Site-archief

De nacht van de onmogelijke terugkeer

Liesbeth D’Hoker

.

In Dietse Warande & Belfort, het literaire tijdschrift ook wel bekend onder de afkorting DW B, van december 2025 staan naast een aantal interessante artikelen ook een aantal gedichten. Onder andere van Liesbeth D’Hoker. Voor mij een nieuwe naam. Liesbeth D’Hoker (1984) is dichter, essayist, leraar Nederlands en literatuurcritica voor onder andere DW B, de lage landen en de reactor. Daarnaast maakt ze deel uit van de jury van de Libris Literatuurprijs en zat ze tot voor kort in de adviescommissie non-fictie van Literatuur Vlaanderen.

Liesbeth is, net als ik en vele andere dichters, lid van het collectief De Klimaatdichters. In 2025 debuteerde ze met de bundel ‘Want straks komen de wolven’ bij het Poëziecentrum in Gent. Deze bundel is genomineerd voor de Granate prijs 2025. De bundel vormt een introspectieve reis waarin natuur, lichamelijkheid, herinneringen, kwetsbaarheid en verlangen centraal staan. Hieronder het gedicht ‘De nacht van de onmogelijke terugkeer’ uit DB W.

.

De nacht van de onmogelijke terugkeer

.

ik beken aan de dieren op fluistertoon

dat we niet deugen deze nacht

onze blik ongeschikt voor zoveel weeïgheid

.

we varen blind

hebben de kaarten aan de hemel uitgewist

met het teveel aan zelf dat we verspreiden

de oraties die we het ruim injagen

.

hebben de sterren uit de hemel geroofd

laten het voorwereldlijke verbleken

we varen blind

met botte hand en maalkiezen in overvloed

.

de weg kronkelt weerbarstig

een lichtplas tast schichtig de heuvel af, raakt bosschages

struweel, een dichtbegroeide baai vol duisternis

.

grashalmen trillen in verlate zeewind

de dunne poten van het hertenkalf

onze angst fixeert ons in opgeschrikte ogen

loopt uit in het peilloze zwart

.

een everzwijn kruist onverstoorbaar de kloof

verderop lekt nog een dassenjong

geronnen duister

.

een scheur in nachtelijk asfalt

terugkeer waarvoor we niet deugen

.

Zoals gewoonlijk

Claire Vanden Abbeele

.

Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:

.

Hier en nu

.

Op een dag in het hier en nu

zal ik zijn wie ik ben

geen mens van vrees en verdriet

alleen maar een vrouw, onbevangen

die vertrouwt en zich verbindt

met hen die me omringen

hier en nu

of in jouw

mijn liefste liefde….

.

Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.

Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.

.

Zoals gewoonlijk

.

Zoals gewoonlijk

alleen maar jij en ik

kijkend naar zoenen die zuchten.

Geen aarde, geen hemel

alleen kinderen die spelen.

Zoals gewoonlijk dromen jij en ik

zich tot zwervers die sterren plukken

om gitzwarte lakens van te maken

waarop ze reizen en rusten

voor altijd.

.

Honger, heteronormativiteit & het heelal

Lies Gallez

.

De Vlaamse schrijver, taaldocent aan migranten en dichter Lies Gallez (1990) was tot 2023 vooral bekend van haar verhalen. Ze behaalde in 2014 haar master Audiovisuele Kunsten Schrijven aan het RITCS in Brussel.  In datzelfde jaar won ze ook de publieksprijs van de A.L. Snijdersprijs, de Hendrik Prijs-prijs en de TOTAALprijs. Haar verhalen verschenen in onder meer De Gids, Kluger Hans en Deus Ex Machina. In 2021 verscheen haar bejubelde verhalenbundel Het water vangen en was ze ‘rijzende ster’ van het jaar volgens NRC Handelsblad.

Haar poëzie verscheen in Het Liegend Konijn en in 2023 verscheen haar debuutbundel als dichter ‘honger, heteronormativiteit & het heelal’, een persoonlijke maar kritische reflectie op conventionele waarden in drie delen. De bundel onderzoekt de zwaarte en complexiteit van het leven aan de hand van thema’s als homofobie, geweld, kapitalisme, overconsumptie en de invloed van sociale media.  Uit het eerste hoofdstuk ‘honger’ komt onderstaand gedicht.

.

je zegt niemand dat je dood wil, alleen dat je een kat wenst te adopteren tegen de leegte op je schoot.

je stiltes hebben nerven die eindigen bij je chronische angst om te struikelen. je wil het niet verliezen van de zwaartekracht. je weet: de zwaartekracht sterft nooit. je hink-stap-springt door de minuten. tussen je tenen zitten blaren.

je hebt een huis vol stopcontacten die je controleert, controleert, controleert. na de vierde ronde gaat die hyperactieve zee in je onderbuik misschien een hazenslaapje doen. je neuriet een liedje, prikt de blaren open met een naald.

je zegt: een lege schoot toont de afwezigheid van liefde. je wacht op windstilte. je wacht op een wapenstilstand. je wacht op een adoptieprocedure.

je zegt niemand dat je dood wil. de holtes tussen stiltes vul je. je kunt leren controleren. je kunt leren niet meer bang te zijn voor agressieve katten.

je wil geen kogel door je hoofd maar door je gedachten jagen. je naait een nieuwe huid over je blaren heen, noemt het een wapenstilstand. je zegt niemand dat je niet wil sterven met een lege schoot.

.

Bart Meuleman

omdat ik ziek werd

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en pak ik van de onderste plank dit keer, zonder te kijken een bundel. Het is de bundel ‘omdat ik ziek werd’ van de Vlaamse schrijver, toneelschrijver, regisseur, essayist en dichter Bart Meuleman (1965) uit 2008. Opnieuw zonder te kijken open ik de bundel en daar lees ik het gedicht zonder titel met de intrigerende beginregel ‘zoals een vrouw, die overloopt van melk en liefde’. Dat gedicht wil ik hierbij met jullie delen.

Bart Meulemans publiceerde drie dichtbundels. In 2002 was hij writer in residence voor het literaire tijdschrift Yang. Voor zijn dichtbundel ‘Hulp’ ontving hij in 2004 het Charlotte Köhler Stipendium en werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Zijn volgende bundel ‘omdat ik ziek werd’, kreeg nominaties voor onder andere de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs en zijn vooralsnog laatste bundel is uit 2015 en getiteld ‘Mijn soort muziek’

.

zoals een vrouw, die overloopt van melk en liefde

haar linkerhand naar een kussen brengt,

in die gedachte wil ik afscheid nemen.

.

overschouwend nog één enkele keer. uitsluitend

zachte gewassen.

.

niet het lichaam, de asse.

.

Kostbaar

Kenneth Swaenen

.

De Vlaming Kenneth Swaenen (1990) studeerde aan de universiteit van Gent Taal-en Letterkunde: Nederlands-Latijn. In die periode schreef hij ook zijn eerste gedichten. Momenteel woont en werkt hij in Antwerpen als docent en dichter. Via Creatief Schrijven volgde hij de opleiding poëzie aan de Schrijvers Academie. Op Gedichtendag 2021 won hij de tweede editie van de Zeef Poëzieprijs en als gevolg werd bij uitgeverij De Zeef zijn debuutbundel uitgegeven getiteld ‘Witte dwergen’. In 2025 volgde bij dezelfde uitgeverij de bundel ‘Blos’ en uit die bundel werd het gedicht ‘Kostbaar’ genomen.

Op de website van Meander schrijft Ellis van Atten over deze bundel: “Swaenen raakt universele thema’s aan zoals verlies, verbondenheid, weemoed, verlangen, maar het blijft wat te beschrijvend en te veel aan de oppervlakte naar mijn zin. Ik ben wel nieuwsgierig naar wat er gebeurt wanneer er meer stof van zijn schouderbladen afgeschud zou worden, en dan niet te voorzichtig. Iets meer de diepte in. De opbouw van de gedichten – vrije vorm, mooi enjambement, witregels op de juiste plek, lekker ritmisch zonder rijm – én mooie zinnen zijn een belofte voor meer poëzie”.

.

Kostbaar

Karaat

Er gewicht aan geven
opdat het niet door stormwind
of weerwolven wordt weggeblazen

het eens niet op luiheid steken
alsof het eerste biggetje ook niet liever
een huis met stenen had gebouwd

Kleur

er niet blind voor zijn
hoe raamwerk bepaalt in welk licht
we elkaar het allerliefste zien

wit verkwikt, maar waar je warmte mist
wrijven we over wonderlampen
we halen een kaarsvlam voor de geest

Klaarte

er schaarste aan binden
want diep en onder druk
wordt karakter gevormd

wie dan breuken in zich draagt
behoeft geen schoonheidsslaap
zuiverheid zit in hun wens:

Kwaliteit

waarom wij ons samenzijn
niet dezelfde vorm geven
slijpen tot briljant

onze breekbaarheid vergroten
zo tot fonkelen komen
in een huis van diamant.

.

Stadsdichtersavond

Poëzieweek 2026

.

Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker,  is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.

Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is  wordt op deze avond bekend gemaakt.

Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.

.

De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.

Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:

Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.

Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.

Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.

.

Foto: Nienke Maat

Activiteiten in de Poëzieweek

Koninklijke Bibliotheek

.

Van 29 januari tot 4 februari is de Poëzieweek in Vlaanderen en Nederland. In de weken tot het begin van de Poëzieweek zal ik regelmatig een activiteit eruit kiezen, hier belichten en voorzien van wat extra informatie. Vandaag een activiteit van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag die begint op 15 januari en eindigt op 28 februari. Je zal zien dat veel activiteiten zich niet strikt aan de Poëzieweek houden en dat is natuurlijk prima, ik pleit al veel langer voor een Maand van de Poëzie zoals in de Verenigde Staten het geval is..

De collectie van de Koninklijke Bibliotheek bevat duizenden dichtbundels. In de expositie naar aanleiding van de Poëzieweek kun je onder andere gedichten bewonderen die door kunstenaars zijn geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s. Zo worden de gedichten niet alleen een plezier om te lezen, maar ook om naar te kijken. Er is gekozen voor een selectie van 15 vrouwelijke dichters die allemaal belangrijke prijzen hebben gewonnen, zoals de P.C. Hooft-prijs.

Tijdens de Poëzieweek zelf organiseert de KB 2 leuke programma’s. Deze staan in het teken van punk-, pop- en performancedichter Diana Ozon en de vertegenwoordiger van spoken word en afscheidnemend Dichter der Nederlanden Babs Gons. Hun werk vind je ook in deze expositie. Daarnaast wordt werk van Ellen Deckwitz (1982), schrijfster van het poëziegeschenk 2026 getoond. Op de achterwand kun je bijzondere uitgaven van enkele generaties dichters bekijken, van Judith Herzberg (1934) en Hagar Peeters (1972) tot Hannah van Binsbergen (1993). Hun gedichten werden door kunstenaars geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s.

De expositie is gratis toegankelijk en te vinden in Club Erasmus op de eerste verdieping. Van de genoemde dichters koos ik Ellen Deckwitz (als dichter van het Poëzieweek geschenk). Uit Het Liegend Konijn, nummer 1 uit 2014  met als thema Oorlog koos ik haar gedicht ‘2011, Amsterdam’.

.

2011, Amsterdam

.

In dit hoekje ziet u luitenant Barney, die heeft PTSS

omdat hij zoveel schreeuwt. In de volgende zaal

vindt u de vrouw die altijd gelijk met het luchtalarm

afgaat.

.

Natuurlijk waren er kwade tongen die beweerden

dat het regelen van een levensverzekering minder

voorstelde dan het waarborgen van zeg maar

een pollepel uit het Derde Rijk, wel

.

de pers noemde de bejaardententoonstelling

een prachtige expo van live beelden.

.

Een prachtige expo van afbrandende opnames,

in dit hoekje vindt u een brandslang, ook

achter glas.

.

Poëzieweek 2026

Ramsey Nasr

Afgelopen week was ik in Assen in het Drents museum. Daar kwam ik behalve het gedicht ‘Symbiose’ uit 2011 van Jean Pierre Rawie (hieronder) in de hal bij de lift, ook dichter, schrijver, acteur en verzamelaar Ramsey Nasr tegen. In de bijzondere tentoonstelling Mikrokosmos – De wereld in een Wunderkammer komen klassieke Wunderkammer-objecten, hedendaagse rariteiten en beeldende kunst samen. Delen van verzamelingen van onder andere schrijver, dichter, bibliofiel en presentator Boudewijn Büch (1948-2002), bioloog Midas Dekkers, Tattoo-artiest Henk Schiffmacher, en ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon zijn daar te bewonderen. Ik kan een bezoek aan het Drents Museum daarom ook zeker aanbevelen, zeer de moeite waard.

Toen ik vervolgens een paar dagen later op de website van de Poëzieweek 2026 aan het rondkijken was, kwam ik Ramsey Nasr (1974) opnieuw tegen. Onder leiding van Martine Wendrickx zet hij het nieuwe jaar in met vurige, intieme, kritische en liefdevolle gedichten in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen op zondag 4 januari 2026.  Reden dat ik bij dit bericht bleef hangen was dat Het Predikheren, de bibliotheek in Mechelen is ingericht door KSA architecten, dezelfde interieurarchitecten die mijn nieuwe bibliotheek in Vlaardingen in de Grote Kerk gaan inrichten. Alle reden dus om een gedicht van Ramsey Nasr te plaatsen hier. In dit geval het gedicht het liefdesgedicht ‘In bed’ dat komt uit de bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000.

.

In bed

.

En dan te denken dat het niet

Meer worden zal dan dit: mijn lief

Haar lijf zacht op te tillen als

Zij plassen moet en mij niet ziet.

.

sabel

Lize Spit

In een kringloopwinkel in Stadskanaal kocht ik de bundel ‘De Branie’ 2016 Dichters in de Prinsentuin. Nu heb ik een paar keer getracht een plekje in de Prinsentuin te bemachtigen, hoewel ver van mijn woonplaats een mooie plek om voor te dragen uit eigen werk, maar blijkbaar kon mijn werk de organisatoren niet bekoren want een aantal keren kreeg ik te horen dat men al vol zat of ik kreeg niks te horen (behalve dat ik niet uitgenodigd zou worden). Het is niet anders, jammer want ik draag dit festival een warm hart toe.

In 2016 werd een bundel uitgebracht, een bloemlezing waarin meer dan 40 dichters zijn bijeengebracht met een gedicht. Onder hen bekende namen en een aantal dichters waar ik niet eerder (en ook nooit nader meer) van gehoord had. En er staat een gedicht ‘sabel’ in van de Vlaamse schrijver Lize Spit (1988) waarvan ik even vergeten was dat ze ook poëzie schrijft. Dat doet ze zeker niet meer nadat ze doorbrak met haar roman ‘Het smelt’ in 2016. En hoewel ze poëzie publiceerde in onder andere Das Magazin, De Gids en de Poëziekrant lijkt het erop dat haar dagen als dichter achter ons liggen. Daarom hier het gedicht ‘sabel’ uit deze bloemlezing.

.

sabel

.

de buurman duwt zijn hond

de leiband strakgespannen als een sabel

de grasmaaier trekt de man die zijn ogen sluit

zo recht mogelijk achter zich uit

.

hier kan men hoogstens te pletter

lopen tegen lakens die maar niet drogen

op de hoek van het kerkhof ligt een café

daar zitten mensen te zitten

tot ze ergens anders te laat kunnen komen in hondenlevens

is er zeven keer minder tijd maar honden geven nooit de indruk

tenzij ze konijnen ruiken

.

duwen heeft veel weg van trekken

als het aan tegenovergestelde kanten plaatsvindt

.

zij die aan het kerkhof zitten bier drinken lijden waarschijnlijk

aan te weinig

fantasie bijvoorbeeld wat als de avond valt en onze hoofde

van onze rompen scheidt

.

Troost je

Yousra Benfquih

.

Mij wordt weleens gevraagd waar ik de inspiratie vandaan haal om elke dag een blog te schrijven. Vaak is dat door het lezen van poëziebundels (ik heb er genoeg), poëzietijdschriften, berichten over poëzie, nieuws of actualiteiten of simpelweg wanneer ik ergens tegen een gedicht aan loop (letterlijk of figuurlijk). De leukste manier echter om op een onderwerp, dichter of gedicht te komen is door het browsen (zonder doel rond bewegen) op Internet. Tik een paar onwaarschijnlijke zoektermen in, voeg daar poëzie, gedicht, dichter, poetry of poem aan toe en je staat verteld van waar je allemaal mee geconfronteerd wordt. Een andere manier is ditzelfde te doen maar dan op afbeeldingen te kijken.

Dit is precies waar ik de inspiratie en de inhoud van mijn blog vandaan heb. Ik stuitte op de website sampol.be (Samenleving en Politiek) en daar las ik over de Zomerreeks 2021: Samenleving en Poëzie. In de Zomerreeks werd het woord gegeven aan dichters (in samenwerking met het Poëziecentrum in Gent) en werd hen gevraagd te reflecteren over de samenleving. Maar liefst 45 dichters hebben gehoor gegeven aan deze oproep en van hen (vrijwel allemaal Vlaamse dichters en een enkele Nederlandse dichter) werd een gedicht opgenomen op de website.

De gedichten lezend koos ik voor een gedicht van Yousra Benfquih. Haar naam kende ik van haar voorgenomen deelname aan de tour van de Poëziebus in 2017 (die toen door omstandigheden voor haar niet doorging). Yousra Benfquih (1988) is mensenrechtenjuriste en werkt aan de universiteit Antwerpen aan een doctoraat over gelijkheid in het onderwijs. Daarnaast is ze ook een getalenteerd en gelauwerd schrijfster en ‘spoken word’ artiest. In haar poëzie speelt Benfquih met het delicate evenwicht tussen humor en ernst en tussen ongemak en ontroering. Ze stond al op uiteenlopende podia – van de Arenbergschouwburg tot Bozar – en werkte samen met talrijke organisaties zoals Amnesty International Vlaanderen en Passa Porta. Het gedicht op Sampol.be is getiteld ‘Troost je’.

.

Troost je

.

In het weiland waarin je slaapt
verwijl je niet lang genoeg om oude
dromen op te rakelen, een ouder lied

nochtans kende je het uit het hoofd,
er ontbreken noten, eeltloze vingers ook
om je frons glad te strijken, de geschiedenis

slaapt om jouw ogen, is niet meer
dan een rimpel, wimpel, deken dat de wind
doorlaat, je mond en ogen rafelende koudegaten

van een huis zonder dak: je huid,
je wenkbrauwen de dekveren
van op aarde onbeholpen albatrossen:

het liefst wil je bidden,
geluidloos huiswaarts scheren
maar het is lang wachten

op het keren van de wind, troost je,
hoog in de lucht heb je geen woonst
nodig, troost je, geen brood of bad,

en ook aan de koude zijn je botten
vast gewend geraakt,
dus troost je,

het keren van de wind duurt lang
maar slapen mag je hier vannacht.

.