Site-archief
Zal ik liefde noemen
Evy Van Eynde
.
Bij mijn mini-uitgeverijtje van poëziebundels (fysiek en E-bundels) MUG books, rolt een dezer dagen de nieuwste publicatie van de band, de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter, schrijver, theatermaker Evy Van Eynde. De officiële presentatie zal in februari plaats vinden waarover ik nog nader zal berichten. In deze nieuwe bundel (de 11de uitgave van MUG books alweer) neemt Evy Van Eynde je mee op het pad der liefde dat vaak maar zeker niet altijd over rozen gaat. De poëzie van Evy is prachtig, beeldrijk, en zit vol bloemrijke om- en beschrijvingen van ‘de liefde’. Meer over deze mooie bundel binnenkort maar nu, hier alvast een voorproefje van de bundel met het gedicht ‘Het stof te lijf’.
.
Het stof te lijf
.
Wij spreken de taal van
afgronds gezucht
ternauwernood geslikte woorden
.
bot en gekarteld
als een oud mes
.
Wij zetten ons schrap
met depdoeken (voor het bloed)
en zandzakken (voor de tranen)
.
stijf en starend
als een beeld op de schouw
.
waarvan je niet meer weet
wie | wanneer | waarom
.
waarvan je | desondanks
geen afscheid nemen kan
.
Bij het grof vuil – te broos, te porselein
op zolder – tot we het vergeten zijn
in de kelder – tot het wegrot
.
Wij boenen en wrijven
gaan het stof te lijf
.
tot scherven desnoods
.
dankdag voor het gewas
rotterdam
.
In 1966 verscheen bij uitgeverij nijgh & van ditmar de bundel ‘dankdag voor het gewas’ van Wim Hazeu. In het exemplaar dat ik bezit heeft Wim Hazeu het volgende geschreven: “waar dichter en dokter tesamen komen, glanst de droppel die het leven is” Nieuwkoop 1972. Daaronder zijn naam en in pen er later bijgeschreven (door degene van wie de bundel was destijds waarschijnlijk) dat het hier een bundel uit 1966 betreft. Deze uitgave (nieuwe nijgh boeken 14) is een duidelijk voorbeeld van hoe men met de taal omging in de jaren zestig; geen hoofdletters of leestekens, namen met een kleine letter geschreven (delft, rotterdam) maar wel wintercursus met een c en ekskursies met een k.
Toen ik de bundel kocht kwam ik erachter dat er in de bundel een getypt vel uit 1976 zat met daarin een behandeling van het gedicht ‘elegie’ dat overigens niet in deze bundel staat. Kortom een klein pareltje uit de dichtkunst van de afgelopen decennia. Wim Hazeu (1940) is een geëngageerd dichter met een uitgebalanceerd taalgebruik. Hazeu publiceerde een aantal poëziebundels, romans en is de laatste jaren vooral bekend van zijn biografieën van schrijvers en dichters (Vestdijk, Achterberg, Aafjes, Slauerhoff). Naast zijn schrijfwerk was Hazeu ook actief als journalist, radio- en televisieprogrammamaker en uitgever.
Uit ‘dankdag voor het gewas’ heb ik gekozen voor het drieluik ‘rotterdam’.
.
rotterdam
.
1
.
met de roltrappen
proberen zij
– de vrouwen
een stukje hemel te vergaren
en met een feestkleed
van f 49,50
dalen zij
– de vrouwen
de trappen af
met het feestkleed
voor iedereen
– de vrouwen
weggelegd
.
2
.
men slaat heipalen
in de trommelvliezen
die gemakkelijk scheuren
kraanmachinisten staan hoger
genoteerd
dan het beursgebouw
en het vrije volk
geeft het laatste metronieuws
over de doodgravers
.
3
.
hier
in de omarming van gebouwen
zijn wij overbodig
zittend op een terras
kijken miljoenen stenen
op ons neer
stenen van het laatste uur
.
Pier Paolo Pasolini
De as van Gramsci
.
Dat je nooit uitgeleerd bent in dit leven was me al heel lang duidelijk. Niet alleen veranderd de wereld in een rap tempo maar ook terugkijkend is er nog zoveel te leren, te weten en te ontdekken. Zo’n ontdekking is voor mij het feit dat de Italiaanse filmregisseur, schrijver en marxist Pier Paolo Pasolini (1922 -1975) die ik eigenlijk alleen kende van zijn films, ook dichter was. Sterker nog, van zijn poëzie is ook best het een en ander vertaald voor de Nederlandse markt.
In 1939 ging Pasolini studeren aan de universiteit van Bologna. Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Poesia a Casarsa’ al op 19 jarige leeftijd in 1941. Tijdens de toen aan de gang zijnde Tweede Wereldoorlog werd hij in het leger opgenomen en raakte hij later in Duitse krijgsgevangenschap waaruit hij echter wist te ontvluchten. Na de oorlog werd hij lid van de Italiaanse Communistische Partij; het lidmaatschap werd hem echter een paar jaar later weer ontnomen toen hij er openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn.
Na zijn studies in Bologna kwam hij begin jaren vijftig definitief in Rome terecht, samen met zijn moeder. Zijn vader, een officier in het fascistische leger, was op dat moment al overleden. Zijn jongere broer was als partizaan tijdens de oorlog gesneuveld. Moeder en zoon woonden in een verpauperde buitenwijk van Rome, onderwerp van zijn spraakmakende novelle Ragazzi di vita (1955), en later van de film Accattone. Voor zijn novelle kreeg hij behalve literaire lof ook kritiek vanwege het obscene karakter van het betreffende werk. In de jaren ’50 schreef hij ‘poemetti’, vrij lange verhalend-didactische gedichten, meest in terzinen, die hij in 1957 bundelde. Nadat hij eind jaren vijftig al enige schreden had gezet op het gebied van de film, debuteerde hij 1961 met zijn eerste eigen, hierboven reeds vermelde, film Accattone.
Pasolini werd vooral bekend met zijn opmerkelijke film ‘Il Vangelo secondo Matteo’ (Het evangelie volgens Matteüs) uit 1964, die zelfs vanuit de Kerk werd geprezen. Vanuit zijn sociale bewogenheid groeide zijn kritiek op de gangbare christelijke opvattingen. Zijn films schiepen verwarring en waren omstreden, niet het minst vanwege bepaalde obsceniteiten. De bekendste uit zijn laatste jaren daarvan is Salò of de 120 dagen van Sodom uit 1975, naar de roman van de Markies de Sade in combinatie met de Republiek van Salò.
Pasolini was echter dus ook een begenadigd dichter en zijn poëzie heeft zeker een sociaal maatschappelijk tintje maar is daarnaast ook zeker zeer poëtisch. Een goed voorbeeld daarvan is het gedicht IV dat verscheen in de in 1989 door Meulenhof uitgegeven bundel ‘De as van Gramsci’ in een vertaling van Karel van Eerd. Gramsci was één van de stichters van de communistische partij in Italië in 1921. De as van Gramsci is bijgezet in een sobere tombe op de begraafplaats voor niet-katholieken in Rome, die rond 1800 vooral voor Duitsers was gesticht – ook de enige, in Rome geboren, onwettige zoon van Goethe ligt er – maar nadien vooral bekend gebleven als ‘Engelse begraafplaats’, omdat de graven van Keats en Shelley er zo veel pelgrims heenleiden.
.
IV
.
Het schokkende feit dat ik mezelf tegenspreek,
met en tegen jou ben; met jou van harte,
bij licht, tegen jij in de duistere onderbuik;
,
was ik verrader van de staat der vaderen
-indenken, een zweem van activiteit-
ik weet me eraan gehecht in de warmte
.
van instinct, esthetische bevlogenheid;
bekoord door een proletarisch leven
van voor jouw jaren, koester ik piëteit
.
voor de levenslust daarvan, voor zijn strijd van eeuwen
echter niet: voor zijn eerste wezen, voor
zijn bewustzijn niet; die de mens gegeven
.
oerkracht ging gerealiseerd teloor,
maar liet er de roes van heimwee achter,
een licht van poëzie, een ander woord
.
heb ik er niet voor dan liefde, waarachtig,
echter niet oprecht gemeend, abstract,
geen zeer-doend delen van gevoel en gedachte…
.
Arm zoals de armen, klamp ik me vast
net zoals zij aan hoop die vernedert,
net zoals zij lever ik alle dag
.
strijd voor het bestaan. Maar moge ik onterfd zijn,
moge troosteloos mijn situatie zijn,
bezitter ben ik: en van het meest verheffend
.
bezit dat burgerdom zich wenst, het eind
van alle staten. Maar, bezitter van de historie,
ben ik ook haar bezit; sta ik haar lichtende schijn:
.
maar welk nut heeft licht?
.
Gevonden gedichten
Poetry issues
.
Toen ik pas geleden bij de Koninklijke Bibliotheek moest zijn kwam ik tussen de folders en krantjes een gevouwen A4 ‘foldertje’ tegen met op de voorzijde de tekst ‘poetry issues #20. Toen ik het A4tje openvouwde bleken er aan de binnenkant 5 gedichten in het Engels te staan. Daarnaast een website en toen ik deze opende via de QR code kwam ik op https://sans-systeme.com/blog terecht waar maar liefst 20 poetry issues te vinden zijn. De maker van deze website en dus de papieren poetry issues is Maria Exarchou.
Maria Exarchou blijkt een schrijver/dichter/kunstenaar te zijn die in Den Haag woonachtig is. In de informatie die ik over haar vond schrijft ze: Ik ben een talen professional geïnteresseerd in wat een taal,in een breder perspectief, dus zowel verbaal als visueel, kan doen voor mensen die haar gebruiken, en hoe we taal gebruiken om verhalen te maken, die sterk genoeg zijn om mensen te verbinden of van elkaar te verwijderen.
Op de vraag waarom ze poëzie in een pamfletvorm maakt geeft ze op haar website het volgende antwoord: Omdat we iets tastbaars nodig hebben om te zorgen dat we bestaan. Omdat verschillende platforms hetzelfde werk op verschillende manieren beïnvloeden. Omdat ik op onverwachte ontmoetingen vertrouw.
Zo’n onverwachte ontmoeting vond dus plaats toen ik haar pamflet zoals ze het zelf noemt in de KB tegen kwam en er meer over wilde weten. De vorm is op zichzelf vrij saai, een in vieren gevouwen A4 papiertje (in een stemmig grijsgroene tint met een typeletter waarin de gedichten zijn geschreven. Ik heb voor het gedicht ‘Fake Fighters’ gekozen omdat iets in dit gedicht me deed terugdenken aan een documentaire die ik zag over ‘preppers’ in de Verenigde Staten. Een prepper is iemand die zich voorbereidt op een noodsituatie als gevolg van een ramp of sociale, politieke en/of economische opschudding en ongeregeldheden, of deze zich nu op lokaal niveau of internationale schaal afspelen. In veel gevallen slaat men hier behoorlijk in door, zeker in de Verenigde Staten.
.
Fake Fighters
.
We thought it would be the last fine day.
We stayed outside and took it all in.
The sun, the breeze, the smell of green.
.
When more gleaming mornings came
we stayed in, restricted by circumstance
or obligation. We let out sighs of relief
.
when the land finally gave in to the cold.
Even hapiness had got tiring.
.
Dichter van de maand
Hugo Claus
.
In de laatste maand van 2018 wil ik op de resterende zondagen de dichter Hugo Claus als dichter van de maand een plek geven. Hugo Maurice Julien Claus (1929 – 2008) was een toonaangevende Vlaams schrijver en dichter die onder zijn eigen naam publiceerde, evenals onder verschillende pseudoniemen. Claus’ literaire bijdragen omvatten de genres van drama, de roman en poëzie; hij was daarnaast actief als schilder en filmregisseur. Hij schreef voornamelijk in het Nederlands, hoewel hij ook poëzie in het Engels schreef. Hugo Claus ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen zoals de Constantijn Huygens-prijs, de VSB poëzieprijs (voor ‘De sporen’) en de prijs der Nederlandse letteren.
Uit de bundel ‘Ik schrijf je neer, de mooiste gedichten’ uit 2002 koos ik het gedicht ‘Zomer’, leek me wel grappig zo bijna in de winter.
.
Zomer
.
Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.
De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.
Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.
Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.
.
De schooljuffrouw
Simon Carmiggelt
.
Dat de schrijver maar vooral columnist Simon Carmiggelt (1913 – 1987) ook dichter was is wel bekend maar niet bij een heel groot publiek. Toch publiceerde hij zijn eerste gedicht ‘Sinterklaasliedje’ al in 1929. Het werd afgedrukt in De Schakelaar, Orgaan van Haagsche Instellingen voor Voorbereidend Hooger- en Middelbaar Onderwijs. In 1934 verscheen in de bloemlezing ‘Nieuwste dichtkunst’ (waarover ik al schreef op 5 november 2014 en opnieuw op 24 juli van dit jaar) een gedicht van zijn hand. Na de oorlog verschenen verschillende dichtbundels van Carmiggelt aanvankelijk onder het pseudoniem Karel Bralleput, later onder zijn eigen naam. In 1974 verscheen de bundel ‘De gedichten’ onder zijn eigen naam. Uit deze bundel het gedicht ‘De schooljuffrouw’.
.
De schooljuffrouw
.
Zij heette juffrouw Vis en had geen man.
Des winters, spoedig door de kou bevangen,
trad zij met sjaals en pelerines behangen,
bevend de klas in — en zij weende dan.
.
Wij kleine jongens, kenden onze taak.
Gezeten in haar stoel, liet zij zich strelen.
Tien kinderhanden kwamen met de juffrouw spelen.
‘Zo gaat het beter’, riep de stakker vaak.
.
Eens kwam de schoolknecht binnen, klein en vals,
en lachte voos, om wat hij voor zich zag.
Maar zij beriep zich op de koude dag
en zei tot mij: ‘Nog even in mijn hals.’
.
O, die fameuze hals van juffrouw Vis!
Haar armen, pezig uit de trui geschoven.
De kleine strelers, steeds door vrees bestoven.
Een Laokoöngroep van haar hels gemis.
.
Eerste tranen
Jean Cocteau
.
Een van de meest invloedrijke en belangrijke Franse all round kunstenaars (hij was filmer, schrijver, dichter, ontwerper, kunstenaar en toneelschrijver) is Jean Cocteau (1889 – 1963) of Jean Maurice Eugène Clément Cocteau zoals zijn volledige naam luidde. AllMovie, een invloedrijke website over films en cinema noemde hem de meest invloedrijke filmmakers van de avant-garde beweging. Maar Jean Cocteau schreef ook poëzie, veel poëzie, in 51 jaar maar liefst 21 dichtbundels. Hoewel Cocteau dus sneller met films en zijn werk La Vox Humaine wordt gekoppeld is zijn poëzie dus ook zeker een rode draad die door zijn hele leven loopt.
In 2003 verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep een vertaalde bundel van hem getiteld ‘Gedichten’ in een vertaling van Theo Festen. Uit die bundel het gedicht met de originele titel ‘Premières larmes’ of zoals het in de vertaling heet ‘eerste tranen’. In dit gedicht komt goed naar voren wat de avant-garde beweging inhield. Avant-garde betekent letterlijk voorhoede of voorstuk. In de avant-garde beweging zaten mensen die experimenteel, radicaal of onorthodox zijn met betrekking tot hun kunst, de cultuur of de samenleving. Deze beweging wordt ook wel gekenmerkt door niet-traditionele, esthetische innovatie en aanvankelijke onaanvaardbaarheid.
.
Eerste tranen
.
Een dahlia dat is diep gebogen
na de regen
de telefoon
opgehangen
.
laat het avontuur mislukt achter
.
Zware spons mijn hoofd
over de leuning van de overloop
.
De sproeier draait achtjes voor het rode gordijn
de leuning ontsteekt de gouden plooien
.
Wat een regen van doffe tranen
gezwollen ogen van de gymnasiast
die zijn tong uitsteekt
over het purperen schoonschrift
van de dahlia wirwar van 8en
.















