Categorie archief: Favoriete dichters

Een pissebeds achtkantig lied

Herlinda Vekemans

.

In Gent kocht ik de dichtbundel ‘versneden’van Herlinda Vekemans. Haar debuutbundel. Na gepubliceerd te zijn in De Revisor, Dietse Warande en Belfort, En er is, Poëziekrant, Rottend Staal, Digther en Nieuwzuid werd deze bundel uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2005.  In 2006 gevolgd door de bundel ‘Buiging’, in 2011 ‘Schrikdraad’en in 2015 door ‘Kwartet voor het einde van de tijd’. Olivier Messiaen (1908-1992), waarin het leven en werk van de Franse componist Olivier Messiaen centraal staat. Vekemans (1961) geeft medisch en academisch Engels aan studenten en biomedische onderzoekers van de Universiteit van Leuven. In 2009 verschijnt poëzie van haar hand in ‘Het liegend Konijn’ en in 2010 in ‘Vlaanderen.

In de bundel ‘versneden’ wordt nogal wat versneden en met elkaar vermengd, volgens de regels van bestaande verhoudingen maar ook in nieuwe en uitdagende combinaties. De bundel bestaat uit 3 hoofdstukken: proloog, De stervende Galliër, Versneden en Epiloog, De stervende Galliër. Uit het laatste hoofdstuk het gedicht ‘Een pissebeds achtkantig lied’.

.

Een pissebeds achtkantig lied

.

And other strains of woe, which now seem woe

William Shakespeare, , sonnet 90

.

amper zand en zwart en bar al

en dor en droog de leeftocht door

en scherp schrapend in oor onder

en strak van blik de ogen kwijt

en arm aan regen en boswee

en mergloos en weesmoe en dicht

met stofpootjes vol net niet nat

aarddonker de zonzolder op

.

 

Thuisreis

De muze zwerft door Nederland

.

In 1956 gaf de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels (of zoals ik tijdens mijn studie leerde te zeggen ‘De vereeniging’), ter gelegenheid van de Boekenweek de bundel uit ‘de muze zwerft door Nederland. Dit was een deel uit een serie van 16 delen die werden uitgegeven tussen 1949 en 1964. In dit deel, samengesteld door Ed. Hoornik, gedichten uit haar ontmoetingen met provincies, steden en stadjes.

Uit dit deel heb ik gekozen voor een gedicht van Simon Vinkenoog dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950, getiteld ‘Thuisreis’, een gedicht dat niet specifiek over een provincie, of stadje gaat maar over Nederland in algemene zin.

.

Thuisreis

.

omdat ik dit niet dromen wil

droom ik weerbarstig van

vochtland watergewassen –

omdat ik niet meer haten kan

moet ik stroomafwaarts

struikelen –

waar ik geboren ben

waar ik mijn vlag heb hangen

daar is het leven dood

van waterzucht bevangen

o vaderland waar de treinen

onder a.p. niet hard mogen rijden

en waar ik niet mag dromen

in opklapbedden

eenzaamheid

.

Paleidokopus

Drager Meurtant

.

Van een vaste lezer van dit blog, die ook regelmatig reageert op mijn stukjes, Drager Meurtant ontving ik een aantal bundeltjes waar ik bijzonder blij mee ben. Niet in de laatste plaats met de bundel ‘Paleikokopus’ van Drager Meurtant zelf (De naam Drager Meurtant is een anagram). Gedrukt door drukkerij Libertas Pascal in Utrecht. In deze prachtig vorm gegeven bundel staan 55 gedichten in het Nederlands en in het Engels (een enkele in het Duits en sommige alleen in het Engels) die horen bij evenzoveel foto’s van assemblages, collages, schilderijen en grafieken van zijn hand.

Drager Meurtant voelde na 35 jaar als dierenarts/onderzoeker actief geweest te zijn de sterke behoefte zich meer kunstzinnig te uiten. Primair via assemblages maar dus ook via andere kunstvormen zoals bijvoorbeeld de poëzie. Dat Drager een voorliefde en fascinatie had voor Dada wist ik al maar hij laat zich ook inspireren door vertegenwoordigers van de CoBrA beweging en Jóan Miró evenals door kunstenaars als David Smith en Joseph Cornell. Invloeden van deze kunstenaars zie je terug in de foto’s van assemblages in de bundel.

Maar niet alleen de foto’s in deze bundel zijn zeer de moeite waard, de gedichten zijn dat zeer zeker ook. Gedichten die serieus zijn maar ook humor bevatten en soms tot in het absurde zoals in het gedicht ‘Toen Miro Beuys trof’.

.

Toen Miro Beuys trof

.

“Op de dag, dat Jóan Miro Joseph Beuys trof

was er niemand

op het strand, behalve ik.

.

Beiden waren ingenomen met de installatie

durf ik stellen.”

.

In een ander gedicht komt (wellicht) zijn bijzondere levensvisie naar voren.

.

Pensioen

.

“OK mensen, na zoveel jaar

slecht-gehumeurde types te hebben verdragen

met veel te veel pretentie

gekoppeld met gebrek aan gevoel, heb ik me

teruggetrokken.

Geen TV, mobieltje, of lap-top.

Als je me wilt zien, dan één voor één graag

en met bericht vooraf, tenminste twee dagen

tevoren,

zodat ik enkele voorzorgen kan treffen.

De hond heeft geen naam / maar des te meer

tanden.”

.

Paleidokopus is een mooi vormgegeven bundel waarin veel te genieten valt. Meer informatie over het werk van Drager Meurtant vind je op https://meurtant.exto.org.

Vrij

Jacques Perk

.

Ik kwam er achter dat ik in de duizenden blogberichten die ik in de afgelopen 12 jaar op dit blog plaatste, nog geen enkele keer iets van de dichter Jacques Perk heb geplaatst. Jacques Fabrice Herman Perk (1859 – 1881) was een belangrijke Nederlandse dichter die echter maar kort leefde. Hij overleed al op 22-jarige leeftijd door een longaandoening, na een kort ziekbed.

Zijn sonnettenkrans ‘Mathilde’ (in zijn geheel te lezen op: https://www.dbnl.org/tekst/perk003gedi04_01/ ), uitgegeven door Willem Kloos, vormde de opmaat voor de vernieuwende Beweging van De Tachtigers in de Nederlandse literatuur. Perks beeldende natuurlyriek, vooral in de vorm van het sonnet, waarin hij, onder invloed van de Engelse dichter Shelley, ingrijpende vernieuwingen toepaste, behoort tot het beste dat op dit gebied in het Nederlands is geschreven en heeft belangrijke invloed gehad op de poëzie van later tijd.

Perks Gedichten werden postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde ‘Inleiding’ van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een ‘authentieke’ editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Jacques Perk overleed op 22 jarige leeftijd op het punt van doorbreken als dichter (door Carel Vosmaer werd hij in de Spectator zelfs met Dante vergeleken kort voor zijn dood) aan een abces aan zijn longen. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats (vak 1 nr. 19) waar ook zijn vader later is zou worden bijgezet. In La-Roche-en-Ardenne staat een herdenkingsmonument voor Jacques Perk en zijn vader Marie Adrien Perk ( die in 1882 een bundel anekdotes en legendes over deze stad publiceerde). Dit was de eerste ‘reisgids’ die verscheen over La-Roche-en-Ardenne waarna de Nederlanders in toenemende mate de stad bezochten. Dit was ook de plek waar Jacques Mathilde ontmoette waar hij zijn sonnettenkrans naar zou noemen en aan zou wijden. Uit deze sonnettenkrans het gedicht ‘Vrij’. Op bevrijdingsdag een toepasselijke titel leek me.

.

Vrij

De lauwe wind zweeft aan op loome zwingen
En spartelt door de loovers der abeelen,
Die ritselend de zonnestralen streelen,
En ’t water en zijn hellen glans bezingen.
Hoor! hoe in ’t veld de leeuweriken kweelen!
In de’ oofthof, waar de geuren ’t al doordringen,
Daar zwerven met haar mee de zwervelingen,
De vlinders, die om bloem en bezie spelen.
Mijn ziele zwerft als zij, maar kan niet vinden.
Zij ziet, hoe alles zich door iets voelt binden,
En voelt zich vrij…. De rijpe vrucht, gespleten,
Bij ’t smakken in het zand, is vrij. We ontvangen
Den dood, terwijl we ’t vrije Zijn erlangen:
Ik kan, ik kán Mathilde niet vergeten!
.
.

Dodenmars voor Rotterdam

Clara Eggink

.

Op 4 mei, de dag dat we alle Nederlandse oorlogsslachtoffers herdenken (omgekomenen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en in de verschillende oorlogen nadien), wil ik stilstaan bij een dramatische gebeurtenis aan het begin van de tweede wereldoorlog waarbij tussen de 650 en 900 mensen omkwamen en meer dan 80.000 mensen dakloos werden; het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940.

De Duitsers wilde de capitulatie versnellen door Rotterdam te bombarderen. In de vroege middag van die 14e mei bestookte de Duitsers Rotterdam drie kwartier lang met een bommentapijt en veranderde de binnenstad daarmee in een vuurzee. Deze aangrijpende en schokkende gebeurtenis beschrijft dichter Clara Eggink (1906 – 1991) in haar gedicht ‘Dodenmars voor Rotterdam’, opgedragen aan Gerard Zalsman. En hoewel er dood heerst in dit gedicht en vernietiging steeds aanwezig is, spreekt zij in de derde strofe het vertrouwen uit in het herstel en de wederopbouw van de stad. In die zin had Clara Eggink een voorspellende stem.

Het gedicht van Eggink werd voor het eerst gepubliceerd in het tijdschrift ‘De Stem’ in 1940 en was getiteld ‘Doodenmarsch’ en had toen als opdracht ‘Aan G.Z.’. De Stem, een literair-cultureel tijdschrift verscheen tussen 1921 en 1941.

.

Doodenmarsch

Aan G.Z.

Ik waag mij haast niet in die straat
Waar gloeiend puin in ’t donker staat.
De wind loeit om een bouwvaltop,
Een schelle vlam schiet suizend op
Belichtend, als in spotternij,
De resten van wat huisgerei.
Hier vond wie daaglijks nam en gaf
Een ruw en eindloos massagraf.
Het werk van hersens, hand en lust
Is even grondig uitgebluscht.
.
Ik wend mij naar den havenkant.
De schepen liggen leeggebrand,
Het water, d’eeuwenoude baan,
Voert bloed en roet naar d’oceaan.
Daar staat de dood nog op de brug
Een zwarte schaduw, recht van rug.
Och broeders, hij bleef ongedeerd
Terwijl uw schim hier langs marcheert.
Links, rechts…
.
Maar als die stad weer is herbouwd
Van staal en glas en steen en hout,
Die kleine wereld is hersteld,
Bolwerk van koopwaar, zee en geld.
Als er gewerkt weer wordt op de asch
Van wie voor kort nog werkend was –
Dan zullen nog bij nieuwe maan
Uw schimmen door de straten gaan.
Links, rechts…
.
.

Varkens

Les Murray (1938 – 2019)

.

Op 29 april jongstleden overleed de Australische dichter, bloemlezer en criticus Les Murray. Van 1963 tot 1967 werkte hij als vertaler bij de Australian National University. In 1971 staakte hij zijn werkzaamheden als ambtenaar in Canberra om zich volledig aan de poëzie te wijden. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘The Ilex tree’ waarna er nog vele zouden volgen. In 2015 verschenen nog twee bundels van zijn hand en in 2018 verschenen zijn ‘Collected poems’. Deze ‘Australia Bush Bard’ en gedoodverfde Nobelprijskandidaat was populair bij een brede groep lezers van intellectuelen tot boeren. Hij werd (tijdens zijn leven) door de National trust of Australia niet voor niets benoemd tot een van de 100 levende schatten van Australië.

In 2013 vertaalde Maarten Elzinga gedichten van Murray en stelde een bundel samen van deze gedichten met als titel ‘De planken kathedraal’. Uit deze bundel het gedicht ‘Varkens’.

.

Varkens

.
We waren op het zere cement met z’n allen.
Niet door de lichtgloed verwarmd. We slurpten geen brij
onder die paal waar de bliksem aan vast zit.
Geen melk met biggeschijt om ons op te geilen.
Wij toen in koele godenstront. We vraten knap.
We wroetten in struikgewasgangen naar smakelijk rot.
We waren toen allemaal neukers. En dik, hm? Reten
de hond die teelballenbijter open en schransden hem nat.
We schoven het zompe cement van rivieren omlaag.
We snurkten de grond hol, laafden een worp, knorden.
Hielden nooit op met groeien. We woelden, we snoven
en lieten het lot begaan, tot de heuvelruggen ons waren
met zwaar verborgen hoeven. Of borstelig, met melk.
We kenden niks toen van japende messen of waterstraal-dreun.
Niet het vreselijk bliksemsnijdend geschreeuw verderop.
De klappen van verbrand water. Dit gevoel van al weg zijn
hier op geen plek met onze koppen op ondersteboven.
.
.

Dirk Kuijt

De kop van Kuijt

.

In 2006 verscheen ter gelegenheid van het wereldkampioenschap voetbal dat jaar in Duitsland het bundeltje van Henk Spaan met de titel ‘De kop van Kuijt’. En hoewel het Nederlands elftal toen in de achtste finale verloor met 1-0 van Portugal hebben we dankzij Henk Spaan toch een mooi aandenken aan de voetballers uit die tijd. Gedichten over onder andere Robin van Persie, Giovanni van Bronckhorst, Arjen Robben, Klaas Jan Huntelaar en dus ook Dirk Kuijt.

Henk Spaan (1948) weet als geen ander over voetbal en voetballers poëzie te schrijven. Zo verschenen eerder van zijn hand de bundels ‘De zoon van Cruijff en andere gedichten’ en ‘Maldini heeft een zus’. Uit dit aardige bundeltje het titelgedicht over de voetballer Dirk Kuijt.

.

De kop van Kuijt

.

De kop van Kuijt

Ken ik al vijftig jaar

Liefhebber als ik was

Van alles van Kluitman Alkmaar

Ik leefde dus ik las.

.

Dat hoofd van Dirk

Wedergeboren Kluitmanheld

Bob zonder zorg

Hollandse jongen

Hein Stavast

Jaap uit de zesde klas

Alles van Chr. van Abkoude

Ik leefde als ik las.

.

Er kwam een leegte in ons huis

Waaraan het slechts ontsnappen was

Als ik in een hoekje zat

En las.

.

Maannacht

H. Marsman

.

Maannacht

.

De maan breekt de wolken uiteen;

en stroomende uit die wel breken

kolken en kreken, gletschers en meren

naar alle verten uiteen.

.

de aarde is klein en alleen,

een slingerend schip in het ruim,

dat zich stampend en schuin

overstag gaand in doodsangst

kampende boven houdt

op het kolkende water des donkers

onder het stormende schuim.

.

Ik lig in het ruim naast een vrouw.

haar borsten rijzen en dalen;

zij slaapt, zij denkt nu alleen

in haar droomen aan het geluk;

hoe vredig haar ademhalen:

zij weet niets van den nood

van ons schip, zij hoort

de seinen niet gillen

noch het angstig fluiten

driemaal, als een signaal

van den dood.

.

gun mij nog twee uren slaap,

ik kan zoo niet blijven waken.

.

-neem dan nu afscheid van haar,-

misschien zult gij den morgen niet halen,

tenzij in een ander land.

.

ik schuif mijn hand in haar hand

-zie, even beven haar wimpers-

zoo liggen wij naast elkaar

als tweelingen, sluimrende kindren.

zullen wij elkaar niet meer vinden

dan zij mij dood – of ik haar?

.

Een kleed dat ooit een paard is geweest

Fantoommerrie

.

Hoewel ik de tweede dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld al een tijdje heb liggen was ik nog niet in de gelegenheid er eens voor te gaan zitten en het te lezen. Ik had al wel een paar gedichten gelezen en was al snel tot de conclusie gekomen dat dit weer typisch ‘Rijneveld’ poëzie was; verrassend, ongrijpbaar soms, vol beelden en metaforen. Afgelopen week de bundel eens goed gelezen en ik werd niet teleurgesteld. Heel af en toe deden de lange, pagina vullende gedichten zonder witregels, me denken aan de poëzie van Nyk de Vries maar alleen qua vorm, niet qua inhoud.

Marieke Lucas gaat in ‘Fantoommerrie’ verder waar ze in ‘Kalfsvlies was gebleven, schrijvend vanuit haar leven, haar herinneringen (ongetwijfeld aangevuld vanuit haar grote fantasie) en haar gedachten.  Ik koos voor het titelgedicht dat ik met jullie wilde delen. In dit gedicht komt voor mij ineens Marieke Lucas van nu naar voren waar in veel van de andere gedichten de Marieke Lucas van vroeger aan het woord is.

.

Fantoommerrie

.

‘Bedplassen is hetzelfde als voor je beurt praten omdat er zoveel te

vertellen valt. Vannacht was ze weer de fantoommerrie met een doffe

vacht, niemand die de moeite had genomen haar zo te kleden dat ze beter

.

overeenkwam. Er werd gefluisterd dat je nooit dichter bij iemand kon komen

dan zo, en ze dacht aan de manen die ze waren vergeten op te plakken, ezeltje-

prikje en geblinddoekt voor iedereen, ze was gewoon een houten blok zonder

.

kop of staart. Muziek stond op, iets met dansen aan zee en don’t speak en het

ritme maar niet kunnen ontkomen. Hoe de hand die haar lief was haar benen

uit elkaar schoof in de vorm van een gevarendriehoek waarvan de reflectors

.

het niet meer deden, uitroepteken. Haar colabuik werd verward met vlinders,

ooit iemand zich in een vlinder zien verslikken om daarna te twijfelen over

het evenwicht tussen koolzuurgas en koolzuur, hoe instabiel het hart wordt

.

na de eerste keer langdurig openstaan? In de stallen van haar hoofd briesen

de merries doodleuk en op straat wordt er gesjoemeld met het daglicht, nog

even dit donker, nog even een slotlied. Wanneer ze ontwaakt ligt ze op haar

.

buik op haar matras als een kleed dat ooit een paard is geweest.

.

Het glazen olifantje

Absurdistische poëzie

.

Deze week kreeg ik de absurdistische vertelling ‘Twee luitenanten’ onder ogen van Stefano Keizers (pseudoniem van Gover Meit, 1987). Wie Stefano weleens gezien of gehoord heeft weet dat de term absurdistisch hier op geen enkele manier overdreven is. Stefano Keizers is cabaretier en hij won de  29e editie van het Concours om de Wim Sonneveldprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival. Ook creëerde hij voor zijn alter ego een biografie waaruit eens des te meer blijkt hoe absurd zijn wereld is. Zo zou hij geboren zijn in 1984 in Yaoundé in Kameroen, woonde hij in zijn jeugd in verschillende landen, was hij getrouwd met ‘zeilmeisje’ Laura Dekker en was hij directeur van een keramiekfabriek in China.

Maar terug naar ‘Twee luitenanten’. Dit boek is een soort dwarsligger op groot formaat, dat wil zeggen dat je het niet leest zoals je gewoonlijk een boek zou lezen maar over de lange kant. Het boek bestaat uit allerlei losse stukken , tekeningen, korte overpeinzingen (het hoofdstuk Orakel LXXII bijvoorbeeld bestaat uit een enkele regel: Ik wil dit hoofdstuk wel schrijven maar ik ben er te lui voor) en enkele gedichten.

Omdat dit blog over poëzie gaat wilde ik daarom uit dit boek het gedicht ‘Het glazen olifantje’ hier plaatsen omdat het zo heerlijk feitelijk nergens over gaat en daarom toch zo grappig is.

.

Het glazen olifantje

.

Het glazen olifantje liep met zijn vrienden over de prairie

Het was een koude nacht

In de prairie daalt de temperatuur na zonsondergang

Bijna net zo snel als in de woestijn

.

Het glazen olifantje liep met zijn vrienden over de randen

Zoals de rand van de lichtbak van een Chinees restaurant

Hoewel de neonletters bedoeld waren om reclame te maken

Brachten ze veel sfeer in de straat, en kleurden ze het landschap

.

Het glazen olifantje liep met zijn vrienden over luifels

Bijna alle rook die je inademt is slecht voor je

Op bijna alle meubels met een vierkante bovenzijde

Wordt weleens iets neergezet met een ronde vorm

.

Ik zou graag een keer parachutespringen

Liefst uit een vliegtuig, en liefst zonder begeleiding

Het schijnt alleen heel duur te zijn, dus ik wacht er nog maar even mee

Misschien krijgen we korting als we met een grote groep vrienden tegelijk gaan

.

Foto: Cooper Seykens voor JFK)