Site-archief
Neem bijvoorbeeld dit
E.E. Cummings
.
Vandaag, zondag, een gedicht van dichter van de maand november E.E. Cummings (1894-1962). Dit gedicht zonder titel (heel gebruikelijk bij Cummings) verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘&’ die Cummings in eigen beheer uitgaf in 1925. Het gedicht verscheen in een vertaling in van Peter Verstegen in De Tweede Ronde, jaargang 2 in 1981.
.
Take for example this:
if to the colour of midnight
to a more than darkness(which
is myself and Paris and all
things)the bright
rain
occurs deeply,beautifully
and i(being at a window
in this midnight)
for no reason feel
deeply completely conscious of the rain or rather
Somebody who uses roofs and streets skilfully to make a
possible and beautiful sound:
if a(perhaps)clock strikes,in the alive
coolness,very faintly and
finally through altogether delicate gestures of rain
a colour comes,which is morning,O do not wonder that
(just at the edge of day)i surely
make a millionth poem which will not wholly
miss you;or if i certainly create,lady,
one of the thousand selves who are your smile.
.
Jong over oud
Willem Thies en Gerrit Komrij
.
Wanneer je er naar vraagt heeft vrijwel elke dichter een of meer favoriete dichters. Dat kan een dichter zijn die men waardeert of bewondert vanaf of voor het moment dat men zelf met dichten begon of het kunnen dichters zijn die men later heeft ontdekt. Ook ik heb favoriete dichters.
In mijn geval schreef ik al gedichten voor ik deze ontdekte. In de jaren ’80 van de vorige eeuw waren dat Johnny van Doorn en Jules Deelder en al vrij snel kwam Charles Bukowski daar bij. Nog iets later Remco Campert, E.E. Cummings, Herman de Coninck, Judith Herzberg en tegenwoordig een groot aantal dichters naast deze waaronder Esther Naomi Perquin, Menno Wigman en Lieke Marsman. Maar zoals gezegd er zijn er velen, bekende dichters en wat minder bekende dichters.
Toen ik op de website van dichter Willem Thies (1973) aan het lezen was (waar vreemd genoeg de agenda stopt in 2018 terwijl de nieuwste bundel van Thies ‘Mijn zoon hij zegt’ uit 2021 wel bij de publicaties staat) kwam ik het gedicht ‘De zekerheid van de zee’ tegen dat is opgedragen aan Gerrit Komrij, de reden dat ik moest denken aan welke dichter ik een gedicht zou opdragen (voor zover ik weet aan Johnny van Doorn en aan Jules Deelder begin jaren ’80 toen ik nog driftig aan het experimenteren was met vormen van poëzie) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/12/03/twee-helden/
Willem Thies (1973) woont en werkt in Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis te Groningen, was medeoprichter van het literaire punkrocktijdschrift Zeroxat, en redacteur van en schrijver voor cultureel jongerenmagazine Simpel. Thies publiceerde poëzie in onder meer Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Nymph, Krakatau, Hollands Maandblad, De Academische Boekengids en The Polranny Times. Zijn debuutbundel ‘Toendra’ werd bekroond met de C. Buddingh’ prijs in 2006.
.
De zekerheid van de zee voor Gerrit Komrij
.
De hitte achter mijn ogen. De regen achter de serreruiten. Flinterregen.
Het landschap een verwilderde tuin, de weg leeg en laag in het optorenend
groen. Het kind in bad. Zingend. De vrouw met de handdoek,
de vrouw die jouw dood met mij deelde, op het drooggevallen strand.
.
Het tussenland was breed en verlaten, ik was tot de donkere rotsen gelopen,
tot bij een poel afgesneden van het moederwater. Een krabbetje kroop
achter een steen en wachtte tot de zee hem zou ontzetten.
Ik keerde terug en hoorde het. Dood.
.
Maar je stem suste het tumult in mijn hoofd, de druk
op mijn borst, het koude vel. In schuine regels valt de zee.
De luchten stromen vol met stervensoud water.
.
Literaire tijdschriften
Van Awater tot De Zingende Zaag
.
Een tijdje geleden las ik een masterscriptie over literaire tijdschriften door V.J. Drost uit 2008 met als titel ‘De functie van het literaire tijdschrift in de literaire wereld’ en als ondertitel ‘Onderzoek naar de functie van 10 gesubsidieerde Nederlandstalige literaire tijdschriften in de periode van 2002 tot en met 2007 voor de Nederlandse literaire uitgeverijen.
Een van de conclusies die ik trok na het doorgelezen te hebben was dat de nadruk bij deze 10 gesubsidieerde grote bladen ligt op proza en dat men, wanneer men poëzie plaats, er een grote voorkeur is voor bepaalde dichters per tijdschrift. Zo verscheen van Drs. P. 23 maal poëzie in De Tweede Ronde maar in geen enkel ander van de 10 tijdschriften. Piet Gerbrandy kwam in 5 tijdschriften een paar keer voor maar wel 10 maal in Hollands Maandblad. Hetzelfde geldt voor Ingmar Heytze al werd hij ook 5 maal opgenomen in Passionate en Leo Vroman met maar liefst 15 plaatsingen in Hollands Maandblad.
Een andere voorzichtige conclusie die ik hieruit trek is dat literaire tijdschriften duidelijk hun favoriete dichters kennen en deze zijn, vrijwel altijd bekend of gearriveerd. Gelukkig zijn er momenteel volgens Wikipedia maar liefst 34 literaire tijdschriften van Awater tot de Zingende Zaag, nog altijd actief. Feitelijk zijn het er meer want MUGzine staat (nog) niet in deze lijst. Slechts een aantal van deze tijdschriften (op papier en digitaal) afficheert zichzelf als poëzietijdschrift.
Een groot deel van deze poëzietijdschriften heeft (gelukkig ook) aandacht voor jonge, wat mider bekende en talentvolle nieuwe dichters. Awater is een goed voorbeeld maar ook MUGzine durf ik hier wel te noemen. Het aardige ook is dat er wat deze tijdschriften betreft geen grens bestaat tussen Nederland en Blegië (Vlaanderen). Voor de allround breed georiënteerde poëzieliefhebber is er dan ook genoeg te kiezen.
En omdat er altijd wat te kiezen is wil ik dit stuk besluiten met een gedicht van een nieuwe dichter die afgelopen jaar in MUGzine stond (in #3) Marie-Anne Hermans met het gedicht ‘Tot stilstand’.
.
Tot stilstand
.
Zittend op een boomstam wrikken we
onszelf los. Deze omgevallen liefde
is niet helemaal naar wens gegaan.
.
Een verdwaalde padvinder op badslippers
flipflopt voorbij, de zorgen op zijn rug.
.
Binnenin mij waait en wiekt
de vlinderjacht nog onbestendig.
.
Als we op een boomstam zitten,
zijn we prettig in de omgang.
.
Dat frambozen zoeter smaken in de herfst
wil ook niemand geloven.
.
eeuwigheden oceaan
F. Portegies Zwart
.
Fred Portegies Zwart (1933 – 2003) was copywriter en dichter en debuteerde in 1957 met de dichtbundel ‘Oogopslag en eindsekonde’. Adriaan Morriën typeerde de poëzie van Portgies Zwart als: ‘bedachtzame poëzie, een verskunst vol voorbehoud, overleg en door het verstand gecontroleerde bewustwording.’ Portegies Zwart had echter de tijdgeest niet mee want dit waren de hoogtijdagen van de Vijftigers en hun expressieve poëzie. Portegies Zwart beriep zich op zijn andere achtergrond: ‘Het reclamevak heeft mijn poëtische vaardigheden vergroot. Portegies Zwart publiceerde gedichten in tijdschriften als Podium, Bzzlletin, Roodkoper en De tweede Ronde.
Uit zijn debuutbundel ‘Oogopslag en eindsekonde’ komt het gedicht Eeuwigheden oceaan’.
.
Eeuwigheden oceaan
.
En ergens verderop in zee
vallen woestijn en zee weer samen.
God trekt zijn cirkels uit de hand
zogoed in water als in zand.
.
En ergens verderop in zee
worden de hemelen verzameld.
Tot wit verbruist, verhard, versteend –
engelen ontnomen en vervreemd.
.
En ergens verderop in zee
verzamelen zich de oceanen,
dwingt zich de wereld in elkaar.
Meridiaan wordt evenaar.
.
En ergens verderop in zee
wordt het verleden zachter, zachter –
gemiste flarden van een droom;
een golfslag, schuimspoor, onderstroom.
.
schoon
Dubbel-gedicht
.
Wanneer ik een gedicht ergens tegenkom (meestal in een dichtbundel) waarvan ik denk; Dat is een mooi gedicht voor een dubbel-gedicht dan begint het zoeken naar een tweede gedicht dat daarbij past. De ene keer gaat dat vrij vlot en de andere keer zoek ik me helemaal een slag in de rondte naar een passend tweede gedicht. Dat laatste overkwam me toen ik het gedicht ‘Palmolive’ van dichter Jos Versteegen uit de bundel ‘Een huis verlaten’ uit 2012.
Ga er maar aan staan dacht ik en ik kreeg gelijk. Bij het zoeken naar een tweede gedicht richt ik mij meestal op mijn geheugen of op de inhoudsopgaven met titels van de vele dichtbundels in mijn kast. In dit geval lieten beide mij behoorlijk in de steek. Maar uiteindelijk heb ik een tweede gedicht gevonden dat ook als onderwerp Schoon of Schoonmaken als onderwerp heeft. Het aardige is natuurlijk dat, hoewel je de onderdelen in de gedichten herkent van het schoon of schoonmaken, de gedichten feitelijk over heel andere zaken gaan. Dat maakt het Dubbel-gedicht voor mij zo verrassend.
Het eerste gedicht ‘Palmolive’, is, zoals gezegd, van Jos Verstegen (1956). Versteegen is dichter, biograaf en vertaler. Hij is ook bekend onder de namen Robert Alquin, Alkwin en Jacob Steege. Daarnaast was hij jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift ‘De tweede ronde’. Het gedicht ‘Vrienden’ dat hij schreef ter gelegenheid van Eenzame uitvaart nr. 254 in augustus 2020 werd bekroond met de Ger Fritz-Prijs.
Het tweede gedicht is van Robert Anker (1946 – 2017) en is getiteld ‘In jouw handdoek’. Het gedicht is genomen uit de bundel ‘In het vertrek’ uit 1996.
.
Palmolive
.
Zo eindigt zeep: een smalle tong,
soms grijze barstjes in de lengte.
.
Olijven, palmen: niemand dacht
aan warme landen, ’s ochtends vroeg,
wanneer het raam nog donker was.
De zeep lag in het plastic bakje.
Schuimbelletjes, half weggegleden,
dat was je moeder of je vader.
.
Kleine tongen, wit of groen,
steeds dunner, met een scherpe rand,
zo doodmoe in hun plastic bakjes:
niets voor een inventarislijst.
Zeep, soms met barstjes, erf je niet,
daar branden ovens voor.
.
In jouw handdoek
.
Is dit je buik dit is je huid die langs je hand omhoog
Kruipt en het water loopt je navel in en uit
Allemaal detail ben je vrolijk water zing je
Draagt ons overal je krullen ach in golven weggelopen eb
Trekken als een kam je ogen aan en zien ze mij
.
Buiten zingt een vloed supporters met hun sjaals
De leegte toe een oude man onder de voet het draait
Mij om en door de stoom ik roep je toch je hoort me niet
Ik hoor je stem maar zoek me niet nadat ik viel
.
Ben jij het hier en blijf je kletsnat over mij gevallen
Dit is geen grond voor even ik doe de ramen open
De wereld krijst voorbij en ik kan in jouw handdoek leven
.
Andere stad
Wim Brands
.
Opnieuw een troostgedicht waarvan je misschien niet in eerste instantie de troost herkent maar, waar na herlezing je langzaam de troostrijke gedachte in gaat zien. Het betreft hier het gedicht zonder titel uit de bundel ‘De schoenen van de buurman’ uit 1999 van dichter, journalist en presentator Wim Brands (1959 – 2016) dat ook in ‘De Tweede Ronde’ jaargang 20 (1999) verscheen.
.
E.E. Cummings
De Tweede Ronde
Ik ben een groot liefhebber van de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings (1894 – 1962). En hoewel ik het Engels uitstekend beheers is een vertaling van zijn poëzie toch erg prettig om te lezen. In het literaire tijdschrift De Tweede Ronde, jaargang 2, nummer 1 uit 1981 stonden een aantal gedichten van Cummings in vertaling van Peter Verstegen. De Tweede Ronde was een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen en verscheen tussen 1981 en 2010. Genoeg reden om hier een gedicht, dat is genomen uit ‘Eight Harvest Poets’ (1917) in vertaling en in het Engels, met jullie te delen.
.
Uitgesproken
Marc Tritsmans
.
Ik heb heel veel respect voor dichters die full time dichter zijn en voor wie alles moet wijken (betaald werk vooral) om zich volledig op de poëzie te kunnen storten. De meeste dichters die ik ken hebben er, zoals ook de meeste kunstenaars, gewoon een betaalde baan naast om van rond te komen. Want laten we wel zijn, van poëzie leven, ik geef het je te doen.
Wat ik heel leuk vind is om te lezen wat dichters ‘ernaast’ doen. Vaak is dit iets wat wel raakvlaken heeft met poëzie (docent Nederlands, columnist/schrijver van proza, redacteur van een tijdschrift of bij een literaire organisatie, taalwetenschapper, vertaler) maar leuker is het als het eigenlijk ver af staat van wat poëzie is. Zoals Leo Vroman (bioloog en hematoloog), Pierre Kemp (plateelschilder en loonadministrateur bij de kolenmijnen), Jan Lauwereyns (neurowetenschapper), Samir Hanssen (Nanoschaaltechnoloog) en Johann Wolfgang von Goethe (natuurwetenschapper). Maar er kan een nieuwe dichter aan dit zeer summiere lijstje worden toegevoegd worden namelijk tandheelkundige en dichter Marc Tritsmans (1959) die ook nog werkt als milieu- en duurzaamheidsambtenaar .
Deze Vlaamse dichter debuteerde in 1992 met de bundel ‘De wetten van de zwaartekracht’ waarna meerdere bundels volgden. De belangrijkste literaire prijs die hij kreeg was de Herman de Coninckprijs voor ‘Studie van de schaduw’ in 2011. Hij publiceerde verschillende gedichten in ‘Hollands Maandblad’, ‘NWT’ en ‘De Tweede Ronde’ en hij staat met maar liefst 7 gedichten in ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ samengesteld door Gerrit Komrij.
Uit de dichtbundel ‘Studie van de schaduw’ uit 2010 komt het liefdesgedicht ‘Uitgesproken’.
.
Uitgesproken
.
praat met mij en doe dat
honderduit, vertel me zwijgend
waarover een leven gaat
hoeveel tederheid er nodig is
en adem gulzig tot het eind
spreek dit lichaam zonder
een spoor van schroom, spreek
het, spel het volledig uit
laat me duizelen breng me
in totale ademnood geef je
eindelijk helemaal bloot
.















