Site-archief

Kraantje lek

Lévi Weemoedt

.

Lévi Weemoedt (1948) is zo’n dichter waar je altijd, wanneer je zijn poëzie leest, blij van wordt. Ik toch in ieder geval. Op zichzelf is dat verwondelrijk want de gedichten van L’evi zijn zelden opgewekt of optimistisch van aard. Kijk bijvoorbeeld eens naar zijn bundel ‘Geduldig lijden’ een uitgave in de serie ‘Grote lijsters’ uit 2000. Vrijwel alleen maar treurnis en ellende en toch, wanneer ik het lees is een glimlach of lach nooit ver weg.

In het gedicht ‘Kraantje lek’ bijvoorbeeld waarin Weemoedt terugkijkt naar zijn jeugd en waaruit al blijkt dat het op jonge leeftijd al zo gesteld was met hem. Eigenlijk is Lévi Weemoedt in zijn eentje verantwoordelijk voor een heel eigen stroming binnen de Light verse, de ‘Niet zo light verse’.

.

Kraantje lek

.

‘k Was dertien als de eerste grijze haren

door ’t korte kuifje braken: moeder in paniek!

Wat was er in haar broekeman gevaren!

‘Wat heb je dan gegeten? Ben je ziek?

.

Ach moedertje! met vijf was ik volwassen.

Zat op mijn tiende volop in de overgang.

‘k Had vrouw en kinderen verloren; wist allang

niet meer waarop ik nog moest vlassen.

.

En slechts om ú en vaatje niet te schokken

bleef ik het ventje dat zo vrolijk in zijn blokken-

doos en spoortrein op kon gaan.

.

Maar ik proefde al de pit van het bestaan!

En daarom rolde er achter moeders rokken

uit ’t pijpje van mijn broek een stille traan.

.

Problemen

Frank van Pamelen

.

Frank van Pamelen (1965) http://frankvanpamelen.nl/  is geboren in Terneuzen en woonachtig in Tilburg. Hij studeerde Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant en is schrijver van literaire thrillers en jeugdboeken, dichter en kleinkunstenaar. Ook schrijft hij cabaretprogramma’s, musicals, kinderliedjes, columns en teksten voor radio en televisie.

Sinds 1990 publiceert Frank van Pamelen gedichten. Voornamelijk light verse, vormvaste gedichten, meestal met een humoristische onderlaag. Zijn verzen worden gepubliceerd in literaire tijdschriften als De Tweede Ronde, Parmentier en Ballustrada, in NRC Next, in de wekelijkse rubriek Poëzie Politiek in Trouw (1999-2007), en verder in vele bloemlezingen, scheurkalenders en gelegenheidsuitgaven. Hij ontpopt zich sindsdien steeds meer als de cabaretier onder de dichters, en de dichter onder de cabaretiers.

Frank van Pamelen won de Publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival (1995), de Zilveren Reissmicrofoon met het radioteam van KRO’s Theater van het Sentiment (2001), de Kees Stipprijs voor zijn light verse-oeuvre (2005) en de Tilburg Trofee voor verdiensten in zijn woonplaats (2013).

In literair tijdschrift  ‘De Tweede Ronde’, jaargang 13  (1992) verscheen van zijn hand de terzanelle ‘Problemen’. Een terzanelle is een poëtische vorm die aspecten van de villanelle en de terza rima combineert. Het is in totaal negentien regels, met vijf drielingen en een afsluitend kwatrijn. De middelste regel van elke triplet-strofe wordt herhaald als de derde regel van de volgende strofe, en de eerste en derde regel van de oorspronkelijke strofe zijn de tweede en laatste regels van het afsluitende kwatrijn; zeven van de regels worden dus herhaald in het gedicht.

.

Problemen (een terzanelle)
.
Ik staar al uren naar mijn lege glas

De wereld is vergeven van problemen

Ik wou dat daar een oplossing voor was

.

Ach, waarom zou ik zelf niets ondernemen

Bedenk ik wel eens met een zwaar gemoed

De wereld is vergeven van problemen

.

En er is niemand die er iets aan doet

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

Bedenk ik wel eens. Met een zwaar gemoed

.

Besef ik nu hoeveel ik heb gedronken

Dan denk ik over goed en over kwaad

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

.

Ik zeg het hier maar zo waar het op staat

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Dan, denk ik, over goed en over kwaad

.

Het mag in dit verband merkwaardig klinken

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Ik staar al uren naar mijn lege glas

Ik wou dat dáár een oplossing voor was
.
.

Voor waar genomen

Inge Boulonois

.

Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.

Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.

De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/

Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.

.

Bij de stillevens van Giorgio Morandi (20e eeuw)
.
Dat dingen kunnen rijmen.
Leeg steengoed in bedaarde aardetinten,
verbindend strijklicht. Onveranderlijk
.
in een geschikt herschikt evenwicht,
een seizoenloze pleisterplaats
voor onze ogen. Kijken
.
wordt zien hoe tijd door verf
tot stilte is gebracht. Ik hoor
het zwellen van mijn oorgesuis.
.
Wilde de schilder lof zwijgen
van het dieplood van het hier en nu,
van vazen die tot zichzelf ontwaken,
ving hij hun eigen klank op?
.
Of zag hij dat ze zó stil staan
te staan als enkel schilderijen
kunnen laten horen?
.

 

De minnebrief

M. Mok

.

Omdat troost ook gevonden kan worden in iets moois als de liefde, in het heden of in het verleden,  koos ik het light verse gedicht van M. Mok (1907 – 1989) uit de bundel ‘De lichte muze’ een Bruna pocket uit 1956.

.

De minnebrief

.

Een juffrouw, met de voornaam Loes,

vond in het stadsarchief van Goes

een brief, die door de aanvangswoorden

‘Mijn lieve Loes’ haar rust verstoorde.

.

Met rozenkleurtjes op haar wangen

las zij welk smartelijk verlangen

des schrijvers ziel, met name Joop

bij Loesjes oogopslag bekroop.

.

Door wederliefde zeer verward,

sloot zij het briefje aan haar hart

en daar is het sindsdien gebleven,

drie eeuwen na te zijn geschreven.

.

De vakantie voorbij

Driek van Wissen

.

Nu de vakantie voorbij is en heel veel mensen een andere vakantie hebben gehad dan ze misschien van te voren gedacht hadden, is het tijd voor een terugblik op de vakantie van één van Nederlands bekendste light verse dichters en voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010). In de bundel ‘De volle mep’ Gedichten 1978-1987, zijn drie eerdere bundels van Van Wissen opgenomen, te weten ‘Het mooiste meisje van de klas’, ‘Meisjesgenade’ en ‘De badman heeft gelijk’. In deze bundel staat onder andere het gedicht ‘Vakantiebericht’ een terugblik op een vakantie in Portugal, een terugblik die voor veel mensen dit jaar waarschijnlijk bekend voorkomt (maar dan niet in Portugal) als zoete pleister op de wonde.

.

Vakantiebericht

.

Wij dronken, onderweg in Portugal,

per dag tenminste één fles Vinho Verde,

maar meestal twee en doorgaans nog een derde,

want drie is toch zo’n heerlijk rond getal.

.

En daar wij dan pas werk’lijk dorstig werden

werd nummer vier besteld als spoedgeval-

‘of is dit nu ons vijfde flesje al?’

bracht een van ons, de tel kwijt, dan te berde.

.

U raadt het al – daarna kwam nummer zes

en dikwijls is het daarbij niet gebleven;

wij meden bijgelovig nummer zeven

en namen maar meteen een achtste fles.

.

Ja de vakantie was een groot succes:

In Portugal valt heel wat te beleven!

.

 

Vers gekruid

Inge Boulonois

.

Een aantal jaar geleden (2008) mocht ik voordragen in het knusse huiskameratelier van Alja Spaan in Alkmaar waar zij regelmatig dichters en muzikanten vroeg op te treden. Tijdens die voordracht daar was ook Inge Boulonois aanwezig en zolang volg ik haar al. Inge (1945) volgde de opleiding tot beeldend kunstenaar aan de Akademie voor Beeldende Kunst Arnhem en voltooide later ze de studie kunstpsychologie aan de Universiteit van Nijmegen.

In het nieuwe millennium is ze overgestapt op het schrijven van gedichten. Ze is medewerker (en dus collega) van het literaire e-zine Meander. Voor meandermagazine.nl schrijft ze analyses, recensies van light verse en interviews.
Voor http://www.gedichten.nl schrijft ze elke dinsdag een actueel snelsonnet. Ook op http://www.hetvrijevers.nl staan gedichten van haar hand en maakt ze deel uit van de redactie.

Het genre waarin Inge schrijft, light verse, is een bijzonder genre binnen de poëzie. Er wordt wel eens wat schamperig over gesproken maar niet door mij. Ik weet hoe moeilijk het is om een goed light verse gedicht te schrijven. Voor Inge Boulonois is het schrijven van light verse echter geen enkel probleem (denk ik toch als ik haar gedichten lees).

In haar nieuwe bundel ‘Vers gekruid’ staan 100 humoristische en lichtvoetige gedichten die maar wat vaak een serieuze ondertoon hebben als het om de onderwerpskeuze gaat. Als voorbeeld het gedicht ‘Recensent’ uit deze bundel. In de vorm van een ‘onzijn’ of ‘elftal’ geschreven. Voor de specifieke vorm informatie kijk je op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/26/onzijn-elftal/

De bundel met vele verrassingen is te koop in de boekhandel of via http://www.ingeboulonois.nl

.

Recensent

 .

Zijn vak is honorabel maar ook zwaar

Hij is de zielzorger van bellettrie

En als zodanig van niveau bezeten

.

Zijn smaak en stijl zijn van een bel-esprit

Slechts híj weet hoe je kwaliteit moet meten

En heeft de schrijvers onwijs veel te leren

.

Maar wordt miskend, voor haarklover versleten

Het is zijn plicht zeer streng te kritiseren

Toch taalt hij soms naar lovend commentaar

.

Dan prijst hij één roman, ooit zelf geschreven

Die hij nog steeds maar niet krijgt uitgegeven

.

Belgisch bier

Willem Wilmink

.

Tijdens één van mijn zeldzame opruimbuien kwam ik een ansichtkaart tegen die ik voor mijn laatste verjaardag kreeg. Het betreft hier een kaart met voorop een foto van Willem Wilmink met daarnaast een gedicht van zijn hand getiteld ‘Belgisch bier’. Ik was de kaart alweer bijna vergeten. Willem Wilmink is gefotografeerd op het terras van hotel De Swaen van Cas Spijkers in Oisterwijk. Ik neem aan dat hij dit gedicht daar ook schreef of daar zijn inspiratie op deed.

Feitelijk is het een opsomming van de vele soorten Belgisch bier die in hotel De Swaen (waarschijnlijk) op de kaart stonden, en toch is het ook een staaltje vakmanschap van de dichter door het gedicht niet alleen rijmend maar ook muzikaal en vloeiend te maken. Net als het bier eigenlijk.

.

Belgisch bier

.

Zeg wat wilde gij voor bier,

Sanctus, Duvel, Tempelier,

Gildenbier of Afflighem

of Jack-op uit Wolvertem?

Speciale Aerts misschien

of een Breendonk’s Vitamien?

Rochefort of Kriek Lambic,

Palten, Koninck, Liefmans Kriek?

.

Maters, Paters Vat, Floreffe,

Rubens bier of Christmas Leffe?

Maters, Paters Vat, Floreffe,

Rubens bier of Christmas Leffe

of een Tripel van Westmall’?

Stella, Maes of B S T,

Witkap Tripel of Chimay,

Witkap Stimulo, Maibbock

of een Gueuze Van den Stock?

.

Een Grand Cru? Een Maredsous?

Een West-Vleteren uit Watou?

Extra-Moortgat of Orval,

Pieter Pauwels of Christal?

Hoegaards Wit bier of  Lamot,

Rodenbach of Tongerlo,

Chevalier of Ide Pils?

Vriend, ik heb er voor elk wat wils.

.

 

Mensje van Keulen

Bertus Bok

.

Zoals eerder geschreven, zal ik in de vakantieperiode ook gedichten van dichters plaatsen van wie de naam of de titel van het gedicht verwijst naar een vakantiebestemming of iets dat met vakantie te maken heeft. Daarom vandaag een gedicht van Mensje van Keulen (prachtige stad, prima vakantiebestemming).

Uit haar bundel ‘Van Aap tot Zet’ uit 2001 het heerlijk allitererende light verse gedicht ‘Bertus Bok’.

.

Bertus Bok

.

Bertus Bok was best bijzonder

want hij was beslist nooit bang

niet voor brand of donkere bossen

of zijn bed of het behang.

Voor geen boef en geen bedrieger

en niet één bloeddorstig beest

is die beresterke Bertus

ooit aan ’t bibberen geweest.

Op een dag, toen Bertus boven

breeduit in de badkuip lag

en zich met de borstel boende,

ging de bel. En Bertus dacht:

’t Zal de buur zijn om een biertje

of om boter, bloem of brood

en hij sloeg zijn blauwe badjas

om zijn bruine, bonte bloot.

Maar het bleek een biezen mandje

met een brief: ‘Ik ben op reis.

Pas jij braaf op kleine Bartje?

Bye Bye, tante Beatrijs.’

.

Daar heeft de bok zijn bokspoot:

voor baby’s is hij als de dood.

.

Tienkamp

Theo Danes

.

Een van de leuke en bijzondere kanten van het schrijven over poëzie is toch wel dat poëzie zo uiteenlopend, verschillend en gevarieerd is. Van geëngageerde gedichten over het wereldleed, naar heel persoonlijke, verinnerlijkte gedichten tot speelse verzen en rijmen. Ik mag dan ook graag tussen alle ‘serieuze’ poëzie door ook graag bundel met light verse lezen. Niet dat light verse niet serieus is, integendeel, het is een serieuze vorm van poëzie maar in haar vorm en inhoud toch vaak wal lichter en luchtiger van toon.

Een bundel die ik graag herlees is ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en Theo Danes. In deze bundel uit 2006 louter luchtige en grappige gedichten in light verse over atletiek. Zo ook het gedicht ‘Tienkamp’ van Theo Danes. Onwillekeurig moest ik bij het lezen van dit gedicht denken aan mijn oud bibliotheekcollega en Volkskrant columnist Ionica Smeets en haar columns met als titel ‘Ionica zag een getal’. Voor degene die deze column kennen zal dit niet als een verrassing komen.

.

Tienkamp

.

Ben je tienkamper, dan zoek je

Als een wiskundefanaat

In het meerkamppuntenboekje

Waar je met je punten staat:

.

‘Virtueel heb ik de beker

Ver ging beter dan gepland

Maar na Kogel zal ik zeker

Zakken in het klassement

.

Ha! De supertijd bij Horden

Bracht mij 80 punten meer

Polsstok moet 5 meter worden

Door het puntverlies bij Speer

.

46+ bij Discus

Was niet ingecalculeerd

Bij de Sprint liep ik wat mis, dus

Is dat flink gecompenseerd’

.

Tienkampers zijn nooit verwonderd

Als de uitslag wordt vermeld

Ze zijn na de 1500

Afgemat en uitgeteld

.

Spike Milligan

Spike Milligan

.

In de krant van zaterdag las ik een stukje van Patrick van IJzendoorn, een in Londen wonend journalist, over de fietstocht die hij maakte door het zuid-oosten van de stad. Naast een bezoek aan het huis van Peter Kropotkin (een van de grondleggers van het anarchisme, van wie ik ooit het boek ‘Memoires  van een revolutionair’ las) fiets hij ook langs het arbeidershuisje van Terence Alan ‘Spike’ Milligan in Catford.

Spike Milligan (1918 – 2002) was een Brits/Iers komiek, schrijver, radiomaker en acteur. Milligan, vooral bekend en beroemd als komiek, waagde zich aan veel aspecten van de kunsten, de poëzie was een klein deel daarvan. Vooral als schrijver van light verse geniet hij ook nu nog grote bekendheid: zijn “On the Ning Nang Nong” is in 1998 zelfs uitgeroepen tot beste Engelstalige kinderversje en is met name in Australië mateloos populair. In 2014 besteedde ik al eens een blog aan dit vers https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/05/06/spike-milligan/

In het artikel citeert van IJzerdoorn echter een stuk uit een serieus gedicht van Milligan, namelijk de laatste drie regels. Nieuwsgierig naar de rest ging ik op zoek en het blijken de slotregels uit het gedicht ‘Catford 1933’ te zijn.

In 1932 moest het gezin met zoon Spike vanuit Brits-Indië (India) door de grote en wereldwijde recessie terugkeren naar het Verenigd Koninkrijk. Van een leven in weelde met personeel kwamen ze terecht in een klein arbeiderswoninkje in de ‘arme’ wijk Catford. Daar schreef Spike het volgende gedicht over.

 .

Catford 1933

.

The light creaks and escalates to rusty dawn
The iron stove ignites the freezing room.
Last night’s dinner cast off popples in the embers.
My mother lives in a steaming sink. Boiled haddock condenses on my plate
Its body cries for the sea
My father is shouldering his braces like a rifle,
and brushes the crumbling surface of his suit.
The Daily Herald lies jaundiced on the table.
‘Jimmy Maxton speaks in Hyde Park’,
My father places his unemployment cards in his wallet – there’s plenty of room for them.
In greaseproof paper, my mother wraps my banana sandwiches
It’s 5.40. Ten minutes to catch that last workman train.
Who’s the last workman? Is it me? I might be famous.
My father and I walk out are eaten alive by yellow freezing fog.
Somewhere, the Prince of Wales and Mrs Simpson are having morning tea in bed.
God Save the King.
But God help the rest of us.

.