Site-archief

Het is wat het is

Erich Fried

.

Iedereen heeft wel stopwoordjes of stopzinnetjes die je met enige regelmaat gebruikt. Ik ook. Vaak zijn dit stoplappen of clichés, dooddoeners of holle frasen. Een zinnetje dat ik wel eens gebruik is ‘Het is wat het is’. Helemaal waar natuurlijk maar het zegt eigenlijk ook niets. In een artikel in het blad filosofie magazine van Elke Wiss schrijft zij: “Gebruiken we dit zinnetje om controle te ervaren waar we die niet hebben? Bedienen we ons ervan om stiltes te ontwijken? Ongemak niet te hoeven voelen? Gooien we het in de strijd als we het gespreksonderwerp zat zijn en dat willen veranderen?”. En ook nog: ” Wat betekent het dat iets is wat het is? Hoe langer ik erover nadenk, hoe groter de error in mijn hoofd. Zeggen we er eigenlijk wel iets mee? En zo ja, wat dan? Starend naar dit zinnetje komt een andere dooddoener in me op: niets is wat het lijkt. Ook niet als het is zoals het is.”

Filosoof Paul van Tongeren hoort er vooral gelatenheid in zo lees ik op blijmeteenboek.nl. Sommige dingen zijn niet te veranderen, dus aanvaard het maar. De uitspraak herinnert hem aan het principe achter stoïcijnse wijsheden. Weet het verschil wanneer je wel iets kan doen en doe dan wat en wanneer dat niet kan en houd je dan onverschillig. Dooddoeners noemt hij het, ‘met het aureool van een zekere wijsheid.’

Hij schrijft ook: “Ik lees de uitspraak als een open aanvaarden van de realiteit: oké, dit is dus zoals de zaken ervoor staan. Om mezelf vervolgens de vraag te stellen: en wat ga ik met dit gegeven dóen?” En hgierna vervolgt hij met het aanhalen van een gedicht van Erich Fried (1921-1988) vertaald door Remco Campert.

En dat is precies de reden dat ik dit stukje schrijf. Ik kwam het gedicht tegen in een verzamelbundel en vroeg me af wat nu toch precies de betekenis was van deze zin. Het gedicht ‘Es ist was es ist’ zoals het in het Duits heet is oorspronkelijk verschenen in ‘Liebesgedichte, Angstgedichte, Zorngedichte’ in 1983. Zoals geschreven vertaald door Remco Campert (1929-2022).

.

Het is wat het is

.

Het is onzin

zegt het verstand

Het is wat het is

zegt de liefde

 

 

Het is ongeluk

zegt de berekening

Het is alleen maar verdriet

zegt de angst

Het is uitzichtloos

zegt het inzicht

Het is wat het is

zegt de liefde

 

 

Het is belachelijk

zegt de trots

Het is lichtzinnig

zegt de voorzichtigheid

Het is onmogelijk

zegt de ervaring

Het is wat het is

zegt de liefde

.

Es ist was es ist

.

Es ist Unsinn
sagt die Vernunft
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.
Es ist Unglück
sagt die Berechnung
Es ist nichts als Schmerz
sagt die Angst
Es ist aussichtslos
sagt die Einsicht
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.
Es ist lächerlich
sagt der Stolz
Es ist leichtsinnig
sagt die Vorsicht
Es ist unmöglich
sagt die Erfahrung
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.

Natuur en Klimaat

Frouke Arns

.

In een tijd waarin er een kabinet komt dat natuur en klimaatverandering niet alleen volledig negeert, maar zelfs allerlei maatregelen wil nemen die de natuur ernstig schaden, en de klimaatverandering nog wat versnellen, in plaats van dat ze hun verantwoordelijkheid nemen richting een betere toekomst, lees ik in de bundel ‘Natuur’ uit 2022. In deze bundel, samengesteld door Lucas Rijneveld (1991), toen nog onder zijn dubbele naam Marieke Lucas Rijneveld, staan allerlei gedichten over de natuur uit het Nederlandse taalgebied.

Hij kwam boven met de mooiste Nederlandstalige gedichten over het ons omringende natuurschoon, maar ook met onheilspellende verzen. Want niets is zo bedreigend voor de natuur als de mens die vergeten is dat hij daar zelf onderdeel van uitmaakt, zoals maar liefst de meerderheid van de door ons democratisch gekozen Tweede Kamerleden (we roepen het over onszelf af).

In de bundel staat ook het gedicht ‘Klimaat’ van dichter Frouke Arns (1964) uit haar bundel ‘De camambertmethode’ uit 2018. Dit is zo’n onheilspellend en voorspellend gedicht want door de maatregelen die dit nieuwe kabinet wil nemen zal de laatste zin uit het gedicht eerder waarheid worden dan we hopen en vrezen.

.

Klimaat

.

Meer dan ooit vroegen we ons dat jaar af

wat de prijs is van kappen

.

hoe een bosrand ontstaat

of een dier  weet dat het op een eiland leeft

.

hoe een vogel zich zo weet te vouwen

dat hij precies door het gat van zijn nestkast past

.

wat het soortelijk gewicht is van smeltend ijs

– hoe altijd soms is

.

waarom je niet wenteltrap kunt zeggen

zonder dat je hand omhoog kringelt

.

als rook uit een schoorsteen op een huis

waarin het behaaglijk was

.

wat het precies is

dat het einde van een tijdperk markeert.

.

In een andere wereld

Toon Tellegen

.

In mijn vakantie mag dichter Toon Tellegen (1941) natuurlijk niet ontbreken. Het gedicht ‘In een andere wereld’ nam ik over uit de bundel ‘Gedichten 1977-1999’ uitgegeven in 2000.

.

In een andere wereld

.

In een andere wereld

zien mensen de liefde niet

lopen er rakelings langs, druk pratend over genade

en de onvolkomenheid van de haat –

.

de liefde loopt ze achterna

.

In de schemering blijven ze staan.

Ze spitsen hun oren:

iemand die is verdwaald? Een sluipmoordenaar?

Ze kijken om zich heen, ze grijpen een mes,

ze houden een vinger op hun lippen.

.

In een andere wereld

staat de liefde in een portiek –

.

verraadt zich niet.

.

Woorden

Willem de Mérode

.

Over de dichter Willem de Mérode (1887-1939) heb ik eigenlijk nog nooit een blog gewijd. Wel noemde ik zijn naam in een aantal berichten als deze en deze. Willem de Mérode is het pseudoniem van Willem Eduard Keuning. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse calvinistische dichter van zijn generatie. Literaire handboeken noemen Willem de Mérode de belangrijkste Nederlandse protestants-christelijke dichter uit de tijd tussen de beide wereldoorlogen. Er zijn meer dan 2300 gedichten van hem bewaard gebleven. Een groot deel daarvan werd tijdens zijn leven gepubliceerd, in literaire tijdschriften en in een lange reeks dichtbundels (37 tijdens zijn relatief korte leven).

In een biografie van de Mérode schrijft zijn biograaf Hans Werkman: “De dichter doorleefde de tragedie van een onmogelijke liefde; hij schreef in de spanning van jongensliefde en een mystieke beleving van christelijk geloof”. De Mérode was namelijk naast diep gelovig ook homoseksueel en hij had puur platonische voorliefde voor jonge jongens. Een combinatie die, zeker in die tijd, geen eenvoudige moet zijn geweest.

Vooral in christelijke, maar ook in homoseksuele kringen vonden zijn gedichten een warm onthaal. Ook daarbuiten werd zijn werk gewaardeerd, door onder meer Menno ter Braak, A. Roland Holst en Simon Vestdijk. Dankzij de eerder genoemde schrijver en dichter Hans Werkman konden de verzamelde gedichten van De Mérode in een tweedelige editie verschijnen.

In de zeer uitgebreide verzamelbundel  ‘Gedichten I-II-III’ uit 1952 (van maar liefst 740 pagina’s), gepubliceerd na zijn overlijden, las ik het gedicht ‘Woorden’ oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘ Nalezing’ uit 1938. Nu zijn woorden natuurlijk het middel van de dichter en vele dichters hebben gedichten gewijd aan woorden, maar dit gedicht trof me door haar eenvoud en ik lees er een verwijzing in naar zijn geaardheid en het oordeel van de buitenwereld hier over.

.

Woorden

.

Men weet niet hoe dit is, dat woorden

Toekomen en zij zijn bereid

Om de geruchten die zij hoorden

Daad te doen zijn en werklijkheid.

Zij hebben zich stil volgezogen

Met geur en kleur, contour en klank

En zijn als vogels opgevlogen

En rusten op het vers als bank

En heffen zich ten langen leste

Met licht geworden vleugelslag

En vliegen naar harts verre nesten

En slapen tot een nieuwe dag.

.

Tussen droom en daad

Eddy van Vliet

.

In een Vlaamse kringloopwinkel kocht ik de bundel ‘Tussen droom en daad’ De 200 bekendste gedichten uit de Vlaamse poëzie van de middeleeuwen tot nu, uit 1989 (wat ‘nu’ dan gelijk in een zeker perspectief plaatst). De bundel is samengesteld door dichter Eddy van Vliet (1942-2002). De bundel is opgehangen aan de versregel “tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren” uit ‘Het Huwelijk’ van Willem Elsschot.

Op de achterkant van de bundel lees ik dat iedereen wel een aantal versregels uit het hoofd kent (dat klopt denk ik wel), maar wie herinnert zich het vervolg, of weet waar het bewuste gedicht te vinden is? Dat was de reden dat het PoëzieCentrum Eddy van Vliet vroeg op zoek te gaan naar de 200 meest geciteerde gedichten uit de Vlaamse poëzie. Als laatste regel staat er dan nog: “Hoewel bezwaard met de ballast van de actualiteit, maken vele versregels deel uit van ons collectief geheugen. Met deze bloemlezing wil Van Vliet deze poëtische kennis opfrissen en bewaren”. Een nobel streven en volgens mij goed gelukt.

Omdat het altijd moeilijk kiezen is uit 200 gedichten heb ik dan maar gekozen voor een gedicht van Eddy van Vliet zelf. Het betreft hier het gedicht ‘Verliefd’, oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘De binnenplaats’ uit 1987,  een heerlijk realistisch gedicht over verliefd zijn.

.

Verliefd

.

Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.

Afspreken in cafés op de sluitingsdag.

Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.

Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,

het fout begrepen telefoonnummer.

Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.

Liefde als een veelvoud van vergissingen.

.

Onbeholpen woorden als zoëven op zak en

zoveel zin om, los van de wetten

van goede smaak en intellect, te schrijven

dat van de stad waar je elkaar voor het eerste zag,

een plattegrond bestaat, waarop een kus,

die het nauwelijks was, geregistreerd werd.

.

Onsterfelijke liefdesverzen

De kat

.

Dat je liefdespoëzie niet altijd aan een geliefd persoon hoeft te wijden blijkt uit de bundel ‘De liefste’ onsterfelijke liefdesverzen bijeengebracht door Paul Claes uit 1995. In deze bundel staat bijvoorbeeld een liefdesverklaring aan de kat. Voor iedereen die katten of poezen heeft zal dit niet raar voorkomen. Toch weet Charles Baudelaire er in dit gedicht een twist aan te geven door in de kat op zijn schoot zijn vrouw te herkennen.

Charles Baudelaire (1821 – 1867) was een Frans dichter en kunstcriticus schreef ‘Les Fleurs du mal’ in 1857. Het gedicht ‘Le chat’ komt uit deze bundel welke verscheen in juni 1857 in Parijs. Er waren elfhonderd exemplaren gedrukt voor de verkoop, en nog eens twintig exemplaren buiten de handel gedrukt op fijn papier. Binnen een maand startte de Franse regering een actie tegen de auteur en de uitgever, waarbij ze hen beschuldigden van aantasting van de publieke moraal. Op 20 augustus erkende een Franse rechtbank de literaire waarde van het boek als geheel, maar eiste dat zes gedichten op morele gronden werden verwijderd. Dit waren gedichten met een seksuele inhoud en gedichten over lesbiennes en homoseksualiteit. Dit zorgde echter alleen maar voor sensatie, en tegen de daaropvolgende zomer was de eerste druk van Les Fleurs du mal uitverkocht.

Voor de ware liefhebber heb ik het gedicht ‘Le chat’ zowel in het Frans als in de Nederlandse vertaling van Paul Claes hieronder opgenomen. Het volledige gedicht bestaat uit deel I en II. Ik heb hier slechts deel I opgenomen.

.

De kat

.

Kom, mooie kat, hier op mijn hart dat smacht;
    Verstop de klauwen van je poten,
En laat mij plonzen in je ogenpracht,
    Met agaat en metaal doorschoten.

.

Wanneer mijn vingers in volkomen rust
    Je kop en soepele rug bestrelen,
En als mijn hand verlokt wordt door de lust
    Met jouw elektrisch lijf te spelen,

.

Meen ik mijn vrouw voor mij te zien. Jouw kijk,
    Lieftallig dier, zoals de hare
Diep én kil, kerft en klieft, een dolk gelijk,

.

    En daar drijft ook, van kop tot teen,
Een fijne geur, een walmen vol gevaren,
    Dicht om haar bruine lichaam heen.

.

Le chat

.

Dans ma cervelle se promène
Ainsi qu’en son appartement,
Un beau chat, fort, doux et charmant.
Quand il miaule, on l’entend à peine,

Tant son timbre est tendre et discret ;
Mais que sa voix s’apaise ou gronde,
Elle est toujours riche et profonde.
C’est là son charme et son secret.

Cette voix, qui perle et qui filtre
Dans mon fonds le plus ténébreux,
Me remplit comme un vers nombreux
Et me réjouit comme un philtre.

Elle endort les plus cruels maux
Et contient toutes les extases ;
Pour dire les plus longues phrases,
Elle n’a pas besoin de mots.

Non, il n’est pas d’archet qui morde
Sur mon coeur, parfait instrument,
Et fasse plus royalement
Chanter sa plus vibrante corde,

Que ta voix, chat mystérieux,
Chat séraphique, chat étrange,
En qui tout est, comme en un ange,
Aussi subtil qu’harmonieux !
.

Totem

Dewi de Nijs Bik

.

De shortlist van de Grote Poëzieprijs 2024 is bekend en één van de genomineerde bundels voor deze prijs is ‘Indolente’ uit 2023 van Dewi de Nijs Bik (1990). In 2020 schreef ik al eens over haar op dit blog. Toen naar aanleiding van een gedicht van haar dat was opgenomen in een verzamelbundel ‘Grenzenloos’ uit 2018. En dit keer dus over het gegeven dat haar debuutbundel is genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2024. In de bundel ‘Indolente’ spelen oesters en parels een belangrijke rol. De leeservaring is als het openen van oesters; na veel moeite tref je af en toe een parel aan.

Hettie Marzak schrijft in haar recensie op literairnederland.nl: “Ze maakt gebruik van een aantal gevarieerde en moderne versvormen: prozagedichten, collages, inventarisatielijsten, handleidingen en visuele poëzie met verspringende versregels en cursief gedrukte woorden. Die veelzijdigheid van deze bundel wordt ook verwacht van de lezer.”

Deze veelzijdigheid komt terug in het gedicht ‘Totem’, net als de oester. De sfeer van dit gedicht deed me in de verte denken aan het gedicht ‘Banket’ dat ik schreef in 2017. Maar enig speurwerk liet me zien dat de oester een veel gebruikte beeld is voor iets anders in de poëzie. Zoek op dit blog maar eens op het woord oester.

.

Totem

.

Afstand is nodig

om naar elkaar toe te groeien;

er is altijd afstand nodig.

Het woord kan onze schelp zijn

zoals het ons lichaam past: korst

die soms nog wond is, soms

de korst weer wond geworden.

De schelp groeit mee met de grillen

van haar dragers: iedereen

heeft een bed nodig — de genezing

ligt in die wond besloten.

Het bed kan onze schelp zijn

waaraan grillig vlees zich hecht;

ruimte is nodig.

Er is altijd een ruimte.

.

Dag veertien

Vakantiegedicht

.

In de vakantie is er natuurlijk ook een plek voor de verwarring. Bart Moeyaert (1964) schreef het gedicht ‘Ochtend’ dat misschien niet de liefde bezingt die je verwacht (op basis van de titel van zijn bundel ‘Dat alles over liefde gaat’ uit juni 2023, een bundel van de mooiste gedichten van hem gekozen door collega dichter Esther Naomi Perquin) maar ergens toch weer wel.

.

Ochtend

.

Vanochtend was de wereld

weer erg goed begonnen

met blauwe lucht en hier en daar

een wolk van zelfgesponnen

suiker, en in haar schaduw

op de grond een koe, maar als

altijd hield ze het voor bekeken

toen ik onder haar door reed,

over haar heen, en hoorde

dat er vandaag geen doden

maar wel een paar gewonden

waren, en dat we mochten hopen

dat de hemel op zou klaren.

.

Schoon genoeg

Frouke Arns

.

De website van SLA|Avier (Stichting Literaire Activiteiten Avier is helaas uit de lucht maar gelukkig hebben we hun uitgaven nog uit 2012, 2013 en 2014. In de bundels ‘De gedichten van’ zijn gedichten van bekende en minder bekende dichters opgenomen. Zelf sta ik met het gedicht ‘Kerfstok’ in de editie 2012. Helaas is aan dit mooie initiatief een einde gekomen. In ‘Avier, De gedichten van 2014’ staat het gedicht ‘Schoon genoeg’ van dichter, schrijver en voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2017) Frouke Arns  (1964). Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.

.

Schoon genoeg

.

Ik heb de kringen achter de kast geschrobd,

zelfs de webben op zolder waar wij zelden kwamen

als een suikerspinmeisje op een stokje gedraaid.

.

De lakens vingen veel wind vandaag en zon

stort door het raam op de vloer, de blankgeboende.

Het bad staat vol en onbewogen.

.

Bomen werpen hun schaduwen ver vooruit;

de wingerd die je steen overwoekert

heb ik sinds jaren voor het eerst niet gesnoeid.

.

Depressie

Anton Ent

.

Ziek zijn wil niemand. Geen loopneus, maagpijn maar ook niet neerslachtig of depressief. Poëzie over ziek zijn, waar je een beetje beter van wordt helpt dan weer wel. In 2007 stelde Mario Molegraaf de bundel ‘Ik wou wel weer een beetje ziek zijn’ samen met daarin Honderd gedichten waarvan je beter wordt. Of poëzie je kan genezen weet ik niet al heb ik eerder op dit blog een artikel geplaats van Perie J. Longo waarin wordt beargumenteerd dat het inderdaad mogelijk is. Ook schreef ik al eens over ‘The emergency poet’ waarin Deborah Alma mensen hielp met het vinden van gedichten om de geest op te vrolijken, te troosten en te helpen omgaan met alle druk van de moderne tijd.

Hoe dan ook is het fijn dat zoveel dichters zich hebben uitgesproken in hun poëzie over ziek zijn en beter worden. Een voorbeeld uit deze verzamelbundel is van dichter Anton Ent (1939) dichter, prozaschrijver en essayist. Zijn gedicht ‘Juffrouw’ over een depressie komt uit zijn bundel ‘Kootwijkerzand’ uit 1999.

.

Juffrouw

.

Een depressie is een juffrouw met een bruine hoed

die zich per se naakt over mij buigen moet,

haar borsten hangen en ik word niet heet.

.

Dat mijn ziel maar niet vergeet

hoe een man haar overdag behoedt.

.

Demonisch is het innerlijk kasteel

waar bruinhoed troont met hagedissenkeel.

.