Site-archief

Eddy’s verstrooiing

Anton Korteweg

.

Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.

Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.

In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.

Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.

.

Eddy’s verstrooiing

(voor P.P.

‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo

verstrooie men as.’

Chinese wijsheid

.

Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,

gekromde regenjas met wapperende panden,

als boos tegen de storm optornend op een hoefpad

een man uitzaaiend, en daarachter wij,

.

een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen

met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,

want Eddy was een te benijden echte

dichter geweest, steeds goed omringd, morsige

door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en

hardlijvige vriendachtigen, – dat volk

woei de dichter toen in de gezichten.

.

We nipten daarna in De Hommelhof

zijn as van haar en huid, eigen en andermans,

en dachten bedremmeld die Eddy.

.

Ik was er trouwens niet bij

maar zie het weer duidelijk voor me.

.

grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou

Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd

Siel Verhanneman

.

De Vlaamse dichter en schrijver Siel Verhanneman (1989) verloor in 2013 haar vader en drie jaar later haar zus. In 2016, een maand voor de dood van haar zus, bracht de overweldigende respons op sociale media Siel ertoe een dichtbundel in eigen beheer uit te brengen over de dood van haar vader. De 400 exemplaren waren onmiddellijk uitverkocht. Met haar instinctieve poëziedebuut ‘Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd’ (2016) maakte ze angst, verdriet en rouw wijd bespreekbaar.

In 2018 verscheen haar tweede poëziebundel ‘Zo scherp je kon er ook niet geweest zijn’ waarin ze de strijdlustige liefde, het geboetseerde geluk en de luide stilte van gemis verkent en in 2022 staat haar derde poëziebundel gepland (januari) ‘Wat nu met het licht dat binnenvalt’  waarin ze de impact die rouw heeft op intimiteit, spontaniteit en de zintuiglijke weergave van het leven belicht.

In 2020 werd Siel Verhanneman opgenomen in ‘Nu’ als één van de tien meest interessante jonge dichters van het moment. Werk van haar verscheen in Deus Ex Machina, De afstand en Watou 2020, een bloemlezing samengesteld door Peter Verhelst.

Uit haar debuutbundel ‘Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd’ komt het volgende gedicht.

.

Ben ik dan nu
een achterblijver
die uw auto ziet vertrekken
en in slow motion
haar met tranen

uit mijn gezicht veegt.

*

Je kleeft aan me vast als een slechte herinnering.
Je zit me op de huid, je kijkt me op de vingers.
En net als een hond na een regenbui,
probeer ik jou weer van me af te schudden.
Hoe graag ik je in duizend druppels als een plas wil achterlaten.

*

Het voelde als een hete douche
waarvan je
tijdens de eerste aanraking met je huid
twijfelt
of het niet gewoon ijskoud is.

*

De klok definitief op 11u43 gezet zodat de tijd zonder hem niet
verder hoeft te tikken.

.

De kunst van het lijden

Hans Dorrestijn

.

De afgelopen week was hij nog met schrijfster, dichter en zangeres Stella Bergsma te zien, samen op ‘een Waddeneiland’ in het programma ‘Alleen op een eiland’, schrijver, tekstschrijver, vertaler, cabaretier en dichter Hans Dorrestijn (1940). Hans Dorrestijn is een bijzondere stem in de Nederlandse literatuur en poëzie, zijn teksten zijn vaak weemoedig, weinig opbeurend of hoopvol maar altijd heel geestig, in zekere zin zijn hij hij en Levi Weemoedt een soort zielsverwanten.

Die toonzetting in combinatie met het vrolijke geldt ook zeker voor het bijzondere werkje ‘De Kunst van het Lijden’ uit 1989.

In deze bundel wordt op een tergend seksistische manier het gevoelsleven beschreven van een geleerde, die afreist naar Griekenland om vergetelheid te zoeken voor zijn mislukking als echtgenoot en geleerde. Hij denkt dat de jonge vrouwen zich daar, heet gestoofd door de zon, aan zijn bizarre lusten zullen onderwerpen. Hij jaagt op vrouwen als op vlinders. Ja, met enige goede wil zou de hoofdpersoon, drs. Kortenaar, gezien kunnen worden als een seksuele Prikkebeen. Aldus de tekst op de achterflap. Meneer Prikkebeen wordt algemeen beschouwd als het eerste Nederlandse stripverhaal. Hoe ook Gerrit Komrij nog een rol speelt in het verhaal van meneer Prikkebeen lees je hier https://www.kb.nl/themas/kinderboeken-en-strips/strips/mijnheer-prikkebeen .

Maar terug naar ‘De Kunst van het Lijden’. In de bundel wordt je aan de hand van 22 gedichten en tekeningen van Thomas Koolhaas, meegenomen in de reis die drs. Kortenaar maakt. Hans Dorrestijn heeft de avonturen (en vooral mislukkingen) van drs. Kortenaar in Griekenland zo feilloos beschreven dat zijn doen en laten zowel afgrijzen als medelijden opwekken.

Dat laatste komt wat mij betreft vooral naar voren in het gedicht ‘Romance’ wat helemaal niet over een romance gaat maar over jaloezie. De gedichten in deze bundel hebben allemaal geweldig klinkende titels (Burlesque, Fantasia, Variation brillante, Rapsodie, Pastorale etc.) maar de inhoud staat vrijwel steeds in schril contrast daarmee. Oordeel zelf.

.

Romance

.

Sla je arm niet om hun schouders bloot.

Kus ook niet hun lippen rood

als ik het zie.

Leg je hand voorzichtig niet op haar knie.

Trek haar niet lachend op je schoot.

Neem haar liever elders heen,

want ik ben gek van jaloezie,

ik ben gek van jaloezie,

gek van jaloezie,

op iedereen.

.

Telefoon van de heer Mulisch

Justus van Oel

.

In het Amsterdamse hotel Americain kwamen twee dingen bij elkaar voor mij toen ik er langs liep en het onderstaande gedicht achter het raam las. Allereerst de naam van Justus van Oel. Die ken ik van de cabaretgroep Zak en As, die ik in de jaren ’80 van de vorige eeuw zag spelen. Toen met Diederik van Vleuten en Erik van Muiswinkel. Vooral het nummer ‘Het nut van de neushoorn’ staat me nog erg goed bij. Justus van Oel schreef in 1989 het alleraardigste boekje ‘Kunt u Breukelen’ waarin hij aan allerlei bijzondere Nederlandse plaatsnamen een nieuwe betekenis geeft. Zo is Aalst het bier dat men tijdens een goed gesprek, ingespannen formulerend, langs de mond in het overhemd giet.

Het andere waaraan ik meteen moest denken was het gegeven dat Harry Mulisch, wanneer hij in hotel Americain wat dronk of at, zichzelf altijd liet bellen aldaar. Door de ruimte werd dan geroepen “telefoon voor Harry Mulisch” of “telefoon voor de heer Mulisch”. Dit om de aanwezigen toch vooral te laten weten dat hij daar was.

Het gedicht van Justus van Oel, inmiddels huisdichter van Café Americain (het café behorende bij het hotel) grijpt in feite terug op die dagen dat Mulisch nog leefde en zichzelf liet omroepen. Vandaar de aangepaste titel ‘Telefoon van de heer Mulisch’.

.

Telefoon van de heer Mulisch

.

Onder gemetselde gewelven,

achter nachtbelicht glas-in-lood,

tussen gulle art-nouveau klinkt

elke avond schril gerinkel, antiek

geluid van een klassieke bakelieten

draadjestelefoon, die echter in dit

etablissement afwezig is. Wat nu?

.

Iemand zei: “Mulisch belt uit de hemel,

voelt leegte, weigert te worden vergeten,

weet dat dit café zijn ziel bewaart, dat

zijn glorie zich weerspiegelt in gepolijst

koper, zilver, glas, in dikke lagen lak

op tropisch hout uit oude gouden tijden,

Harry heeft het zwaar met de lock-

down.”

.

Hen

Rutger Kopland

.

In de bundel ‘Ik heb de liefde lief’ de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie staan heel veel prachtige, ontnuchterende en romantische liefdesgedichten. Willem Wilmink, samensteller en inleider heeft destijds in 1993 goed werk verricht. Wat ik wel altijd jammer vind aan themabundels is dat ze zo tijdgebonden zijn. Natuurlijk heeft Wilmink zich goed ingelezen en komen de gedichten van dichters die leefden van de 15e eeuw tot nu, maar na 1993 staan er natuurlijk geen nieuwe liefdesgedichten meer in.

Als je, zoals ik, heel veel poëziebundels bezit en een groot deel daarvan zijn themabundels (bijvoorbeeld over liefdespoëzie) kom je dus regelmatig dezelfde gedichten tegen. En ik maak me toch sterk dat er ook na 1993 heel veel prachtige liefdesgedichten geschreven zijn. In ieder geval door mijzelf in de bundel XX-XY, liefdespoëzie https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/23/mijn-cadeau-voor-jou/ .

Ondanks bovenstaande kom ik toch nog regelmatig oudere gedichten tegen die ik niet ken en die zeer de moeite waard zijn, ook van het delen op dit blog. Zo’n gedicht is ‘Hen’ van Rutger Kopland. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dankzij de dingen’ uit 1989.

.

Hen

.

Terwijl ze in de sneeuw staat valt

de avond, wordt ze steeds meer

.

klein en alleen, groeit om haar

heen de wereld. Ze moet gaan.

.

Het wordt nacht, het raam waarin

ze staat wordt grijs en stil

.

als een oude ets. Ze moet steeds meer

gaan, maar ze blijft.

.

.

Antoine de Kom

Demerararamen

.

Dichter,  psychiater en schrijver Antoine de Kom is weliswaar in Den Haag geboren (1956) maar is van Surinaamse afkomst. Zijn opa,  Anton de Kom, is een Surinaamse verzetsheld die stierf in een concentratiekamp van de Duitsers. Antoine schrijft al over slavernij en onrecht sinds zijn debuut in 1991 met de bundel ‘Tropen’. Feitelijk debuteerde hij in 1989 in het tijdschrift ‘De Gids’ met de cyclus ‘Palmen’ – zes gedichten lang – die twee jaar later ook in ‘Tropen’ is opgenomen maar die hij schreef onder het pseudoniem Raymond Sarucco.

Zijn nieuwste bundel is getiteld ‘Demerararamen’. Ooit stond een deel van Demerara (een historisch deel van de Gyana’s tot 1815 een Nederlandse kolonie) samen met Suriname onder Nederlands bewind. Demerararamen zijn de ramen die de zonnehitte weren terwijl de verkoelende passaatwind toch vrij spel heeft. Houten louvreramen zijn het, die hellend als een dakraam een kijk op onze wereld bieden die deze nieuwe bundel van Antoine de Kom maakt tot wat hij is: gedichten die al wat wreed, kwaad en ellendig was laten warrelen in de koele hitte van hun schaduw.

In deze nieuwe bundel die dit jaar uit kwam schrijft de Kom opnieuw over de geschiedenis van Suriname (de coup van Bouterse) maar ook over de Koerden en vluchtelingen. Hier spreekt een dichter die zich verzet tegen onrecht. Zoals in het gedicht ‘Say’ over (toen nog) president en legerleider Bouterse.

.

Say

.

[JUSTITIA PIETAS FIDES we gaan uitspraak doen
Verdachte: ik kende het draaiboek ik leidde… strikte
geheimhouding Verdachte niet aanwezig geboren 13-10-1945
thans president van de republiek]
.
de maîtresse en titre boog zich broodmager hees en glanzend
zwart over een veelheid aan biljetten
op zoek naar kleine schade schermutselingen fear of china
dieptriest casa de la alegría gieren en onweer in dat netnietbijland
.
zo X: waar men het in het comité voor het razend gevaar niet
en nooit en nummer over had
.
zo Y: tijd voor een ander universum op naar de plastisch chirurg
op de vlucht voor het lijk met het laaghangend lichaam
met het lijk zonder lichaam inmiddels
.
[JUSTITIA PIETAS FIDES er werden lijsten opgemaakt alle
verbindingen blokkeren opdracht van de legerleiding nieuwe
wapens ingevlogen schietoefeningen door de zestien]

.

Dagen van de week

Dubbel-gedicht

.

Vandaag in het Dubbel-gedicht twee gedichten over een specifieke dag van de week. In dit geval de Zondag (en de Zondagmorgen). Een paar jaar geleden ben ik begonnen met de dichter van de maand, elke zondag van een maand een gedicht van een en dezelfde dichter. Ooit begonnen met de dichter Herman de Coninck. En vandaag dus een dubbel-gedicht over deze bijzondere dag.

Het eerste gedicht is getiteld ‘Zondagmorgen’ en is van Guillaume van der Graft (pseudoniem van Willem Barnard 1920 – 2010). Het gedicht heb ik genomen uit de bloemlezing ‘Er loopt een gedicht voor mij uit’ samengesteld door Ingmar Heytze, dat verscheen in 2015.

Het tweede gedicht getiteld ‘Zondag’ van Anneke Brassinga (1948) komt uit de Verzamelde gedichten ‘Wachtwoorden’ ook uit 2015. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Landgoed’ uit 1989.

.

Zondagmorgen

.

Een man ademt woorden

te groot voor zijn stem,

.

zegent vrede

te wijd voor zijn armen.

.

Het heet kerk, het is

duiventil, klokhuis, een nis

.

in de muur van de duisternis,

gemis dat wordt goedgemaakt, wit

.

om een gedicht heen dat is zoekgeraakt

.

Zondag

.

Zondag schrijdt door weiden
onzichtbaar maar toch schrijdt –
laat dauw aan halm, geen licht
overschaduwd zijn. Reigers
breken water niet, roeien
spoorloos weg; de wereld
onverbeterlijk gelaten.
.
.

Agenda hier

Rechtse poëzie

.

Hoewel ik de naam van Wout Waanders (1989) ken, en ik al het een en ander van hem heb gelezen (bijvoorbeeld via Meander in de recensie van ‘Parkplan’ zijn bundel uit 2020 https://meandermagazine.nl/2020/12/wout-waanders-parkplan/ ) ben ik toch iets nieuws te weten gekomen over hem, of eigenlijk twee dingen.

Allereerst het feit dat Wout Waanders lange tijd aandacht heeft gegeven aan stiftgedichten (en deze ook heeft gemaakt https://woutwaanders.nl/blog/wat-zou-u-doen-32 al lijkt het erop dat hij hiermee gestopt is). Maar stiftgedichten hebben altijd mijn interesse, ik heb er op dit blog onder de categorie Gedichten in vreemde vormen verschillende geplaatst.

Ten tweede het feit dat hij de geestelijk vader was van de vermakelijke website ‘De losse armpjes’ en dan met name de categorie ‘Rechtse poëzie’. Toen ik dit las was mijn interesse meteen gewekt want wat is in hemelsnaam Rechtse poëzie? Volgens de uitleg op de website: Rechtse poëzie is poëzie die inspeelt op de behoefte van de consument. En dan met name de digitale behoefte. Het is namelijk flink balen als je na een fijne zoekopdracht niet op de site komt waar je moet wezen. Daarom: poëzie geschreven naar aanleiding van de Google-zoektermen die naar deze blog hebben geleid.

In wezen dus een vorm van ready mades maar dan anders. Op de website https://woutwaanders.wordpress.com/ die sinds 2017 niet meer is geactualiseerd (de Rechtse poëzie categorie eindigt zelfs al in 2014) staan ook zijn stiftgedichten tot en met 2017. Maar de tien voorbeelden van wat Wout als Rechtse poëzie ziet zijn ook meer dan de moeite waard en zeker een bezoekje waar. Hier volgt van een voorbeeld van deze veelzijdige dichter getiteld ‘agenda hier’ dat tevens de zoekterm was, al schrijft hij erbij dat hij zich ook heeft laten inspireren door de twee zoektermen die hier direct op bleken te volgen: ‘kijharde porno’ en ‘porno keiharde’.

.

agenda hier

.

in de winkel van eva kon je terecht
voor agenda’s, sigaren, porno
of een huilbui

.

ik stormde de winkel van eva binnen
maar de winkel was die dag
van eigenaar Schouten

.

hij mompelde dat hij met mijn liefdesproblemen
weinig aan kon – wel had hij
agenda’s, sigaren, porno

.

De poëzie van Dali

Metamorphosis of Narcissus

.

De Spaanse schilder Salvador Dali (1904 – 1989) kent natuurlijk iedereen: met werken als La persistència de la memòria, De hallucinogene toreador, De brandende giraf, Soft Construction with Boiled Beans (Premonition of Civil War) en natuurlijk The Persistence of Memory (met de smeltende klokken). Daarnaast maakte Dali vele beelden en andere objecten waaronder de Mae West Sofa (waar ik een gedicht over schreef dat je hier https://www.deoptimist.net/2012/09/vers-in-de-etalage-17/  kunt lezen).

Wat niet heek bekend is bij de meeste mensen is dat Salvador Dali ook schreef. Zo schreef hij maar liefst twee autobiografieën (The Secret Life of Salvador Dali en Diary of a Genius), een boek over proces en techniek van het schilderen (50 Secrets of Magic Craftsmanship) en een (vrij ondoorgrondelijke roman (Hidden Faces).

En hij schreef poëzie. Het beste voorbeeld daarvan is ‘Matamorphosis of Narcissus’ uit 1937. Deze bundel/ gedicht (wat het precies is is me nog niet helemaal duidelijk) is geschreven bij één van zijn beroemdste schilderijen met diezelfde titel. Dalí was altijd omringd door poëzie en dichters, aangezien zijn vrouw Gala eerder getrouwd was geweest met Paul Eluard, een gerespecteerd dichter in zijn tijd. En eerder waren Dalí en de iconische dichter Federico Garcia Lorca zeer goede vrienden en klasgenoten aan het San Fernando Institute of Fine Arts in Madrid; hun creatieve energie voedde zich met elkaar.

Op zoek naar de tekst heb ik onderstaande gevonden. Of dit het volledige werk is of slechts een fragment is me nog steeds niet helemaal duidelijk, als iemand me daar meer over kan vertellen graag.

.

 

 

 

 

Onder bankiers (in de City)

K. Michel

.

Dichter K. Michel (pseudoniem van Michael M. Kuijpers) werd in 1958 geboren in Tilburg. Voordat hij debuteerde als solo dichter had hij al verschillende samenwerkingsprojecten gedaan met andere dichters zoals onder andere met Arjen Duinker ( Aap, Noot, Mies een periodiek dat verscheen van 1982-1985). In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ waarna nog 6 bundels zouden volgen. Ook schrijft hij proza en vertaalt hij dichters als Octavio Paz en Michael Ondaatje en is hij enige tijd redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Voor zijn werk ontving hij de Jan Campert-Prijs, de VSB Poëzieprijs en de Herman Gorterprijs.

Zijn laatste bundel getiteld ‘& rol door’ is speels, beeldend en melodisch. Ook in deze bundel experimenteert K. Michel met poëzievormen. In deze bundel staat het gedicht ‘Onder bankiers (in de City) waarin hij de Engelse metafysische dichter John Donne (1572 -1631) aanhaalt en zijn gedicht ‘A Burnt Ship’.

In een analyse van dat gedicht op https://interestingliterature.com/2014/03/guest-blog-john-donnes-a-burnt-ship/ staat onder andere: “Het is alsof Donne ons uitnodigt om waarnemers te zijn en voor onszelf te oordelen. Door dat te doen, denk ik dat hij het gruwelijke lot van de matrozen nog meer als een tragedie laat lijken. We kunnen onze eigen conclusies trekken over het tafereel, en ik betwijfel of er mensen zijn die geen medelijden hebben met de arme zielen die verbrandden in een waterig graf en verdronken in een brandstapel.” In het gedicht van K. Michel zou je de matrozen kunnen lezen als de mensen die kopje onder zijn gegaan na de financiële crisis.

.

Onder bankiers (in de City)

.

ja zweep de koersen op

stuw de statistieken

knallend door het dak

dwing de prognoses door

gloeiende hoepels te springen

jaag de groei ademloos

door roeien en ruiten

.

maar vergeet het schip

niet waarover john donne

lang voor de uitvinding

van glasvezels microchips

en de hele flitshandel zong

het brandende schip dat

alleen kon ontsnappen aan het vuur

door te zinken

.