Pier Paolo Pasolini
Blind gepakt
.
Vandaag maar weer eens voor mijn boekenkast gaan staan en met de ogen dicht een bundel gepakt. Dit keer werd dat de bundel ‘De as van Gramsci’ uit 1989 van de Italiaanse filmregisseur, schrijver, dichter en marxist Pier Paolo Pasolini (1922-1975). De titel verwijst naar een vroege Pasolini-bundel uit 1957 met dezelfde titel, maar is in deze uitgave aangevuld met gedichten uit ‘De religie van mijn tijd’ uit 1961.
In mijn exemplaar heeft een vorige eigenaar nog van allerlei aantekeningen in potlood en markeringen met gele stift toegevoegd waarvan ik er een aantal kan plaatsen (Laat-Latijnse jongens = alliteratie) maar een groot aantal ook niet (bijvoorbeeld een aantal keer Lucca (de stad) gemarkeerd).
Vervolgens heb ik de bundel op een willekeurige pagina geopend (pagina 93) en daar staat het gedicht ‘Aan de christencritici’ uit ‘Vernederd en gekwetst’ epigrammen uit 1958.
.
Aan de christencritici
.
Vaak beschuldigt een dichter zichzelf, belastert zichzelf,
overdrijft uit liefde zijn eigenweerzin,
overdrijft als zelfkastijding zijn eigen simpelheid,
is puriteins en kwetsbaar, hard en decadent.
Is al te scherpzinnig haast in de analyse van sporen
van het erfgoed, het levende verleden:
heeft al te veel schroom haast voor enige concessie
aan redelijkheid en hoop op de toekomst.
Best, jammer voor hem! Er is geen ogenblik van
aarzeling: citeer hem, dat is genoeg!
.
Museum van het boek
Tom Lanoye
.
Op zoek naar een foto in mijn bestanden kwam ik een foto tegen waar ik even bij bleef hangen. Dat is altijd een goed teken, dus liet ik mijn zoektocht even voor wat het was en concentreerde ik me op de foto die mijn aandacht had getrokken. Het betreft hier een foto die ik nam in het Literatuurmuseum in Den Haag van een vitrine over Tom Lanoye (1958) Vlaams dichter, romancier, essayist en toneelschrijver.
In de vitrine lagen enige bibliofiel uitgegeven werken van Lanoye. Zoals de uitgave ‘Hanestaart’, gedichten, in 1988 uitgegeven in een beperkte oplage en geïllustreerd door Jimi Dams. Een oplage van 20 exemplaren van verguld halfleer met platten van versierd papier, genummerd en gesigneerd door de auteur.
De bladzijde waarop deze uitgave openlag was niet genummerd maar het gedicht was goed te lezen. Het betreft hier het gedicht ‘Clip’.
.
Clip
.
Leg een hertejong, ik zal het broeden
tot zijn schedel barst zoals
de lippen van een digitale vrouw.
.
Kus de jakhals in mijn plaats, ik zal hem
zegenen met satellieten tot zijn drift
kan karnen in een langverwacht vaccin.
.
Geef desnoods de schaamluis door, ik zal haar
strelen als tranquilizers op een sterfbed, haar
troosten als een vetplant met een flatneurose.
.
Maar vraag niet dat ik vrede neem met de
melt-down van verveling, dat ik de leeuwemuil
zou spalken met het hout van ersatz en geduld.
.
Verlang niet dat ik rusten zou voor ik nation-wide
gescreend heb: het scala van mijn tanden, de roep
van mijn ravage, het karma van mijn koorts.
.
Kadootje
Jarig
.
Omdat ik vandaag jarig ben een toepasselijk gedicht over een kadootje. Het gedicht is van Theo Olthuis (1941-2024) uit zijn bundel ‘In je hoofd kun je alles’ uit 2007.
.
Kadootje
.
Kreeg zomaar
een kadootje
en maakte voorzichtig
het papiertje los.
Er schemerde iets
wat ik NIET wou hebben,
maar het was al van mij…
En voor ik het wist
riep ik: Dankjewel!
en keek
heel moedig blij.
.
Caroline
Taalverruwing versus taalvervlakking
.
Tussen 1997 en 2004 verzorgde Driek van Wissen (1943-2010) in het radio- en televisieprogramma Binnenlandse Zaken van de TROS een rubriek met de titel ‘Kritiek van Driek’. In deze rubriek, herinner ik me, mocht hij graag commentaar geven, al dan niet met een vette knipoog op de taalverruwing. Overigens ging deze taalverruwing vaker over het ontbreken van enige logica in de Nederlandse taal en grammatica dan over echte taalverruwing.
Ik moest hieraan terugdenken toen ik in de bundel (met CD) ‘Dat lijkt warempel sandelhout’ van Frank van Pamelen uit 2003 het gedicht ‘Caroline’ las. In eerste instantie denk je tegenwoordig bij zo’n naam een een ‘politica’ met diezelfde naam, maar in dit geval betreft het niemand minder dan Caroline Tensen, of zoals van Pamelen haar in het gedicht noemt Tenzen.
Van Pamelen (1965) stond in MUGzine #8 (samen met een aantal andere light verse dichters) en is in de light verse kringen een zeer bekende en gewaardeerde naam. In de bundel ‘Dat lijkt warempel sandelhout’ neemt hij Caroline Tensen op de hak en dan vooral de manier waarop zij het Nederlands uitspreekt (op de manier waarop men in het Gooi woorden verbastert). Misschien kan René Appel een keer het DNA van Caroline Tensen in de Taalstaat bespreken (als hij dit niet al een keer gedaan heeft).
.
Caroline
.
Taalvernieuwing kent geen grenzen
Dankzij Caroline Tenzen
.
Want zij is op dat gebied
Zerieus mijn vavoriet
.
Steeds wanneer zij talenknobbelt
(in een kenniskwis bevobbeld)
.
Roept zij met een luide sreeuw:
Goh, u weet wel heeuw ejg veeuw!
.
Ach, de taauw waar ik van hieuwd
Wordt door haar voorgoed vernieuwd…
.
Ik
Jan Arends
.
Als je veel poëzie leest ga je een bepaalde voorkeur ontwikkelen. Zo heb ik gemerkt dat ik gedichten die vanuit de Ik persoon zijn geschreven om de een of andere reden vaak minder beoordeel dan gedichten die over een jij of hij/zij zijn geschreven of gedichten die niet vanuit een persoon zijn geschreven. Misschien komt het doordat sommige dichters en spoken word-dichters de neiging hebben om alles wat ze schrijven vanuit het eigen perspectief te doen.
Dat ik niet moet generaliseren weet ik, en dat wil ik ook niet, en om te onderstrepen dat poëzie geschreven vanuit een Ik perspectief ook heel verrassend en goed is of kan zijn hieronder een voorbeeld van dichter Jan Arends (1925-1974) uit de bundel ‘Lunchpauzegedichten’ uit 1975.
.
IK
Schrijf gedichten
als dunne bomen.
.
Wie kan zo mager
praten
met de taal
als ik?
.
Misschien
is mijn vader
gierig geweest
met het zaad.
.
Ik heb
hem nooit
gekend
die man.
.
Ik heb
nooit
een echt woord gehoord
of het deed pijn.
.
Om pijn
te schrijven
heb je
weinig woorden
nodig.
.
Poëzieweek 2025
Dennis Gaens
.
Van 30 januari t/m 5 februari is het weer Poëzieweek. Dit jaar is het thema ‘lijfelijkheid’ en de themabundel wordt geschreven door de Vlaamse dichter Charlotte van den Broeck. Ik las in de Volkskrant van zaterdag een recensie van haar nieuwe roman ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’ waarin ze werd opgevoerd als dichteres. Dat kan toch eigenlijk niet meer. Na de directrice, presidente, en docente mag wat mij betreft de dichteres ook wel tot het verleden gaan behoren. Ik las in een artikel van Trouw dat dichteres vooral gebruikt wordt voor oudere vrouwelijke dichters en dat voor jonge vrouwelijke dichters gewoon dichter gebruikt wordt. Dat lijkt me een prima verdeling.
Maar terug naar de Poëzieweek. In de Poëzieweek is heel veel aandacht voor poëzie in Nederland en Vlaanderen. Maar vooral in Vlaanderen valt me op. Wanneer je de activiteiten in de Poëzieweek leest op de website valt op dat meer dan de helft (misschien wel twee derde) van alle activiteiten in Vlaanderen zijn. Op de banner van de Poëzieweek staat niet voor niets Vlaanderen voor Nederland. Nu kan het zijn dat men in Vlaanderen actiever is met het delen van poëzieactiviteiten maar dat geloof ik niet. Ik denk dat het in Nederland minder leeft en dat heeft vooral te maken volgens mij met het terugtrekken van de CPNB als partner in de organisatie.
In Vlaanderen staan er een aantal grotere partijen achter dit initiatief en dat merk je. In Nederland zijn er uiteraard ook poëziepartners aangesloten maar die hebben niet dezelfde dekkingsgraad noem ik het maar, als de CPNB had. Een gemis kortom. Desalniettemin valt er genoeg te genieten tussen 30 januari en 5 februari (en daarom heen ook nog wel trouwens). Blijft natuurlijk jammer dat we een Poëzieweek nodig hebben om poëzie onder de (nodige) aandacht te brengen.
Toen ik de Luule-special van MUGzines als activiteit wilde aanmelden bleek dat ik toch best een aantal gegevens moest achterlaten. Logisch natuurlijk want wanneer je een lezing of podium organiseert wil je wel laten weten waar en wanneer dit plaats vindt. In het geval van het publiceren en uitbrengen van een klein poëtisch magazine is dat natuurlijk toch wat anders. Dat donateurs van MUGzine de special automatisch toegestuurd krijgen hoef ik daar niet te melden maar dat de special ook te krijgen is voor niet donateurs door een mail aan mugazines@yahoo.com te sturen, staat er nu in ieder geval op.
Toen ik klaar was met het aanmeldingsproces moest ik denken aan een gedicht dat ik ooit las waarin een aanmelding terugkwam. Het was even zoeken maar ik heb het gedicht teruggevonden. Het betreft het gedicht ‘Vermeld altijd’ van Dennis Gaens (1982) uit de bundel ‘Ik en mijn mensen’ uit 2010.
.
Vermeld altijd
.
- ) Waar is het
- ) Wat is er
- ) Wie u bent
.
In principe weten wij dit (altijd) al, maar we horen het graag van uzelf. Het
liefst in een overslaande stem. Deze drie, maar van deze drie het meest: wie
u bent. Dit is geen oefening. Dat is het nooit.
.
Trouwens, paniek staat u niet. U hebt er het postuur niet voor. Wees gerust:
uw lichaam kent de routines. U kent dat verhaal van het leven in een flits
enzovoorts, maar de waarheid is veel kleiner. Alles wat u meemaakt zijn
zware voeten op steeds de volgende traptree, uw klamme handen om de
leuning en uw snelle hartslag. U bent nu heel dicht bij uzelf.
.
Maar u moet naar de uitgang.
.
Daar is een plek waar we met zijn allen hebben afgesproken.
.
Peer
Drs. P
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast, sluit mijn ogen en laat mijn handen gaan over de ruggen van zovele poëziebundels. Dan stop ik bij een wat steviger rug, open mijn ogen en ben ik gestopt bij de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ Liedteksten van Drs. P uit 1999. Vervolgens neem ik de bundel in handen en open deze op een willekeurige pagina. Ik noem dat blind pakken en ik open de bundel op pagina 244 en daar staat het gedicht ‘Peer’.
Wanneer je jezelf wil verrassen is dit een hele fijne manier van poëzie lezen. Vooropgesteld natuurlijk dat je wat bundels hebt om uit te kiezen. Elke dag op deze manier een bundel pakken en het lot laten bepalen welk gedicht je gaat lezen. Gewoon proberen.
Uit de bundel van Drs. P (1919-2015) het gedicht ‘Peer’.
.
Peer
.
De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer
Ik ben alleen en heb een peer
.
De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer
Ik schil de peer en snijd de peer
.
In een weemoedige, herfstige sfeer
Peuzel ik mijn stukjes peer
.
De koude sluipt nader en de regen druizelt neer
Ik ben alleen en zonder peer
.
Levens-vreugde in den dood
De Tachtigers
.
Ik heb al veel geschreven over verschillende stromingen in de poëzie. De Vijftigers, de Zestigers, Nieuwe Realisten, de Maximalen, maar ik kwam erachter dat ik nog nooit een blog gewijd heb aan de Tachtigers. Ik heb wel aan verschillende vertegenwoordigers van de Tachtigers individueel aandacht besteed maar aan de stroming als zodanig nog niet. Een omissie kortom. Daar gaat nu verandering in komen.
De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse kunst en met name binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van de auteurs die tot deze beweging worden gerekend kwamen het impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn gevormd uit een groep jonge studenten en kunstenaars, geboren tussen 1855 en 1865, voornamelijk afkomstig uit Amsterdam en omgeving, die elkaar vonden in de afkeer van de victoriaanse wereld die Alphons Diepenbrock later zou beschrijven als ‘de afschuwelijke vulgariteit van de bureaucratenwereld der ‘letterkundigen’.
Ze zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie en de sterke onderlinge band die de meesten van hen aanvankelijk met elkaar hadden: zij kenden elkaar van hun studies of van sociëteiten, correspondeerden intensief met elkaar leenden elkaar geld en investeerden in hun in 1885 vol elan opgericht nieuw literair tijdschrift De Nieuwe Gids, dat vooral in de begintijd over het algemeen met de beweging werd vereenzelvigd en zich sterk afzette tegen de reeds bestaande, meer behoudende De Gids, dat verscheen sinds 1837.
Naast De Nieuwe Gids werd ook het weekblad De Amsterdammer een belangrijk medium van de beweging. Hoewel het vooral een literaire beweging betrof, waren er ook kunstschilders en componisten die zich met de beweging associeerden, zoals de eerder genoemde componist en schrijver Alphons Diepenbrock (1862-1921).
Belangrijkste dichters uit de beweging van de Tachtigers zijn Willem Kloos, Herman Gorter, Hélène Swarth, Albert Verwey, Hein Boeken, Franc van der Goes en Jacques Perk en in hun voetspoor ook een dichter als Augusta Peaux.
Nico Donkersloot (1902 – 1965, pseudoniem Anthonie Donker) hoogleraar Nederlands, letterkundige, essayist, schrijver, literair vertaler en dichter, publiceerde in 1935 ‘De gestalten van tachtig, bloemlezing uit de poëzie der tachtigers’. Uit deze bloemlezing koos ik het gedicht ‘Levensvreugde in den dood’ van Willem Kloos (1859-1938). Het gedicht werd genomen uit de bundel ‘Verzen III’ uit 1913.
.
Levens-vreugde in den dood
.














