Site-archief

Een minnend paar

Gust Gils

.

Gust Gils (1924-2002) was een Antwerps dichter en een van de oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik (vernoemd naar het gelijknamige jazz-café in Antwerpen) in 1954. Ook was hij redacteur van Podium, een Nederlands literair tijdschrift dat heeft bestaan van 1944 (opgericht in de illegaliteit in Leeuwarden) tot 1969.

Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.

Uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957 het gedicht ‘Een minnend paar’.

.

Een minnend paar

.

een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
.
liefde of toeval niemand weet het
.
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer

.

GG

GG!

Met dank aan wikipedia en gedichten.nl

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

Robert Frost

50 plus

.

Robert Lee Frost (1874 – 1963) was een Amerikaans dichter en toneelschrijver. Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Reeds tijdens zijn leven was Frost een veelvuldig geciteerd en geëerd dichter. Hij ontving vier Pulitzer prijzen voor Poëzie voor de bundels ‘New Hampshire: A Poem with Notes and Grace Notes’ (1924), ‘Collected Poems’ (1930), ‘A Further Range’ (1936) en ‘A Witness Tree’ (1942).

 .

What fifty said..

 

When I was young my teachers were the old.
I gave up fire for form till I was cold.
I suffered like a metal being cast.
I went to school to age to learn the past.

Now when I am old my teachers are the young.
What can’t be molded must be cracked and sprung.
I strain at lessons fit to start a suture.
I got to school to youth to learn the future.

.

Frost

De witte meeuw

Henri Bruning

.

Vandaag in de categorie (Bijna) vergeten dichters de dichter H. Bruning (1900 – 1983). Henri Bruning was dichter en essayist.

Henri Bruning debuteert in 1924 met de dichtbundel De Sirkel. Vanaf 1934 is hij actief in de katholiek-solidaristische beweging Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen). Deze organisatie was in 1931 in Vlaanderen opgericht. Dit Verdinaso was in Nederland vooral een katholieke beweging, waarvan een aantal leden uiteindelijk in de herfst van 1940 overging naar de NSB.

In de jaren dertig publiceert Bruning dichtbundels als Het verbond (1931) en Fuga (1937). Regelmatig schrijft hij in De Christofore en hij staat vóór de Tweede Wereldoorlog bekend als de schrijver van Subjectieve normen (1936) en Verworpen christendom (1938). Deze groot-opgezette en geïnspireerde opstellen over actuele religieuze en culturele problemen maken van Bruning een der meest bezielde en toonaangevende schrijvers onder de jongere katholieke auteurs.

Eind 1940 wordt Bruning lid van de NSB en eindredacteur van De Schouw, het blad van de Nederlandse Kultuurkamer. Hij is gedurende de oorlog actief als censor en wordt uiteindelijk in 1944 lid van de Germaanse SS in Nederland.

Na de oorlog wordt hij tot twee jaar en drie maanden internering veroordeeld en krijgt hij een schrijfverbod van tien jaar opgelegd. In 1954 neemt het literaire maandblad ‘Maatstaf’ een gedicht van Bruning op en geeft uitgever Bert Bakker zijn ‘Gezelle, de andere’ uit. Deze uitgave wekt bij veel letterkundigen en boekhandelaren weerstand en het wordt duidelijk dat hij zijn letterkundige positie van vóór 1940 niet terug zal krijgen. Bruning wordt tot het eind van zijn leven gemeden door gevestigde literaire kringen. Dat verhindert hem niet om in eigen beheer nog menige dichtbundel te publiceren.

In de bundel ‘Nieuwste dichtkunst’ uit 1934 staat een gedicht van Henri Bruning ‘De witte meeuw’. Toen nog niet onder de invloedsfeer van het Nationaal-Socialistisch denken.

.

De witte meeuw

.

Een meeuw zijn – en de ruimte toebehoren,

een meeuw die het dof dreunen van de zee niet hoort

maar steiler klievend, stormen, zon en regen

gelijkelijk, en niet, en onvervaard

behoort.

.

maar méér – o mateloos azuur – een meeuw die snel en wit

over de duinen schiet

gelijk een vuren licht; in kalme pracht

boven de branding zweeft

en zwenkend, steiler, rustelozer, kleiner

naar de heldere pracht

der verten streeft

 

Uit: Het verbond, Het Sinjaal, 1931

.

nieuwste dichtkunst

 

subjectieve normen

Hoekkamer

Clara Haesaert

.

Vandaag wil ik een vrouwelijk Vlaamse dichter Clara Haesaert belichten. En wel om de volgende reden. Toen ik informatie over haar las waarin stond dat ze zich professioneel inzette voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken scoorde ze als mens al punten bij me, toen ik op zoek ging naar haar poëzie was het duidelijk; ik ging een blogpost over haar schrijven.

Geboren in 1924 was Clara Haesaert na haar studie werkzaam als ambtenaar bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur (kom daar tegenwoordig nog maar eens om, ministeries met zulke ronkende namen). In die functie zette ze zich dus in voor bibliotheekvoorzieningen en de kwaliteit van jeugdboeken.

Op 29 jarige leeftijd debuteerde ze als dichter met de bundel ‘De overkant’ waarna er nog 8 bundels volgden. Haar laatste bundel ‘Voorbij de laatste vijver’ verscheen in 1995. Ze was medeoprichtster en redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift ‘De Meridiaan’ tijdschrift voor kunst en letteren, en oprichtster van Internationaal Kunstcentrum Taptoe in Brussel. Tot slot was ze mede-stichtster van de “Middagen van de Poëzie” en van het Haiku-centrum voor Vlaanderen in Overijse.

Naast de Basiel de Craeneprijs voor haar gedicht ‘de Man’ in 1952 , de Mathias Kempprijs voor Poëzie voor haar bundel ‘Medeplichtig’ in 1984 en ‘Het gulden boek voor Verdiensten bewezen aan het Boekwezen’ in 1991 werd ze in 2001  bevorderd tot Officier in de Leopoldsorde.

Uit jaargang 8 van De Brakke Hond uit 1991 het gedicht Hoekkamer van haar hand.

.

Hoekkamer

Het gulden boek voor verdiensten bewezen aan het boekwezen, bibliotheken, jeugdboeken,

1.
Je loopt levend door mijn gedachten,
je handen bewegen,
je knippert met de ogen.
Ik ben dood, zei je toen, die avond,
zeven jaar geleden.
Nu hoor ik je stem, verdrietig,
ik zie je stappen, voorovergebogen.
Toch loop je elk ogenblik, veerkrachtig,
lachend en pratend door mijn gedachten.
2.
Op een dag liep ik met een vriend door het bos.
Een groot bos vlakbij de grootste stad van het land.
Het was februari, ik hoorde een ijsvogel zingen.
Op het smalle wandelpad lag een dun laagje sneeuw.
3.
In deze hoekkamer rees de vraag:
waarom de stem verheffen,
waarom met woorden treffen.
Waarom het ondoordachte:
steeds de sterkere, de onverstoorbare te lijken,
waarom geraffineerd de meedogenloze spelen.
In het schild voor het ongeluk geboren:
onloochenbaar merkbaar in ogen en stem,
koele tegenstrijdigheid in zien en horen.
.
Clara
Met dank aan dbnl.org en Wikipedia

Toeristiese aangelegenheid

Gust Gils

.

De Vlaamse dichter Gust Gils (1924 – 2002) uit Antwerpen was een van de oprichters van het bekende avant-gardistische tijdschrift ‘Gard Sivik’. Ook was hij redacteur van het Nederlands literaire tijdschrift ‘Podium’ dat heeft bestaan van 1944 tot 1969.

Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.

Gust Gils kreeg voor zijn werk onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de Oeuvreprijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Van zijn hand een mooi licht absurdistisch gedicht.

.

 

.

Toeristiese aangelegenheid

onmogelijke belichting.
kriskras.

vierkante middeleeuwse overblijfsels
(volgens beschrijving) van een stad,

onder de voet. dalen. meters diep in keihard
verdikt verleden.

achttien zijn wij
– het lampje meegeteld nabij het hangmat

waarlangs de gids met sleutels en ketens
als laatste nu naar beneden klautert.

Uit: ‘Een plaats onder de maan’ uit 1965.

.

gust gils

 

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl

Vlakbij je hart

Harriet Laurey

.

In de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag Harriet Laurey. Harriet  werd in 1924 in Eindhoven geboren. Zij is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor jonge kinderen.

Als dichteres debuteerde Laurey in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in De Nieuwe Eeuw. Snel volgden meer gedichten en zij werd enkele jaren redactrice van het tijdschrift Roeping en medewerkster van Nieuwe Stemmen. Haar eerste zelfstandige publicatie is een kleine cyclus liefdeslyriek die in 1950 verscheen onder de titel Voorland.

De bundel ‘Triple alliantie’ verscheen ongedateerd (in 1951) bij Uitgeverij Helmond  en bevat behalve van Harriet Laurey ook gedichten van  Lou Vleugelhof en Frans Babylon. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Net als de bundel ‘Oorbellen (1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond dit werk veel bijval bij een groot publiek.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘Vlakbij je hart’.

.

Vlakbij je hart

 .

Vlakbij je hart moet ik soms denken aan

het droefste liefs, en kan het niet vertellen,

maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,

zo driftig en gehaast als waterbellen.

Ik lig het bijna, bijna te verstaan,

met open mond, om het langzaam te spellen.

 .

Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,

bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,

dat ik weer stil word van verwondering.

En als ik zo lang naar je heb gekeken,

dat alle woorden zijn teruggeweken,

weten mijn lippen maar van: lieveling…

.

harriet_laurey

(bijna) vergeten dichters

Nieuwe categorie

.

Iedereen die van poëzie houdt kent wel een dichter, overleden of nog levend, waar nauwelijks of geen interesse meer in is. Een (bijna) vergeten dichter. Bijna, want anders zou je niet op de naam of het gedicht kunnen komen. Als ik in mijn boekenkast kijk staan daar dichtbundels van dichters die je nooit ergens tegenkomt, niet in verzamelbundels, niet op gedichtenwebsites, nergens en die toch de moeite waard zijn.

Voor al die (bijna) vergeten dichters ga ik een klein maar fijn podium ter beschikking stellen. Heb je zelf een dichter waarvan je vindt dat deze nog eens een extra podium verdient? Ken je een gedicht van een (bijna) vergeten dichter die je nog eens in het zonnetje wil zetten?

Mail dit dan door aan mij op woutervanheiningen@yahoo.com

Ik zal met enige regelmaat (bijna) vergeten dichters aan de vergetelheid ontrukken in deze nieuwe categorie. Vandaag beginnend met de dichter Mea Strand.

Mea Strand werd geboren in 1924 en uit haar bundel Orion (De windroos, Amsterdam 1956) het gedicht ‘Ik zag’.

.

Ik zag

.

Ik zag er kwam een geur uit mijn hand

ik keek een handvol spiegeltjes

versplinterende zon of honderd brandglazen

sprongen mijn ogen in diamanten

elke scherf een grotere geur

en elke geur een zwaar woord

en elk woord een wond

en elke wond een wonderlijke kleurige haan

handpalm vrolijke wonderschelp

.

Uit: Nieuwe griffels schone leien (Bert Bakker, 1957)

mea

Marcel Broodthaers

Dichter en kunstenaar

.

Op 19 april schreef ik al eens over Marcel Broodthaers, de Belgische dichter en beeldend kunstenaar (1924 – 1976) met het zijn gedicht Alles is ei. Vandaag een iets andere insteek. De vorm van de gedichten van Broodthaers. Hoewel hij als beeldend kunstenaar vele vormen heeft onderzocht is dit er een waar ik zelf  erg van gecharmeerd ben namelijk een gedicht waar geen taal aan te pas komt.

Op Wikipedia staat: Hij verwierf bekendheid met surrealistische accumulaties, objecten en environments. Zijn werk is veelal triviaal, ironiserend en literair in zijn verwijzingen. Dat geldt zeker voor zijn werk Gedicht/Poem/Poème – Change/Exchange/Wechsel uit 1973 uit de collectie van het van Abbemuseum in Eindhoven.

Hier is sprake van een ‘gedicht’ in drie talen (NL, E, FR) waarin geen enkele bestaande taal of letter wordt gebruikt. De nummers in het eerste deel slaan op het aantal tekens boven de lijn. Bij de Change/Exchange/Wechsel is dit onduidelijker.

Marcel Broodthaers begon zijn carriëre als dichter. Zijn eerste vier bundels werden echter slecht verkocht en hij beschouwde zijn dichterschap daarmee als mislukt. Door beeldend werk als deze is hij echter nog altijd bekend.

.

Broodthaers

Limericks

Versvormen in meerdere talen

.

Een limerick is een dichtvorm van 5 regels met een vrij strak metrum. Twee drievoetige amfibrachen ( De amfibrachys is een versvoet die bestaat uit een onbeklemtoonde, daarna een beklemtoonde en dan een onbeklemtoonde lettergreep), twee regels amfibrachen en jambe  en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachen.

In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam, voorts heeft de Limerick vaak een wat dubbelzinnige inhoud, of kan zelfs zeer grof zijn.

Deze vorm van ‘light verse’ werd vooral beroemd  gemaakt door de Engelse nonsensdichter Edward Lear (1812-1888) met limericks als deze:

There was an old man with a beard

Who said, ‘It is just as I feared!

Two owls and a hen

Four larks and a wren

Have all build their nest in my beard!

.

Hieronder een aantal Limericks in verschillende talen.

.

Heinz Boenert (1924- )

Laut schimpfte ein alter Pariser:
“Der Lebensstil wird immer mieser!
Die Leut’sind versessen
auf Saufen und Fressen,
wo gibt es noch wahre Genießer?”

.

A wonderful bird is the Pelican.
His beak can hold more than his belly can.
He can hold in his beak
Enough food for a week!
But I’ll be darned if I know how the hellican

.

C’était un brave type de France
N’avait jamais eu n’once de chance
Il jouait au lotto
Avec son pote Otto
Tous deux n’y paumèr’nt pas que finances

.

Reinhard Döhl (1934-2004)

ein mann aus schwäbisch gmund
hielt sich im hintergrund
und das so sehr
und täglich mehr
bis völlig er drin verschwund

.

Aramis

Elvis bleef ongelooflijk discreet
ofschoon hij sterk aan zijn stoelgang leed.
In God’s latrines
krijsen blondines
non-stop zijn “IT’S NOW OR NEVER !”-kreet.

.

Een mollige call-girl te Hijken,
Bereid met haar volheid te prijken,
Laat haar klanten gewoon
Via beeldtelefoon
Een tijdlang haar call-trui bekijken.

.

limerick
Met dank aan gedichten.nl, Meandermagazine.net en poezie-in-beweging.nl