Site-archief
In de bibliotheek
Herman de Coninck
.
Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.
Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.
.
In de bibliotheek
.
Voor Octavio
.
Er is een boek,
‘Het woordenboek der engelen’ geheten.
Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,
Weet ik, want toen ik het deed
Krakte de cover, verkruimelden
De bladzijden. Daar ontdekte ik
.
Dat engelen ooit zo talrijk waren
als vliegensoorten.
In de schemering
Maakten ze de lucht dik.
Je had twee armen nodig
Om ze van je af te slaan.
.
Vandaag schijnt de zon
Door de hoge ramen.
De bibliotheek is een rustige plek.
Engelen en goden opeengepakt
In donkere, ongeopende boeken.
Het grote geheim ligt
Op een schap waar Mrs. Jones
Elke dag op haar ronde voorbijgaat.
.
Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd
Daar nog bovenuit, of ze luistert.
de boeken fluisteren.
Ik hoor niks, maar zij wel.
.
Van Duinkerken en Kemp
Dichters over dichters
.
Vandaag in de rubriek ‘Dichters over dichters’ de dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968) die het gedicht schreef ‘Voor Pierre Kemp’ de Limburgse dichter die leefde van 1886 tot 1967. Willem Asselbergs (zoals de echte naam van Anton van Duinkerken luidde) was dichter, essayist, hoogleraar, redenaar en literatuurhistoricus. In 1933 kreeg hij de C.W. van der Hoogtprijs, in 1960 de Constantijn Huygensprijs en in 1966 de P.C. Hooft-prijs.
In de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1957 is het gedicht opgenomen ‘Voor Pierre Kemp’. Kemp, net als van Duinkerken afkomstig uit het zuiden van Nederland, was net als van Duinkerken een van de woordvoerders van het katholieke levensbesef (zoals zo mooi omschreven staat achterop de bundel van van Duinkerken). Het gedicht komt uit het hoofdstuk ‘In spiegel en raadsel’ uit de bundel. Uit het gedicht blijkt een grote mate van bewondering van van Duinkerken voor de dichter Kemp.
.
Voor Pierre Kemp
.
In de trein zitten, buiten kijken,
Seinwachtershuisjes zien staan,
Van binnen op klaprozen lijken,
Wie heeft dit bekwamer gedaan?
Nadoen kan ik u niet.
Ik mis die saffraangeel klanken.
Voordoen is echt niet nodig.
Dit weten maakt ieder lied
Van mij voor u overbodig
Behalve dan om u te danken.
.
Schilderij uit de schrijversgalerij van het Literatuurmuseum in Den Haag van Theo Swagemakers ( 1898 – 1994)
Het einde
Lucebert
.
Bij het opruimen van mijn boekenkast (met de beperkte ruimte die ik he is het echt belangrijk om af en toe de boel opnieuw in te richten) kwam ik de bundel ”Poetry wereld’ 25 jaar Poetry International tegen. Het betreft hier het Poetry International programmaboek uit 1994. Altijd leuk en interessant om door heen te bladeren en te lezen welke dichters destijds werden geprogrammeerd.
In dit A4 grote programmaboek zat echter ook een losse brochure van 15 september 1994 (de geboortedag van Lucebert) van De Rode Hoed in samenwerking met de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam) getiteld Hommage aan Lucebert. In deze 12 pagina’s bevattende zwart-wit brochure bestaande uit 3 gevouwen A4 velletjes staat naast het programma van die dag, gepresenteerd door Cox Hobbema met voordrachten van onder andere Simon Vinkenoog, Rudi Fuchs, H.H. ter Balkt en Frank Lodeizen, saxofoon improvisaties van Hans en Candy Dulfer, een poëzieconcert en een inleiding over drie korte films getiteld ‘Lucebert, tijd en afscheid’ van Johan van der Keuken, ook een groot aantal gedichten die Lucebert (1924 – 1994) schreef door de jaren heen.
Een van deze gedichten ‘Het einde’ komt uit de bundel ‘van de afgrond en de luchtmens’ uit 1953.
.
het einde
.
oud de tijd en vele vogels sneeuwen
in de leegte in de verte
wordt men moe en de stemmen
staan stijf om zelfs de zuiverste lippen
.
ruw en laag wandelt de regen
waarheen zijn de lichte dagen gegaan
waar zijn de wolken gebleven
alles is stom en van steen
.
alleen die in zijn engte de elementen telde
buigend bevend als geselslagen
geeft het laatste geluid: het lied
heeft het eeuwige leven
.
Overdenking
(bijna) vergeten dichters
Allerzielen 2 november 1974
Overdenking
Lieve Mamma. Hoe gaat het met je en Pappa,
en Oma en het wéér daarzo? Warm en vrolijk voor
.
De toekomst is nu
Poëzieweek 2020
.
Van 30 januari tot en met 5 februari is het Poëzieweek en op 30 januari is het Nationale Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen. Op de website van de Poëzieweek https://www.poezieweek.com/ kun je alle activiteiten en bijzonderheden nalezen. Het thema van de Poëzieweek is ‘De toekomst is nu’.
In aanloop naar de Poëzieweek toe wil ik een aantal gedichten van dichters die in dit thema geplaatst kunnen worden, hier plaatsen. De eerste dichter en het eerste gedicht is van Hans Berghuis.
Berghuis (1924 – 1994) was dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1947 met de poëziebundel ‘Stanza’s voor haar’ in 1950 gevolgd door de bundel ‘Grote en kleine metten voor jou’ waarna het tot 1984 zou duren voor hij weer een dichtbundel publiceerde, namelijk ‘Postpapier voor Nigra’. In veel van Berghuis’ poëzie is er sprake van een rusteloos zoeken om te ontkomen aan de essentieel menselijke eenzaamheid. In het gedicht ‘De laatste adem’ komt dit ook mooi naar voren. Het gedicht komt uit de bundel ‘Postpapier voor Nigra’ briefgedichten, dat in 1984 werd uitgegeven door Uitgeverij Stichting Ravenberg Pers. In dit gedicht wordt pijnlijk duidelijk een situatie geschetst waarin de toekomst van de hoofdpersoon al vast staat en al reeds is begonnen.
.
Laatste adem
.
Des nachts sluipend door het huis, op zoek
naar drank en sigaretten, een glas achterover
slaan tegen de pijn, tien regels van het boek
lezen dat nooit geschreven werd, daar zitten
in een stoel zonder zeker te weten wat te doen,
de vogels horen wakker worden tegen vieren
en dan kruipend en tierend terug naar bed.
Hij vloekt tegen haar billen, tast de spleet,
hij kneedt de mammas van zijn zwarte schaap,
hij laat de slang die één maal Eva beet
kopstoten in zijn boom, totdat zij vraagt:
‘Wil je gewoon doen? Kom je in mijn hol?
Ik ruik je al een uur van hier tot daar. -‘
Ongewoon levend blaast hij zijn adem bol:
zijn dood begraaft hij in de moederbaar.
.
Nieuwe Amerikaanse dichters
New American Poets
.
In 2005 werd door uitgever David R. Godine (uitgeverij DRG) in Boston de vuistdikke bundel ‘New American Poets’ gepubliceerd, met daarin 95 van de nieuwste dichters in Amerika. Amerikaanse dichters uit alle windstreken, met hun roots in allerlei landen (onder andere Michael van Walleghen waarvan ik vermoed dat zijn roots in Nederland of waarschijnlijker Vlaanderen liggen), man, vrouw en allemaal nog onbekend (zeker hier in Nederland). Het zijn niet alleen jonge dichters, ook dichters die al wat ouder zijn en bekend worden of op doorbreken staan.
In de bundel valt me op dat er veel lange gedichten staan, ook prozagedichten en van elke dichter zijn een paar gedichten opgenomen (de bundel telt maar liefst 442 pagina’s). Omdat ik eigenlijk geen enkele naam ken ben ik wat op onderzoek uitgegaan.
Uiteindelijk heb ik gekozen voor dichter Marilyn Nelson Waniek (1946).
Marilyn Nelson is dichter, vertaler en auteur van kinderboeken. Ze is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Connecticut, en de voormalige dichter-laureaat van Connecticut. Ze is een winnaar van de Ruth Lilly Poetry Prize, de NSK Neustadt Prize for Children’s Literature en de Frost Medal. Van 1978 tot 1994 publiceerde ze onder de naam Marilyn Nelson Waniek. Ze is de auteur of vertaler van meer dan twintig boeken en vijf poëziebundels voor volwassenen en kinderen, zogenaamde chapbooks (soort zelfgemaakte klein (A6) tijdschriftje van meestal 8, 12, 16 of 24 pagina’s). Naast vele andere publicaties verschenen van haar 11 poëziebundels. Uit ‘New American Poets’ koos ik het gedicht ‘Chosen’ dat komt uit haar bundel ‘Homeplace’ uit 1990.
In ‘The Homeplace’ wordt de lezer betrokken bij een reeks scherp geportretteerde levens (van haar familie). Door een continu verhaal te vertellen in een mix van vrij vers en traditionele vormen, geeft Waniek haar werk tempo en intensiteit. Ze behandelt de villanelle, het sonnet en de populaire ballad met gelijke vaardigheid en enthousiasme.
Het sonnet ‘Chosen’ beschrijft de consensuele maar ongelijke seksuele daad tussen haar over-overgrootmoeder Diverne, een slaaf die naar Hickman in de staat Kentucky werd gebracht vanuit Jamaica, en haar over-overgrootvader, Henry Tyler, een blanke man, wat leidt tot de geboorte van Pump, de overgrootvader van Nelson. Het gedicht besluit met dit couplet: ‘And it wasn’t rape. In spite of her raw terror. And his whip’. Het gedicht houdt vol dat de daad geen verkrachting was omdat het leidde tot de geboorte van een geliefd kind, maar de conclusie van dit gedicht dat eindigt met de woorden ‘verkrachting’ en ‘zweep’ is toch heel anders.
.
Chosen
.
Diverse wanted to die, that August night
his face hung over hers, a sweating moon.
She wished so hard, she killed part of her heart.
If she had died, her one begotten son,
her life’s one light, would never have been born.
Pomp Atwood might have been another man:
nor with a single race, another name.
Diverse might not have known the starburst joy
her son would giver her. And the man who came
out of a twelve room house and ran to her
close shack across three yards that night, to leap
onto her cornshuck pallet. Pomp was their
share of the future. And it wasn’t rape.
In spite of her raw terror. And his whip.
.
Plopperdeplop
Poppers plop
.
Serieuze poëzie kan soms ineens heel grappig zijn of over een onderwerp gaan dat helemaal niet serieus is. Net zo goed als minder serieuze poëzie of light verse hele zware onderwerpen als thema kan hebben. Ik moest hier aan denken toen ik in de bundel ‘ Zware pijnstillers’ uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘ Poppers plop’ las. In dit gedicht worden Kabouter Plop (en nog wat cartoonachtige wezens) gecombineerd met de Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl Raimund Popper (1902 – 1994). Popper is bekend geworden door zijn weerlegging van het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de ‘open samenleving’.
Door deze twee volslagen tegenpolen te combineren in en gedicht wordt je eerst op het verkeerde been gezet en vervolgens aangezet tot nadenken. Een knap gedicht.
.
Poppers plop
.
Kabouters hebben Korsakov
getuige K. Plop en de Smurfen
die er iedere dag opnieuw intrappen:
Gargamels list en Klus’ bedrog.
.
Toch zie je ze nooit excessief drinken.
Ik denk daarom dat het erfelijk is,
iets met het gen. Ik kan
het weten want ik heb het ook,
.
ik blijf maar kijken, volgens Popper
kan morgen alles anders zijn.
.
Dies Irae
Peter Coret
.
De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.
In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.
.
Dies Irae
.
De laatste daad die zin gaf aan je leven
Was de ontkenning van een troosteloos bestaan
.
Je drift heeft je het leven uitgedreven
Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan
En zul je nooit meer pronken als de haan
Wiens veren ik met liefde heb beschreven
.
On klein verbond werd bitter opgeheven
De rekening blijft immer onvoldaan
.
Je liet me vallen toen ik jou liet zweven
We leefden beiden in een wrede waan
Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan
Aan jouw genot, of naar verzoening streven
.
Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven
Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan
.


















