtant voelde na 35 jaar als dierenarts/onderzoeker actief geweest te zijn de sterke behoefte zich meer kunstzinnig te uiten. Primair via assemblages maar dus ook via andere kunstvormen zoals bijvoorbeeld de poëzie. Dat Drager een voorliefde en fascinatie had voor Dada wist ik al maar hij laat zich ook inspireren door vertegenwoordigers van de CoBrA beweging en Jóan Miró evenals door kunstenaars als David Smith en Joseph Cornell. Invloeden van deze kunstenaars zie je terug in de foto’s van assemblages in de bundel.
Maar niet alleen de foto’s in deze bundel zijn zeer de moeite waard, de gedichten zijn dat zeer zeker ook. Gedichten die serieus zijn maar ook humor bevatten en soms tot in het absurde zoals in het gedicht ‘Toen Miro Beuys trof’.
.
Toen Miro Beuys trof
.
“Op de dag, dat Jóan Miro Joseph Beuys trof
was er niemand
op het strand, behalve ik.
.
Beiden waren ingenomen met de installatie
durf ik stellen.”
.
In een ander gedicht komt (wellicht) zijn bijzondere levensvisie naar voren.
.
Pensioen
.
“OK mensen, na zoveel jaar
slecht-gehumeurde types te hebben verdragen
met veel te veel pretentie
gekoppeld met gebrek aan gevoel, heb ik me
teruggetrokken.
Geen TV, mobieltje, of lap-top.
Als je me wilt zien, dan één voor één graag
en met bericht vooraf, tenminste twee dagen
tevoren,
zodat ik enkele voorzorgen kan treffen.
De hond heeft geen naam / maar des te meer
tanden.”
.
Paleidokopus is een mooi vormgegeven bundel waarin veel te genieten valt. Meer informatie over het werk van Drager Meurtant vind je op https://meurtant.exto.org.
Dirk Kuijt
De kop van Kuijt
.
In 2006 verscheen ter gelegenheid van het wereldkampioenschap voetbal dat jaar in Duitsland het bundeltje van Henk Spaan met de titel ‘De kop van Kuijt’. En hoewel het Nederlands elftal toen in de achtste finale verloor met 1-0 van Portugal hebben we dankzij Henk Spaan toch een mooi aandenken aan de voetballers uit die tijd. Gedichten over onder andere Robin van Persie, Giovanni van Bronckhorst, Arjen Robben, Klaas Jan Huntelaar en dus ook Dirk Kuijt.
Henk Spaan (1948) weet als geen ander over voetbal en voetballers poëzie te schrijven. Zo verschenen eerder van zijn hand de bundels ‘De zoon van Cruijff en andere gedichten’ en ‘Maldini heeft een zus’. Uit dit aardige bundeltje het titelgedicht over de voetballer Dirk Kuijt.
.
De kop van Kuijt
.
De kop van Kuijt
Ken ik al vijftig jaar
Liefhebber als ik was
Van alles van Kluitman Alkmaar
Ik leefde dus ik las.
.
Dat hoofd van Dirk
Wedergeboren Kluitmanheld
Bob zonder zorg
Hollandse jongen
Hein Stavast
Jaap uit de zesde klas
Alles van Chr. van Abkoude
Ik leefde als ik las.
.
Er kwam een leegte in ons huis
Waaraan het slechts ontsnappen was
Als ik in een hoekje zat
En las.
.
Jij de wereld
Jeroen van Kan
.
Op verzoek van de Rotterdamse Truus van der Voet, die mij verzocht wat aandacht te besteden aan de dichter Jeroen van Kan, hier het gedicht ‘Jij de wereld’ uit Het liegend konijn uit 2008. Jeroen de Kan (1968) is journalist, presentator en dichter. Sinds 2016 presenteert hij, aanvankelijk als invaller, het televisieprogramma ‘Boeken’. Na het overlijden van Wim Brands werd hij de vaste presentator. Vanaf januari 2017 doet hij dat in afwisseling met Carolina Lo Galbo.
Jeroen van Kan is actief als redacteur van literaire tijdschriften. Tot 2007 maakte hij deel uit van de redactie van ‘De Tweede Ronde’. Daarna stapte hij over naar ‘Tirade’. In 2017 werd bekend dat hij jarenlang in literair tijdschrift ‘Het liegend konijn’ gedichten had gepubliceerd onder het pseudoniem Wesley Albstmeyer. In juni van dat jaar verscheen onder eigen naam zijn debuutbundel ‘De wereld onleesbaar’.
.
Jij de wereld
Maannacht
H. Marsman
.
Maannacht
.
De maan breekt de wolken uiteen;
en stroomende uit die wel breken
kolken en kreken, gletschers en meren
naar alle verten uiteen.
.
de aarde is klein en alleen,
een slingerend schip in het ruim,
dat zich stampend en schuin
overstag gaand in doodsangst
kampende boven houdt
op het kolkende water des donkers
onder het stormende schuim.
.
Ik lig in het ruim naast een vrouw.
haar borsten rijzen en dalen;
zij slaapt, zij denkt nu alleen
in haar droomen aan het geluk;
hoe vredig haar ademhalen:
zij weet niets van den nood
van ons schip, zij hoort
de seinen niet gillen
noch het angstig fluiten
driemaal, als een signaal
van den dood.
.
gun mij nog twee uren slaap,
ik kan zoo niet blijven waken.
.
-neem dan nu afscheid van haar,-
misschien zult gij den morgen niet halen,
tenzij in een ander land.
.
ik schuif mijn hand in haar hand
-zie, even beven haar wimpers-
zoo liggen wij naast elkaar
als tweelingen, sluimrende kindren.
zullen wij elkaar niet meer vinden
dan zij mij dood – of ik haar?
.
Een kleed dat ooit een paard is geweest
Fantoommerrie
.
Hoewel ik de tweede dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld al een tijdje heb liggen was ik nog niet in de gelegenheid er eens voor te gaan zitten en het te lezen. Ik had al wel een paar gedichten gelezen en was al snel tot de conclusie gekomen dat dit weer typisch ‘Rijneveld’ poëzie was; verrassend, ongrijpbaar soms, vol beelden en metaforen. Afgelopen week de bundel eens goed gelezen en ik werd niet teleurgesteld. Heel af en toe deden de lange, pagina vullende gedichten zonder witregels, me denken aan de poëzie van Nyk de Vries maar alleen qua vorm, niet qua inhoud.
Marieke Lucas gaat in ‘Fantoommerrie’ verder waar ze in ‘Kalfsvlies was gebleven, schrijvend vanuit haar leven, haar herinneringen (ongetwijfeld aangevuld vanuit haar grote fantasie) en haar gedachten. Ik koos voor het titelgedicht dat ik met jullie wilde delen. In dit gedicht komt voor mij ineens Marieke Lucas van nu naar voren waar in veel van de andere gedichten de Marieke Lucas van vroeger aan het woord is.
.
Fantoommerrie
.
‘Bedplassen is hetzelfde als voor je beurt praten omdat er zoveel te
vertellen valt. Vannacht was ze weer de fantoommerrie met een doffe
vacht, niemand die de moeite had genomen haar zo te kleden dat ze beter
.
overeenkwam. Er werd gefluisterd dat je nooit dichter bij iemand kon komen
dan zo, en ze dacht aan de manen die ze waren vergeten op te plakken, ezeltje-
prikje en geblinddoekt voor iedereen, ze was gewoon een houten blok zonder
.
kop of staart. Muziek stond op, iets met dansen aan zee en don’t speak en het
ritme maar niet kunnen ontkomen. Hoe de hand die haar lief was haar benen
uit elkaar schoof in de vorm van een gevarendriehoek waarvan de reflectors
.
het niet meer deden, uitroepteken. Haar colabuik werd verward met vlinders,
ooit iemand zich in een vlinder zien verslikken om daarna te twijfelen over
het evenwicht tussen koolzuurgas en koolzuur, hoe instabiel het hart wordt
.
na de eerste keer langdurig openstaan? In de stallen van haar hoofd briesen
de merries doodleuk en op straat wordt er gesjoemeld met het daglicht, nog
even dit donker, nog even een slotlied. Wanneer ze ontwaakt ligt ze op haar
.
buik op haar matras als een kleed dat ooit een paard is geweest.
.
Klein voorspel
Hanny Michaelis
.
Vorige week was ik bij een kringloopwinkel/opkoper/brocante die in een enorm pand gevestigd was. In de winkel waren prachtige en minder prachtige dingen te koop en ook boeken. Wanneer ik boeken zie ga ik altijd even kijken. Ik kon geen poëzie vinden maar wel wat Zwarte Beertjes (mijn broer spaart de exemplaren waarvan Dick Bruna de kaft ontwierp). Zoals zo vaak was de vraagprijs niet in verhouding tot de waarde (wat bezielt die commerciële winkeliers toch? Willen ze hun boeken niet verkopen?). Dus enigszins teleurgesteld legde ik ze terug. Ik keek nog wat verder en tot mijn verbazing vond ik nog twee oude dichtbundels; De muze op reis (dat deel had ik nog niet) én ‘Klein voorspel’ van Hanny Michaelis uit 1949. Tot mijn grote verbazing was de prijs voor deze bundeltjes een ‘rommelmarktprijs’ € 1,- per stuk. Waar Zwarte Beertjes werkelijk overal te koop zijn en in enorme aantallen zijn verkocht destijds en hier als dure waar wordt gezien, koop ik voor een habbekrats een klein juweeltje. Blijkbaar lag de kennis van deze opkoper minder bij boeken dan bij meubels en andere grote dingen.
Hanny Michaelis (1922 – 2007) was dichter en vertaalster en debuteerde in 1949 met ‘Klein voorspel’. In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativeert. Haar beide Joodse ouders werden vermoord in het vernietigingskamp Sobibór, dit gegeven en de oorlog drukte een groot stempel op haar werk. In totaal verschijnen er van haar hand 6 dichtbundels. Na 1971 verschenen er geen nieuwe bundels meer van Michaelis. In 1995 ontving zij de Anna Bijns Prijs voor haar gehele oeuvre. In 1996 verschenen haar ‘Verzamelde gedichten’.
Het kleine bundeltje ‘Klein voorspel’ telt 30 gedichten en werd in 1949 gedrukt door drukkerij Thieme uit Nijmegen. ‘Klein voorspel’ was het een-en-twintigste deel van ‘De Ceder’ uitgegeven door J.M. Meulenhoff uit Amsterdam. Uit dit prachtige bundeltje koos ik voor het gedicht ‘De liefste’.
.
De liefste
.
Word wakker in de vroege voorjaarsmorgen
open je ogen in het grijze licht.
Voel je een ogenblik verlost van zorgen
en glimlach als een kind, bevrijd van plicht.
.
Glimlach en raak het lichtend spoor niet bijster
dat leidt naar een betoverend verschiet.
Wees stil : buiten huldigt de eerste lijster
de wereld in een overmoedig lied.
.
Hij zal je hart loszingen uit het puin
van halfontluisterde herinneringen,
en neer doen strijken in de verre tuin
waar het geluk fonteinen doet ontspringen.
.
In deze tuin zal het mijn hart ontmoeten –
twee speelse vlinders in de zonneschijn.
Verheerlijkt zullen zij elkaar begroeten
en onuitsprekelijk gelukkig zijn.
.



















