Site-archief
Hofjesfestival
Haagse Notûh
.
Ook dit jaar organiseert Stichting Haagse Notûh op zondag 21 september weer het Ssssttt… Hofjesfestival in de binnenstad van Den Haag. Op allerlei historische plekken en hofjes zoals het Hofje van Nieuwkoop, de Regentenkamer, ’t Hoofts Hofje, de Jozefkapel en de Stadskloostertuin St. Vincentius, treden dichters, muzikanten en muziekensembles op. In eerdere jaren stond ik al eens in de Stadskloostertuin (waar toen ik aan de beurt was er een wolkbreuk was), in het Hofje van Nieuwkoop, en op de Varkenmarkt .
Een van de hoogtepunten van deze dag (naast de voordrachten van alle dichters uiteraard) is het optreden ( de openingsact) van stadsbeiaardier Gijsbert Kok, die op de Haagse Toren het carillon bespeelt waarbij hij wordt bijgestaan door 15 blazers. Ook is het mogelijk om samen met een gids van het Stadsgilde een wandeling te maken langs de verschillende historische plekken in de binnenstad.
Dit jaar sta ik opnieuw geprogrammeerd in de Stadskloostertuin aan het Westeinde 101 van 14.30 tot 15.00 uur. Andere dichters die voordragen zijn onder andere Marilou Klapwijk, Diann van Faassen, Alexander Franken, Frans Terken, Edith de Gilde en Margriet van Bebber. Ook de twee jonge stadsdichters van Den Haag, Anu Soerjoesing en Govert van de Velde, dragen voor. Als voorproefje een gedicht van Diann van Faassen getiteld ‘Er is altijd’.
Diann van Faassen (1971) debuteerde met de bundel ‘Driemaaldaags’ (1991). Sindsdien verschijnt zij op de diverse podia in het land. In 1998 verscheen ‘Toverfietsje’, dat in 1999 werd opgevolgd door ‘Altijd naar de kermis’, beide uitgegeven in eigen beheer. Gedichten van haar staan opgenomen in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan‘ (2001) en in ‘Vanuit de lucht‘ (2001). Diann organiseert literaire evenementen en poëzie workshops en zij begeleidt de jonge Haagse Stadsdichters.
.
Er is altijd
.
Er is altijd iets te weten
Er moet altijd iets te weten zijn
Maar niemand laat zich kennen hier
Ik heb van beneden af
omhoog naar jouw balkon gekeken
bevangen door de ruimte – zag ik je rennen
Ik zag je rennen tot je doorhad
dat je niet was in te halen – niet door mij
de galerijen waren leeg – de spijlen schenen tralies
Jij ging mijn gangen na
en had handen rood als aarde
de lijnen in je handpalm waar je mij bewaarde
Jouw hand is door mijn huid gedrongen
om te ontrafelen wat mijn motieven zijn
wanneer je mijn zenuwen blootlegt is het slechts een kwestie van tijd
Ik zou net als vroeger
willen kijken en tevreden zijn met het zicht
ik zou net als toen zonder verlangens willen zijn
Maar er is altijd iets te weten
en we weten al zoveel
we willen altijd verder weten
en niemand laat zich kennen hier
.
Gedichten uit de gevangenis
Etheridge Knight
.
Gevangenissen zijn plaatsen waar veel poëzie gelezen en geschreven wordt. Blijkbaar zijn het plekken waar aan retrospectie gedaan wordt en tijd is er in veel gevallen zeker. In het land waar de gevangenissen boordevol zitten (volgens het Reformatorisch Dagblad bevinden zich in de Verenigde Staten ongeveer 25% van alle gevangenissen wereldwijd en herbergen ze het hoogste aantal gevangenen ter wereld) en waar (en misschien wel omdat) gevangenissen een verdienmodel zijn, zijn er verschillende dichters onder gevangenen opgestaan.
Een van de bekendste is de Afro-Amerikaanse dichter Etheridge Knight (1931 -1991). Hij maakte in 1968 naam met zijn debuutbundel ‘Poems from Prison’. Het boek herinnert in versvorm aan zijn acht jaar durende gevangenisstraf na zijn arrestatie voor een overval die hij in 1960 pleegde. Tegen de tijd dat hij de gevangenis verliet, had Knight een tweede deel voorbereid met zijn eigen geschriften en werk van zijn medegevangenen. Dit tweede boek, voor het eerst gepubliceerd in Italië onder de titel ‘Voce negre dal carcere’ verscheen in 1970 in het Engels als ‘Black Voices from Prison’.
Met deze twee bundels werd Knight één van de belangrijkste dichters van de Black Arts Movement , die bloeide van begin jaren 1960 tot midden jaren 1970. Met wortels in de burgerrechtenbeweging , Malcolm X en de Nation of Islam en de Black Power-beweging, probeerden Etheridge Knight en andere Amerikaanse kunstenaars binnen de beweging politiek geëngageerd werk te creëren dat de Afro-Amerikaanse culturele en historische ervaring onderzocht.
Maar Knight wordt ook beschouwd als een belangrijke dichter in de mainstream Amerikaanse traditie. Na zijn gevangenschap behaalde hij in 1990 een bachelor in Amerikaanse poëzie en strafrecht aan de Martin Center University in Indianapolis. Ook doceerde hij aan de Universiteit van Pittsburgh, de Universiteit van Hartford en de Universiteit van Lincoln.
In de bundel ‘The Essential Etheridge Knight’ uit 1986 staat het gedicht dat hij schreef voor Malcolm X, getiteld ‘For Malcolm, a Year After’.
.
For Malcolm, a Year After
.
Ruimteschil
Dag zeven
.
Op de zevende dag…, nee niks religieus maar wel een gedicht over de ruimte en ons bestaan. Dit gedicht is van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en ik nam het uit haar bundel ‘Kameleon’ gedichten uit 2015.
.
Ruimteschil
.
Onder de oranje fleecedeken zijn we
volgens eigen en onveranderlijke wetten
miertjes op een mandarijnenschil
.
nemen we enkel wat we nodig hebben, niets
hoeft zich in een werkelijkheid af te spelen
omdat het hier toch geen verloop kent.
.
Het teken doen verdwijnen in de betekenis.
Het korstje markeert en verstopt de wonde.
We zullen een dubbele gulzige taal spreken.
.
Veel komt aan
Margreet Schouwenaar
.
De afgelopen tijd heet uitgeverij P weer een aantal fraaie dichtbundels het licht laten zien. ‘Zomerschaduw’ van Job Degenaar, ‘Voetafdruk van stilte’ van Hanna Kirsten en ‘Hazenslaap’ van Margreet Schouwenaar. Over de eerste twee schrijf ik later maar vandaag pak ik de bundel ‘Hazenslaap’ van Margreet Schouwenaar erbij. Het zal toeval zijn dat in dezelfde periode twee dichtbundels verschijnen met in de titel de haas (‘Hazenklop’ van Hanneke van Eijken waarover ik de komende week zal schrijven) maar vandaag dus de bundel ‘Hazenslaap’.
Schrijver en dichter Margreet Schouwenaar (1955) debuteerde in 1991 met gedichten in Revisor en niet lang daarna met de bundel ‘De drempel die vertrek is’ (1992). Daarna volgden maar liefst 14 dichtbundels waaronder de bloemlezing ‘Zwijgen tot het schraapt’ uit 2019. Haar werk wordt geplaatst in literaire tijdschriften als De Poëziekrant, Meander en Het Liegend Konijn.
In 2009 volgde ze Joost Zwagerman op als stadsdichter van Alkmaar, welke functie ze vervolgens maar liefst negen jaar zal invullen. In 2018 wordt een nieuwe stadsdichter, Joris Brussel, gekozen. Ik mocht bij deze verkiezing in de jury plaatsnemen. In haar jaren als stadsdichter richt Margreet Schouwenaar De Eenzame Uitvaart op in Alkmaar. Zij is nog altijd actief binnen deze stichting.
En nu is er dus haar nieuwe bundel ‘Hazenslaap’. Een bundel met 70 nieuwe gedichten (de bundel wordt uitgegeven ter gelegenheid van haar 70ste verjaardag) waarin zij de tijdelijkheid en de eeuwigheid bezingt, de trivialiteit, de onvermijdelijkheid maar ook de hoop. In pagina vullende gedichten waarin vaak ritmische stapelingen van woorden te lezen zijn beschrijft Schouwenaar de hazenslaap. Een haas slaapt met ogen open en merkt dus alles op wat er gebeurt. Zo ook Schouwenaar in deze bundel.
Ik koos voor het gedicht ‘Veel komt aan’ waarin dit mooi naar voren komt.
.
Veel komt aan
.
Google toont hoe ik woon, de plant staat er nog
voor het raam waar ik lang ben weggegaan.
Een bestemming vind ik zelden thuis, wel een
levenstaak: veeg los zand, alles wil grond.
.
Het lijkt op krabben, de honger naar het nauwelijks
vel dat toch kan kloppen. Veel komt aan op het net niet
raken; verwezen, schalen breken, de schepping wil
schuiven. misschien wel littekens. Daar helpt geen
.
wetenschap tegen. Nestdrang zonder feiten, vleugels
willen oefenen. Bewegingen bestaan, nachten
moeten vallen. ‘Je praat in je slaap’, zei hij eens.
We horen buigzaam te zijn, onze gedachten
.
te verzetten. Ik doe denken aan een ander. Ik ben
al weg, of niet, ik ben nog steeds onuitgesproken.
Op een kaart ben ik onvindbaar, maar ik breng me
nader. Als confetti zal ik dalen. Onherroepelijk.
.
Literair Paspoort
Internationaal Poëziefestival
.
Tot 2013 had Den Haag een jaarlijks literair festival onder de naam Dichter aan huis. Het ene jaar dichters en het andere jaar schrijvers droegen in huiskamers voor uit eigen werk. Met een passe-partout kon je één of twee dagen naar hartenlust van poëzie genieten. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. In 2016 was nog eenmaal een herstart van dit festival maar daarna hield Dichter aan Huis op te bestaan.
Ik vind dit om twee redenen heel jammer. Allereerst is een festival als deze, bij mensen thuis in hun woonkamer, heel intiem en verrassend. Je bent met een kleine groep liefhebbers en de dichters zitten bijna bij je op schoot. Heel anders dan een groot festival waarbij de dichter op een podium in de verte staat (zoiets heeft uiteraard ook zijn charme). De andere reden dat ik het spijtig vind dat het ophield te bestaan is dat dit in de wijk werd georganiseerd waar ik woon. Ik had mijn huiskamer heel graag ter beschikking gesteld aan een optredend dichter.
En het waren niet de eerste de beste dichters die hier voordroegen: Jean-Pierre Rawie, Charlotte Mutsaers, Abdelkader Benali, Ilja Leonard Pfeijffer, Adriaan van Dis, F. Starik, Ilja Leonard Pfeijffer en Rutger Kopland zijn maar een paar van de namen die destijds meededen met dit festival.
De stichting Dichter aan Huis deed echter meer. Zo organiseerde men in ambassadeurswoningen het internationale poëziefestival Literair Paspoort in Den Haag en Wassenaar met tal van internationale dichters, waarbij samengewerkt werd met verschillende ambassades in de hofstad en de Nederlandse Taalunie. Het festival had drie edities: 1998, 2002 en 2004. De editie 2000 werd afgelast vanwege niet-toekenning van een deel van de benodigde subsidie.
Van elke editie werd een bundel samengesteld. Ik heb die van 2002 en 2004 pas geleden gekocht bij Colette. In de versie van 2002 staan vele prachtige internationale dichters uit alle delen van de wereld maar ook uit Nederland zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Serge van Duijnhoven en K. Michel . Het is bijna een Poetry International programma. Uit deze bundel koos ik een gedicht van de Vlaamse dichter Geert van Istendael (1947) met het toepasselijke gedicht ‘Keukentafel’ want ik weet dat er ook aan de keukentafel gedichten werden voorgedragen.
.
Keukentafel
.
Er zit een gat in het blad. En het is krom.
Het heeft gewerkt en zij heeft laten werken.
Eenkennig werd zij nooit. Veelgodendom
van sap en bier en bloed was altijd welkom
binnen de kringen van haar heiligdom.
.
Haar stutten zijn geen zuilen. Het zijn poten,
viervuldig hun geloof, maar steeds oprecht.
Wat niet beweegt is wat het beste vecht.
.
Vingersporen
Iduna Paalman
.
Afgelopen week liep ik in de boekwinkel die samen met de bibliotheek Amstelveen gehuisvest is in een gezamenlijk pand en dan ga ik altijd even op zoek naar de poëzieafdeling. Nou ja afdeling, meestal zijn het een paar plankjes met poëziebundels. In het geval van deze boekhandel waren het drie plankjes, niet veel maar wie het kleine niet eert.
Tussen de bekende titels ook een aantal titels van plaatselijke dichters en de bundel ‘bewijs van bewaring’ van Iduna Paalman uit 2022. Nu heb ik deze bundel maar op dit exemplaar was een ‘Libris-tip aangebracht (op een wikkel om de bundel). Ene Nikki Srofice schreef daarop: “Al sinds 2019 ben ik fan van Iduna Paalman om haar teksten die maatschappelijk zo urgent voelen en me dwingen om steeds opnieuw te lezen en steeds iets nieuws te ontdekken + winnaaer J.C. Bloem-Poëzieprijs”.
Dat laatste heeft Nikki er denk ik bij geschreven als extra bewijs dat deze bundel echt de moeite waard van het lezen is. Dat ben ik met haar eens. Thuisgekomen heb ik deze bundel van Iduna Paalman (1991) er nog eens bij gepakt en wat Nikki schrijft dat klopt wel. Daarnaast bevat deze bundel prachtige gedichten zoals het gedicht ‘Vingersporen’. Of wat Nikki schreef ook voor dit gedicht opgaat weet ik niet maar dat doet er ook eigenlijk niet toe. Een fraai gedicht is het.
.
Vingersporen
.
Je hebt me intussen in de gaten
ik speel voor doedel en voor droel op het schavot
er zijn maar weinigen die zelfs het gat bezaten
van mijn hemd want alles vernielt zichzelf eerst zachtjes en is dan gewoon kapot
.
ik weet: ik ben de afgeleide van de publieke smaak
een voetenbank voor alles wat loom naar ontwarring ligt te happen
ik veracht de oude planken en bemin ze veel te vaak
ik struikel nooit maar krijg wel bijna wekelijks de klappen
.
er is iets wat je weten moet maar ik vertel het niet
het doet al lang de ronde in twee stilgelegde magen
er is altijd eentje die met valse tong het hoogste biedt
en het is waar: ik herken de kiezen en het slikken en de kalme vragen.
.
Heet me welkom, weet: ik houd voor jou al jaren mijn vingersporen bij
en er is niemand voor wie de strafverhoging feller blonk dan nu, voor mij.
.
Rokertje
Nico Scheepmaker
.
Mij is opgevallen dat tabakszaken tegenwoordig beter verborgen zijn, minder opvallend, dan coffeeshops (waar ze softdrugs verkopen). Tegenover mijn werk is in een winkelcentrum niet zo lang geleden een nieuwe tabakszaak geopend waarvan ik in eerste instantie niet door had wat er überhaupt verkocht werd. Je kan er niet naar binnen kijken, er zijn geen reclame of andere uitingen waarvan je kan denken: oh een tabakszaak!. Je moet langs een dubbel muur en daarachter ( ik ben niet binnen geweest maar dat vermoed ik) bevindt zich de winkel. Aan de voorzijde slechts wat attributen die je, met enige fantasie, aan een tabakszaak kan koppelen.
Wanneer ik in de stad dan langs een coffeeshop loop dan zie je prijslijsten, grote foto’s van weelderige wietplanten en allerlei foto’s en afbeeldingen die weinig aan de fantasie overlaten. Toen ik hierover nadacht moest ik weer denken aan de bundel die Peter van Straten (1935-2016) en Henny Vrienten (1948-2022) ooit samenstelde over rokers. Dus heb ik de bundel ‘Aan de laatste roker’ (2014) opgezocht. Veel geweldige tekeningen van Peter van Straten die de lulligheid ten top zijn als het gaat over het afbeelden van (verstokte) rokers.
En een hele fijne verzameling gedichten van bekende en iets minder bekende dichters over rokers en roken. Uit het uitbundige aanbod koos ik het gedicht ‘Verslaving’ van Nico Scheepmaker (1930-1990) dat oorspronkelijk gepubliceerd werd in ‘De gedichten’ uit 1991. Een gedicht uit een tijd dat er op feestjes nog uitbundig gerookt werd (zie de derde strofe).
.
Verslaving
.
Ik heb nooit hasj gerookt, en zelfs geen sigaret
heeft mijn gestel ooit kunnen ondergraven.
Wat dat betreft behoor ik tot de braven
die conformistisch zijn van foetus tot skelet.
.
Hoewel, wat wil dat zeggen: conformisme,
als al je vrienden en vriendinnen roken
en met de bouillabaisse de as meekoken?
Niet-roken is een vorm van nihilisme.
.
Als Brave Hendrik sta je aan de kant
met het gelijk uitbundig aan je zijde,
en je ziet toe: de typisch uitgewijde,
met hoogstens een gebaksvork in je hand.
.
God geve dat ik eens, als oude man,
de weg naar de verslaving vinden kan.
.















