Site-archief
Hier openen
Anne Vegter
.
In de bibliotheek van Maassluis, waar ik werk, is bij de nieuwbouw in 2000 in het kader van de 1% regeling beeldende kunst door Geerten ten Bosch en Moritz Ebinger in 6 weken een organisch ontstaan kunstwerk op de muren van de jeugdbibliotheek gemaakt. Beide hadden een aantal afbeeldingen die ze wilden schilderen en tekenen op de muren en als zo’n afbeelding (bijna) af was van de een, dan ging de ander erop verder. Zo ontstond een bijzonder fantasierijke muurschildering die zelfs na 20 jaar zijn kracht nog niet heeft verloren.
Ik moest hieraan denken toen ik op de Wikipedia van dichter. proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster Anne Vegter (1958) las, dat ze met Geerten ten Bosch had samengewerkt. Ik ken Anne Vegter dan ook in eerste instantie van haar kinderboeken. Pas later, toen ze dichter des vaderlands werd van 2013 tot 2017 begon ik me ook in haar als dichter te interesseren. Inmiddels is ze sinds begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam en denk ik bij haar naam als eerste aan haar als dichter.
Haar laatste dichtbundel is alweer van 2019 ‘Big data’ maar het gedicht ‘Hier openen’ komt uit haar bundel ‘Eiland berg gletsjer’ uit 2011 hetzelfde jaar waarin ze de Awater Poëzieprijs ontving.
.
Hier openen
.
Ik heb een inkomentje van niks,
liefste, iets voor ouden van dagen.
Uit mijn broekje hangt een sliert
want moeder fokt, je moeder fokt.
Ik had een moeder die op zoek was
naar een bekendstaand psycholoog.
Ik hielp haar zoeken, zoekende
word je alleen anders dol. Werken,
tweede onderwerp. En mijn rug
was niet zo sterk. Wat doe je liefste,
als de mannen je willen. Eentje kwam
maar half, eentje bracht het tot vader.
De resten heb ik uitgekotst. Het was
een kwestie van dagen. Nu lig ik
op mijn moeder en gek van verdriet
zoek ik een ouder voor mijn kind.
De brief moet naar mijn zoon.
.
Poëzie aan de deur
Initiatief van de bibliotheek Groningen
.
Poëzie kun je lezen, luisteren en bekijken maar Biblionet Groningen (de bibliotheek van de provincie Groningen) heeft iets nieuws bedacht; poëzie aan huis. Dat is niet hetzelfde als dichter aan huis, waar een dichter in je woonkamer poëzie voordraagt aan de mensen in die woonkamer, nee dit keer komen de dichters langs je deur. Onder het motto ‘Poëzie brengt buren tot elkaar’ gaan Groningse bibliotheken de komende weken samen met lokale dichters in verschillenden plaatsen de wijk in om buren door middel van poëzie nader tot elkaar te brengen.
Biblionet Groningen werkt voor de actie, die ‘Dichter bij de deur’ heet, samen met woningcorporatie Acantus. Er wordt gestart in Winschoten. Vervolgens worden Veendam, Scheemda, Bad Nieuweschans, Pekela, Wildervank, Westerwolde en Delfzijl aangedaan. In elke plaats gaan vertegenwoordigers van de bibliotheek, medewerkers van Acantus en een lokale dichter in willekeurige straten samen langs de deuren. Ze bellen aan, dragen een gedicht voor en geven de mensen een poëtisch cadeautje en een lekkernij . Esther Huls, initiatiefneemster vanuit Biblionet Groningen zegt hierover: “Zo brengen we samen wat licht en ontspanning in deze donkere coronadagen”.
Biblionet benadrukt dat de actie volledig corona-proof is. Opnieuw Esther Huls: ‘We bellen indien mogelijk bij een paar huizen tegelijk aan of stappen een woonvoorziening binnen en dragen op veilige afstand het gedicht voor, Op die manier kunnen de bewoners genieten van de mini-voorstelling. En hebben ze meteen iets om over te kletsen! Want contact is zó belangrijk. Zeker nu we vanwege de coronamaatregelen onze familie, vrienden, buren en collega’s minder zien. Een praatje met de buren, over de heg of vanaf de stoep, kan dan net het verschil maken.’
Ik vind ‘Dichter bij de deur’ een prachtig initiatief waarin de moeilijke omstandigheden waarin we allemaal leven is gekoppeld aan het activeren van dichters die eindelijk weer eens een (nieuw) publiek hebben voor hun poëzie. Wie de Groningse dichters zijn die aan dit project meewerken is niet duidelijk dus heb ik hier een gedicht van de nieuwe stadsdichter van Groningen (2021-2022) Myron Hamming gekozen, ik hoop maar dat ze hem meenemen op de toer door Groningen.
.
Gedicht over een bibliotheek
Tracey Herd
.
De in Dundee (Schotland) geboren dichter Tracey Herd (1968) debuteerde in 1995 met de bundel ‘No Hiding Place’ die meteen op de shortlist kwam van de Forward Prize. Voor haar debuut was ze al gepubliceerd in een aantal bloemlezingen zoals ‘New Women Poets’ uit 1990 en ‘The Gregory Anthology 1991-1993’. Herd studeerde Engelse en Amerikaanse studies aan de universiteit van Dundee. Van 2009 tot 2011 was Herd een Royal Literary Fund Fellow aan de Dundee University en ze is momenteel een Royal Literary Fund Lector aldaar.
Een van de grote passies van Herd is paardenrennen. Haar eerste gedicht werd gepubliceerd in ‘Pacemaker’, een tijdschrift voor het fokken van paarden, en ze heeft online beoordelingen en overlijdensberichten geschreven van paarden die ze bewondert. De poëzie van Herd wordt beschreven als ‘onschuldig huiselijk’ en ‘donker seksueel’. De Australische dichter, criticus en essayist John Kinsella omschrijft haar werk als ‘riskant en uitdagend’.
Op zoek naar een gedicht van haar hand kwam ik het gedicht ‘Library’ tegen en je begrijpt dat ik dat gedicht hier met je wil delen.
.
Library
.
When he’s away she doesn’t like it much,
Pushing the reheated food around the plate,
The big, brass key rigid in the lock
Which she’ll go back three times
To check before turning off the radio
And taking the water-glass to bed.
.
Christie, Sayers, Marsh are sitting
Well-mannered on the shelf
Pushed in tight to keep
Their suave murderers inside,
Their victims choked cries unheard.
.
She turns over onto her other side
Pushing the pillows forward, back,
Thinking of the spinster pulling weeds
And tidying the tubs in her well-tended
Garden in St. Mary Mead, between murders
As it were, but soon will come
The poison pen, the bullet in the dark
That could have been blindly fired
When the house’s lights went out
But was only ever meant for one.
.
Samenzijn
Nel Benschop
.
Ik heb getwijfeld over dit bericht. Of ik iets over dichter Nel Benschop zou schrijven. Al jarenlang kom ik vele bundels van haar tegen in kringloopwinkels, (vroeger) in bibliotheken, op tweedehands boekenmarkten en een enkele keer bij mensen thuis. Wanneer ik haar gedichten lees dan constateer ik vrijwel meteen dat dit niet mijn poëzie is maar aangezien ik graag over de rafelranden van de poëzie schrijf en ik weet dat er nog veel liefhebbers van haar gedichten zijn toch dit bericht.
Nel Benschop (1918-2005) was tijdens haar leven de bestverkochte dichter van Nederland. Benschop begon in 1948 met gedichten schrijven. Intussen declameerde ze gedichten van anderen, met soms een van haar eigen gedichten er tussendoor. Ze debuteerde in 1967 bij uitgeverij Kok uit Kampen met de bundel ‘Gouddraad uit vlas’. De uitgeverij had de uitgave bijna niet aangedurfd, maar de bundel werd goed verkocht en zestig keer herdrukt. Dit is ook de titel die je nog het meest aantreft her en der. Van al haar dichtbundels werden in totaal drie miljoen exemplaren verkocht. Drie miljoen! Daar kan geen andere dichter aan tippen.
Haar gedichten zijn zeer christelijk en werden om die reden door de literaire wereld niet erg serieus genomen. Tegelijkertijd is dit waarschijnlijk de reden dat ze zulke astronomische aantallen van haar bundels verkocht. Ze schreef over vaste thema’s als liefde, dood, lijden en christelijke troost. Zes jaar na haar dood verscheen postuum de bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’, waarin geheime liefdesgedichten zijn opgenomen die zij schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, vóór haar debuut in 1967.
In totaal verschenen van haar hand 22 titels waarvan de meeste gepubliceerd werden in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. In 2015 verscheen de bundel ‘Benschops beste’ De 100 mooiste gedichten van Nel Benschop met daarin ook een aantal liefdesgedichten uit haar postuum uitgegeven bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’. Uit dat hoofdstuk komt het gedicht ‘Samenzijn’.
.
Samenzijn
.
Jij dicht met ogen en met handen
het allermooiste liefdeslied
waarvan de woorden in mij branden
als zonnen in een grauw verschiet;
je ogen strelen, en je handen
zij kussen met je lippen mee;
je lichaam zingt, als op de stranden
de schelp zingt van de blauwe zee.
In zachte weelde weggezonken
tasten je lippen naar mijn borst. –
Wie eenmaal van de liefde dronken,
Hun kwelt een niet te lessen dorst.
.
In de bibliotheek
Herman de Coninck
.
Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.
Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.
.
In de bibliotheek
.
Voor Octavio
.
Er is een boek,
‘Het woordenboek der engelen’ geheten.
Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,
Weet ik, want toen ik het deed
Krakte de cover, verkruimelden
De bladzijden. Daar ontdekte ik
.
Dat engelen ooit zo talrijk waren
als vliegensoorten.
In de schemering
Maakten ze de lucht dik.
Je had twee armen nodig
Om ze van je af te slaan.
.
Vandaag schijnt de zon
Door de hoge ramen.
De bibliotheek is een rustige plek.
Engelen en goden opeengepakt
In donkere, ongeopende boeken.
Het grote geheim ligt
Op een schap waar Mrs. Jones
Elke dag op haar ronde voorbijgaat.
.
Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd
Daar nog bovenuit, of ze luistert.
de boeken fluisteren.
Ik hoor niks, maar zij wel.
.
Tienkamp
Theo Danes
.
Een van de leuke en bijzondere kanten van het schrijven over poëzie is toch wel dat poëzie zo uiteenlopend, verschillend en gevarieerd is. Van geëngageerde gedichten over het wereldleed, naar heel persoonlijke, verinnerlijkte gedichten tot speelse verzen en rijmen. Ik mag dan ook graag tussen alle ‘serieuze’ poëzie door ook graag bundel met light verse lezen. Niet dat light verse niet serieus is, integendeel, het is een serieuze vorm van poëzie maar in haar vorm en inhoud toch vaak wal lichter en luchtiger van toon.
Een bundel die ik graag herlees is ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en Theo Danes. In deze bundel uit 2006 louter luchtige en grappige gedichten in light verse over atletiek. Zo ook het gedicht ‘Tienkamp’ van Theo Danes. Onwillekeurig moest ik bij het lezen van dit gedicht denken aan mijn oud bibliotheekcollega en Volkskrant columnist Ionica Smeets en haar columns met als titel ‘Ionica zag een getal’. Voor degene die deze column kennen zal dit niet als een verrassing komen.
.
Tienkamp
.
Ben je tienkamper, dan zoek je
Als een wiskundefanaat
In het meerkamppuntenboekje
Waar je met je punten staat:
.
‘Virtueel heb ik de beker
Ver ging beter dan gepland
Maar na Kogel zal ik zeker
Zakken in het klassement
.
Ha! De supertijd bij Horden
Bracht mij 80 punten meer
Polsstok moet 5 meter worden
Door het puntverlies bij Speer
.
46+ bij Discus
Was niet ingecalculeerd
Bij de Sprint liep ik wat mis, dus
Is dat flink gecompenseerd’
.
Tienkampers zijn nooit verwonderd
Als de uitslag wordt vermeld
Ze zijn na de 1500
Afgemat en uitgeteld
.














