De term wordt dan ook heel vaak gebruikt als synoniem voor heel moeilijke poëzie ( die niet perse hermetisch is in de letterlijke zin). In de 20e-eeuwse Italiaanse literatuur wordt de stroming van het ‘ermetismo’ onderscheiden, waartoe belangrijke dichters behoorden als Guiseppe Ungaretti (1888-1970), Eugenio Montale (1896-1981) en Salvatore Quasimodo (1901-1968). Hermetische poëzie werd in Nederland o.a. geschreven door Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en Hans Faverey (1934-1990). De bekendste hermetische dichter uit het buitenland is de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898), die tot de stroming van het symbolisme behoorde.
Site-archief
Bloem over Verlaine
Dichters over dichters
.
In de categorie Dichters over dichters vandaag een gedicht van J.C. Bloem getiteld ‘Verlaine’. Dichter J.C. Bloem (1887 – 1966) is beroemd geworden door de eerste twee regels uit zijn gedicht ‘Insomnia’ dat je hier kan lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/18/de-weg-naar-het-graf/ . Hij behoort tot de bekendste en meest gewaardeerde dichters van Nederland en hij wordt nog steeds gelezen. Bloem is de dichter van het verlangen, van de hunkering naar een vervulling of een geluk dat altijd onbereikbaar zal zijn, terwijl de dood steeds dichterbij komt. Berusting voert uiteindelijk de boventoon, gemengd met flarden liefde, genot, aanhankelijkheid en vreugde die de melancholie eigenlijk alleen nog maar sterker maken.
Paul Marie Verlaine (1844 – 1896) werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Zijn gedicht “Art poétique” werd een manifest van de symbolisten. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.
Twee verschillende dichters uit twee verschillende tijdperken. Bloem schreef over Verlaine het gedicht ‘Verlaine’ waarin hij verwijst naar de laatste dagen van de dichter Verlaine die hij doorbracht verarmd en eenzaam, levend in cafés en bordelen. Het gedicht is genomen uit Bloems ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981.
.
Verlaine
.
De wereldwijzen zijn de onwijsten,
De onnoozle flinken, die vanzelf
Zich wringen in de krapste lijsten,
Zich krommen onder elk gewelf.
.
Wat geeft het lot aan de gedweesten.
De dienenden mèt heug en meug?
Een vorm, gebootst op geijkte leesten,
Een muffe bete, een zure teug.
.
De wereld is een sluw belover,
Een bieder vol arglistigheid;
Maar slaat gij toe – gij houdt niets over:
Gij zijt èn koop èn koopsom kwijt.
.
Waarom dan ’t hart te laten derven,
Den weg langs naar het eind der reis,
En niet gelijk Verlaine sterven,
Dichter en dronken, vuil en wijs?
.
J.C. Bloem
Paul Verlaine
Winter
Herman de Coninck
.
Op mijn verjaardag geef ik jullie, mijn lezers, graag een gedicht van één van de dichters die ik het liefste lees, namelijk Herman de Coninck (1944 – 1997). En omdat dit gedicht ‘Winter’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1981, een gedicht is van weemoed maar vooral van hoop past het ook nog eens heel goed in deze tijd. Voor een zeer fijne analyse van dit gedicht verwijs ik graag naar http://www.poezie-leestafel.info/h-de-coninck-uitleg-winter
.
Winter
.
winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.
.
En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.
.
Stem van alarm, stem van vuur
Basil Smith
.
In de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ uit 1981 staat geëngageerde poëzie uit Latijns Amerika, Afrika en Azië. De bundel werd uitgegeven door Het Wereldvenster,. de NOVIB en het NCOS in Brussel. In de bundel staat een keur van dichters uit deze drie werelddelen. Vele namen zijn voor mij volledig onbekend en af en toe staat er een naam tussen die ik herken of ken. Zo staan Frank Martinus Arion, Anton de Kom, Carlos Drum,mond de Andrade en Pablo Neruda in de bundel maar van de Afrikaanse dichters en Aziatische dichters zijn vrijwel alle namen mij vreemd.
Tussen de Caraïbische dichters staat de naam van de Jamaicaanse dichter Basil Smith. Van hem is het gedicht ‘Mijn erfenis’ opgenomen in een vertaling van Jan Boelens. Op zoek naar meer informatie kom ik niet veel verder dan dat van hem gedichten zijn opgenomen in het literaire magazine ‘Savacou’ . Dit ‘Journal of the Caribbean Artists Movement’ was een tijdschrift voor literatuur, nieuwe verhalen en ideeën dat in 1970 werd opgericht als een kleine coöperatieve onderneming, geleid door Edward Kamau Brathwaite, op de Mona-campus van de University of the West Indies, Jamaica. In editie 3/4 van 1970/1971 zijn drie gedichten van Smith opgenomen.
In een andere bloemlezing ‘Aftermath: An anthology of poems in English from Africa, Asia, and the Caribbean’ is het gedicht ‘Tom Tom opgenomen evenals in het magazine ‘Black World’ uit 1973. Maar in ‘Stem van alarm stem van vuur’ staat dus het gedicht ‘Mijn erfenis’ zonder enige verwijzing.
.
Mijn erfenis
.
Mijn erfenis van van de nacht,
van stro-droge hutten,
van beschilderde gezichten,
en van trommels.
.
In mijn herinnering zijn
droge bergtoppen,
groene velden en bomen
die nooit vergrijzen of sterven
.
Daarom word ik niet begrepen,
gehaat om mijn dikke lippen
en mijn herinnering aan trommels.
.
Nog
Roland Jooris
.
Opnieuw kom ik een , mij, onbekende dichter tegen. Dit keer in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Francine Houben van de VSB Poëzieprijs 2017. Het betreft hier de Vlaamse dichter en publicist Roland Jooris (1936). Jooris debuteerde in 1956 met de bundel ‘Gitaar’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1958 volgde ‘Bluebird’. Beide bundels zijn voorbeelden van experimentele dichtkunst. Jooris nam later afstand van deze poëzie want in de bundel ‘Gedichten 1958 – 78 uit 1978 staat geen enkel gedicht uit een van deze bundels. Na deze experimentele bundels ontwikkeld Jooris zich meer als romantisch realistisch dichter. In zijn bundels ‘Het museum van de zomer’ (1974) en ‘Akker’ uit 1982 komt dit goed naar voren.
In 1976 kreeg Jooris de tweejaarlijkse prijs voor poëzie van De Vlaamse Gids en in 1979 de Jan Campertprijs voor de bundel ‘Gedichten 1958 – 78’. Ook ontving hij in 1981 de Prijs van de Vlaamse Provincies.
Uit de bundel ‘Bladgrond’ uit 2016 komt het gedicht dat in de ‘100 beste gedichten’ is opgenomen.
.
Nog
.
Nabij
toch weer elders
.
Hij raapt op
wat niet gevonden
kan worden
.
Hij hoort iets
wat opspringt uit beduimeld
geblader, uit gefluister
een toets die zich afvraagt
waarom
.
Hij tast naar
een gestommel van
onmondig beramen, hij brengt
het ter sprake
.
Het doorwoelt zich
.
E.E. Cummings
De Tweede Ronde
Ik ben een groot liefhebber van de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings (1894 – 1962). En hoewel ik het Engels uitstekend beheers is een vertaling van zijn poëzie toch erg prettig om te lezen. In het literaire tijdschrift De Tweede Ronde, jaargang 2, nummer 1 uit 1981 stonden een aantal gedichten van Cummings in vertaling van Peter Verstegen. De Tweede Ronde was een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen en verscheen tussen 1981 en 2010. Genoeg reden om hier een gedicht, dat is genomen uit ‘Eight Harvest Poets’ (1917) in vertaling en in het Engels, met jullie te delen.
.
Gerrit Kouwenaar
Hermetische poëzie
.
Hermetische poëzie is voor de meeste mensen iets ongrijpbaars. Ik ken poëzielezers die zeer bedreven zijn in het lezen en interpreteren van poëzie maar niet aan hermetische poëzie beginnen omdat men er niks mee kan, of omdat men er geen betekenis in kan vinden. Wat is hermetische poëzie nou eigenlijk? Letterlijk betekent het: gesloten poëzie. Gedichten die zo weinig naar iets buiten zichzelf verwijzen (behalve soms naar het overige werk van de auteur), dat ze bijna ontoegankelijk voor de lezer zijn.
lopend in het steenslag
.















