Site-archief
Doorwaaiwoning
Olga Orman
.
De Arubaanse schrijver, vertelster en dichter Olga Orman (1943 – 2021) werd geboren in Noord op Aruba. Op 14 jarige leeftijd verhuisde ze naar Nederland. Ze behaalde haar lerarendiploma en werkte vijf jaar als leerkracht basisonderwijs op Curaçao. Orman keerde terug naar Nederland, en begon les te geven in de Amsterdamse Bijlmermeer , een multiculturele hoogbouwwijk uit de jaren zeventig. In 1994 debuteerde ze als kinderboekenschrijfster en ze werd bekend door twee boeken over de spin Anansi. Zij schreef zowel in het Nederlands als in het Papiaments. Orman introduceerde kamishibai , een Japanse vorm van verhalen vertellen, in Nederland en de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao).
In 2015 verscheen van haar hand de bundel ‘Cas di biento / Doorwaaiwoning’. De gedichten die in deze tweetalige bloemlezing zijn verzameld zijn voornamelijk geschreven in Nederland en voor een deel in Aruba en Curaçao. Zij stralen een grote betrokkenheid en verbondenheid uit met het wel en wee van haar geboorteland Aruba.
In een vertaling van Fred de Haas hier het gedicht ‘Doorwaaiwoning’ uit de gelijknamige bundel.
.
Doorwaaiwoning
.
Ik zoek een huisje
met twee deuren,
eentje achter, eentje vóór,
ze laten me binnen,
ze laten me door.
Ik laat niets achter
dan mijn schim,
herinnering, wat geuren:
.
een doorwaaiwoning met twee deuren.
.
Houston we have a problem
Lotte Dodion
.
De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was. Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.
Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.
Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.
Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.
.
Houston we have a problem
.
liefste
ik weet dat ge meer ruimte wilt,
maar hoeveel planeten wilt ge concreet?
hoeveel lichtjaren moet ik van u verwijderd zijn
opdat gij weer kunt zweven?
ge wilt mij niet langer met u meedragen
ge wilt weer gewichtloos zijn
een onbeduidende stip tussen zoveel andere?
is het een ander
een andere zon om rond te draaien?
weet ge dan niet dat we allemaal dezelfde zijn?
even vermoeiend even verschroeiend
evenveel pijn op termijn
ge hoeft geen vlaggen te planten
geen hemellichamen te veroveren
hier is het mijne
ik ben zwaartekracht
ik hou uw voeten op mijn grond
maar als gij per se de ruimte wilt
als ge denkt te zijn vastgeroest in uw baan
loop naar de maan
word vergeten.
Laatste bezoek
Erik Menkveld
.
Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.
Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.
Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.
Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.
.
Laatste bezoek
.
De slak op haar oor
liet geen woord meer door.
.
mijn stem ternauwernood:
geruis en gekrijs. Meeuw
.
die binnenvloog, zichzelf
aan flarden fladderde
.
in dat oude, dove hoofd.
Tot ik maar zweeg en zij
.
haar ogen weer sloot,
al minder door lakens
.
omspoeld en onverhoeds heden.
Misschien een kleine hand
.
nog in haar hand, het verre
lichten van een kus op haar wang.
.
Meer is er niet van mij
met haar verdwenen.
.
Buiten
Esther Jansma
.
Met dit mooie weer wil je (ik dan toch) vooral veel en vaak naar buiten. Omdat ik werk heb dat zich toch voornamelijk binnen afspeelt is de behoefte om buiten dat werk naar buiten te gaan extra groot. In de bundel ‘Voor altijd ergens’ van Esther Jansma (1958) een keuze uit de gedichten uit 2015 komt het buiten volop aan de orde. Jansma is in het dagelijks leven houtarcheoloog verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en als zodanig natuurlijk veel met ‘buiten’ bezig. Dat blijkt ook uit het gedicht met die titel uit deze bundel.
.
Buiten
.
Hier is de ruimte genoeg voor veelvoudige
eenvoud die zich ongevraagd aandient
.
omdat waar dit is geen reflectie bestaat
terwijl toch van alles weerspiegeld wordt, daar
.
in het zwartblauw van water bijvoorbeeld
wat zich eroverheen buigt aan bladrood
.
en huidgrauw. Ernstig bij een perkje
denk ik verder: overal is wind en druk
.
bewegen, maar inzicht ontbreekt eraan.
Gelukkig ben ik er.
.
Kijk de natuur mij eens nodig hebben.
.
Zwagerman over Campert
Remco Campert stapt in dit gedicht
.
Dichters schrijven gedichten over andere dichters, dat was het uitgangspunt van de rubriek ‘dichter over dichters’. Dat doen ze omdat ze bevriend zijn met een andere dichter of omdat ze een andere dichter bewonderen en soms is zo’n gedicht in de vorm van een elegie. In het onderhavige geval is het weer anders. Joost Zwagerman (1963-2015) schreef een gedicht waarin Remco Campert (1929) binnenloopt. Het is dus niet echt een gedicht over Remco Campert maar in de geest van hem en weergegeven door zijn binnenlopen.
Het gedicht zonder titel werd gepubliceerd in de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan’ in het hoofdstuk ‘Collega’s’ uit 2001.
.
kijk daarbuiten wandelt Remco Campert
de Leidsestraat is overvol
maar hij stemt in een ring van stilte
op dromen daden van de eenling af
.
kijk Remco Campert stapt in dit gedicht
de Leidsestraat wordt prompt rivier
naarstig zwemmen wij de weifelslag
en nemen feestend onze badmuts af
.
Leegstand
Esther Jansma
.
Ik was op de website van de KB (Koninklijke Bibliotheek) wat aan het rondstruinen in de sectie Nederlandse Poëzie en daarbinnen weer in de afdeling Moderne Nederlandse dichters (het blijft een bibliotheek) en daar kwam ik bij Esther Jansma een term tegen die ik nog niet kende: dendrochronologe. De definitie die ik vond is: Dendrochronologie of jaarringonderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.
Esther Jansma (1958) is dan ook naast dichter en schrijfster van proza ook archeologe. In 1988 debuteerde Jansma met de bundel ‘Onder mijn bed’ waarna nog 11 dichtbundels (sommige met vertalingen) van haar hand zouden verschijnen waaronder haar laatste bundel ‘Reizen naar het einde van de honger’ uit 2020.
In 2015 verscheen de bloemlezing ‘Voor altijd ergens’ met een keuze uit haar gedichten en in die bloemlezing staat het gedicht ‘Leegstand’. Ik vind het altijd bijzonder om te merken dat ik bij gedichten blijf hangen in bundels die een losse of wat vastere referentie hebben met gedichten die ik zelf schreef. In dit geval aan het gedicht met dezelfde titel die hier te lezen is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/12/04/beeldgedichten-2/ . Het gedicht van Jansma verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Hier is de tijd’ uit 1998.
.
Leegstand
.
De manier is steeds anders, een vuist
balt zich en valt, uit het water lekt langzaam
de kanker van schimmels, maar daarna
is altijd hetzelfde weg: samenhang,
.
de glans van gebruik. Hier staat geen wand
zichzelf te betekenen, geen raam speelt
voor spiegel, geen hoek is nog recht.
Nutteloosheid is de schoonheid van verval en later
.
wil ik ook zo zijn, zo vanzelf
door leeftijd als gras overgroeid
scheef zitten in mijn stoel
en daar heel goed in zijn.
.
Dood werk
Maarten van der Graaff
.
Maarten van der Graaff (1987) is dichter en romanschrijver. Hij studeerde Religie en kunst aan de Universiteit van Utrecht. Hij debuteerde in 2013 met de bundel ‘Vluchtautogedichten’. In 2014 krijgt hij voor deze bundel de C. Buddingh’-prijs. ‘Dood werk’, zijn tweede bundel, verscheen in het voorjaar van 2015. Deze bundel werd in 2017 bekroond met de J.C. Bloemprijs. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter (samen met mede dichter Frank Keizer) van het online literair tijdschrift ‘Samplekanon’ op https://samplekanon.com/ . Samen met Keizer schreef hij een essay over Nederlandse poëzie dat je hier (in twee delen in het Engels) kan lezen: http://www.babelsprech.org/niederlande-12/
Uit zijn bundel ‘Dood werk’ komt het gedicht ‘Lijst met rituelen’. In een recensie over deze bundel las ik: “Zijn toon is illusieloos en zelfverzekerd. Hij probeert enige samenhang aan te brengen in de hem omringende werkelijkheid en zijn leven.” In het gedicht ‘Lijst met rituelen komt dit goed tot zijn recht, oordeel zelf.
.
Lijst met rituelen
Voor CAConrad
.
Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.
Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.
Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson.
Vernietiging heeft ons gemaakt.
Kom klaar in een pretpark.
Teken een cirkel op de serre
van een politicus.
Ga naar het stadskantoor
en leg je onder een klok op de grond,
met je voeten naar Kaapstad.
Lees de gedichten van Snoek.
Verbrand drie dagen later
een zijden voorwerp.
Vernietiging gaat in ons op.
Omklem Pascal en het Kussenboek,
wandel een kerk in.
Denk aan het boerenleven.
Schrijf iets over de geur van religie,
het middenklassegeloof van je ouders.
Vernietiging is onze mondigheid.
Wacht tot je psycholoog op vakantie is.
Zet een tent op in haar tuin.
Ga in een vaalgeel gewaad in de tent zitten.
Neem een vel papier en noteer de titel
Civiele liederen.
Schrijf drie dagen lang civiele liederen.
Gebruik deze regels:
Er is geen eenheid in de riten van mijn massacultuur.
De geschiedenis laat mij blind achter.
Kom zonder gewaad de tent uit.
Ruik de ochtendlucht.
Ontmenselijk jezelf: trek vulgair
en fluitend de stad in.
.
In mijn gedicht
Peter WJ Brouwer
Struinend door mijn boekenkast kom ik de bundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ tegen van Peter WJ Brouwer uit 2016. Peter heeft nog maar zeer recent een roman geschreven en gepubliceerd ‘Het oog van de kraanvogel’ maar ik ken Peter vooral van zijn poëzie. Peter is naast schrijver en dichter ook vertaler en theatermaker. Hij studeerde Duitse Taal- en Letterkunde en publiceerde regelmatig poëzie in bloemlezingen, en tijdschriften als Het Liegend Konijn, Poëziekrant, Extaze en Meander.
Ik herinner mij Peter vooral van het programma ‘Over leven met Brel’ dat hij samen met Michael Abspoel (de stem van Man bijt hond) maakte en waaruit zij samen een aantal stukken deden tijdens een optreden van Ongehoord! in de Jacobustuin in 2015 en daarvoor in 2011 op het reguliere podium van Ongehoord!
Ik kocht destijds de bundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ en ik wil hier graag nog eens een gedicht uit deze bundel plaatsen met de titel ‘In mijn gedicht’.
.
In mijn gedicht
.
Je las jezelf in mijn gedicht, je las
rug, wang, ding
.
mijn hand die jou dichtdeed was daar ook
.
onder mijn lucht las jij, mijn grasland
werd in een oogwenk door jou bevolkt
.
er waren er meer die afreisden
om mijn nachten te bezoeken, de sterren te zien staan
.
te verzuchten
dat het zo is gegaan
.
jij zei enkel: ik vergeef je niets
behalve dan in jouw gedicht, daar ben ik immers
.
achter je
rug
wang, ding
.














