Site-archief
Het werk
Hans van de Waarsenburg
.
De bloemlezing ‘Het werk’ uitgegeven in 1980 door de Erven Thomas Rap was het vijfde deel uit een serie Thema-poëzie die door Wiel Kusters werd samengesteld. Wiel Kusters (1947) is zelf dichter en was hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Maastricht. In ‘Het werk’ heeft Kusters gedichten bijeengebracht over de arbeid van dichters uit de vorige eeuw waarbij de nadruk toch wel ligt bij gedichten uit de jaren ’60 maar vooral ’70. Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘N.N.’ van Hans van de Waarsenburg (1943 – 2015).
In dit gedicht schetst van de Waarsenburg de gruwel van het werkeloos zijn. Eerst denk je nog dat de man misschien met pensioen is gegaan, tot je leest dat ‘de kinderen thuis komen’ en over de ‘stemmen uit de begeleiding’. Dan weet je dat hij onvrijwillig thuis zit en van de Waarsenburg schetst de keiharde realiteit en het zwart gat waarin de man dan terecht komt, waarbij de begrijpelijke houding van zijn echtgenote ook niet echt helpt in het ‘doorbrengen van zijn wat langere vakantie’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘De dag van de witte chrysanten’ uit 1979.
.
N.N.
.
Hij stond niet meer waar hij had gestaan
Hij moest onwennig lopen in het daglicht
.
Mocht van zijn vrouw de handen niet voor
de ogen houden
.
Moest gewoon lopen, praten, dingen doen
en boodschappen
.
Niet in de weg zitten, te lang in bed liggen
en af en toe eens fluiten, wanneer
.
De kinderen uit school kwamen, dat stond
wat vrolijker
.
Er was immers niets aan de hand zeiden
de stemmen uit de begeleiding
.
Hij moest het zien als een wat langere
vakantie, hij was voorlopig vrij
.
Kon gaan en staan waar hij wilde zeiden
ze, als hij maar niet de hele dag thuis
.
Rond hing, zei ze. Hij moest toch begrijpen
dat dat voor haar ook niet leuk was
.
Ja, zeiden ze samen, hij moest eens wat
gaan doen, binnenshuis, of er buiten
.
Gewoon dus,
alsof er niets aan de hand was
.
Nachtelijk gesprek
Paul Rodenko
.
Paul Rodenko ken ik vooral als samensteller en bloemlezer van allerlei bundels zoals ‘Voorbij de laatste stad’, ‘De muze viert feest’ en ‘Nieuwe griffels, schone leien’. Paul Rodenko (1920-1976) was echter veel meer, hij was dichter, criticus, essayist en vertaler. In de oorlog werkte hij mee aan de illegale tijdschriften Maecenas en Parade der Profeten. Zijn debuut als dichter maakte Rodenko in 1947 met zijn vertaling van Dvenatsat (De twaalf) van de Rus A. Blok (de vader van Rodenko was een Rus).
Door zijn essays en bloemlezingen over de experimentele poëzie in Nederland, ontstond een klimaat waarin de vernieuwende Beweging van de Vijftigers in de Nederlandse poëzie in steeds bredere kring werd geaccepteerd. Rodenko, die meteen na de oorlog enkele jaren in Parijs doorbracht, waar hij zich intensief met het surrealisme en het existentialisme bezighield, was zich al voor het optreden van de Vijftigers bewust van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog op de literatuur. Een goed voorbeeld is zijn gedicht ‘Bommen’ dat ik mop dit blog plaatste op 15 juli 2018 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/07/15/bommen/.
Uit de bundel ‘Orensnijder tulpensnijder’ Verzamelde gedichten uit 1975 het gedicht ‘Nachtelijk gesprek’.
.
Nachtelijk gesprek
.
We zitten moe als padden zo gedwee
in onze transparante tent
de nacht rondom is een immense zee
de woorden onze mond ontwend
zijn trage jonken op het tijloos water
.
Geen uurwerk tikt er in de nacht
geen tafel lacht
je onbeweeglijke gezicht
is van een wonderlijke naaktheid
.
Hoe lang reeds is de zin geronnen
van ons gesprek in deze tent
komt er dan nooit een end
de laatste spin heeft stil mijn tong bestegen
en is verveeld zijn grauwe web begonnen
.
Je stem heeft zich nu eindeloos verlengd
ik zie de voet slechts van een rijzig woord
je vissenmond kruipt langzaam naar mij toe
.
en wordt heel groot en onbegrijpelijk rond
.
Amalia Rodriguez zingt
Hubert van Herreweghen
.
De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen (1920 -2016) wordt samen met generatiegenoten als Anton van Wilderode en Christine D’haen gezien als dichters van de bezettingsgeneratie. Hij debuteerde in de oorlog (1943) met de bundel ‘Het jaar der gedachtenis’ en in 2015, op 95 jarige leeftijd, verscheen zijn laatste bundel ‘De bulleman en de vogels’. Hij werkte als onderwijzer, journalist en bij de Vlaamse televisie. Naast dichter was van Herreweghen redacteur van enkele literaire tijdschriften, waaronder Podium (1943-1944) en vanaf 1947 van Dietsche Warande & Belfort. In dat laatste tijdschrift verschenen vrijwel al zijn gedichten. Daarnaast was hij samensteller van bloemlezingen van gedichten. Van 1965 tot 2000, 36 jaar lang, verzorgde hij voor het Davidsfonds een selectie van 50 gedichten uit de poëtische jaarproductie in tijdschriften. Hubert van Herreweghen ontving tijdens zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder de Prijs van de provincie Brabant (1945), de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie (1962) en de Prijs voor Letterkunde voor de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre (2006).
Uit ” Vleugels’ Poëtisch Erfdeel der Nederlanden uit 1962, koos ik voor het gedicht ‘Amalia Rodriguez zingt’ vooral omdat dit bij mij een herinnering naar boven bracht aan mijn ouders die naar haar luisterde.
.
Amalia Rodriguez zingt
.
I
Hartstochtelijk uit de ellende klagen,
tegen vernedering steigerende trots,
om hemel en aarde uit te dagen
en de oneindige barmhartigheid Gods.
.
O nooit nooit in het leven te dulden
wat ons tot droeve narren verminkt,
berusten nooit, maar schelden op schulden
en klagen om wat in ’t graf verzinkt.
.
Voor de ongeborenen is er het leven,
voor levenden is er schande en dood;
en tot wij liggen in dezelfde schoot
zullen de doden geen teken geven.
.
II
Klagen zoals de tortels klagen
diep in ’t van koeren ronkend bos,
de dove echo ondervragen,
maar niets komt uit de stilte los.
.
Klagen zoals al wat geschapen
is, klaagt, en jankt en kermt,
klagen zoals de schapen blaten
totdat de slachter zich ontfermt,
.
klagen zoals de golven klagen,
schreeuwen zoals de zeemeeuw schreeuwt;
duizend gedoofde huilen dragen
zeeën en wind. De stilte geeuwt.
.
.
De wandelaar
Martinus Nijhoff
.
In 1916 verscheen de bundel ‘De wandelaar’ van Martinus Nijhoff (1894 – 1953). Mijn exemplaar, een vijfde druk uit 1947, verscheen in Den Haag bij uitgeverij A.A.M. Stols. Deze bundel bestaat uit vier hoofdstukken met de volgende titels: De wandelaar, Scherzo, De vervloekte en Het zachte leven.
Nijhoff was één van de eerste moderne dichters van de twintigste eeuw. De poëzie van Martinus Nijhoff heeft een verstrekkende invloed gehad op de Nederlandse poëzie, die hij op ingrijpende wijze vernieuwde. De invloed van de Tachtigers hoorde daarmee tot het verleden. Nijhoff was als geen ander in staat om een gecompliceerde thematiek in eenvoudige taal te vatten. Dat zijn poëzie ook later nog gewaardeerd werd blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het grootste literaire tijdschrift van Nederland, Awater, de titel draagt van een gedicht van Nijhoff uit 1934.
Uit ‘De wandelaar’ koos ik het gedicht ‘Het meisje’, vooral voor het gebruik van de woorden ‘zoel’ en ‘mint’ die je eigenlijk nooit meer hoort of leest.
.
Het meisje
.
Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,
De klokken luiden dat de dag begint.
De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,
Ruischend omhoog de hooge boomen steken.
.
Meisje dat de innigheid der dingen mint,
Je hebt geen daad te doen, geen woord te spreken:
Je stil-bewegend leven heeft de bleeke
Wonderlijkheid der droomen van een kind.
.
Wij gingen samen ’s morgens door de stad,
Het licht viel schuin naar binnen in de straten,
Menschen liepen voorbij die samen praatten,
.
De toren speelde – en ’t was of alles had
De teere kleur en klank van ’t vreemd bewogen
Zwijgende leven van je glanzende oogen.
.
Lou Reed
Laurie Anderson
.
Ik ken de Amerikaanse experimentele performance-kunstenares, dichter en musicus Laurie Anderson (1947) vooral van haar hitsingle (en enige single die in Nederland bekend werd) ‘O Superman’ uit 1981. In 2008 trouwde zij met Lou Reed met wie ze tot zijn dood in 2013 samen woonde in New York.
‘O Superman’ is oorspronkelijk een cover van de aria ‘Ô Souverain, ô juge, ô père’ uit Jules Massenets opera ‘Le Cid’. Het lied begint ook met een vergelijkbare tekst, de stanza (O Superman / O Judge / O Mom and Dad) komt overeen met Massenets intro. Daarna volgt een telefoongesprek tussen de hoofdpersoon en een geheimzinnige stem aan de andere kant van de lijn, die eerst de moeder van de hoofdpersoon lijkt te zijn maar zich later ontpopt als ‘De Hand Die Neemt’. De stem heeft ook beschikking over lange, elektronische en petrochemische armen. Grote invloeden zijn er verder te horen van Einstein on the Beach van Philip Glass en Warm Leatherette van The Normal. Het lied refereert daarnaast aan thema’s zoals de Tao en telecommunicatie.
De tekst ontleent enkele bekende citaten en uitspraken (althans, voor Amerikanen), zoals de zin ‘Neither snow nor rain nor gloom of night shall stay these couriers from the swift completion of their appointed rounds‘, destijds de slogan van de toenmalige Amerikaanse PTT.
.
O Superman. O judge. O Mom and Dad. Mom and Dad
O Superman. O judge. O Mom and Dad. Mom and Dad
Hi. I’m not home right now. But if you want to leave a
Message, just start talking at the sound of the tone
Hello? This is your Mother. Are you there? Are you coming home?
Hello? Is anybody home? Well, you don’t know me, but I know you
And I’ve got a message to give to you
Here come the planes
So you better get ready. Ready to go. You can come
As you are, but pay as you go. Pay as you go
And I said: OK. Who is this really? And the voice said:
This is the hand, the hand that takes. This is the
Hand, the hand that takes
This is the hand, the hand that takes. This is the
Hand, the hand that takes
This is the hand, the hand that takes
Here come the planes
They’re American planes. Made in America
Smoking or non-smoking?
And the voice said: Neither snow nor rain nor gloom
Of night shall stay these couriers from the swift
Completion of their appointed rounds
Cause when love is gone, there’s always justice
And when justice is gone, there’s always force
And when force is gone, there’s always Mom. Hi Mom!
So hold me, Mom, in your long arms. So hold me
Mom, in your long arms
In your automatic arms. Your electronic arms. In your arms
So hold me, Mom, in your long arms
Your petrochemical arms. Your military arms
In your electronic arms
.
Vondelingskens
Alice Nahon
.
In de kringloopwinkel kocht ik voor 30 cent een bundeltje van een, in Nederland, redelijk onbekende dichter Alice Nahon (1896 – 1933). Deze Antwerpse had een Nederlandse vader en een Vlaamse moeder en groeide op in Oude God (gemeente Mortsel, de naam Oude God zou volgens sommige bronnen verwijzen naar een verdwenen Romeins heiligdom dat gelegen was aan de heirbaan Bavai-Utrecht).
Haar gedichten getuigen van liefde voor de natuur, bewondering voor eenvoudige dingen en verdriet om eigen en andermans leed. Van haar bundels ‘Vondelingskens’ en ‘Op zachte vooizekens’ met eenvoudige, gevoelige, weemoedige verzen werden 250.000 exemplaren verkocht.
De bundel ‘Vondelingskens’ kocht ik dus. Uit 1947 is mijn exemplaar (dus van ver na haar overlijden) in een 21ste druk. Haar poëzie doet tegenwoordig heel gedateerd aan maar is op zichzelf fraai te noemen. In het gedicht ‘M’n poëzie’ beschrijft ze hoe ze naar haar eigen poëzie kijkt.
.
M’n poëzie
.
O! Snaren van m’n jonge ziel
Ik voel uw trillen zacht,…
Wijl ’t woordje op u nederviel,
Dat door m’n tranen lacht
O! Zacht en zangerige woord
Waarin ik peerlen vind,
Hebt ge m’n vreugde niet gehoord
Toen ‘k worden mocht uw kind ?
O Gij, die m’n gedachtjes kust
En wiegt m’n droefenis
’t Is of m’n innerlijke rust
Door u beveiligd is.
O lieflijkheid! o zanggetril!
Verwarm het harte mijn
Dat arm… verlaten hart, en wil
M’n eeuw’ge rijkdom zijn.
.















