Site-archief
Op het station
Dubbelgedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht met als onderwerp; het station. Twee totaal verschillende dichters met elk een gedicht dat bij dit onderwerp past, in dit geval een treinstation en een metrostation. Allereerst Theun de Winter (1944) met het gedicht ‘In de hal van het Centraal Station’ uit de bundel ‘De gedichten’ uit 1972. Het gedicht verscheen ook in ‘Elf gedichten voor Piet Keizer’, in 1973 uitgegeven als hommage aan de grote Ajaxied, die dat jaar dertig jaar werd.
Het tweede gedicht is van Boelat Okoedzjava (1924 – 1998) en is getiteld ‘Liedje over de metro’. Okoedzjava is geboren in Georgië, schreef proza maar is vooral populair geworden in de Sovjet Unie als dichter en chansonnier met melancholieke en soms satirische liedjes over de oorlog, liefde, dood en eenzaamheid. Het gedicht komt uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ uit 2000.
.
In de hal van het Centraal Station
.
In de hal
van het Centraal Station
kon ik mij
met moeite een
volwassen handtekeningenjager
van het lijf
houden
die dacht dat ik
een van de Cats was
Mijn dochter heeft al
jullie platen
.
Persoonlijk werd ik
veel liever voor
een Beach Boy aangezien
in welke situatie
ik zou signeren
met Carl Wilson
.
Als Beach Boy had ik
geld genoeg om
mijn gebit
te laten behandelen
totdat een geringe
ruimte tussen
mijn twee voortanden
verkregen is –
een plastisch chirurg
en de kapper doen
de rest
.
Daar loopt Piet Keizer
zouden de mensen
denken.
.
Liedje over de metro
.
In mijn metro heb ik altijd volop ruimte,
vanaf de jaren dat ik duimde
blijkt ze immers als een lied te zijn
met ‘Rechts staan, links passeren’ als refrein.
.
De orde is heilig, is wel gedaan:
de reizigers die rechts staan – staan,
maar zij die gaan zijn steeds gehouden
te allen tijde links te houden.
.
Jules Deelder (1944-2019)
Overleden
.
Kort na het groots vieren van zijn 75ste verjaardag op 24 november in zijn geboortestad Rotterdam is op 19 december 2019 dichter/schrijver/muzikant en all time favoriet dichter Jules Deelder overleden. Begin jaren ’80 ontdekte ik de poëzie van Jules Deelder en sindsdien ben ik een groot fan gebleven. Zijn bijzondere kijk op poëzie, zijn ongeëvenaarde voordrachtskunst, zijn creativiteit en voorkomen, Deelder was een fenomeen en is dat tot aan zijn overlijden gebleven.
Om zijn rijkheid aan ideeën en invallen te illustreren hier drie gedichten van zijn hand. Het gedicht ‘Dat je teweegbrengt’ (omdat dat zo van toepassing is op zijn persoon), ‘Nationaal gedicht’ (waarin zijn preoccupatie met de Duitsers en de oorlog maar weer eens mooi aan het licht kwam) uit ‘Lijf- en andere gedichten’ en ‘Ogenschijnlijk’ (een gedicht met humor en diepgang zoals zo vaak in de poëzie van Jules Deelder) uit ‘Moderne gedichten’ uit 1979.
Vijfentwintig jaar na zijn eerste optreden tijdens de beroemde poëzie avond in Carré in 1966 wijdde Bzzlletin een nummer geheel en al aan de dichter en mens Jules Deelder. Via https://www.dbnl.org/tekst/_bzz001199201_01/_bzz001199201_01.pdf is dit nummer voor iedereen te lezen. Voor wie geïnteresseerd is in de dichter en de mens Deelder een aanrader.
.
Dat je teweegbrengt
.
Dat je teweegbrengt
is van meer belang dan
wat je teweegbrengt
.
Nationaal gedicht
.
Oooooooo!
Hoe vergeefs
des doelmans hand
zich strekte
naar de bal
die één minuut
voor tijd
de Duitse doel-
lijn kruiste
Zij die vielen
rezen juichend
uit hun graf
.
Ogenschijnlijk
.
Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.
.
Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.
.
Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand’ren.
.
Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet zover vandaan.
.
Foto: De Doelen
.
Berijmd verzet
W.A. Wagener
.
De Rotterdamse Willem Adriaan Wagener (1901 – 1968) was kunstcriticus, schrijver, kunstredacteur van het Rotterdams Nieuwsblad en toneelregisseur. Daarnaast schreef hij ook gedichten. In de Poëzieweek deel ik gedichten over het thema ‘Vrijheid’ en in de bundel ‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad’ staan gedichten uit de jaren 1933 – 1945. Jaren waarin verzetspoëzie vaak het verlangen naar vrijheid uitdrukte, het verzet tegen de bezetter en de hoop dat men eens weer in vrijheid leven kon.
W.A. Wagener schreef verzetspoëzie tijdens de bezetting onder het pseudoniem Willem van Schieland in de clandestien uitgegeven bundel ‘Verkort front’ uit 1944 en uitgegeven in ‘s-Gravenhage. Daarmee was zijn rol als dichter gespeeld. Het zou bij deze éénmalige uitgave blijven. In de andere kunsten zou hij, na de oorlog een bekende naam worden in Rotterdam en daarbuiten.
.
Berijmd verzet
.
Vertreden volk, volhard niet in uw zwijgen,
Smeed uit uw fiere taal een bajonet
En wil daaraan, in naam van recht en wet
De leugenleer van de gehate rijgen.
.
Doorboor ’t bedrog, verscheur het duistre dreigen
En baan u, strijdend met berijmd verzet,
Met vlijmend puntdicht of gevijld sonnet,
De weg, die uit dit smartendal zal stijgen.
.
Een volk, dat slechts van zwijgen weet, en buigen,
Offert zich op ’t altaar van de tiran.
Vrijheid en recht verwerft een volk eerst dan
Wanneer ’t van vrijheidswil weet te getuigen.
.
Merk toch hoe sterk uw zelfbewustzijn wordt
Als ’t vrijheidslied zich in rijmen stort.
.
De grootste tovenaar
Hans Plomp
.
Vandaag, op mijn verjaardag wil ik het gedicht ‘De grootste tovenaar’ van Hans Plomp (1944) met jullie delen. Vooral om de laatste strofe, daarin schuilt voor mij de kern van het waarom van dit blog maar eigenlijk verteld dit hele gedicht het verhaal van hoe ik het leven bekijk. Uit de bloemlezing uit het oeuvre van Hans Plomp, de bundel ‘Dit is de beste aller tijden’ uit 2017.
.
De grootste tovenaar
.
De grootste tovenaar
is wie zichzelf betovert,
een wereld schept
van vrienden
waar kinderen graag komen.
De grootste tovenaar
is wie een wereld schept
vol werkelijkheden,
een rijkdom
niet door geld.
De grootste tovenaar
is wie een leven schept
waarin het mooiste
van zichzelf en anderen
tot bloei kan komen.
.
Theun de Winter
De Gedichten
.
In de boekhandel Dominicanen in Maastricht kwam ik het kleine bundeltje ‘De Gedichten’ tegen van Theun de Winter. Een alleraardigst bundeltje uit 1972. Theun de Winter (1944) debuteerde met dit bundeltje bij de Erven Rap. Na zijn niet voltooide studie in Amsterdam tekende hij cartoons voor Propria Cures schreef gedichten, en werd door Armando gevraagd als medewerker bij de Haagse Post. Ook schreef De Winter het nummer ‘Terug naar de kust’ (1976) voor Maggie MacNeal, en componeerde hij met Ron Westerbeek de filmmuziek voor ‘Het debuut (1977).
De Winter verhuisde terug naar Texel (waar hij zijn jeugd had doorgebracht), kocht het ouderlijk huis, en begon de ezelvereniging Texel ia.
Uit het bundeltje ‘De Gedichten’ twee korte gedichten.
.
Tijdens een autotochtje met I.
op een zondag
van Santpoort naar Zandvoort
en weer terug
zag ik nabij
het natuurbad Velserend
dat de Ruïne van Brederode
in de steigers stond.
.
Ja meneer
het zijn apparaten hè
en door mensenhanden
gemaakt
dus ze kunnen
wel eens
kapot gaan.
.
Koreaans dichter
Han Yong-un
.
Nu de olympische spelen in Zuid Korea bijna ten einde zijn leek het me wel een leuk idee om eens op zoek te gaan naar Koreaanse dichters en dan vooral dichters die in Korea in hoog aanzien staan. Mijn zoektocht bracht eigenlijk overal de dichter Han Yong-un (1879 – 1944) boven aan de lijstjes.
Han Yong-un was niet alleen dichter, maar ook een vooraanstaand boeddhistisch intellectueel en belangrijk vertegenwoordiger van de Koreaanse onafhankelijkheidsbeweging onder de Japanse kolonisatie. Han Yong-un was overigens zijn spirituele naam die hij kreeg van zijn leraar in 1905, zijn eigen naam was Han Yu-cheon. Zijn poëzie ging meestal over het nationalisme en sexualiteit en meestal een mengeling van de twee. De gedichten die hij publiceerde in ‘Nim-ui Chimmuk’ en die hij schreef in de Baekdam Tempel in 1923 kreeg veel aandacht van de literaire critici en intellectuelen in die tijd. Hoewel hij daarna nog vele andere bundels publiceerde blijkft dit zijn meest belangrijke literaire meesterwerk te zijn. In dit werk bezingt hij zijn liefde voor het moederland en zijn verlangen naar zijn geliefde.
.
Ik zag jou
.
Sinds jij bent weggegaan, kan ik je niet vergeten.
Dat is meer vanwege mezelf dan vanwege jou.
Doordat ik geen land heb om te ploegen of te zaaien, is er geen oogst.
Toen ik niets voor de warme maaltijd had, ging ik bij de buren gierst of aardappels lenen, maar de buurman zei: ‘Bedelaars hebben geen persoonlijkheid. Mensen zonder persoonlijkheid hebben geen leven. Jou te helpen is een misdaad.’
In de tranen die vloeiden toen ik dit hoorde en weer naar huis ging, zag ik jou.
Omdat ik geen huis heb, en om nog meer redenen, sta ik niet geregistreerd.
‘Wie niet geregistreerd staat, heeft geen rechten als mens. Waarom zou ik mij fatsoenlijk gedragen tegenover jou, als jij als mens geen rechten hebt?’, zo probeerde een generaal mij te beledigen.
Op het moment dat mijn woeste woede om anderen overging in verdriet om mijzelf, nadat ik mij tegen hem verzet had, zag ik jou.
Ach, ik doorzag hoe alle ethiek, deugd en wet rook zijn als opgeofferd aan zwaard en goud.
Toen ik twijfelde of ik de eeuwige liefde zou accepteren, met inkt de eerste bladzij van de menselijke geschiedenis zou besmeuren, dan wel mij bezatten zou, zag ik jou.
.
Met dank aan http://www.lucashusgen.net
Wat ik graag zie
Anton Korteweg
.
Ik kreeg van Ons Erfdeel vzw een foldertje toegestuurd met de aankondiging dat dichter Anton Korteweg een bloemlezing had samengesteld met vijfentwintig duetten van gedichten en schilderijen in een soort Musée imaginaire (een papieren museum zoals Ted van Lieshout het ooit noemde). In deze bloemlezing gedichten van bekende dichters (o.a. Hugo Claus, Judith Herzberg, Ida Gerhardt, Ingmar Heytze en Vasalis) en schilderijen van ook niet de minste (Rembrandt, Vermeer, Renoir, Gauguin etc.). Aan de omvang en de zorg die aan deze bundel is besteed (voor zover je dat uit een folder kan opmaken) lijkt de aanschafprijs van €35,- me legitiem.
Door deze folder ben ik weer werk van Anton Korteweg gaan lezen. Anton Korteweg (1944) studeerde Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap te Leiden. Hij was enige tijd leraar Nederlands, wetenschappelijk medewerker Moderne Nederlandse Letterkunde te Leiden en vervolgens sinds 1979 hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te ‘s-Gravenhage. In die periode heb ik nog contact met hem gehad als lid van het comité van aanbeveling van het Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart.
Zijn poëzie werd aanvankelijk gekenmerkt door de beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen en de melancholische gevoelens waaraan deze appelleren. Daarbij speelt de ironisering van deze gevoelens een rol die bereikt wordt door dubbelzinnig taalgebruik en toespelingen op verheven onderwerpen in een alledaagse context. Naast zijn eigen dichtwerk was Korteweg poëzierecensent en verzorgde hij al eerder verschillende bloemlezingen.
.
Uit zijn bundel ‘In handen’ uit 1997 het volgende gedicht.
Wat ik graag zie
.
Wachtend voor ’t stoplicht, in ’t halfdonker nog,
op het Bevrijdingsplein, half acht, zag ik,
een vrachtwagen van Domomelk langsdenderen
met op de frisse flanken het bericht
dat, ingang heden, eindelijk het verschil
tussen houdbaar en lekker is verdwenen.
Ik ben niet jong meer, maar toen na een poosje
het dan toch tot me doorgedrongen was:
wij, jij en ik, we mogen ons elkaar
weer laten smaken, waarom ben ik toen
zo hard ik kon niet naar je terug gefietst?
.

















