Site-archief

Kristal

Ruben van Rompaey

.

Ondanks dat mijn boekenkasten inmiddels uit hun voegen barsten en ik in de meer dan 5500 berichten op dit blog vele dichters de revue heb laten passeren stuit ik nog altijd op nieuwe namen in de poëzie. Zo ook vandaag. In dit geval Ruben van Rompaey (1978). Ik las zijn bundel ‘Houdbare Oevers’ uit 2019.  Van Rompaey is internationaal bekend als componist maar is daarnaast kunstenaar en auteur en dus dichter. ‘Houdbare Oevers’ is zijn debuutbundel.

Na zijn masteropleiding tot docerend en uitvoerend musicus in Rotterdam verbleef hij respectievelijk in New Orleans en Istanboel, waar hij Jazz, oriëntaalse percussie en cultuur studeerde. Hij trad onder meer op in Japan en de Verenigde Staten. In die periode werd hij ook steeds meer geïnteresseerd in literatuur. Als voorpublicatie van zijn debuutbundel verschenen al gedichten in Brabant Cultureel en het in Roemenië gevestigde  internationaal opererende Contemporary Literary Horizon.

Inmiddels woont hij weer in zijn geboorteplaats Bergen op Zoom en werkt hij als docent levensbeschouwing in Antwerpen en treedt hij vooral op als musicus. Uit zijn bundel koos ik het gedicht ‘Kristal’.

.

Kristal

.

Een handjevol liefde

behoeft zoveel het ziet

de sneeuwprinses ontdooit

verder gaat ze niet

.

Die onverlate strooit

het zand in ieders oog

zowaar mijn geestverwant

heerser die zich tooit

.

Symmetrisch symbool

tevoorschijn uit een traan

verdrong ze het dan maar

vergeten als clochard

.

Kouder dan de nacht

alleen de maan verwarmt

de vreemdeling omarmt

incognito haar naam

.

Trapsgewijs erheen

de wijsheid op haar pad

mijn kussen op haar been

er onvoltooid omheen

.

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Albert Hagenaars

Snijpunt Snijvlak

.

Albert Hagenaars (1955) ken ik al lang als dichter, schrijver en recensent van NBD Biblion (werk dat, schande!, tegenwoordig door AI wordt gedaan), zo schreef hij de aanschaf informatie voor mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’.  Maar ik ken hem ook uit Bergen op Zoom waar hij zijn culturele activiteiten als beeldend kunstenaar en galeriehouder begon (en waar ik regelmatig een gevelgedicht van hem tegen kom).
In 1980 koos hij echter voor de literatuur. Literair werk van zijn hand verscheen in tijdschriften als De Tweede Ronde, Literair Akkoord, Maatstaf en Raster. En nu ook in MUGzine nummer 25

Enkele bundels verschenen integraal in een andere taal: het Engels, Frans, Indonesisch en Roemeens, losse gedichten ook in het Duits, Pools en Spaans.
In MUGzine #25 verschenen twee nieuwe gedichten (een dubbelgedicht) van hem getiteld ‘Snijpunt Snijvlak’ te lezen op mugzines.nl  en uiteraard in de papierenversie van MUGzine. Omdat niet iedereen dit leest hieronder deze gedichten.

.

SNIJPUNT

Dit woord of die woorden?

Deze borst en benen of dat lijf?

Taal kent geen grenzen,

zij steekt ze in gedachten over

in andermans verstijven.

Liefde zonder keuze is taal

gezwollen van tekort

in man na man na vrouw,

op het snijpunt van het lot.

Albert Hagenaars

SNIJVLAK

Deze woorden of dat woord?

Dit lijf of die borsten en billen?

Liefde kent grenzen,

hij denkt aan andervrouws taal

tussen zwellende lippen.

Niet talen naar een keurslijf

is graaien voor wie zich verliest

in vrouw na vrouw na man,

op een snijvlak van een toeval.

Albert Hagenaars

.

Rood en blauw

Anton van Duinkerken

.

Sinds ik met enige regelmaat in Bergen op Zoom ben is me al een aantal keren het bronzen beeld van Anton van Duinkerken (1903-1968) opgevallen dat daar op de Grote Markt voor het stadhuis staat. Van Duinkerken (pseudoniem van Willem Asselbergs) was dichter, essayist, hoogleraar, redenaar en literatuurhistoricus.

Van Duinkerkens debuteerde in 1927 met de bundel ‘Onder Gods ogen’ waarna hij tot aan zijn dood door bleef schrijven en publiceren. De poëzie van van Duinkerken heeft een traditionele vorm, een soms vertellende, soms betogende, altijd inhoudelijk gedachtenrijke zo niet overladen stijl, met daaronder een sterke, warme, soms wat melancholische gevoelstoon. Zijn proza, dikwijls essayistisch van aard, kenmerkt zich door een krachtige retorische stijl, een zekere breedvoerigheid en buitengewone eruditie.

Tijdens zijn leven kreeg van Duinkerken meerdere literaire prijzen, zo ontving hij de C. W. van der Hoogtprijs in 1933, de Constantijn Huygensprijs in 1960 en de P.C. Hooft-prijs in 1966.

In de bundel ‘In Liefde Bloeyende’ De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, samengesteld door Gerrit Komrij, uit 1998, is een gedicht van Van Duinkerken opgenomen over Rood en Zwart dat volgens Komrij gaat over blauw (“Het is duidelijk, dit gedicht over rood is een gedicht over blauw”). De redenering van Komrij is zeer de moeite waard. Zo stelt hij “Vergis u niet als een dichter u voorliegt dat hij van rood houdt. Als hij over rood zingt bedoelt hij blauw. Als hij ons de hemel ontvouwt bedoelt hij de hel.” en “Dichters hebben het bijna altijd over Het Een als ze het over Het Ander hebben. Ze doen alsof.

Met deze woorden lees je zo’n gedicht ineens heel anders.

.

Ik houd van het rood wat Van Deyssel

Weleer van het poroza hield.

’t Zij het rood van een bloedbad te Rijssel

Of een krootmarkt in Baconsfield.

.

Ik houd van het rood van de kroegwijn

En ’t rood van een gloeiende haard;

Geen rood kan mij ooit rood genoeg zijn

In een bruine pater zijn baard.

.

Het rood op een roodhuid, die dood is,

En de kieuw van de kabeljauw;

O. geef mij een rood, dat zo rood is

Als het blauw van het zakjesblauw blauw!

.

Dichters bezinning

Anton van Duinkerken

.

Via mijn broer Bart kwam ik in het bezit van een bundel uit 1946 van Anton van Duinkerken (1903-1968) met de titel ‘Verzen uit St. Michielsgestel, Legende van den wederkeer. Anton van Duinkerken was het pseudoniem van Willem Asselbergs. Asselbergs was een katholiek dichter, essayist, redenaar, literatuurhistoricus en hoogleraar literatuurwetenschappen in o.a. Nijmegen. Vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw tot aan zijn dood gold hij als een belangrijk man binnen de Nederlandse literaire wereld. Hij kreeg onder andere de Constantijn Huygenprijs in 1960 en in 1966 de P.C. Hooftprijs.

Als uitgesproken tegenstander van het fascisme en het nationaal socialisme (van Duinkerken schreef de bekende ‘Ballade van een katholiek’ (1935), een fel hekeldicht op en voor de NSB’er Anton Mussert) kwam Van Duinkerken te staan op driekwart jaar internering in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel waar hij met andere belangrijke Nederlanders gegijzeld werd gehouden. Hij was er 8 maanden en schreef er de gedichten uit deze bundel.

De bundel is in vele opzichten dus bijzonder, in inhoud maar ook in vorm;  gepubliceerd op geschept papier en met niet afgesneden pagina’s met rafelige randen. Sober maar daardoor in mijn ogen juist heel mooi en waardevol. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Dichters bezinning’ waarin hij terugkijkt op zijn leven tot dan toe en hoe mooi dat was.

.

Dichters bezinning

.

Laat mij nog eenmaal zeggen, hoe schoon ik vond

Onder Gods oogen enkel een kind te zijn;

Dankbaar, zoodra er maar zon aan den hemel stond,

Dronk ik het dagbegin feestlijk als morgenwijn.
.
Klanken ontwaakten, waarin ik hooren mocht

Hoe Zijn Bestuurder zelf het heelal bemint.

Waren er vragen, waarop ik antwoord zocht,

’t Waaide mij toe in den zomerschen ochtendwind.
.

Waar ik narcissen blinken en buigen zag,

Wist ik mijzelven zorgeloos zielsverwant

Aan hun verliefde stoeien, den heelen dag

Door, met de zon en de wind aan den waterkant.
.

Doch rijpen vruchten niet in een feller gloed?

Toen ik een knaap was, zocht ik bij knapenpret

Wat ik eerst vinden mocht na veel tegenspoed:

’t Eigen, eenzelvige deel aan de scheppingswet.
.

Laat mij nog eenmaal zeggen, hoe goed het was

Tranen te schreiën, tot mij gestild verdriet,

Als wie een glimlach in moeders oogen las,

Dwong tot de vreugden van ’t meer bezonken lied.
.

Zag ik niet zorgenbereid mij terzijde staan

Haar tot wier weemoed mij Gods behagen riep?

Zag ik haar oogen niet over mijn lijden gaan
Zacht als de weelden die mij haar liefde schiep?
.

Vogels en bloemen zijn mij ten vreugd gemaakt,

Doch als ik scheiden moet, laat dan een kinderoog,

Opperste zaligheid, waarnaar mijn wezen haakt,

Zekerheid geven, dat ik mij niet bedroog.
.

Aanheffen zal ik dan nogmaals een jubelzang

Als mij voorhenen van ieder verdriet genas.

Wat mij beminde, heel mijn leven lang,
Laat mij voor eeuwig zeggen hoe goed het was.
.

De Stenen Strofe

Gedichtenroute

.

De stadsarchivaris van Bergen op Zoom, Cees Vanwesenbeeck kreeg in 1996 de Sakkoprijs voor Kunsten en Letteren. Hij besteedde een deel van zijn prijzengeld aan een opdracht aan de dichter Bert Bevers, om een gedicht te schrijven voor op de kopgevel van het gebouw van de Gemeentelijke Archiefdienst (later het Regionaal Historisch Centrum).

 

Dat gedicht werd ‘Bergen op Zoom’. Marc Meeuwissen maakte het grafisch ontwerp en in november 1997 werd het gedicht onthuld. De reacties waren zo enthousiast dat de gedachte post vatte een hele reeks van dit soort Stenen Strofen doorheen de gemeente te realiseren.

Andere steden hebben weliswaar vergelijkbare projecten, maar de Stenen Strofen zijn door de desbetreffende dichters op verzoek van het comité steeds ofwel op Bergen op Zoom geschreven, ofwel op de locatie waar ze werden gerealiseerd. Maar er zijn ook gedichten opgenomen van de in Bergen op Zoom geboren dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968).

De gedichten worden gejureerd door Wim van Til (directeur van het Poëziecentrum Nederland), Tony Rombouts (ere-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen) en telkens de voorgaande dichter.

Inmiddels is zijn er vele gedichten aan de route toegevoegd, 15 in het stadscentrum en 4 buiten het stadscentrum en nog steeds komen er gedichten bij. Soms is er gekozen voor de uitvergroting van een fragment. Het hele gedicht is in alle gevallen te lezen op een speciaal aangebracht bordje.

Gedichten zijn er te genieten van dichters als Hans Tentije, Albert Hagenaars, Johanna Kruit en Ester Naomi Perquin van wie het gedicht ‘Iemand bedacht’ is aangebracht op een gevel aan de Zuidmolenstraat. Meer informatie vind je op https://www.stenenstrofen.nl/index.html

Iemand bedacht

.

Een man gaat slapen in een dorp en wordt wakker in een stad.

Zijn bed is blijven staan, zijn huis, de naam

die hij kent is gebleven.

.

Ach, niemand vertelt hem ooit wat. Hij staat op en wast zich,

het is een doodnormale dag. Hij spoelt dorpsstof van zijn huid,

luistert naar de kerk, de hoge vogels, opent dan het luik.

.

En kijk eens aan, de lengte van de horizon, de halve hemel

en acht eeuwen stedelijk leven rollen zich

recht voor hem uit.

.

Een dorp past doorgaans in één blik. Een stad in steeds opnieuw

beseffen waar je bent. Steeds andere ogen om te zien dat je bed

vannacht is gebleven, dat je huis er nog staat.

Dat je woont in een naam die je kent.

.

Boom poëzie

Gedichten op vreemde plekken Deel 96: Bij een boom

.

In Bergen op Zoom staat op het Gouvernementsplein een prachtige oude plataan. Voor deze plataan staat op een stalen bord het gedicht Dikke Boom van Bert Bevers. Waarmee de toch al mooie boom een extra uitstraling krijgt naar het winkelend publiek dat er langs loopt.

Het gedicht van Bert Bevers:

.

Dikke Boom

.

Blijven gaat jou net zo makkelijk

af als het zwijgen een stomme.

Jij ziet. Jij ziet wat wij niet zien

maar houdt je van den domme.

.

Er kuierden tal van geslachten rond

deze stam die slechts naar grond verlangt

en licht en ruimte, en jij, jij weet dat

heel de wereld aan jouw wortels hangt.

.

dikkeboom

 

bertbeversplataan2