Site-archief

Moed houden moet

Toon Tellegen

.

In de boekenwinkel kwam ik een wonderlijke, grote dichtbundel tegen, een bloemlezing getiteld ‘Maar geen bestemming’ gedichten over de oude dag uitgegeven door het PoëzieCentrum in 2024. In deze bloemlezing zijn gedichten opgenomen die het eenzijdige beeld van een trieste oude dag bijsturen, zonder daarom de realiteit van het ouder worden te verbloemen of te negeren. De dichters die zijn vertegenwoordigd weten waarover ze spreken. Hun verzen zijn het werk van de eigen oude dag, geschreven in een fase van het leven waarin wat in het verschiet ligt onvermijdelijk korter is dan wat was.

Ik word altijd wel blij en vrolijk van dit soort bundels. Niet voor niets proberen wij in MUGzine behalve jong en nieuw talent ook een open oog te hebben voor dichters die wat in de vergetelheid zijn geraakt of waar wat minder aandacht voor is maar die zoveel kwaliteit te brengen hebben.

In deze bloemlezing is werk opgenomen van dichters als Gerrit Kouwenaar, Cees Nooteboom, Toon Tellegen, Leo Vroman, Judith Herzberg, Antjie Krog, Mark Insingel, Stefan Hertmans, Esther Jansma en Hester Knibbe. Ik koos voor het prachtige gedicht ‘Moed houden moet’, een gedicht met een heel positieve kijk op het ouder zijn en het leven van Toon Tellegen (1941).

.

Moed houden moet

.

Als je oud bent ben je altijd oud geweest,

als je jong bent zul je altijd jong blijven,

maar als je dood bent ben je alles,

en elke dag iets anders

.

kinderen hollen naar buiten en roepen:

‘Moed houden! Wij gaan moed houden!’

.

Ik sta in de deuropening en zie ze verdwijnen,

ik heb het koud en denk:

moed houden moet, het is het enige wat werkelijk moet…

.

het is een dag als alle andere en ik ga weer naar buiten,

ik heb nog één seconde te leven.

.

Hofjesfestival

Haagse Notûh

.

Ook dit jaar organiseert Stichting Haagse Notûh op zondag 21 september weer het Ssssttt… Hofjesfestival in de binnenstad van Den Haag. Op allerlei historische plekken en hofjes zoals het Hofje van Nieuwkoop, de Regentenkamer, ’t Hoofts Hofje, de Jozefkapel en de Stadskloostertuin St. Vincentius, treden dichters, muzikanten en muziekensembles op. In eerdere jaren stond ik al eens in de Stadskloostertuin (waar toen ik aan de beurt was er een wolkbreuk was), in het Hofje van Nieuwkoop, en op de Varkenmarkt .

Een van de hoogtepunten van deze dag (naast de voordrachten van alle dichters uiteraard) is het optreden ( de openingsact) van stadsbeiaardier Gijsbert Kok, die op de Haagse Toren het carillon bespeelt waarbij hij wordt bijgestaan door 15 blazers. Ook is het mogelijk om samen met een gids van het Stadsgilde een wandeling te maken langs de verschillende historische plekken in de binnenstad.

Dit jaar sta ik opnieuw geprogrammeerd in de Stadskloostertuin aan het Westeinde 101 van 14.30 tot 15.00 uur. Andere dichters die voordragen zijn onder andere Marilou Klapwijk, Diann van Faassen, Alexander Franken, Frans Terken, Edith de Gilde en Margriet van Bebber. Ook de twee jonge stadsdichters van Den Haag, Anu Soerjoesing en Govert van de Velde, dragen voor. Als voorproefje een gedicht van Diann van Faassen getiteld ‘Er is altijd’.

Diann van Faassen (1971) debuteerde met de bundel ‘Driemaaldaags’ (1991). Sindsdien verschijnt zij op de diverse podia in het land. In 1998 verscheen ‘Toverfietsje’, dat in 1999 werd opgevolgd door ‘Altijd naar de kermis’, beide uitgegeven in eigen beheer. Gedichten van haar staan opgenomen in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan‘ (2001) en in ‘Vanuit de lucht‘ (2001). Diann organiseert literaire evenementen en poëzie workshops en zij begeleidt de jonge Haagse Stadsdichters.

.

Er is altijd

.

Er is altijd iets te weten
Er moet altijd iets te weten zijn
Maar niemand laat zich kennen hier

Ik heb van beneden af
omhoog naar jouw balkon gekeken
bevangen door de ruimte – zag ik je rennen

Ik zag je rennen tot je doorhad
dat je niet was in te halen – niet door mij
de galerijen waren leeg – de spijlen schenen tralies

Jij ging mijn gangen na
en had handen rood als aarde
de lijnen in je handpalm waar je mij bewaarde

Jouw hand is door mijn huid gedrongen
om te ontrafelen wat mijn motieven zijn
wanneer je mijn zenuwen blootlegt is het slechts een kwestie van tijd

Ik zou net als vroeger
willen kijken en tevreden zijn met het zicht
ik zou net als toen zonder verlangens willen zijn

Maar er is altijd iets te weten
en we weten al zoveel
we willen altijd verder weten
en niemand laat zich kennen hier

.

Zondag

Sophia Blyden

.

In de bundel ‘Stip op de horizon’ 80 jaar vrijheid in 80 gedichten uit 2024 zijn gedichten opgenomen over vrijheid. Op 5 mei 2025 was het 80 jaar geleden dat de tweede wereldoorlog tot een eind kwam in Nederland. Terwijl we dagelijks in landen als Oekraïne en nu pas weer Polen, om ons heen zien hoe broos een begrip als vrijheid is, altijd in het besef dat het geen vanzelfsprekendheid is.

Wat is het wel? Wat betekent vrijheid voor ons, waardoor wordt ze beperkt, hoe herdenken we haar? Dat waren vragen die samensteller Mirjam van Hengel van deze jubileumbundel (80 jaar vrij) stelde aan 80 dichters als Bart Chabot, Anna Enquist, Babs Gons, Erik Jan Harmens, Judith Herzberg, Ingmar Heytze, Iduna Paalman en Lucas Rijneveld (en nog 72) met daarbij de vraag om hierover een gedicht te schrijven.

Ook dichter, schrijver en programmamaker Sophia Blyden (1993) werd deze vraag gesteld. Haar bijdrage met de titel ‘Zondag’ kan ik hier natuurlijk alleen maar op zondag plaatsen.

.

Zondag

.

dagen waarop de wasmachine draait, de gordijnen

open schuiven, het asfalt nat van de nacht, zonlicht

weerkaatst door de ramen als echo’s, je mijn hand

pakt tijdens het koffiedrinken

.

dagen waarop de boeken lonken in de kast, er tijd

is om gedichten te lezen, de wijnglazen van gister

nog op tafel, kringen in het blad, mijn moeder belt

en we samen opa missen

.

dagen waarop de afwas met de hand, de lp-speler

overuren maakt en we dansen, de bank langzaam

verslijt, druppels op het dakraam, het enige wat ik

wil doen is niets

.

we staan voor het keukenraam, slaan onze armen

om elkaar heen, zien hoe twee duiven takjes verzamelen

en we kijken ernaar

.

Een groot schrijver

Kees Ouwens

.

Ondanks dat ik op dit blog richting de 6000 berichten ga, kom ik er toch nog regelmatig achter dat ik over bepaalde dichters nog nooit iets geschreven heb. Dat kan allerlei oorzaken hebben maar in het geval van dichter en schrijver Kees Ouwens weet ik eerlijk gezegd niet waarom dit niet zo is. Misschien omdat hij als hermetisch dichter te boek staat (maar dit heeft mij er nooit van weerhouden daarover te schrijven) of dat ik zijn naam misschien niet vaak tegenkom. Hoe dan ook, vandaag gaat dat veranderen.

Kees Ouwens (1944-2004) debuteerde in 1968 met de dichtbundel ‘Arcadia’ en er zouden tot na zijn dood 10 poëziebundels van hem verschijnen. Ouwens schreef ook proza maar verwierf vooral een plaats in de Nederlandse literatuur als experimenteel dichter. Op zijn Wikipediapagina lees ik: “Zijn fascinatie met het taalspel verleidde hem er soms toe de begrijpelijkheid of het grammaticaal voor de hand liggende te veronachtzamen met het doel de exactheid van uitdrukking in de zorgvuldig opgebouwde talige realiteit. Hierdoor wordt hij weleens als ‘hermetisch’ dichter bestempeld, terwijl anderen zijn oeuvre juist daardoor, samen met dat van andere grote naoorlogse dichters als Jacques Hamelink en Hans Faverey, als verrijkend voor het Nederlandstalige dichtersidioom ervaren.”

Ondanks, of misschien wel dankzij zijn zoektocht kreeg hij bij leven verschillende literaire prijzen toegekend zoals de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1976), de Jan Campert-prijs (1985), de Herman Gorterprijs (1998), de VSB Poëzieprijs (2001) en de Constantijn Huygens-prijs (2002), voorwaar een indrukwekkende reeks prijzen.

Uit de bundel ‘Alle gedichten tot dusver’ uit 2002 nam ik het gedicht ‘Een groot schrijver’ waarin de dichter zichzelf kritisch bekijkt en de lezer achterblijft met de vraag ‘ziet de dichter zichzelf hier nu als groot schrijver of juist niet?’ En waarin de dichter speelt met verwijzingen naar de christelijke religie (stille nacht, schrift, de sterren). Op het eerste oog een kort en bondig gedicht waar heel veel uit te halen valt. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘Intieme handelingen’ uit 1973.

.

Een groot schrijver

.

Ik legde mijn pen neer en begaf mij

naar buiten.

Daar keek ik omhoog en zag de sterren.

Het was een stille nacht.

Ik ben een groot schrijver,

dacht ik.

.

Toen begaf ik mij weer naar binnen,

om die regel op te schrijven

en er schoot mij een traan te

binnen, die op mijn schrift viel.

Ik huilde om de waarheid.

.

Bondgenoten

Jean Pierre Rawie

.

Na enige tijd geen bundels ‘blind gepakt’ te hebben uit mijn boekenkast heb ik vandaag deze aardige gewoonte weer opgepakt. Voor een van mijn boekenkasten gaan staan en met mijn ogen dicht het lot laten beslissen uit welke bundel ik een gedicht ga delen.

In dit geval was dat de  bundel ‘Geleende tijd‘ uit 2000 van Jean Pierre Rawie (1951). Op een willekeurige bladzijde de bundel geopend en daar op pagina 21 staat het gedicht ‘Bondgenoten’.

.

Bondgenoten

.

Wij hebben langs gescheiden wegen

steeds onze eigen weg gezocht;

thans, aan het einde van de tocht,

komen wij eerst elkander tegen.

.

Pas bij het ronden van de bocht,

de tegenstellingen ontstegen,

blijkt op hetzelfde vlak gelegen

wat ieder voor zichzelf bevocht.

.

En nu de meeste zekerheden

geleidelijk zijn zoekgeraakt,

deelt zich onopgesmukt en naakt

de laatste waarheid aan ons mede:

.

Het is slechts dit gedeeld verleden

wat ons tot bondgenoten maakt.

.

 

De moeder van Tom moet dood

Rinske Kegel

.

Soms lees je de titel van een gedicht die je twee keer moet lezen voor je goed begrijpt wat er staat. In andere gevallen is een titel zo wonderlijk of nieuwsgierig makend dat je het gedicht wel moet lezen om te weten waar zo’n titel vandaan komt. Zo’n titel las ik in de bundel ‘Naaktlopen met je hersenen, de 100 beste gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012’.

De titel van het gedicht luidt ‘De moeder van Tom moet dood’ en is van dichter Rinske Kegel (1973). Nu ken en volg ik Rinske al vele jaren en ik ken haar als een vriendelijke  dichter. Mijn eerste kennismaking met Rinske Kegel was in 2014 toen ze (onder andere met Daniël Vis, Willy Spillebeen, Miguel Santos en Hervé Deleu) op het podium stond van Poëziestichting Ongehoord!

In 2020 schreef ik over poëzie ansichtkaarten en daar dook haar naam opnieuw op, stond ik dat jaar samen met haar en nog een aantal dichters op het buitenpodium van De Groene Fee in Breda, verscheen haar poëzie in MUGzine nummer 10 in 2021 en droeg ze met een Luule bij aan de special van MUGzine in 2025.

Maar nu dus een ouder gedicht van haar hand in de bundel van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012. Een gedicht met een bijzondere titel die nieuwsgierig maakt naar de inhoud van het gedicht. En dan blijkt het gedicht te leveren, zoals van Rinske Kegel verwacht mag worden.

.

De moeder van Tom moet dood

.

Voor de eerste keer stak ik alleen de grote weg over

die ons dorp in oud en nieuw verdeelde

om bij mijn vriendje te gaan spelen

ik zong zijn naam achter mijn melkgebit

.

toen ik aan de brievenbus klepperde

deed de moeder de deur op een kier

haar wenkbrauw hing laag

ze fluisterde Tom moet slapen

.

toen ik thuis was zei mijn eigen moeder

met haar te kleine armen dat ik gegroeid was

.

 

Rijmkroniek

A.J.E. Lucardie

.

Ik ben mijn boekenkast weer eens aan het reorganiseren want er blijven maar dichtbundels bijkomen. Er is een periode geweest dat ik oude boeken verzamelde. Het blijkt nu echter dat oude boeken leuk zijn om naar te kijken en in te bladeren maar dat het eigenlijk vooral stofvangers zijn. Dus doe ik nu een flink aantal boeken weg. Oude kinderboeken, een aantal boeken over het geslachtsleven van de jongeling maar ook Tijl Uilenspiegel, Parcival en de klassieker ‘Gevaren voor jonge mannen en hoe daaraan te ontkomen’.

Tussen al die oude boeken (veel zijn uit de 19e eeuw) zaten echter ook een paar dichtbundels zoals ‘Mei’ van Herman Gorter en de ‘Rijmkroniek’ wereldoorlog 1940-1945, geschreven door A.J.E. Lucardie en gepubliceerd in 1945 (vlak na de oorlog vermoed ik). Van Lucardie kan ik verder niets vinden behalve dan dat hij (waarschijnlijk) actief was in de Bridge Bond Nederland.

Uit de Rijmkroniek koos ik het gedicht met de titel ‘Pereat!’ een Latijnse term voor ‘Laat hem vergaan’ of ‘Laat hem sterven’, geschreven in de zomer van 1944.

.

Zomer ’44.

Pereat!

.

De man, die van “Mein Führer” spreekt

En over liefde voor den vijand preekt….

De man die leeft van landverraad,

Wiens ’t Judasmerk op ’t voorhoofd staat….

De man die per radio ’t gemeenst venijn

Laat spuiten in Jong-Neêrland’s brein….

En trouwe zonen van ons land

Arglistig speelt in ’s vijands hand….

De man, die de laagste lagen van ons volk

Laat bewaap’nen met geweer en dolk

Ter bescherming van zijn eigen goed

Ten koste van goed Neêrlandsch bloed….

.

De man, die zichzelf den Leider noemt

Van ’t Volk, dat hem en zijn bent verdoemt….

De mand, die – nu zijn val in ’t Westen daagt –

Zich zelfs tot Duitsch soldaat verlaagt….

.

Die man verdient, dat hij – als Hitlers knecht –

Als medemoord’naar wordt berecht

En dat zijn naam dan allerwegen

Door iedereen wordt doodgezwegen.

.

Vol

Daan Zeijen

.

Vol is een wonderlijk woord. Het glas is halfvol betekent zoiets als dat je een optimistische kijk op het leven hebt (vrije interpretatie), het land is vol is dan weer een extreemrechtse manier om te verwoorden dat er toch maar vooral geen vreemdelingen bij mogen komen, zelfs niet als die gevlucht zijn uit oorlog- of crisisgebieden waar ze hun leven niet zeker zijn, als iets uitverkocht is (een optreden) dan is het vol (de zaal dan meestal) of je kan je vol voelen wanneer je teveel gegeten hebt. Volgens de encyclopedie maar zijn er maar liefst 15 definities voor het woord vol.

Dichter Daan Zeijen (1993) geeft er in het gedicht ‘Vol’ dat ik las in ‘Dichters uit de bundel’ De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten, samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens uit 2016, meerdere betekenissen aan. De hoofdpersoon in het gedicht is vol van haar, gebruikt vol in de zin dat het eten goed gesmaakt heeft en zijn glas is halfvol.

Daan Zeijen ken ik van een voordracht die hij verzorgde in 2014 in Rotterdam bij een poëziemiddag georganiseerd door poëziestichting Ongehoord! De laatste jaren is van hem op poëtisch vlak niet veel meer vernomen. Tegenwoordig is hij humanistisch geestelijk verzorger maar ruim 10 jaar geleden was hij regelmatig te zien en horen op poetry slams (Bellum Poetica,  Rhythm & Poetry slam in Delft en Festina Lente) en in 2015 werd hij Nederlands kampioen Poetry Slam. Ook trad hij op bij verschillende poëzie evenementen (Museumnacht in Amsterdam, Literaire Manifestatie in Den Bosch, Dichter bij de Bar in Delft).

.

Vol

.

van alle manieren om te zeggen

dat het eten goed gesmaakt had,

ben jij het meeste waar.

mijn glas is half vol, maar je rust pas

als ons van de tafel druipt. het

is de afdronk die het doet.

hoe ik vanavond in mijn bed

je berichtjes na zal lezen.

en nog eens. een derde maal.

zo dronken heb je mij.

van alle smaken die het slapen goed

gezegd had, ben jij het meeste rust.

.

Dubbelgedicht

Oma / Grootmoeder

.

In de loop der jaren heb ik een paar keer een gedicht gedeeld dat over een oma of een grootmoeder gaat. Zo deelde ik ‘De oma van mama‘ van Erik van Os, ‘Mijn oma zwemt…‘ van Kira Wuck en een titelloos gedicht van Kreek Daey Ouwens over grootmoeders en moeders. Sterker nog, ik heb zelfs al eens een dubbelgedicht gewijd aan oma’s en grootmoeders. En vandaag dus nog een keer met twee totaal andere en verschillende gedichten.

Het eerste gedicht is van Saul van Messel (1912-1993) pseudoniem van Jaap Meijer, is getiteld ‘Veenkoloniën’ uit de bundel ‘Syndroom’ Joodse poëzie uit 1971.

Het tweede gedicht is van de Vlaamse dichter Luuk Gruwez (1953), getiteld ‘Oma’s memo’, en komt uit de bundel ‘Bandeloze gedichten’ een keuze uit de poëzie 1977-1990 uitgegeven in 1996.

.

Veenkoloniën

.

mijn grootmoeder heeft

vannacht slecht geslapen

.

de joodse begraafplaats

te oude pekela werd geschonden

.

maar vreemd

zij lacht weer als vroeger

.

terwijl wij haar schedel

in de modder vonden

.

Oma’s memo

.

Zij ruimt de rommel op die niet meer dient:

een fotolijst, een hoornen bril,

verlovingsjurk van anno dertig,

de prullenkraam van een bestaan

dat eens vol meesterwerken was.

.

Haar mooiste meesterwerk ben ik,

klein mausoleum voor een dochter,

de hare, die mij baarde en toch stierf,

de missing link die ons verbindt,

gemis dat vlees werd, stof en as.

.

Uit alles blijkt dat zij zich traint in blijven,

in voortbestaan, inpakken van wat was.

En met een stem vol moederschap

laat zij een opdracht aan de planten na:

wees daar, eis water, als ik niet meer ben.

.

Alleen wat weerloos is en eindigt

verdient een voortbestaan. Geen ding.

Zo eindigt ook haar kunstgebit

met gouden stift, dat nu nog elke avond

in een glaasje gaat, straks in de kist.

.

Black and white portrait of an elderly woman.

Bundelpresentatie Club Bird, Rotterdam

Nooit meer zo nu

.

Vandaag is de bundelpresentatie van de nieuwe lijvige en luxueuze bundel ‘Nooit Meer Zo Nu’ van Serge van Duijnhoven (1970) in club Bird in Rotterdam. Ik had de eer om door Serge gevraagd te worden mee te lezen en dat heb ik niet alleen met heel veel plezier gedaan maar ik heb dat ook serieus opgepakt. De bundel, de eerste van de nieuwe uitgeverij Exupéry & Company, is bij de presentatie ook te koop voor € 55,- en heel eerlijk gezegd vraag ik me af hoe ze het ervan doen. De bundel in linnen, glanzend papier voorzien van foliedruk, van maar liefst 344 pagina’s dik en met een full colour binnenwerk wil je niet in je boekenkast zetten, die wil je bij wijze van spreken op je salontafel leggen om mee te pronken.

En dan heb ik het alleen nog maar over de uitvoering. De inhoud is zoals van Serge verwacht kan worden. Intrigerend, confronterend, artistiek, vernieuwend en ontroerend. Dus heb je niks te doen en wil je een avond vol poëzie en muziek kom dan naar club Bird, Raampoortstraat 24 in Rotterdam. Aanvang 19.30 en de entree is € 10,-.

Uiteraard een gedicht uit dit fijne boek, ik koos voor het gedicht ‘Het Nulde Uur’ uit het hoofdstuk IV ‘Verbeten De Credo’s.

.

Het Nulde Uur

.

Zweer af de prietpraat

laat varen de wind. Hoor de wijs

van het leven, laat zijn wat wil wezen

verwelkom wat gaat

.

wees langzaam, geduldig

door uilen gezongen

een lied dat na dralen

zijn stem heeft  gevonden

.

bereik wat je bent: een straal

die na een zoektocht door het duister

uiteindelijk weer uitkomt bij de plek

van het vertrek. In het dagende besef

.

dat al wat leeft moet sterven

en dat wie sterft niet zomaar in het niets

verdwijnt. Maar terugkeert

naar huis

.