Site-archief

Openstratendag

Lotte Dodion

.

Afgelopen zondag 17 september 2023 vond in Antwerpen de OpenStratenDag plaats. In bijna 50 straten verspreid over Antwerpen organiseerden bewoners een straatfeest met een extra boodschap: ze willen een autoloze zondag in de hele stad, en een beleid dat meer gericht is op stedelijke leefkwaliteit. Stadsdichters Lotte Dodion, Cleo Klapholz, Ruth Lasters en Lies Van Gasse schreven elk een nieuw stadsgedicht voor het initiatief. Die verschenen als levensgrote krijtgedichten in zes straten verspreid over stad Antwerpen.

Deze vorm van straatpoëzie is opzichzelf niet nieuw maar blijft toch bijzonder. In het filmpje dat van dit gedicht gemaakt is krijg je een mooi idee van hoe je dit gedicht goed kan lezen (vanuit de positie van een drone). Om het gedicht toch wat toegankelijker te maken kun je het hieronder lezen.

Lotte Dodion zegt over deze vorm van poëzie: “Als maatschappij hebben we een dubbele missie tot ontharden: zowel de landschappen waarin wij bewegen als wijzelf zijn veel te verhard geraakt. De gevolgen daarvan worden steeds voelbaarder. Maar de toestand is niet onomkeerbaar. Aan ons de keuze om het anders te doen.” In die zin is het gedicht ‘Ontaard’ van Lotte Dodion een oproep tot ontharding.

.

Ontaard

.

Ssssssissend zingt een stem uit de grond:

Ontaard Ontaard Ontaard mijn uitgestrekt gezicht

uitgestreken gemaakt asfaltfilters en injecties van beton ik ben zo hard

geraakt ik mis mijn rimpels mijn groeven mijn traankanalen natuurlijk wil ik jullie dragen

prooiend gloeiend en glooiend mijn wijsheid van jaren waardig laat mij aarden.

.

 

Vrouwen dichten anders

Chawwa Wijnberg

.

Toen Cox Habbema gevraagd werd om een dichtbundel samen te stellen met poëzie van vrouwen ging ze ‘alles wat Nederlandse dichteressen hebben geschreven opnieuw lezen’. Persoonlijk lijkt me dat ondoenlijk want er zijn er zoveel en ze hebben zoveel mooie bundels geschreven. Maar Habbema deed het om een antwoord te krijgen op de vraag: schrijven vrouwen anders?

Ze schrijft in haar voorwoord: “Van vele dichteressen had ik nooit gehoord, en van velen van wie ik hoorde, kon ik niets vinden. Ik heb genomen wat ik vond in dichtbundels en bloemlezingen, en ontdekte dat er niets mooiers is dan de verukkelijke willekeur van te mogen bundelen wat je mooi vindt.”

Toch vond ze ook een antwoord op haar vraag. Vrouwen dichten anders. Het is niet de door vrouwelijke dichters gehanteerde vorm die afwijkt van die van hun mannelijke collega’s, het is niet hoe ze spreken – het zit in wat ze zeggen en in de thema’s die ze aansnijden.

In deze bloemlezing staan vrijwel alle bekende namen uit de tijd dat deze bundel uitkwam (2000) maar ook verschillende namen die ik niet kende. Zoals de dichter Chawwa Wijnberg (1942-2019) was een Joodse dichter, columnist en beeldend kunstenaar. In januari van 2003 werd ze als eerste benoemd tot stadsdichter van Middelburg, waar ze vanaf het jaar 2000 woonde met haar partner Marianne Gossije.

Vanaf 1984 volgde zij een aantal jaren de poëzie-workshops van Elly de Waard. Van 1985 tot 1989 maakte zij deel uit van ‘De nieuwe wilden’, een groep vrouwelijke dichters die onder leiding van De Waard enige furore maakte. In 1988, 1995 en 1996 trad zij op tijdens de Nacht van de Poëzie te Utrecht. In deze bundel is het gedicht ‘Vaderdag’ opgenomen uit de bundel ‘Handboek voor de joodse kat’ uit 1993.

.

Vaderdag

.

andere kinderen hadden vaders, de liefste

bij ons was er de man van moeder

en dat schilderij

.

hun vader was de grootste, sterkste

de tijd beet gaten, zaagde poten

liet hem

in tegenwind en tijd vervallen

.

alleen de mijne

bleef onveranderd held

goed en in een gouden lijst

.

nagelaten hangt hij zonder knieën

niet van straf en niet van knuffelen

niet van voedde op

mijn vader, wijs ik de visite

.

zijn stierenek en boze ogen, zie je

dat zijn mijn oren; mijn moeder zei

men vond hem eigenwijs

.

alleen dat slecht geverfde doek

dag vader

jonger dan ik ben jij

.

 

Weesgedichten

In Nederland

.

Vorig jaar in december schreef ik over Weesgedichten in België, een initiatief vanuit de gemeente en bibliotheek van Aalst om tijdens de Poëzieweek een bloemlezing van straatpoëzie over de stad uit te storten. Bibliotheken in Vlaanderen konden zich aanmelden en pakketten met gedichten afnemen en inwoners van de gemeenten die meededen konden een gedicht adopteren dat dan door een vrijwilliger of medewerker van de bibliotheek op een raam van het woonhuis werd geschreven. Deze ‘schrijvers’ konden een korte cursus handbelettering krijgen of werden geselecteerd op hun fraaie handschrift, zodat het gedicht op het raam niet alleen inhoudelijk een verfraaiing was maar ook visueel mooi.

Toen al schreef ik dat het mooi zou zijn als we dit ook naar Nederland konden exporteren vanuit Vlaanderen. Onder andere naar aanleiding van dit bericht werd ik door Jiske Foppe , directeur van stichting De zoek naar schittering, benaderd (ik ben lid van de raad van toezicht van deze stichting én bibliotheekdirecteur) of we niet konden gaan praten met de initiatiefnemers.  Dat hebben we gedaan en inmiddels is er geld om te onderzoeken of dit kan. Maar er is meer dan geld nodig. Belangrijk zijn de afspraken met de Vlaamse evenknie, de bibliotheken en natuurlijk het Nederlandse publiek.

Het idee is om een pilot te draaien in Zuid Holland (met bibliotheken in Zuid Holland en met wat ondersteuning vanuit de Provinciale steunorganisatie ProBiblio) in de Poëzieweek 2024. Ik zal met mijn bibliotheek uiteraard deelnemen. Dat wil zeggen dat inwoners van Vlaardingen, Maassluis en Midden-Delfland de mogelijkheid krijgen om een gedicht aangebracht te krijgen op een raam van hun huis. Uiteraard zijn er wel wat voorwaarden, maar er is veel mogelijk. De lijst met gedichten bevat naast een aantal bekende namen ook namen van jonge veelbelovende dichters uit Nederland en Vlaanderen en elke bibliotheek staat het vrij om dichters uit het eigen werkgebied toe te voegen (bijvoorbeeld een stads-, dorps- of wijkdichter).

Om dit mooie project te steunen en onder de aandacht van mijn collega’s te brengen heb ik op de voorramen van mijn huis twee voorbeelden geschreven samen met Jiske. Een gedicht van mijzelf en een ander gedicht uit de lijst van Sylvie Marie. Bedenk hierbij dat wij geen ervaren beletteraars zijn maar het geeft een mooi idee van hoe het er kan uitzien. Mocht je nu al geïnteresseerd zijn om een gedicht op je raam te willen meld je dan alvast aan via deze link (ook om te laten weten dat er een vraag is vanuit Nederland!). En wie weet staat er volgend jaar een prachtig gedicht op jouw raam.

Op mijn raam zoals gezegd een wat ouder gedicht van mij getiteld ‘Strand’.

.

Strand

.

Daar loopt ze

het doldrieste water

met haar benen doorklievend

en dan ineens rent ze

terug naar mij

.

“kwallen” zegt ze.

.

Vakantiegedichten

Bauke Vermaas

.

Elk jaar in de zomermaanden neem ik ‘beperkt’ verlof van dit blog. Dat wil zeggen dat ik dan drie weken lang elke dag een gedicht deel van een dichter en daarbij aangeef waar ik het gedicht vandaan heb. Dus geen uitgebreide stukken over poëzie in de buitenruimte, stiftgedichten, Spoken word, bijna vergeten dichters, voordrachten, podia, festivals of poëzie en kunst/film/muziek. Gewoon een gedicht dat ik mooi vind van een dichter die je misschien kent en misschien niet.

Vandaag dag 1 met het gedicht ‘Graven’ van Bauke Vermaas. Stadsdichter, schrijver en publicerend in verschillende literaire en poëtische tijdschriften.

.

Graven

.

Je kunt overal beginnen
spitten tot je op iets stuit.
Je zult iets vinden. Hoe
maakt niet uit.

.

Langzaam
en
voorzichtig

.

of snel en onstuimig schep na schep na grote schep. Tot

.

iets je weg blokkeert.
Wroet je dan verder
of probeer je te zien
wat een scherf een botje
een steen verbergt?

.

Zocht je naar die steen
of naar wat nog leeft achter
de muren die hij maakte

.

en als je hem wegneemt
wat stort er dan in?

.

Homeless Jezus

Er ligt een man in het park

.
De Vlaamse dichter Tania Verhelst (1974) schrijft en tekent en werd in 2018 verkozen tot stadsdichter van Brugge. In 2021 verscheen haar debuutbundel ‘Twee helften’ bij Uitgeverij De Zeef. Zij maakt deel uit van het dichterscollectief ‘Obsidiaan’. Ze publiceerde eerder in Het Liegend Konijn, De Gids, Deus Ex Machina en Kluger Hans. In 2022 verschijnt haar bundel ‘U kunt uw lichaam hier achterlaten’.
Op haar website zijn een aantal van haar gedichten te lezen waaronder het onderstaande gedicht zonder titel dat is geïnspireerd op het beeld ‘homeless Jezus’ van Timothy Schmalz. Voor een goed begrip heb ik een foto van dit beeld bijgevoegd.
.

er ligt een man in het park
op een bank onder een jas onder een krant
ligt een man in het park
en als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
zoals de buste van de koningin aan de rand van het park

 

wat zij met hem te maken heeft
want ook al is zij postuum en van patina
en hij meer van slaap dan van bloed
als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
en als zij niet van steen was zou je denken dat zij zich over hem

 

boog

.

 

.

Schoon genoeg

Frouke Arns

.

De website van SLA|Avier (Stichting Literaire Activiteiten Avier is helaas uit de lucht maar gelukkig hebben we hun uitgaven nog uit 2012, 2013 en 2014. In de bundels ‘De gedichten van’ zijn gedichten van bekende en minder bekende dichters opgenomen. Zelf sta ik met het gedicht ‘Kerfstok’ in de editie 2012. Helaas is aan dit mooie initiatief een einde gekomen. In ‘Avier, De gedichten van 2014’ staat het gedicht ‘Schoon genoeg’ van dichter, schrijver en voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2017) Frouke Arns  (1964). Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.

.

Schoon genoeg

.

Ik heb de kringen achter de kast geschrobd,

zelfs de webben op zolder waar wij zelden kwamen

als een suikerspinmeisje op een stokje gedraaid.

.

De lakens vingen veel wind vandaag en zon

stort door het raam op de vloer, de blankgeboende.

Het bad staat vol en onbewogen.

.

Bomen werpen hun schaduwen ver vooruit;

de wingerd die je steen overwoekert

heb ik sinds jaren voor het eerst niet gesnoeid.

.

3 PAK

Gershwin Bonevacia

.

Ter gelegenheid van de Boekenweek voor jongeren komt de CPNB elk jaar met een uitgave speciaal gericht op jongeren. En dan vooral om het leesplezier van jongeren aan te wakkeren. In 2022 was dit de uitgave ‘3PAK’ met verhalen van Daan Heerma van Voss en Chinouk Thijssen en gedichte van Gershwin Bonevacia.

Bonevacia schrijft op zijn website: “Gershwin Bonevacia is dichter, schrijver en performer. Van maart 2019 tot januari 2022 was Gershwin stadsdichter van Amsterdam, en schreef hij maandelijks een gedicht in Het Parool. Zijn poëziedebuut ‘Ik heb een fiets gekocht’ gaf hij in 2017 in eigen beheer uit en maakte hij eigenhandig tot underground classic door er meer dan 6000 exemplaren van te verkopen.” In 2021 verscheen van hem de bundel ‘Toen ik klein was, was ik niet bang’ en in 2022 was hij de eerste dichter die gevraagd werd voor ‘3PAK’.

Een van de gedichten in deze bundeling van poëzie en verhalen is getiteld ‘Veertien’.

.

Veertien

.

jongens hebben voetbal, een bank in het park

stunten op een BMX

en basketballen op het plein tot middernacht

meisjes hebben schaamte

.

op een dag

als we groot zijn

en zelf kunnen denken

zullen we moedige vrouwen zijn

met een gezin, een baan en zwaartekracht

we zullen zitten in een bus

en het gewicht van onze nieuwe vormen

naar de randen van open plekken duwen

.

we zullen veertienjarige meisjes zien voor wat ze zijn

omdat wij hen zijn geweest

ze zullen voor ons zitten

lachend om onze schoenen

meisjes met vleugels

terwijl in onze ooghoeken

de jongens elkaar uitdagen

om hoger en hoger te springen

.

Nou en of

Derek Otte

.

Afgelopen zondag was ik bij de dertigste editie van Puur Gelul in het Paard in Den Haag. Puur Gelul is een avond vol overdonderend zinloos verbaal geweld. Een bonte verzameling van schrijvers, sprekers, verhalenvertellers, dichters, rappers en stand-up comedians komen uit het hele land naar Den Haag om de literatuur een ‘boost’ te geven. Ik kom hier graag en regelmatig om de licht chaotische maar oh zo sympathieke organisatie, de veelheid en verscheidenheid aan literaire en minder literaire woordenaars en vooral om een geweldige avond uit te hebben.

Zondag was de dertigste editie alweer. Aan de lijst met grote namen die op Puur Gelul stonden (Kees van Kooten, Freek de Jonge, Hugo Borst, Ronald Giphart, Nico Dijkshoorn, Ernest van der Kwast, Maarten Spanjer) kon de naam van een van mijn favoriete theatermakers, Harrie Jekkers worden toegevoegd. Naast al deze nationale coryfeeën was een van de gasten dichter en performer Derek Otte.

Derek Otte (1988) schrijft versjes, gedichten en verhalen. Radiozender FunX legde hem in 2013 vast als huisdichter en sinds 2015 is Otte regelmatig op televisie te zien. In datzelfde jaar verscheen zijn succesvolle debuutbundel ‘Regelgeving’.  In de periode 2017-2018 was hij stadsdichter van Rotterdam. Op de Hogeschool Rotterdam introduceerde hij het keuzevak Spoken Word, dat hij zelf doceert. Naast zijn optredens in Nederland en Vlaanderen, organiseert en presenteert Otte sinds 2012 Paginagroots, zijn podium voor jonge woordkunstenaars in de Rotterdamse Schouwburg. Zijn werk is ook in de openbare ruimte te lezen zoals in de vertrek- en aankomsthal op Rotterdam The Hague Airport en het interieur van de cruiseschepen Koningsdam en Harmony Of The Seas.

De toen nog (2017) verse Rotterdamse stadsdichter schreef zijn eerste stadsgedicht in het licht van de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar. In het gedicht beschrijft Derek Otte de ziel van Rotterdam, een stad waarin het niet uitmaakt wat je afkomst of geloof is.

.

Nou en of

.

een soort van onverschilligheid

wellicht nog wel ons grootste goed

omdat het hier uiteindelijk

vrijwel niemand iets kan schelen

of jij mijn of andere kijk

of ik op stand en jij de wijk

of jij nou u terwijl ik jij

één voor allen

allen voorbij

.

mede-, Neder-, anderlander

hier werkt wie er werken ken

wie d’r hier doorgaans weinig vrij

boeit het meestal toch vrij weinig

of jij zondag of toch vrijdag

of ik jou moet of jij mij mag

of jij nou wit terwijl ik zwart

soms hand in hand

vaak hart tot hart

.

al lijken we als dag op nacht

onze strijd gelijkenissen

het zou er hier toe kunnen doen

wat zou het uit moeten maken

of jij van dame of toch heer

of ik met minder jij met meer

of jij nou groots waar ik dan klein

vooruit komt voort

uit anders zijn

.

kaders tralies

hokjes fabels

ik heb jou als

jij dan mij hebt

geen goed of slecht

slechts nep of echt

hier zijn we wij

en zonder zij

.

een soort van onverschilligheid

.

Pixels

Merel Morre

.

In 2000 studeerde Merel Morre (1977) af als theatermaker aan de toneelschool en in 2006 voltooide ze de opleiding Communicatie. Tegenwoordig is ze behalve mede-eigenaar van een tekstbureau ook dichter. In 2013 koos jury en publiek haar als stadsdichter van Eindhoven (2013-2015). In 2013 debuteerde ze met de bundel ‘Met mijn ogen dicht ik alles heel’ waarna er nog vier volgden en een verjaardagskalender met gedichten. Haar laatste bundel ‘Wat na het grijpen ligt’ is uit 2022.

Uit haar debuutbundel koos ik het light verse gedicht ‘pixels’.

.

pixels

.

eerst wist ik het niet

(noem mij maar naïef)

dat pixels kunnen doden

een uitgebalanceerde mix

van nullen en van enen

maakt van de wereld zomaar niks

een enter

en verdwenen

.

Poollicht

Maarten Inghels

.

De Vlaamse dichter, schrijver en multidisciplinair kunstenaar Maarten Inghels (1988) maakt boeken, video’s, performances en installaties. Op zijn website zijn verschillende van zijn projecten te zien en te lezen. Van 2016 tot 2018 was Inghels stadsdichter van Antwerpen. Hij werd gekozen voor zijn engagement en zijn hedendaagse poëzie.

Inghels debuteerde in 2008 met ‘Tumult’, het zeventiende deel in de Sandwich-reeks van oud-Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij. In 2011 verscheen ‘Waakzaam’ waarin zijn bibliofiel uitgegeven bundel ‘Het abattoir van het afscheid’ uit 2009 integraal werd opgenomen. Inghels is coördinator van de Eenzame uitvaart in Antwerpen. In 2013 verscheen ‘De eenzame uitvaart’ veertig verhalen en gedichten bij het vergeten leven.

In De Gids nummer 4 uit 2015 verschenen twee gedichten van Inghels. Het gedicht ‘Inktbloedingen’ wil ik hier graag delen. Bij de titel moest ik meteen denken aan de Mariabeeldjes die uit hun ogen bloeden (wat meestal door de warmte kwam waardoor was smolt) maar Inghels geeft er een heel andere invulling aan. In dit gedicht is het taalgevoel van Inghels heel duidelijk aanwezig in de samenvoegingen en zijn beeldtaal.

.

inktbloedingen

.

Doorgaans aard ook ik niet in gezelschappen dus liep ik
met een emmertje oogstend door imaginaire tuinen,
de inktbloedingen in het binnenland van mijn hoofd.

Ik fantaseerde over ontmoetingen met waterberen
en houtvissen. Verdwaalde als een voetnoot
onder aan een heuvel en leerde de bosbessentaal.

Ik schrok wakker in de lawaaimaag van een walvis
en luisterde naar zijn fluitende geheimen.
Spaarde olifantentranen als amuletten,

vlooien in mijn haar waren talismannen.
Mijn lichaam werd een opgesmukte serre.
Ik was een arrogante wonderdwaas die mythes spuwde.

Met een botervloot ging ik langs de scharnieren
opdat de knarsetandende aarde was ingevet.
Ik zat op de rug van een reuzenschildpad

en hobbelde rond de continenten
om overal mijn bloedneuzen te laten zien.
(Waar ik ook kwam kaderde men mijn zakdoeken in —

rorschachtesten van mijn grootheidswaanzin.)
Uiteindelijk ben ik blauw in de badkuip leeggelopen,
tegen de emaillen graftombe galmde mijn ego na.

.