Site-archief

Sebastiaan

Hans Warren

.

Zoals alles in dit leven staat ook de literatuur onder druk. Ik denk aan de boeken van Roald Dahl waarin, door de invloed van sensitivity readers in het Verenigd Koninkrijk,  woorden en uitdrukkingen aangepast moesten worden, de controverse rond de vertaling van Amanda Gormans ‘The Hill We Climb’ door Marieke Lucas Rijneveld en pas geleden nog de ophef over het gedicht dat geschreven zou worden voor de Kinderboekenweek door Pim Lammers. Je zou bijna gaan denken dat poëzie en literatuur er toe doen.

Dat er in andere tijden anders gekeken en gedacht werd over allerlei zaken blijkt voor mij wel uit het gedicht ‘Sebastiaan’ van Hans Warren (1921-2001). Het gedicht werd overgenomen uit zijn ‘Verzamelde gedichten 1941-1981’ in de bundel ‘Ik droeg nog kleine kleren’ Het kind in de Nederlandstalige poëzie uit 1994. Ik vraag me af of de scherprechters van vandaag een dergelijk gedicht niet meteen gecanceld zouden hebben.

.

Sebastiaan

.

Sebastiaan was een knaap

zoals Michelangelo schilderde:

matte huid, befloerste ogen

onder een luifel zwarte krullen.

Hij had altijd iets droevigs

en zijn leden, hoe mooi ook,

waren net iets te zwaar van bouw.

Ontroerend, in een verlaten duinpan,

toen hij voor ’t eerst naakt lag,

zijn heel kleine geslachtsdelen,

nootjes van klootjes,

en in het groefje van zijn eikel

vonkte als diamant een druppel.

.

 

 

 

 

 

 

 

Haat

Gwendolyn Bennet

.

Gwendolyn B. Bennett (1902 – 1981) was een Amerikaanse kunstenaar, schrijver en journalist die heeft bijgedragen aan ‘Opportunity: A Journal of Negro Life’ , waarin de culturele vooruitgang tijdens de Harlem Renaissance werd opgetekend. De Harlem Renaissance was een intellectuele en culturele heropleving van Afro-Amerikaanse muziek, dans, kunst, mode, literatuur, theater, politiek en wetenschap, gecentreerd in Harlem in New York City, verspreid over de jaren 1920 en 1930.

Hoewel ze vaak over het hoofd wordt gezien, heeft ze zelf aanzienlijke prestaties geleverd op het gebied van kunst, poëzie en proza. Ze debuteerde in 1923 met het gedicht ‘Nocturne’ in Opportunity magazine. Haar gedichten werden in meerdere verzamelbundels opgenomen.

In de bundel ‘The Rag and Boneshop of the Heart’ a poetry anthology uit 1992 is ze opgenomen met het gedicht ‘Hatred’. Deze ruim 500 pagina’s tellende bloemlezing van poëzie van alle tijden en uit alle landen is een fantastische bron voor elke poëzieliefhebber. Hierbij het gedicht in het Engels en in een vertaling van mijn hand.

 

Hatred

.

I shall hate you

Like a dart of singing steel

Shot through still air

At even tide,

Or solemnly

As pines are sober

When they stand etched

Against the sky.

Hating you shall be a game

Played with cool hands

And slim fingers.

Your heart will yearn

For the lonely splendor

Of the pine tree

While rekindled fires

In my eyes

Shall wound you like swift arrows.

Memory will lay its hands

Upon your breast

And you will understand

My hatred.

.

Haat

.

Ik zal je haten

Als een pijl van zingend staal

Door stilstaande lucht geschoten

Bij gelijk tij,

Of plechtig

Omdat dennen nuchter zijn

Als ze geëtst staan

Tegen de hemel.

Jou haten zal een spel zijn

Met koele handen gespeeld

En slanke vingers.

Je hart zal verlangen

Naar de eenzame pracht

Van de pijnboom

Terwijl opnieuw het vuur

In mijn ogen

Je zal verwonden als snelle pijlen.

Het geheugen zal zijn handen 

Op je borst leggen

En je zult het begrijpen

Mijn haat.

.

Ingrid Jonker

Ik herhaal je / Ek herhaal jou

.

Ik heb inmiddels zo ontzettend veel poëziebundels dat ik soms niet precies meer weet of ik een bundel nu al bezit of niet. Met als gevolg dat ik met enige regelmaat tot de ontdekking kom dat ik bundels twee keer heb (soms zelfs drie keer maar dat is een uitzondering). Een bundel die ik dubbel heb (maar waar ik altijd wel een adresje voor heb om door te geven) is de dichtbundel en biografie ‘Ik herhaal je’ uit 2000 van de Zuid Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965). Ik schreef al meerdere malen over deze bundel (hier en hier) maar ik kwam tot de ontdekking dat ik het titelgedicht nog nooit gedeeld heb. Het gedicht ‘Ik herhaal je’ komt oorspronkelijk uit haar bundel ‘Rook en oker’ uit 1963.

Omdat in de bundel de gedichten in zowel het Afrikaans als in de Nederlandse vertaling (van Gerrit Komrij) staan wil ik hier beide met jullie delen.

.

Ik herhaal je

.

Ik herhaal je

zonder begin of einde

herhaal ik jouw lichaam.

De dag kent een smalle schaduw

en de nacht gele kruisen

het landschap is onaanzienlijk

en het mensdom een rij kaarsen

terwijl ik jou herhaal

met mijn borsten

die de holtes van jouw handen imiteren

.

Ek herhaal jou

.

Ek herhaal jou

sonder begin of einde

herhaal ek jou liggaam

Die dag het ’n smal skadu

en die nag geel kruise

die landskap is sonder aansien

en die mense ’n ry kerse

terwyl ek jou herhaal

met my borste

wat die holtes van jou hande namaak

.

Het recht om te doden

Anna Świrszczyńska

.

De Poolse dichter Anna Świrszczyńska (1909-1984) schrijft in haar poëzie over haar ervaringen in de Tweede Wereldoorlog, het moederschap, het vrouwelijke lichaam en sensualiteit, maar ook over mensenrechten en het feminisme. Ze begon haar gedichten in de jaren dertig van de 20e eeuw te publiceren. Tijdens de nazi-bezetting van Polen werd ze lid van de Poolse verzetsbeweging. Ze was militaire verpleegster tijdens de Opstand van Warschau in 1944. In die tijd wachtte ze ooit 60 minuten op haar executie (die niet plaatsvond). Begrijpelijk hadden haar ervaringen en herinneringen aan deze oorlogsjaren grote invloed op haar werk. In 1974 schreef ze de in het Engels vertaalde bundel over deze periode en het lijden dat ze toen meemaakte en zag getiteld ‘Building the Barricade’.

In 2003 verscheen in een vertaling van Karol Lesman bij Plantage de bundel ‘Heb medelijden, tijd’ Poolse poëzie van de twintigste eeuw. In deze bundel is haar gedicht ‘Het recht om te doden’ opgenomen.

.

Het recht om te doden

.

Het vertederende vliegenjong

een uur geleden geboren

warmt zich in de zon

op de hand van mijn kind.

.

Ik heb het doodgeslagen.

.

Mensen zeggen dat vliegen ziektes overbrengen.

Vliegen

zeggen misschien hetzelfde over mensen.

.

Mensen zijn sterker.

.

Publicatie gedichten

De veerman

.

Enige tijd geleden stuurde ik twee gedichten in naar De veerman, Tijdschrift voor West- en Noord-Europese literatuur en kunst. In het februari nummer van dit jaar (nummer 6) zijn mijn gedichten opgenomen en vertaald in het Duits en Deens. De vertalingen zijn van de hand van Romain John van de Maele. Alle nummers van De veerman kunnen online worden gelezen door bemiddeling van de Hendrik Conscience Erfgoedbibliotheek. Je kunt ze lezen door op deze Link te klikken.

Ik ben in goed gezelschap want andere dichters van wie werk is opgenomen in dit nummer zijn onder andere Else Lasker-Schüler, Gerard Scharn, Marcel Wauters, Liliane Debrouwer, Gottfried Benn, Monique Wilmer-Leegwater, Georg Trakl en Christina Guirlande.

Mijn gedicht ‘Hij leert haar taal’ werd in het Duits vertaald ‘Er lernt ihre Sprache’.

.

Hij leert haar taal
.
Hij zal haar in de ogen kijken, diepte
ervaren zoals zij zijn breedte ervaart. Het
ruime sop met haar kiezen, oevers noch grenzen
erkennen of aanvaarden. Taal is wetenschap.
.
Haar taal is steeds weer anders, hij onderzoekt niet,
weet woorden als water, geeft ze haar wanneer hij kan,
droomt hoopvol van nieuwe resultaten.
Poëzie is in gesprek gaan met droom én daad.
.
Waar zij elkaar vinden in het nieuwe en onbekende
stromen woorden uit zijn handen. Zij neemt ze op
en weegt ze, haalt ze binnen met gretigheid.
Wat nieuw is en in de marges ligt zal zij oppakken.
.
Zo voeden zij elkaar zonder te eten, lopen zij vol
zonder te drinken, blijft de dichter in zijn eigen staart
bijten. Steeds geeft zij aan hoe zij te werk gaat en zal hij
haar taal moeten leren volgen.
Voor dat ene gedicht.
.
.
Er lernt ihre Sprache
.
Er wird ihr tief in die Augen schauen,
Tiefe erleben, wie sie seine Weite erfährt. Das
breite Wasser mit ihr wählen, weder Ufer noch Grenzen
anerkennen oder akzeptieren. Sprache ist Wissenschaft.
.
Ihre Sprache ändert sich immer, er forscht nicht,
kennt Worte wie Wasser, gibt ihr diese, wenn er kann,
träumt hoffnungsvoll von neuen Ergebnissen.
Lyrik bedeutet Gespräche führen mit Traum und Tat.
.
Wo sie sich im Neuen und Unbekannten finden,
fließen Worte aus seinen Händen. Sie nimmt sie
und wiegt sie, schleppt sie eifrig hinein.
Was neu ist und am Rande liegt, wird sie aufgreifen.
.
Sie füttern sich gegenseitig ohne zu essen, sie füllen sich
ohne zu trinken. Der Dichter beißt ständig im eigenen Schwanz.
Sie zeigt immer wieder wie sie vorgeht, und er wird lernen
ihrer Sprache zu folgen.
Für dieses eine Gedicht.
.
.

Lotsbestemming

Oktay Rifat

.

Ik lees weer eens in ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries uit 2008. En ik lees een gedicht van de Turkse dichter Oktay Rifat (1914-1988) getiteld ‘Lotsbestemming’.

Ali Oktay Rifat, zoals zijn volledige naam luidt,  was een Turkse schrijver en toneelschrijver , en een van de vooraanstaande dichters van de moderne Turkse poëzie sinds eind jaren dertig. Samen met Orhan Veli en Melih Cevdet was hij de grondlegger van de Garip beweging . De naam Garip (vreemd) betekende destijds een breuk met de conventionele, decadente stijl van Turkse poëzie en literatuur.

Oktay Rifat had een grote invloed op de moderne Turkse poëzie, stond buiten de traditionele poëtische conventies en creëerde een nieuwe beweging. Zijn werk verwierp oudere, complexe vormen en gaf de voorkeur aan eenvoud en frisse ritmes. Voor zijn werk ontving hij meerdere literaire prijzen.  Het gedicht ‘Lotsbestemming’ is genomen uit ‘Ik luister naar Istanbul, zes moderne Turkse dichters’ uit 1988. De vertaling is van Erik Jan Zürcher.

.

Lotsbestemming

.

Wat is toch dit noodlot van mij?

Ik kan niet rekenen

En ik heb een baan als boekhouder,

Gevulde aubergine is mijn lievelingseten

En ik kan er niet tegen,

Ik ken een meisje met sproeten

En ik hou van haar

En zij niet van mij.

.

De mug en de wolf

Ivan Krylov

.

Terwijl de oorlog die Rusland is begonnen tegen de Oekraïne voortduurt zou je soms bijna vergeten dat Rusland vele prachtige schrijvers en dichters heeft voortgebracht. In de bundel ‘Bij mij op de maan, Russische kindergedichten’ uit 2018, staat een schat aan gedichten van Poesjkin, Krylov, Achmatova, Majakovski en Brodski. Gedichten van schrijvers en dichters die voor volwassenen schreven maar die dus ook poëzie voor kinderen schreven.

Vertaler en samensteller Robbert-Jan Henkes kreeg voor zijn vertaling van deze bundel de Aleida Schotprijs en de Filter Vertaalprijs. NRC noemde dit boek een poëtische goudmijn, tijdloos en briljant, de Nederlandse kinderpoëzie is in één klap met honderden nieuwe gedichten uitgebreid.

Een van de dichters uit deze bundel is Ivan Krylov (1769-1844). Krylov is Ruslands bekendste schrijver van fabels en waarschijnlijk de meest epigrammatische van alle Russische auteurs. Voordat hij op 40 jarige leeftijd dit genre ontdekte was hij toneelschrijver en journalist. . Hoewel veel van zijn eerdere fabels losjes gebaseerd waren op die van Aesopus en La Fontaine , waren zijn latere fabels origineel werk, vaak met een satirische inslag.

Dat dit geen bezwaar was om ook in een bundel vol poëzie voor kinderen te worden opgenomen blijkt uit zijn ‘gedicht’ ‘De mug en de wolf’. En bij de laatste twee zinnen moet je dan onwillekeurig toch weer denken aan de oorlog die nu woedt.

.

De mug en de wolf

.

Een mug

Onder de brug

Bij de Tataren

Of de Khazaren

Kreeg bezoek van een wolf,

Die hem stopte

En bij hem aan het deurtje klopte.

Binnen begon hij meteen te happen

En te klappen met zijn kaken.

Maar de mug was vlug

En wist op de kast

Te ontsnappen.

De wolf was woest:

– Ik ga je kraken, gast!

– Ja, vast! zei de mug,

Hou je maar koest.

Je kan me niet pakken,

Ik laat me niet zakken,

Jij kan er niet bij

Ik blijf lekker vrij!

Maar de wolf

Sprong

En heeft toen met zijn tong

De mug opgelikt

En doorgeslikt.

.

Hieruit kan men enigszins leren

Hoe de sterken de zwakken kunnen ruïneren.

.

Voor Aragon

Pablo Picasso

.

Ik kocht de bundel ‘gedicht en omgedicht’ Wereldpoëzie door Vlamingen vertaald, uit 1960, samengesteld door dichter en vertaler Bert Decorte (1915-2009). Tot 1995 publiceerde Decorte vele bundels maar ook poëtische reisverhalen, essays en een autobiografie. Als vertaler  van bijvoorbeeld Villon, Baudelaire, Mallarmé en Apollinaire) werd gevraagd of hij deze bundel wilde samenstellen waarin vertalingen van gedichten uit de wereldpoëzie sedert de middeleeuwen door Vlamingen werd opgenomen.

Bladerend door de bundel viel mijn oog op een gedicht van schilder, graficus, beeldhouwer en (dus ook) dichter Pablo Picasso (1881-1973). Het gedicht dat van hem is opgenomen in deze bloemlezing is vertaald door Marcel Wauters en is getiteld ‘Voor Aragon’ met als ondertitel ‘dinsdag 5 november 1940’. Het gedicht schreef Picasso voor zijn vriend, de Franse schrijver, dichter, essayist en journalist Louis Aragon (1897-1982).

,

Voor Aragon

dinsdag 5 november 1940

.

Aan de laaiende vuurstapel waarop

naakt de heks roosterde

heb ik mijn plezier gevonden

Op de rand van de lippen

van deze namiddag

de huid van al

de vlammen

met mijn nagels

zachtjes af te rukken

om vijf na één

’s morgens en nadien

nu drie uur

min tien geurden mijn vingers nog

naar het warme brood de honing

en de jasmijnen

.

 

Droombruggen

Henrik Nordbrandt

.

Het is maar zelden dat het voorwoord van een dichtbundel geschreven is door de drukker van die bundel. En het is al helemaal bijzonder dat een bundel waarbij dat het geval is, een samenwerking is van drukkerij en Poetry International. Bij de dichtbundel ‘Droombruggen’ van de Deense dichter Henrik Norbrandt is dat echter het geval.

Henrik Nordbrandt is geboren in Kopenhagen (1945). Hij studeerde Chinees, Turks en Arabisch aan de Universiteit van Kopenhagen, maar al sinds zijn debuut in 1966 leeft hij van het schrijven. Hij woont al jaren in mediterrane landen (Griekenland, Turkije) en meer recent ook in Spanje. Nordbrandt heeft alle literaire prijzen van Denemarken gewonnen, zijn gemiddelde ligt op eens per twee jaar, maar de belangrijkste: de prijs van de Noordse Raad kreeg hij in 2000 voor ‘Droombruggen’, dat dus ook in het Nederlands is verschenen in een vertaling van Gerard Rasch. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat TDS Drukwerken samen met Poetry International deze bundel het licht deden zien. Naast de poëzie in talloze bundels, gaf Nordbrandt krimi´s, kinderboeken en essays uit en zelfs een Turks kookboek.
Toch is Norbrandt in Nederland niet erg bekend, wat de uitgave van deze bundel extra bijzonder maakt. Tegelijkertijd is zijn poëzie universeel en in vertaling heel goed te lezen en te genieten. Zo is het gedicht ‘Klein essay over de taal’ in alle talen te lezen en van toepassing.
.
Klein essay over de taal
.
Elke taal is een taal van pijn:
Veel namen voor onnoembare grootheden
veel tijden voor een tijd
die altijd tegenwoordig moet zijn, en altijd
      zonder naam
Geslachten voor scheiding en geslachten voor dood
en oude vormen die nieuwe vormen verwekken
terwijl geboorte en dood even vormloos zijn
en geslacht pijn is in het onzijdig:
Levende monden imiteren dode
en dode talen zitten vol gaten
in een oppervlak dat geen achterkant heeft.
.
Elke taal gaat dood. De pijn blijft achter
en nieuwe talen verklaren dezelfde pijn
       als pijn.
En elk woord wordt gevolgd door een stilte
die geen woord vermag te overstemmen.
.