Site-archief
Bij ons beminnen
Yehuda Amichai
.
De in Duitsland in geboren joodse dichter Yehuda Amichai (1924-2000) emigreerde in 1935 naar Palestina. Van 1942 tot 1946 diende hij bij de Joodse Brigade van het Britse leger, later in de illegale joodse Hagana en in het Israëlische leger. Hij debuteerde in 1955 met ‘Now and in other days’ en deze bundel werd begroet als een keerpunt in de Hebreeuwse poëzie, waarin hij als eerste regelmatig prozaïsche elementen toeliet. Amichai heeft verschillende prijzen ontvangen voor zijn werk, Hij schreef naast poëzie ook toneelstukken en verhalen maar heeft toch als dichter de meeste bekendheid gekregen.
In 1988 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Een grote rust’ in een vertaling van Tamir Herzberg. Uit deze bundel koos ik het gedicht met de titel ‘Bij ons beminnen’.
.
Bij ons beminnen
.
Bij ons beminnen
is lichaam veranderd in plaats
en in ons herinneren
durf je geen adem te halen.
.
Wat we ook deden,
de nacht is verdampt,
al wat we waren is nu akkerland.
.
Vergeet en vergaar
op de rand van het verleden
want geen hoopvol ritueel gebaar
kan nog iets redden.
.
Een bougainville,
tijd verandert in plaats,
in de ogen van de nacht,
wordt de dag weerkaatst,
.
en worden huis en woestijn
in stilte herdacht,
want het ritueel
is wat er altijd zal zijn.
.
Het licht
Don Paterson
.
De in 1963 geboren Don Paterson is een Schots dichter, schrijver en (jazz) muzikant. Hij debuteerde in 1993 met de bundel ‘Nil Nil’ waar hij de Forward poëzieprijs won voor het beste debuut. In 1997 volgde zijn tweede bundel ‘God’s Gift to Women’ en daar ontving hij de TS Eliot Prize en de Geoffrey Faber Memorial Prize voor. Zijn gedichtenbundel ‘Landing Light’ (2003) won zowel de TS Eliot-prijs en de Whitbread Poëzieprijs 2003. Paterson is geen veelschrijver maar wat hij schrijft valt erg in de smaak.
Naast eigen dichtbundels was hij redacteur van ‘101 Sonnets: From Shakespeare to Heaney’ (1999) en stelde hij bloemlezingen samen van het werk van Robert Burns (2001) en de bundel ‘New British Poetry’ samen met Charles Simic (2004). Daarnaast schrijft hij literaire kritieken en aforismen.
Hoewel Don Paterson sinds het begin van de jaren negentig als schrijver werkt, verliet hij aanvankelijk de school om een carrière in de muziek na te streven. Hij verhuisde in 1984 naar Londen, nam wat lessen van gitarist Derek Bailey en toerde, en nam muziek op, met Ken Hyder’s Talisker. Hij heeft ook toneelmuziek (en drama) geschreven voor radio en toneel, en een aantal verschillende jazz- en ‘straight’-ensembles.
Hij heeft ook enige tijd als recensent van videogames voor de Times gewerkt. Maar hij is ook geïnteresseerd in taalkundige en cognitieve benaderingen van ars poetica, en er komt een uitgebreid werk over poëtische theorie, ‘The Poem: Lyric, Sign, Metre’ .
In 2005 nam samensteller Daan Bronkhorst het gedicht ‘Het licht’ van Paterson op in de bundel ‘Zo’n gelukkige dag’ Dichters voor Amnesty International. Het gedicht komt uit de bundel ‘In zo’n intieme ballingschap’ uit 2004 in een vertaling van Jan Eijkelboom.
.
Het licht
.
Toen ik het bed bereikte was hij al blind.
Dertien jaren gingen voorbij, toch was mijn geest
nog even donker als op de dag van mijn wijding.
Nu was ik schaamteloos. Ik vroeg hem om het licht.
‘Is ons dat niet geleerd, dat alles ijdel is?
En besefte je niet hoe waar dat is?
Er is geen licht, domoor. Dringt dat nu tot je door?
En hij lachte, en verliet ons toen. Ik was gebroken.
.
Ik ging naar mijn kamer om mijn spullen in te pakken,
mijn bedelnap, mijn mantel en kom; de bidmat
wilde ik achterlaten. Die nacht daar, rafelig en omlijst
in een vierkante late zon. En puur uit gewoonte-
nee, minder, uit niets want ik was het niet meer-
zag ik mijzelf zitten voor één laatste keer.
.
Paul Celan
Welige melding
.
Paul Celan (1920-1970) werd geboren in Cernauti, nu Tsjernivtsi in Oekraïne. Hij was een Duitstalige dichter. Paul Celan was het meest gebruikte pseudoniem van Paul Antschel (De Duitse schrijfwijze van zijn Roemeense achternaam Ancel). Celan stond op de Duitse uitspraak van zijn naam. Hij is de belangrijkste dichter van de tweede helft van de vorige eeuw. In 2020 is hij honderd jaar geleden geboren en vijftig jaar geleden gestorven.
Hij stierf door in de Seine te springen, na een leven getekend door de Holocaust. Zijn belangrijkste en waarschijnlijk bekendste gedicht is ‘Todesfuge’. Zijn werk is een indringende uitdrukking van verwantschap, betrokkenheid en liefde. Zijn verzameld werk is in 2022 opnieuw uitgegeven, in een door de vertaler geheel herziene uitgave. De vertaler van zijn werk is Ton Naaijkens, hij schreef ook de toelichting op zijn werk. Ruim 800 pagina’s dik is dit werk met naast alle gedichten, proza, brieven en nagelaten gedichten in het Duits dus ook in de vertaling.
Ik heb na lezing van een groot deel van zijn gedichten gekozen voor het gedicht ‘Üppige Durchsage’ of ‘Welige melding’ gekozen.
.
Üppige Durchsage
.
in einer Gruft, wo
wir mit unsern
Gasfahnen flattern,
.
wir stehn hier
im Geruch
der Heiligkeit, ja.
.
Brenzlige
Jenseitsschwaden
treten uns dick aus den Poren,
.
in jeder zweiten
Zahnkaries
erwacht
eine unverwüstliche Hymne.
.
Den Batzen Zwielicht, den du uns reinwarfst,
komm, schluck ihn mit runter.
.
Welige melding
.
in een crypte, waar
we met onze
gasvlaggen wapperen,
.
we staan hier
in de reuk
van heiligheid, ja.
.
Hachelijke
hiernamaalsflarden
breken vet uit onze poriën,
.
in elke tweede
tand-
cariës ontwaakt
een onverslijtbare hymne.
.
Die homp halfdonker die je bij ons binnensmeet,
kom, slik ‘m ook maar door.
.
De geleerden
W.B. Yeats
.
In een tijd waarin de wetenschap en wetenschappers onder druk van allerlei mensen die denken dat wetenschap ‘ook maar een mening is’ (zalig zijn de armen van geest) is een gedicht over geleerden natuurlijk mooi om te delen. Totdat ik het gedicht las, ik heb het hier over het gedicht ‘The Scholars’ of zoals het in de vertaling van Ivo van Strijtem heet ‘De Geleerden’ van William Butler Yeats (1865 – 1939) uit de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010, en me realiseerde dat het hier niet gaat over alwetende (of moet ik hier spreken van altijd twijfelende) geleerden maar over de kloof die er altijd is tussen generaties geleerden.
Aan de ene kant de oude, eerbiedwaardige geleerden en aan de andere kant de jonge honden die de kennis en waarden van deze oude geleerden (mannen in dit gedicht) tarten en uitdagen. Met aan het einde van het gedicht de verwijzing naar de Latijnse lyricus Gaius Valerius Catullus (ca. 84 – tussen 54 en 47 v.Chr.) die in zijn tijd tot de meest moderne onder de antieke dichters werd gezien, waarmee Yeats zijn duidelijke mening geeft over literaire critici. Een korte analyse van dit gedicht staat hier
Ik plaats het gedicht hier in het Engels en in de vertaling voor wie het Engels niet (voldoende) machtig is.
.
The Scholars
.
Bald heads forgetful of their sins,
Old, learned, respectable bald heads
Edit and annotate the lines
That young men, tossing on their beds,
Rhymed out in love’s despair
To flatter beauty’s ingnorant ear.
.
All shuffle there: all caught in ink;
All wear the carpet with their shoes;
All think what other people think;
All know the man their neighbour knows.
Lord, what would they say
Did their Catullus walk that way?
.
De Geleerden
.
Kaalkoppen, eerbiedwaardig, oud,
Geleerd, zich van geen kwaad bewust
Kijken ieder woord na van wat
Jonge mannen in een bed van onrust
Rijmden, liefdeswanhoop zat,
Waar schoonheid geen oren naar had.
.
Zij schuifelen, kuchen in inkt,
Verslijten sloffend het tapijt;
Zij vinden wat een ander vindt,
Kennen de mensen die hun buurman kent.
God, verbeeld je maar hun ego,
Liep hun Catullus dan ook zo?
.
Wat ik vandaag deed
Debjani Chatterjee
.
In de krant las ik een artikel over het boek van Johny Pitts ‘Afropeaan’ waarin deze schrijver, fotograaf, muzikant, dichter en tv presentator in Sheffield, Parijs, Brussel, Amsterdam, Berlijn, Stockholm, Moskou, Marseille, Rome en Lissabon op zoek ging naar de plek van zwarte Europeanen in de Europese identiteit, naar een Afrika dat in Europa is en uit Europa komt.
Dat Pitts ook dichter is maakte dat ik meer over hem wilde lezen. Als dichter is hij in de leer geweest bij Debjani Chatterjee (1952) een in India geboren maar in Engeland (Sheffield waar Johny Pitts ook vandaan komt) levende dichter. Chatterjee is een cosmopoliet die in vele delen van de wereld heeft gewoond.
Chatterjee heeft meer dan 65 boeken geschreven, vertaald of de redactie over gevoerd en debuteerde in 1989 met ‘I Was That Woman’ . Ze won vele prijzen als vertaler en dichter.
Van haar is op het internet veel werk te vinden dat zeer de moeite waard is. Zoals het gedicht ‘What I did today’ uit haar bundel ‘Do you hear the storm sing’ uit 2014. In een vertaling van mij kreeg dit gedicht de titel ‘Wat ik vandaag deed’. Het gedicht gaat over de tijd dat ze de diagnose kanker (2007) kreeg en hiervoor behandeld werd in het Northern General hospitaal.
.
Wat ik vandaag deed
.
Vandaag heb ik het Northern General opnieuw opgeblazen;
de helse wachtkamer platgewalst
waar ik de hele ochtend in een dwaze japon had gezeten;
Ik heb de arrogante huisarts gewurgd die zo weinig wist
maar deed alsof hij alles wist;
mijn jeukende handen wurgden de oncologen:
de onverschillige die op vakantie wegvloog,
vergat me door te verwijzen voor een Hickman katheter
onder narcose in een fatsoenlijk ziekenhuis,
en degene die mijn toestemmingsformulier verloor en me
een nachtmerrie in duwde van eindeloos geschreeuw;
Ik vocht tegen de stomme slager die gaten in mij boorde;
en tot slot heb ik elke moorddadige
side-kick vermomd als een barmhartige engel uitgeroeid….
Al deze dingen en meer heb ik vandaag gedaan.
In gewelddadige dagen en eeuwige nachten,
ben ik de tel kwijt geraakt van de keren dat ik deze dingen heb gedaan…
.
Man vloekend tegen de zee
Miroslav Holub
.
Toen ik voor mijn boekenkast stond zag ik de bundel ‘De geboorte van Sisyphus’ van Miroslav Holub staan. Deze bundel is samengesteld, vertaald en voorzien van een nawoord door Jana Beranová (ik kreeg hem destijds van haar) en werd uitgegeven door de Bezige Bij in 2008. Holub werd door dichter Ted Hughes omschreven als één van de vijf of zes belangrijkste dichters ter wereld (of hij zichzelf ook tot deze kleine groep rekende is niet bekend) en Seamus Heaney noemde de poëzie van Holub te medelevend om wraakzuchtig te zijn, en te sceptisch om erdoor te worden overweldigd.
De Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998) behoort in ieder geval tot de grote dichters uit Oost en Midden-Europa van de tweede helft van de 20ste eeuw. Hij werd veelvuldig uitgenodigd voor festivals in Rotterdam, Londen en elders maar hij kon, vanwege het communistische regime, slechts een enkele keer onder valse voorwendselen het land uit. Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift ‘Kveten’ (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse lente werd hij na de inval door het Russische leger ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982.
Eerder beschreef ik de poëzie van Holub als absurdistisch en meeslepend lyrisch en daar sta ik nog steeds achter. Ook in het gedicht ‘Man vloekend tegen de zee’ uit deze bundel komt dat weer goed naar voren.
.
Man vloekend tegen de zee
.
Iemand
klom zomaar op de rots
en vloekte tegen de zee.
.
Stom water, stom bezwangerd water,
slijmerige afdruk van de hemel,
fladderende draaikont tussen zon en maan,
pietluttige schelpenteller,
vloeiende brullende stier
de rotsen bevruchtend met zijn bloed,
zelfmoordend zwaard
versplinterd op iedere kaap,
hydra die de nacht afslacht,
zoutnevels van stilte briesend,
vergeefs en vergeefs
de trillende vleugels spreidend,
Gorgo die haar eigen lijf opvreet,
.
water, absurd platte schedel van water-
.
Zo vloekte hij een poos tegen de zee
die zijn sporen in het zand likte
als een geslagen hond.
.
Daarna klom hij omlaag
en streelde
de kleine immense onstuimige spiegelende zee.
Ziezo, braaf water, zei hij –
en ging zijns weegs.
.
De grote meren
Joseph Brodsky
.
De Amerikaanse (maar in Leningrad geboren) dichter Joseph Brodsky (1940-1996) was een van de drie Amerikaanse dichters die de Nobelprijs voor de Literatuur won en die net als de andere twee, Czesław Miłosz en Derek Walcott, niet in de Verenigde Staten geboren was. Brodsky ontving de Nobelprijs voor de Literatuur in 1987, 15 jaar na zijn emigratie naar de VS.
In 1989 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel ‘De herfstkreet van de havik’ een keuze uit de gedichten 1961 – 1986. Een keur aan vertalers heeft zich voor deze bundel aan het werk gezet waaronder Jan Robert Braat, Arie van der Ent, Charles B. Timmer en Peter Zeeman maar ook de Leidse Slavisten met Karel van het Reve. Deze laatste tekende voor de vertaling van het gedicht ‘De grote meren’ geschreven in Ann Arbor in 1972.
.
De grote meren
.
Toen, in het paradijs de kaakchirurgen,
wier dochteren per post al jaren lang
inkopen doen in Londen, en wier tang
de kies van het verstand weet los te wurgen,
was ik, van wiens gebit zijn staan gebleven
ruïnes gaver dan het Parthenon,
van een verrotte natie de spion,
geheim agent, en in het dagelijks leven
professor in de kunst van het vertalen.
Ik woonde in een college aan het meer,
waar ik de plaatselijke jeugd steeds weer
op dinsdag door de mangel stond te halen.
.
En alles wat ik maakte in dat land
werd onontkoombaar tot gedachtenstrepen.
Ik viel amechtig op mijn ledikant,
mijn jas nog aan, en als ik ’s nachts dan even
een ster verschieten zag op het plafond,
dan kwam die, naar de regels der verbranding,
voordat ik inderhaast iets wensen kon,
vlak naast mijn wang tot een abrupte landing.
.













