Site-archief
Een zwemmer is een ruiter
Paul Snoek
.
Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.
Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.
Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
.
Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.
.
Een zwemmer is een ruiter
Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.
Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.
.
Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)
.
Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info
Ereburger
Luuk Gruwez
.
Luuk Gruwez (1953) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en prozaschrijver. In 1973 debuteerde hij met de bundel ‘Stofzuigergedichten’.
De poëzie van Gruwez wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm meer verhalend.
Gruwez is een dierbaar ingezetene (geweest) van Deerlijk daar hij al in 2004 tot ereburger is benoemd (hij bracht er zijn jeugd door) en in 2011 ontving hij de culturele trofee van de gemeente als erkenning nadat hij in 2009 de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht ‘Moeders’ ontvangt. In 2009 schreef Gruwez het gedichtendag-essay ‘Pizza, peperkoek & andere geheimen’.
Van Luuk Gruwez het gedicht’Het troostconcours’ uit 1995 uit de bundel ‘Vuile manieren’.
.
Het troostconcours
.
Er werd een wedstrijd in troosten gehouden.
Eén bracht een zondag mee met gregoriaans.
een worgengel, een zoon van God
en drie heel knappe jonge priesters.
Een schip naar Paramaribo.
Gezoen achter een sleutelgat.
– Men geeuwde zeer voornaam en hij verloor.
Eén bracht er mee: een kindertijd
met voetzoekers en knalbonbons,
de geur van jute en van boenwas.
Zijn lang bewaarde eerste kies
en al zijn nederlagen in de liefde.
De mooiste ziektes, roem, de fraaiste graven.
– Het kon de jury niet bekoren.
O wat het allemaal niet deed:
een doedelzak, een hangbuikzwijn,
een heroïnehoer van vijftien jaar,
het hoofd van een gestorven meisje
met nog confetti in het haar.
En het plezier van obers voor hun dienblad
om zowat vijf voor middernacht.
Een laatste bracht er tranen mee en groot applaus,
een spraakgebrek, wat kippenvel, zichzelf.
Hij won, maar niemand weet waarom,
hij won en weende. Levenslang.
Met dank aan Wikipedia, Gedichten.nl en http://versindaba.co.za/
Brodsky
Joseph Brodsky ( 1940 – 1996)
.
Van de Russische dichters vandaag de dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd geboren in een Joods Russische familie in Leningrad. De familie Brodsky overleefde tijdens de tweede Wereldoorlog het beleg van Leningrad. Joseph werd vernoemd naar de Sovjet dictator Joseph Stalin. Na vele baantjes en zichzelf Engels en Pools te hebben geleerd, schreef Brodsky eind jaren vijftig zijn eerste gedichten. Vanaf 1960 publiceerde hij gedichten en vertaald werk in literaire tijdschriften. Na een schijnproces in 1963 waarin hij van parasitisme werd beschuldigd werd hij veroordeeld tot 5 jaar dwangarbeid. Het proces veroorzaakte veel ophef onder dichters in de Sovjet Unie en in het Westen. Onder andere Jean-Paul Sartre zette zich in voor zijn zaak. Na anderhalf jaar werd hij vrijgelaten en in 1972 werd hij uitgewezen. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten waar hij de rest van zijn leven zou wonen.In 1977 kreeg hij het Amerikaans staatsburgerschap en in 1987 de Nobelprijs voor de Literatuur. Na de val van het communisme wilde Brodsky niet terug naar Rusland.
Ballingschap is een centraal thema in Brodsky’s poëzie, naast isolement van de mens in het algemeen. Een ander thema dat telkens terugkeert in zijn werk, is de relatie tussen dichter en maatschappij: Brodsky benadrukt telkens de kracht van de literatuur, die naar zijn mening in staat is het publiek positief te beïnvloeden en de cultuur en de taal waarvan zij deel uitmaakt, in sterke mate te vormen. Hij was van mening dat de westerse literaire traditie deels verantwoordelijk is voor het overwinnen van de grote rampen van de twintigste eeuw, zoals het nazisme, het communisme en de beide wereldoorlogen.
Uit ‘Triton’ uit 1998, in een vertaling van M. Zeeman het gedicht’Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië’
.
Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië
.
Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd
was naar Australië. Van ver maar doodgemoedereerd
kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat
en het gedoe met je flat, je weet hoe dat gaat,
’t is helaas niet in het centrum, maar wel dicht bij zee,
vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt weer mee,
dikke enkels, ‘En ik ben mijn slippers kwijt’
klonk het zakelijk, om niet te zeggen, zuur.
En ineens gierde de hoor ‘Adelaide! Adelaide!’,
en bulderde, beukte, alsof er tegen de muur
een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.
Toch is dit stukken beter dan ingeblikte as,
dan het document waarop een sterfdatum staat-
je echoënde norse stem die praat en praat
en de poging om je voor te doen als spook
.
voor ’t eerst sinds jij bent opgegaan in rook.
.
Met dank aan ‘Spiegel van de Russische poëzie’ en Wikipedia.
Voordragen met huisarrest
Liu Xia en Liu Xiaobo
.
Liu Xia is een Chinees dichter, schilderes en fotografe uit Beijing en de vrouw van Nobelprijswinnaar voor de Vrede (2010) Liu Xiaobo. Liu Xiaobo was de president van het onafhankelijk Chinese PEN centrum. International PEN (ook geschreven als P.E.N.) is een internationale organisatie van schrijvers, die zich onder andere inzet voor de vrijheid van meningsuiting en voor schrijvers die om hun meningen worden onderdrukt. Verder heeft de organisatie ten doel vriendschap en samenwerking tussen schrijvers overal ter wereld te bevorderen en de rol van literatuur bij de ontwikkeling van goede wederzijdse verstandhoudingen en cultuur in de wereld onder de aandacht te brengen. De organisatie heeft op dit moment (2005) 141 centra in 99 landen en is georganiseerd naar taalgebied.
Van 1996 tot 1998 zat Liu Xiaobo in een Chinees werkkamp en in die periode schreef hij het volgende gedicht voor zijn vrouw.
.
Voor Xia
De hemel is te weids en vaal
om met mijn zielsogen te doorgronden
Geef me één druppel regen
die de betonnen vloer laat glanzen
geef me één straal licht
die laat zien wat de bliksem wil
Zeg me één woord
en je opent deze deur
waardoor de nacht naar huis kan gaan.
.
Nadat Liu Xiaobo 11 jaar gevangenisstraf had gekregen als mensenrechtenactivist omdat hij had meegeschreven aan Charter 08 (in 2008) waarin de ondertekenaars een aantal eisen neerlegde met betrekking tot verschillende mensenrechten in China. Liu Xia wordt wel gezien als de spreekbuis van Liu Xiaobo en kreeg daarom in oktober 2010 huisarrest opgelegd door de Chinese regering.
In 2013 werd een video het land uit gesmokkeld en afgeleverd bij PEN waarop Liu Xia poëzie van haar hand voordraagt.
.
Met dank aan Wikipedia, Amnesty.nl, vertaling gedicht Liu Xiaobo: Daan Bronkhorst.
Zij hebben mij gekweld
Heinrich Heine
.
De Duitse dichter van Joodse afkomst Christian Johann Heinrich Heine (geboren Harry Heine, ik verzin dit niet) leefde van 1797 tot 1856 en behoorde tot de Romantische dichters. Heine schreef veel ironische en spitsvondige gedichten (waarbij hij zelfs soms met Karl Marx samenwerkte) die nog steeds gelezen en gewaardeerd worden.
Zijn bekendste werk is ‘Das Buch der Lieder’ waarin onder andere de gedichten ‘Die Lorelei’ en onderstaand gedicht ‘Sie haben mich gequälet’. Van Heine is de uitspraak “Waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen” wat als een profetische uitspraak mag gelden gezien wat er onder de heerschap van Hitler gebeurde.
Omdat Heine van Joodse komaf was en als progressief vrijdenker te boek stond was hij in het Derde Rijk taboe. Zijn gedicht over de Lorelei was echter zo populair onder de Duitsers dat het gedicht in lied- en dichtboeken gewoon vermeld bleef maar dan met de toevoeging Dichter onbekend.
Hieronder het gedicht ‘Sie haben mich gequälet’ in het Duits en in een vertaling van Lepus.
.
Sie haben mich gequälet
Sie haben mich gequälet,
Geërgert blau und blaß,
Die Einen mit ihrer Liebe,
Die Abdern mit ihrem Haß.
Sie haben das Brod mir vergiftet,
Sie gossen mir Gift in’s Glas,
Die Einen mit ihrer Liebe,
Die Andern mit ihrem Haß.
Doch sie, die mich am meisten
Gequält, geärgert, betrübt,
Die hat mich nie gehasset,
Und hat mich nie geliebt.
.
Zij hebben mij gekweld
Zij hebben mij gekweld,
Geërgerd tot overmaat,
De enen met hun liefde,
De anderen met hun haat.
Zij hebben mijn brood vergiftigd,
Zij vulden mijn glas met smaad,
De enen met hun liefde,
De anderen met hun haat.
Maar hij die mij tot overmaat
Heeft gekweld, geërgerd, gegriefd,
Die heeft mij nooit gehaat
En heeft mij nooit geliefd.
.
Met dank aan Wikipedia en aan http://users.telenet.be/gaston.d.haese/heine.html
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Gedicht in hout
Hendrik Marsman
.
H. Marsman (1899-1940) was dichter, vertaler en literair criticus. Marsman behoorde lange tijd tot de Vitalisten. Vitalisme betekent zoveel als levensdrift, de drang om intens, vurig en gevaarlijk te leven. Met ‘vitalisme’ wordt allereerst een filosofie of levenshouding aangeduid waarin de verheerlijking van het leven om het leven centraal staat. Voor de vitalist is het hoogste doel van de mens te leven en kan boven het leven geen andere waarde worden gesteld. Het uitleven van de intuïtieve en driftmatige levensdrang is voor de vitalist de enige vorm van wijsheid.
In de jaren 30 van de vorige eeuw nam hij echter afstand van deze stroming en zijn werk werd expressionistischer en zelfs futuristisch. Marsman verafschuwde de Nederlandse bekrompenheid. Hij zei ooit: “Holland is en blijft een ellende. Wie hier op de grond stampt, zakt weg in de modder”.
Toch werd Marsman vooral bekend om zijn gedicht ‘Herinnering aan Holland’ uit 1936 wat aan het einde van de 20ste eeuw werd verkozen tot gedicht van de eeuw.
Het gedicht ‘Schaduw’ werd door J. Havermans in hout gesneden voor een uitgave die echter nooit is verschenen. In de categorie gedichten in vreemde vormen wilde ik jullie deze niet onthouden.
.
Met dank aan dbnl.org en wikipedia
.
The Man from Snowy River
Films gebaseerd op gedichten
.
De film ‘The man from Snowy river’ uit 1982 is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van de Australische Bushdichter Banjo Paterson uit 1890.
Dit gedicht dat een achtervolging te paard beschrijft werd als eerste gepubliceerd in The Bulletin, een nieuwsmagazine in Australië. In 1920 werd het gedicht al eens als uitgangspunt voor een stomme zwart/wit film gebruikt maar in 1982 won regisseur George Miller er prijzen mee op het Australian Film Institute en het Montréal World Film Festival en werd genomineerd voor een Golden Globe als beste buitenlandse film. In de film spelen Tom Burlinson, Kirk Douglas en Sigrid Thornton de hoofdrollen.
Het gedicht vertelt het verhaal van een achtervolging te paard op het veulen van een prijswinnend renpaard dat uit zijn paddock ontsnapt is. Het veulen leeft tussen de de brumbies (wilde paarden) van de bergketens. Als de wilde paarden afdalen van een schijnbaar onbegaanbaar steile helling, geeft men de achtervolging op. Met uitzondering van de jonge held, die de verschrikkelijke afdaling wel ingaat om het paard in de menigte te vangen.
.
Hieronder de eerste drie strofes van dit gedicht. Het hele gedicht is te lezen op: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Man_from_Snowy_River_(poem)
.
There was movement at the station, for the word had passed around
That the colt from old Regret had got away,
And had joined the wild bush horses – he was worth a thousand pound,
So all the cracks had gathered to the fray.
All the tried and noted riders from the stations near and far
Had mustered at the homestead overnight,
For the bushmen love hard riding where the wild bush horses are,
And the stockhorse snuffs the battle with delight.
.
There was Harrison, who made his pile when Pardon won the cup,
The old man with his hair as white as snow;
But few could ride beside him when his blood was fairly up –
He would go wherever horse and man could go.
And Clancy of the Overflow came down to lend a hand,
No better horseman ever held the reins;
For never horse could throw him while the saddle girths would stand,
He learnt to ride while droving on the plains.
.
And one was there, a stripling on a small and weedy beast,
He was something like a racehorse undersized,
With a touch of Timor pony – three parts thoroughbred at least –
And such as are by mountain horsemen prized.
He was hard and tough and wiry – just the sort that won’t say die –
There was courage in his quick impatient tread;
And he bore the badge of gameness in his bright and fiery eye,
And the proud and lofty carriage of his head.
.
Beeld van The man from snowy river in Corryong.















