Maandelijks archief: augustus 2020
Toen je stilte stuurde
Pom Wolff
.
Dichter Pom Wolff ken ik al jaren van zijn website https://www.pomgedichten.nl/ . Ook stond hij op het podium van Ongehoord! en was hij meerdere malen slamfinalist, won hij een aantal slampoetry wedstrijden en was hij onder andere dichter van het jaar in 2005 in Delft. Maar nu heb ik deze week een bundel van hem cadeau gekregen met de titel ‘toen je stilte stuurde’. Deze bundel uit 2006, uitgegeven door Uitgeverij Holland, is na zijn debuutbundel ‘Je bent erg mens’ die in de Windroosreeks verscheen, zijn tweede bundel.
Jos van Hest zei over ‘toen je stilte stuurde’: “Ze zingen en kreunen, ze zijn onrustig en argwanend, ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd; de gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid, maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.”
Lezend in de bundel bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Soms leek het op leven soms zelfs meer’ en dat is meestal een teken dat ik dat specifieke gedicht met jullie wil delen.
.
Soms leek het op leven soms zelfs meer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen het weer
aan jonge geliefden
die likken als honden
zij lusten er pap van wat willen zij meer
.
aan slammers poëten
die schrijven op armen
over billen en borsten over tepels en teer
aan ouden van dagen
die zochten niet vonden
de dood onder ogen en pijn van weleer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen steeds weer
het leek soms wel leven
maar het is van het water
het begin en het einde en nooit was er meer
.
Geliefde gedichten
D.R. Camphuysen
.
Er zijn heel veel dichters geweest die in hun tijd bekend waren of geliefd maar die nu vrijwel niemand meer kent. Dat zijn (bijna) vergeten dichters. In de bundel ‘Geliefde gedichten’ die iedereen kent maar niet kan vinden uit 1972, gekozen door Wim Zaal, staan vele voorbeelden. Een van die voorbeelden is de dichter Dirk Rafaelsz. Camphuyzen. De dichter, predikant en kunstenaar Camphuysen (1586 – 1627) was eerst onderwijzer, toen predikant en na zijn verdrijving van de kansel omdat hij niet rechtzinnig was, vlashandelaar werd. In 1618 schreef hij het gedicht ‘Daar moet veel strijds gestreden zijn’.
.
Daar moet veel strijds gestreden zijn,
Veel kruis en leeds geleden zijn,
Daar moeten heil’ge zeden zijn,
Een nauwen weg betreden zijn,
En veel gebed gebeden zijn,
Zo lang wij hier beneden zijn;
Zo zal ’t hierna in vreden zijn.
.
Poëzie luisteren
Ode aan de nacht
.
Poëzie moet je lezen, regelmatig lezen, herlezen, maar poëzie kun je ook voor laten lezen of laten voordragen. In tijden van Corona is het moeilijk om poëziepodia te bezoeken (al komen er het en der wel weer initiatieven onder strenge regels tot stand) dus kun je kijken naar alternatieven. Zoals het luisteren naar poëzie. Dat kan via Youtube (er is echt een heel grote verzameling binnen en buitenlandse dichters te beluisteren), via streamingdiensten of gewoon nog ouderwets vanaf cd’s.
Ik schreef op dit blog al eerder over luister cd’s met poëzie zoals over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/04/29/dichters-in-de-nacht/ Dichters in de nacht, twee cd’s met een registratie van de 25ste nacht van de poëzie in Vredenburg Utrecht, maar ook over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/14/de-goddelijke-vonk/ De goddelijke vonk, gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof, en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/09/taal-zonder-mij/ over het 4 cd-luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts van uitgeverij Rubinstein.
Daar wil ik er vandaag een aan toe voegen. In 2005 namelijk (voordat ‘Dichters in de nacht’ verscheen in 2006) kwam de 4-cd verzameling uit onder de titel ‘De nacht van de poëzie’ samengesteld door Anneke van Dijk en Koen Vergeer. Op deze 4 cd’s zijn de beste voordrachten van 25 jaar Nacht van de poëzie verzameld. Vrijwel alle bekende dichters die er ooit stonden zijn vertegenwoordigd op deze 4 cd’s: Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, Judith Herzberg, Jules Deelder, Herman de Coninck, Leo Vroman, Remco Campert, Tjitskes Jansen en ga zo maar door. Een feest der poëzie kortom, 4,5 uur luisterplezier. En hoewel uit 2006 is deze prachtige verzameling nog steeds te koop voor een vriendelijke prijs.
In 2002 stond Anneke Brassinga op de Nacht van de poëzie. Van haar het gedicht ‘Aan zee’ uit haar bundel ‘Wachtwoorden’ uit 2005.
.
Aan zee
.
De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht
.
het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.
Twee kerkhoven
Dichter van (de rest van) de maand
.
Ik lees in de bundel ‘Voor het onweer’ van de Duitse dichter Michael Krüger in vertaling van Cees Nooteboom uit 2012, en ik kom tot de conclusie dat ik zijn poëzie bijzonder krachtig en mooi vind. Reden om Krüger de rest van de maand augustus dichter van de maand te maken. Dus de komende zondag een gedicht van zijn hand op dit blog.
Vandaag het gedicht ‘Twee kerkhoven’, een niet heel verrassende keuze voor mensen die mij een beetje kennen. Kerkhoven zijn om meerdere reden plekken waar ik graag kom; om de rust en stilte, als plek van bespiegeling en beschouwing en om de cultuurhistorische waarde, kerkhoven zijn ook altijd een weerspiegeling van een tijd en een cultuur. Sommige zijn sober en ingetogen en andere zijn uitbundig en vol ‘leven’. Kruger beschrijft dit prachtig in onderstaand gedicht. Bezoek maar eens een willekeurige begraafplaats buiten Nederland of zelfs in een ander deel van Nederland en je begrijpt wat ik bedoel.
.
Twee kerkhoven
.
Vandaag ben ik langs twee kerkhoven gekomen.
Het ene lag afwijzend onder de gloeiende zon
en zei met al zijn houten kruisen: Nee!
Het andere prees zich aan met duizendhandige ahorn
en vogelgezang voor zijn gepolijst marmer.
Ik kon niet kiezen. Voor alle twee viel veel te zeggen.
Ook de doden konden me niet verder helpen,
vergeten dichters en scheikundeprofessoren,
hun gespeelde ernst verwarde me.
Toen voelde ik het potlood in mijn jaszak,
mijn vriend op alle reizen, en ik maakte me klein
en verdween.
.
Begraafplaats in Sighișoara, Transsylvanië (Roemenië) Foto: WvH
Django Reinhardt (1910-1953)
F. Papenhove
.
Door een berichtje van Jiske Foppe op Facebook werd ik gewezen op het bestaan van dichter F. (Fred) Papenhove (1956). Zij deelde een gedicht van zijn hand dat was opgenomen in de bundel ‘Van geluk gesproken’ een Rainbow pocket uit 2007. Na enig zoekwerk blijkt dat F. Papenhove in 2000 zijn debuut als dichter in het Haagse literaire tijdschrift Bordelaise Literair (tegenwoordig Sub Rosa) maakte.
Fred Papenhove werkte onder andere als dienstplichtig marinier, boekverkoper, privéchauffeur, museumdocent, verslaggever bij het Haags Straatnieuws en de daklozenkrant en hij is dichter en prozaschrijver. Sinds zijn debuut zijn er van hem o.a. gedichten geplaatst in de dichtbundels ‘Daar komen de dichters’ (2003), ‘War on War’ (2003), de ‘Kidsgids Den Haag’ (editie 2002-2003) en in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ (2001), ‘Rotterdam de stad in gedichten‘ (2002) en ‘Antwerpen de stad in gedichten‘ (2003). Er is van hem ook poëzie geplaatst in het literaire wielertijdschrift De Muur (2004).
In 2005 verscheen van hem bij de Windroos de bundel ‘De Rode Soldatenvis / Poisson – Soldat Rouge’. In 2009 won hij de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond voor de bundel ‘De hemel is vol zwaluwen’, in 2011 verscheen zijn bundel ‘Zweep je best been voor’ en in 2015 ‘Rechte paden doen ons niets en andere gedichten’. Van Fred Papenhove werd poëzie gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’, ‘Ballustrada’ en in ‘Hollands Maandblad’.
Op de site http://www.epibreren.com/ staan twee gedichten van zijn hand uit 2004 waaronder het gedicht over gitarist Django Reinhardt.
.
Django Reinhardt (1910-1953)
.
O, Franssprekende zigeunerguitarist,
De sterren halen je aan (ook op cd).
.
Weg met je linker pink & ringvinger
Snel.
.
Hiphoppers, beboppers, rockers &
Speedfreaks, zoeken net als jij – deed –
.
Naar een moment, waarin stilte
Vermengd met ruis, eeuwigdurend roept
Is daar iemand?
.
Sappho’s graf
Alberto de Lacerda
.
In de categorie dichters over dichters vandaag een gedicht van de Portugese dichter Alberto de Lacerda over Sappho, de lyrische dichteres uit het oude Griekenland. Alberto de Lacerda (1928 – 2007) was behalve dichter ook presentator van de BBC radio. Lacerda werd geboren in Mozambique maar verhuisde op 18 jarige leeftijd naar Lissabon. In 1951 begon hij met werken voor de BBC en verhuisde hij naar Londen waar hij als presentator en freelance journalist ging werken.
Hij was docent Europese en vergelijkende literatuur aan de universiteiten van Austin, Texas en Boston, Massachusetts, waar hij in 1996 met pensioen ging als emeritus hoogleraar in de Poëzie. Hij publiceerde in Portugal, Groot-Brittannië en de VS en droeg bij aan vele literaire publicaties in verschillende landen.
In 1985 verschenen enkele van zijn gedichten in ‘Ik verheerlijk het verleden niet’ (een Poetry International serie) waaronder het gedicht ‘Sappho’s graf’ in een vertaling van August Willemsen.
.
Sappho’s graf
.
Waar
Je cisterne van vuur, je tijgerlijk gloren
Meedogenloos, melodieus?
.
Waar
Je sap van gouden bijen
Zacht, vraatzuchtig, wreed,
Weerschitterend?
.
Waar, het welluidend fluiten van je tanden?
.
Waar
Je geliefde varengast?
Waarachtig of denkbeeldig?
.
Waar
Waar je graf,
Sappho, Sappho, Sappho?
.
Uit een sprookje
Rosa Schogt
.
Er zijn veel dichters. Heel veel. Ik ken er vele van naam en van lezen, en een klein deel persoonlijk. En elke keer weer word ik verrast wanneer ik weer een nieuwe naam ontdek (waarom ken ik deze dichter niet? Waarom nog nooit iets van deze dichter gelezen?). Dat gevoel had ik toen ik de bundel ‘Dansen te ontspringen’ van Rosa Schogt uit 2019 las. Schot is actrice, theaterwetenschapper en redacteur. En dichter dus. Volgens de gegevens op de achterflap speelt, schrijft en geeft ze poëzie- en taallessen en draagt ze haar poëzie graag en met verve voor.
In haar eerste bundel (ze publiceerde al gedichten in De Revisor en in de bundel van Ellen Deckwitz ‘Olijven moet je leren lezen’) smijt Rosa Schogt (1980) met seks, liefde, dood en theater, verfrissend, zinnelijk, helder en grappig. Ze maakt zich zorgen om dingen, maar net niet genoeg om er echt wat aan te doen. Maar dan is er altijd nog de poëzie, en dat helpt. Een beetje. Met zo’n introductie is mijn nieuwsgierigheid gewekt. En eerlijk is eerlijk, haar gedichten zijn grappig en verfrissend, soms wat anekdotisch, met verwijzingen naar haar jeugd maar altijd prettig leesbaar.
Uit de bundel ‘Dansen te ontspringen’ koos ik het gedicht ‘Uit een sprookje’.
.
Uit een sprookje
.
Hij weet niet goed meer waar vandaan,
waarheen hij kwam, er was geen grens,
er was eens maar die liep naar hier,
een kaft, een blad papier
.
Hij is de trol, gebuikt, bebaard,
hij is de sater, is de ork,
de draak, de dwerg die van je houdt,
de reus, de gnoom, de wolf
.
Hij was de hele tijd op weg
naar jou. Hij zag een man, dicht bij het eind
Die zat daar maar, keek bang, benard
Het paard smaakte zeer goed
.
Diens kroon nam hij maar mee, voor jou
Jij bent de mooiste vrouw die hij ooit zag
Gelukkig lang houdt hij je vast
Je bent van hem alleen
.















