Site-archief

Van alles de laatste

Elise Vos en Eddy Verloes

.

In de bundel ‘Van alles de laatste’ uit 2025, scharen dichter Elise Vos (1984, dichter en Slavist) en Eddy Verloes (1959, germanist, fotograaf, galerist en curator) zich rond het begrip vergankelijkheid en willen ze schoonheid toevoegen aan deze existentiële zoektocht. Hun observaties leggen onomstotelijk vast dat er een prachtige wereld verborgen ligt in die tijdelijkheid. Het verdiept de waarde van mensen, dingen en relaties. Het geeft een extra dimensie aan onomkeerbaarheid, aan te laat zijn.

Dit lees ik achterin de bundel ‘Van alles de laatste’ en ik kan het er alleen maar mee eens zijn. Vergankelijkheid in al zijn vormen (afbraak, leegstand, verrotting, slijtage, ineenstorting) blijkt steeds opnieuw een bron van inspiratie voor kunstenaars (en dus ook dichters en fotografen). Zo ook dus voor Elise en Eddy.

In 27 sfeervolle foto’s van vergankelijkheid en even zoveel gedichten nemen de beide auteurs je mee in hun wereld. Qua uitvoering en formaat deed de bundel me even denken aan mijn debuutbundel waarnaar dit blog is genoemd maar de foto’s en de gedichten zijn van een andere aard. Voor wie van pure fotografie houdt waarbij het in veel gevallen niet meteen duidelijk is waar je naar kijkt en de daarbij gemaakte gedichten die licht schijnen op deze onduidelijkheid (vanuit de dichter) is dit zeker de moeite waard te lezen en te bekijken (en ervaren!).

Ik koos voor het gedicht ‘Afscheidsritueel’ behorende bij de foto ‘The Origen’ op pagina 46 en 47.

.

Afscheidsritueel

.

altijd was er meer water dan aarde

elke bodem kon ons dragen

.

ik bracht de koude van de bron

aan tafel in stilte, de kracht intact

.

rolde over dampende weidegrond

het vocht drong binnen

voor de droogte intrad

.

maar kiemen werden gedragen

door wolken draden

en je kleed in geitenhaar

.

dit is geen verzoek, keer niet terug

ik strooi zout in je schoenen

.

knoop alvast een rode draad

om je gezwollen lichaam

.

leg een naald onder je kussen

het kind op de welving van je buik

.

Ntozake Shange

Gedicht  bij een tentoonstelling

.

Afgelopen weekend was ik in Parijs en daar bezocht ik het Fotomuseum, het MEP (Maison Européenne de la Photographie). In dit museum is een prachtige tentoonstelling van het werk van de Nederlandse fotograaf Dana Lixenberg (1964) met de titel ‘American Images’ (nog te zien tot 24 mei). De tentoonstelling, die meer dan drie decennia omvat, brengt een geëngageerd en diep menselijk oeuvre samen en schetst een gelaagd portret van de Verenigde Staten, waarin zowel beroemdheden als minder bekende personen met gelijke zorg worden benaderd en met waardigheid worden geportretteerd, aldus de aankondiging.

Het deel dat mij bijzonder aansprak en waar het engagement van Lixenberg heel duidelijk naar voren komt is het deel over Imperial Courts dat is begonnen in 1993 en doorloopt tot heden ten dage. Imperial Courts is een sociale woningbouwproject in Watts, Los Angeles, Californië. Een plek van armoede, onveiligheid, drugs en misdaad maar ook een plek waar de mensen die daar wonen een hechte gemeenschap vormen.

Lixenberg kreeg het voor elkaar om het vertrouwen van de bewoners te winnen en zij maakte op drie verschillende momenten (1993, 2008 en 2015) foto’s van de bewoners in hun wijk, en een documentaire over het leven in Imperial Courts. Sommige bewoners zie je terug steeds iets ouder, andere zijn overleden of zitten in de gevangenis maar wat steeds opnieuw uit haar foto’s en de documentaire blijkt is het menselijke aspect en de bijzondere wijze waarop de bewoners Lixenberg in hun hart hebben gesloten.

Van haar eerste serie uit 1993 werden een aantal foto’s gepubliceerd in het magazine Vibe tezamen met een gedicht van Ntozake Shange (1948-2018) getiteld People of Watts (de wijk Watts, waarin de Imperial Courts deel van uitmaakt). Ntozake Shange was een Amerikaanse toneelschrijfster en dichter. Als zwarte feministe behandelde ze in veel van haar werk thema’s rond ras en zwarte emancipatie.

.

People of Watts

.

where we come from, sometimes, beauty
floats around us like clouds
the way leaves rustle in the breeze
and cornbread and barbecue swing out the backdoor
and tease all our senses as the sun goes down.

dreams and memories rest by fences
Texas accents rev up like our engines
customized sparkling powerful as the arms
that hold us tightly black n fragrant
reminding us that once we slept and loved
to the scents of magnolia and frangipani
once when we looked toward the skies
we could see something as lovely as our children’s
smiles white n glistenin’ clear of fear or shame
young girls in braids as precious as gold
find out that sex is not just bein’ touched
but in the swing of their hips the light fallin cross
a softbrown cheek or the movement of a mere finger
to a lip many lips inviting kisses southern
and hip as any one lanky brother in the heat
of a laid back sunday rich as a big mama still
in love with the idea of love how we play at lovin’
even riskin’ all common sense cause we are as fantastical
as any chimera or magical flowers where breasts entice
and disguise the racing pounding of our hearts
as the music that we are
hard core blues low bass voices crooning
straight outta Compton melodies so pretty
they nasty cruising the Harbor Freeway
blowin’ kisses to strangers who won’t be for long
singing ourselves to ourselves Mamie Khalid Sharita
Bessie Jock Tookie MaiMai Cosmic Man Mr. Man
Keemah and all the rest seriously courtin’
rappin’ a English we make up as we go along
turnin’ nouns into verbs braids into crowns
and always fetchin’ dreams from a horizon
strewn with bones and flesh of those of us
who didn’t make it whose smiles and deep
dark eyes help us to continue to see
there’s so much life here.

.

 

Jonge dichter

Tesse Reversma

.

Afgelopen donderdagavond was de jury van de Jana Beranováprijs bijeen om te bepalen wie deze prijs begin 2026 ontvangt. Ik mocht opnieuw deel uitmaken van deze jury (eerder was ik jurylid in 2023). De Jana Beranováprijs is een landelijke prijs voor literaire verdiensten, toegekend aan een auteur uit het Nederlandse taalgebied, vernoemd naar de dichter Jana Beranová. Een onafhankelijke jury kiest een schrijver die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Een van de andere juryleden Gina van den Berg, vertelde me over een jonge dichter en organisator van poëziepodia in Utrecht Tesse Reversma. Op zoek naar werk van haar kwam ik op de website van 3voor12 Utrecht.

Per 1 mei 2024 heeft muziekcomplex dB’s het CAB-gebouw verlaten. Het CAB gebouw is een gemeentelijk monument. Toen het laatste concert was gespeeld en de laatste biertjes waren gedronken legde fotograaf Lisanne Lentink het gebouw vast in beeld en Tesse Reversma schreef een tekst bij. Een gedicht zou je kunne stellen. Hier is dat gedicht.

.

vraag: is er een dB’s wc in de hemel?
het is niet hetzelfde: geen leven, de stickers zijn verdwenen
het mist de mensen, een verleden

blijf spelen
death metal, okergeel en ook de tegels
bezaaid met plaatjes, prikken gaten
op de stoelen waar we zaten, bier dronken
het is niet verlaten als je niemand achterlaat

door klapperende klapperdeuren
naar krappe backstage en niet zo zeuren
lang haar stug graaien in een lege kom
de zaal terug draaien rond en rond en andersom
mok achter mok vaasje de chaos en dan toch

het is er
lege fusten, nieuw geluk en
bouwen, verhuizingen
een volgorde van de dingen

nieuwe tegels, rauwe randjes (ze glanzen)
de kansen om te plakken, alles even op te pakken
aan te raken voor een eerste keer en heel veel daarna

in precies genoeg zooi
graai je naar koekjes in opnieuw gevulde bakken
blijft af van volle bierkratten
plakt belangrijke boodschappen
wijst in alle richtingen
glimmende bestickeringen

het is er
een volgorde van de dingen
doei is niet het einde

het is er 2x
het hart is niet te klein je
hebt de rest als geschiedenis
belooft elkaar, precies

genoeg te missen
totdat het er weer is

.

Tesse Reversma

Lisanne Lentink

dB’s in het CAB-gebouw

Toen ik dood was (een versje)

Wim Hofman

.

De laatste tijd lees ik wat meer dichters op leeftijd. Ik weet niet wat daar de reden voor is (misschien is er helemaal geen reden maar is het toeval) maar ik merk dat ik geïnteresseerd ben in juist het wat oudere werk van oudere dichters. Zo las ik de afgelopen week in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’ gedichten voor bijzondere momenten uit 2015, een gedicht van schrijver, illustrator, beeldend kunstenaar en dichter Wim Hofman (1941).

Ik ken Wim als dichter al veel langer hoewel de meeste mensen hem vooral zullen kennen van zijn kinderboeken als ‘Wim’ uit 1977 en ‘Aap en beer’ uit 1984. Wim ken ik ook omdat hij een bijdrage schreef voor MUGzine #12. In die editie is naast werk van hem ook poëzie opgenomen van Anton Korteweg, Jana Beranová (die de Anna Blamanprijs heeft gekregen vorige week) en de Vlaamse dichter Amina Belôrf. In diezelfde editie zijn foto’s opgenomen van fotograaf Scarlett Hooft Graafland, die op dit moment een grote en mooie  overzichtstentoonstelling heeft in het nieuwste rijksmuseum van Nederland Panorama Mesdag.

Terug naar het gedicht van Wim in ‘Je bent mijn liefste woord’ dat als titel draagt ‘Toen ik dood was (een  versje)’. Het gedicht werd overgenomen uit zijn bundel ‘Na de storm’ uit 2005. Het bijzondere aan dit gedicht , vind ik, dat het door de toevoeging (een versje) lijkt alsof het een kinderversje is. Maar niets is minder waar. Het begint als versje maar de laatste twee strofen lopen daarbij uit de pas. Ook het onderwerp is nou niet direct iets voor een versje. Oordeel zelf.

.

Toen ik dood was (een versje)

.

toen ik dood was gingen jullie naar huis

en jullie ruimden alles op

schelpen stenen scherven gruis

.

gordijnen deuren en ramen open

in mijn bed een inktzwarte vlek

in de kast kakelden papieren

niets stond op zijn plek

.

mijn stoel was al kilometers ver

een stofwolkje op de oude straatweg

.

op tafel een taart zonder kaarsjes

maar met een kersje voor ieder een kersje

.

Verbinding

Ester Naomi Perquin en Rick Keus

.

Afgelopen zaterdag was ik bij de open dagen van NE Studio’s op het Noordereiland in Rotterdam. Naast de kunst van de verschillende kunstenaars en fotograaf kwam ik voor Marjoke Schulten. In de zomer van 2023 was zij de stuwende kracht achter het poëzie- en kunstfestival Raamwerk | Dichtwerk op de ramen van de NE studio’s en in de tuin van het gebouw waar de NE studio’s zijn gevestigd.

Toen ik rondliep in het gebouw kwam ik de fraai vormgegeven (door Bart van BRRT.Grapgic.Design die ook de MUGzines vormgeeft) catalogus van dit project tegen met daarin foto’s van de verschillende kunstwerken op de ramen en de gedichten van Rotterdamse dichters die daarin verwerkt waren. Een van de dichters was Ester Naomi Perquin (1980), oud stadsdichter van Rotterdam die samen met fotograaf Rick Keus een raam hadden gedaan.

Rick Keus en Ester Naomi Perquin bleken elkaar direct uitstekend te verstaan. De foto’s van Rick, even verstild als beweeglijk, deden Ester Naomi denken aan de rol van ruis in dagelijkse communicatie. En zo ontstond een totaalwerk waarin afstand centraal kwam te staan. Of zoals Ester Naomi Perquin het stelde: “Niet iedere verbinding is immers meetbaar, nodig of zelfs wenselijk – een groot deel van ons uitzicht is een waas, een vorm van ruis. Soms is dat precies wat we nodig hebben”.

.

Dichters op het dak

Eelco van der Waals

.

Op 21 juni jongstleden, de langste dag op het noordelijk halfrond, werd op het dak van de Helena in het oude centrum van Den Haag, de eerste bijeenkomst van Dichters op het Dak georganiseerd. Initiatiefnemer Eelco van der Waals nodigde een aantal dichters uit (ik was uitgenodigd maar helaas kon ik die dag niet, ik hoop binnenkort een keer daar te mogen voordragen) om hun poëzie voor te dragen. Onder hen de dichters Alexander Franken, Diann van Faassen, Edith de Gilde en Jos van Hest.

Op het dak rond de Energiekas staat het Voorleespaviljoen voor beknopte sessies met een eigen poëzie ruilbibliotheekje. En op de ruiten van de Energiekas staan de eerste gedichten van de dakdichters. Poëzie met uitzicht is het handelsmerk van de dakdichters.

Dichters op het dak gebruikt EnergieKas als ontmoetingsplek en inspiratiebron, brengt dichters bijeen en laat mensen gedichten schrijven waarbij mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de samenleving betrokken worden. Ook beheert de groep een dichtbundel ruilbibliotheek in de Silo: breng wat, haal wat.

De Midzomernacht van Dichters op het dak in de Energiekas is het begin van een reeks, dus wanneer je op zaterdag 21 juni verhinderd was, zoals ik, ben je van harte welkom bij een van de volgende bijeenkomsten. De dakdichters hebben ook een eigen facebookgroep waar de activiteiten gedeeld worden.

Hieronder een gedicht van de initiatiefnemer dichter, tekenaar en fotograaf Eelco van der Waals (1956), geschreven daags na de eerste voordrachten op 21 juni.

.

Boom dak wolk
.
Een dak met twee vlaggen,
met boompjes in bakken,
een tuin in de hoogte
die bloeit op de stad
Een boomkruin die groeit
tot boven de vlaggen
gevoed door de sappen
die gaan door de stam,
geworteld in aarde –
domein van de mensen
met hun vragen en zorgen,
die dromen van morgen
hoog boven de stad.
.
Foto: Casper de Weerd

De zwaluwen zijn dit jaar niet gekomen

Robin Veen

.

Dichter, computerkunstenaar en fotograaf Robin Veen ken ik al een lange tijd. In 2016 was hij een van de genomineerde dichters die streden om de Ongehoord! poëzieprijs. Toen al viel hij me op door zijn vormvaste poëzie. In het ‘geweld’ van vrije poëzie-, prozapoëzie- en spoken worddichters is hij, net als een aantal light verse dichters een dichter die vast houdt aan de vaste vormpoëzie, in zijn geval aan het sonnet. Ik heb altijd veel respect gehad voor dichters die zich vrijwillig de vaste vorm van dichten opleggen. Omdat het veel moeilijker is dichten in een vaste vorm en omdat ik het zelf nooit echt onder de knie heb gekregen. Ik heb weleens een sonnet geschreven waar ik tevreden over was maar moest dat heel erg veel moeite voor doen. In die zin is het naast een creatief proces ook een ambacht.

Robin Veen (1953) beheerst deze creatieve ambachtelijke vorm van dichten als geen ander. Pas geleden verscheen bij uitgeverij U2pi in het open fonds, de bundel ‘De zwaluwen zijn dit jaar niet gekomen’. Op de achterflap  staat te lezen dat Veen door twee herseninfarcten gestopt is met dichten. Het gaat niet meer. Dat zijn laatste gedichten, zijn laatste sonnetten nu zijn gebundeld in deze bundel verdient een compliment aan Jos van Hest en Monica Boschman die de redactieraad vormen van het open Fonds.

De bundel is opgedeeld in een aantal hoofdstukken met titels als ‘De leugen van het licht’, ‘De wolken worden mist’, ‘Het ritme van verlangen’, ‘De dromers van het woord’, ‘De tol van de consumptiemaatschappij’ en ‘Een oude man spoelt aan’. Uit de titels van deze hoofdstukken, is de reis die Robin Veen maakt in deze laatste bundeling gedichten meteen duidelijk. Dit zijn woorden van een dichter die afscheid neemt van de poëzie en die komen aan.

Ik betrap mezelf erop dat door de vorm, het sonnet, de boodschap van gedichten met een zware lading, lichter worden, beter verteerbaar. Dat is de verdienste van Veen. Een voorbeeld zijn de laatste twee strofes in het gedicht ‘Furie’.

.

En ik besef: het allerbeste is

nog altijd rustig blijven, maar ik mis

de kalmte en ik kan er niet om heen

.

dat er voor mij geen sprankje hoop meer gloort.

De aarde dreunt, de kudde dendert voort.

Ervaring leert: een gnoe komt nooit alleen.

.

Op de achterflap van de bundel staat te lezen: “Ze zijn onverbiddelijk, de sonnetten van Robin Veen, Hard als aarde, zacht als water, razend knap van taal. Zijn gedichten getuigen van een vergeefs verlangen. Ze geven je klappen op je donder (waar die ook zit) en aaien je ziel (als je die hebt). En af en toe moet je nog lachen ook.” Gevold door een vraag die door het voorgaande eigenlijk al beantwoord is: “Hoe kan een dichter tegelijkertijd zo genadeloos en troostrijk zijn?”

Het laatste gedicht in deze bundel is voor mij de perfecte afsluiting van de reis die je aan de hand van de gedichten van Veen maakt. Het gedicht ‘Eiland’ eindigt met de zinnen: Het water zwijgt. Een oude man spoelt aan. De dichter Robin Veen zwijgt, maar hij spoelt aan, levend en wel. Zijn leven zal er vanaf nu anders uitzien, Veen blijft creatief op het gebied van de fotografie ( het omslag van de bundel is van zijn hand). In het omslag herken ik een combinatie van ‘De schreeuw’ van Edvard Munch en schilderijen van Dali. Van de dichter Robin Veen is dit zijn afscheid, van de fotograaf denk ik nog vaker iets te gaan zien of horen.

Mijn conclusie na het lezen van deze bundel is dat ‘De zwaluwen zijn dit jaar niet gekomen’ een groot publiek verdient. Liefhebbers van vorm en inhoud zijn bij deze bundel aan het juiste adres. Elk gedicht weer appelleert aan mijn liefde voor poëzie, veel gedichten wil ik na lezing onmiddellijk nog eens lezen. Een bundel om te koesteren en na lezing zo nu en dan nog eens ter hand te nemen als herinnering aan hoe bijzonder poëzie in de sonnetvorm kan zijn.

Tot slot nog een gedicht uit deze bundel die me zeer aanstaat en waarin Veen zichzelf (en de ‘dichter’) op de hak neemt getiteld ‘Stilte’.

.

Stilte

.

De dichter geeft aan stilte een geluid.

Dit kleine woord dat, als je hardop spreekt,

ontegenzeggelijk zichzelf verbreekt,

verdraagt dus nooit een klank. wat erop duidt

.

dat de poëet dus wel een ijdeltuit

moet zijn die anderen de loef afsteekt

die literair zijn anus heeft gebleekt.

Zijn voordracht tekent hem ten voeten uit.

.

Hij vindt zichzelf behoorlijk geniaal

als hij de stilte mooi verwoordt in taal

die mijlenver de inhoud overstijgt

.

en als hij dan uiteindelijk weer zwijgt,

blijkt dat de luisteraars, moe van zijn dwepen,

er stilletjes van tussen zijn geknepen.

.

Gedicht in een film

Paul Éluard en Lee Miller

.

Afgelopen week bezocht ik de bioscoop om daar de film ‘Lee’ te kijken. ‘Lee’ gaat over het leven van fotograaf en fotojournalist Lee Miller (1907-1977), een bijzondere film met in de hoofdrol Kate Winslet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Lee Miller oorlogscorrespondent voor Vogue , waar ze verslag deed van gebeurtenissen als de London Blitz , de bevrijding van Parijs en de concentratiekampen Buchenwald en Dachau . Haar reputatie als kunstenaar op eigen titel is vooral te danken aan de ontdekking en promotie van haar werk als mode- en oorlogsfotograaf door haar zoon, die na haar dood haar fotoarchief ontdekte en ontsloot. Hij ontdekte ongeveer zestigduizend foto’s, negatieven , documenten, dagboeken, camera’s, liefdesbrieven en souvenirs in kartonnen dozen en kisten op de zolder van Farley Farm na de dood van zijn moeder.

In de film is dit allemaal, uiteraard zou ik bijna zeggen, wat geromantiseerd. Maar wat wel op ware feiten berust is haar vriendschap met de Franse dichter Paul Éluard (en Pablo Picasso en Jean Cocteau). In de film ‘Lee’ komt op enig moment dat Lee Miller in Frankrijk is om verslag te doen van de invasie door de geallieerden in Frankrijk, een vliegtuig overvliegen die pamfletten uitstrooit. Op deze pamfletten staat het gedicht ‘Liberté’ van dichter Paul Éluard (1895-1952) afgedrukt. Dit berust op waarheid, pamfletten met het  gedicht werden door geallieerde vliegtuigen van de Royal Air Force boven bezet gebied in Frankrijk uitgestrooid als teken van hoop.

De Franse tekst van het gedicht is voor de eerste keer gepubliceerd op 3 april 1942 in de clandestiene poëziebundel  ‘Poésie et Vérité’.   De dichter Paul Éluard behoorde tot de stroming van het Surrealisme. Hij was in tegenstelling tot bijvoorbeeld één van de oprichters van deze stroming, André Breton, maatschappelijk zeer geëngageerd. Met Louis Aragon zat hij in het verzet. De gedichten uit de bundel zijn allemaal verzetspoëzie, bedoeld om de verzetsstrijders te steunen in hun hoop op de overwinning.

Hieronder de Nederlandse vertaling van het gedicht in een vertaling van Paul Claes. Lees je liever de Franse tekst klik dan hier.

.

Vrijheid

.

Op mijn schoolschriften
Op mijn bank en de bomen
Op het zand op de sneeuw
Schrijf ik je naam

Op elke bladzij die ik las
Op elke blanco bladzij
Steen bloed papier of as
Schrijf ik je naam

Op de vergulde beelden
Op de wapens van krijgers
Op de kroon van koningen
Schrijf ik je naam

Op het oerwoud de woestijn
Op de nesten op de brem
Op de galm van mijn jeugd
Schrijf ik je naam

Op de wonderen van de nachten
Op het wittebrood van de dagen
Op de verloofde seizoenen
Schrijf ik je naam

Op al mijn lapjes hemelblauw
Op de vijver muffe zon
Op het meer frisse maan
Schrijf ik je naam

Op de velden op de einder
Op de wieken van vogels
En op de schaduwmolen
Schrijf ik je naam

Op elke wasem dageraad
Op de zee op de boten
Op de uitzinnige berg
Schrijf ik je naam

Op het schuim van de wolken
Op het zweten van de storm
Op de logge lome regen
Schrijf ik je naam

Op de flikkerende vormen
Op de klokken van de kleuren
Op de waarheid van de natuur
Schrijf ik je naam

Op de ontwaakte paden
Op de ontplooide wegen
Op de overvolle pleinen
Schrijf ik je naam

Op de lamp die oplicht
Op de lamp die uitdooft
Op mijn huizen allemaal
Schrijf ik je naam

Op de doorgesneden vrucht
Van de spiegel en mijn kamer
Op mijn bed lege schaal
Schrijf ik je naam

Op mijn lieve gulzige hond
Op zijn gespitste oren
Op zijn onbeholpen poot
Schrijf ik je naam

Op de springplank van mijn deur
Op de vertrouwde dingen
Op de vloed van heilig vuur
Schrijf ik je naam

Op al het vereende vlees
Op het voorhoofd van mijn vrienden
Op elke uitgestoken hand
Schrijf ik je naam

Op de ruit van de verrassing
Op de aandachtige lippen
Hoog boven de stilte uit
Schrijf ik je naam

Op mijn verwoeste schuilplaatsen
Op mijn ingestorte vuurtorens
Op de wanden van mijn verveling
Schrijf ik je naam

Op het gemis zonder begeerte
Op de naakte eenzaamheid
Op de treden naar de dood
Schrijf ik je naam

Op de herwonnen gezondheid
Op het geweken gevaar
Op de hoop zonder heimwee
Schrijf ik je naam

En door de kracht van een woord
Begin ik aan een nieuw leven
Ik besta om jou te kennen
Om jou te noemen

Vrijheid.”

.

Onschuldig, of hij wou niet omkijken

George Gerardus Theodurus Rustwijk

.
De Surinaamse dichter, schilder, tekenleraar, fotograaf, decorontwerper en schrijver George Gerhardus Theodorus Rustwijk (1862-1914) is bij ons geen bekende naam. Ik kende deze dichter ook niet tot ik een poosje geleden een artikeltje las over een podcast met de titel ‘Een verborgen Surinaamse schat’ van Mathieu Wijdeven. Rustwijk was zijn betovergrootvader en Wijdeven wist niets van hem tot zijn moeder een aantal jaar geleden een paar regels voor hem voordroeg  (omdat hij liefdesverdriet had) uit een gedicht van Rustwijk. Wijdeven ging op zoek naar zijn onbekende betovergrootvader en ontdekte dat hij een ver familielid had dat ook zijn roeping vond in de kunsten.

Na zijn dood (het was één van zijn laatste wensen) verscheen: ‘Matrozenrozen – Nagelaten dicht- en andere werken van G.G.T. Rustwijk’, H. van Ommeren, 1915, Paramaribo, met als extra vermelding: De luimige stukken zijn meest alle naar ware gebeurtenissen. Deze zin tekent zijn gedichten, stukken op rijm met een humor die ons tegenwoordig maar flauwtjes tot glimlachen aanzet. Zijn verzen waren echter populair op de reciteer-verjaardagsavondjes van die tijd en dragen dan ook bij tot het tijdsbeeld.

.

Onschuldig, of hij wou niet omkijken
.
.
Hij zag een eindje touw
Vlak midden op de weg,
En zei: ‘Ik neem het mee,
Het is gebonden vast
Aan heg noch ook aan steg,
‘k Ben met die vondst tevree.’
.
.
Nu sleept hij ’t eindje met zich voort,
En wil niet ommekijken.
Zo, dacht hij – komt hij aan, wien ’t hoort,
Zal ’t best mijn onschuld blijken
.
.
Hij sleept het, zoekt ’n slachtplaats op,
Waar men zulk touwtjes koopt;
Doch nu de koop gesloten is, daar
Dreunt het om zijn kop: ‘Jouw dief! –
Die op den dag mijn beste beest verkoopt.’
Onschuldig was die arme hals,
Hij wou niet ommekijken.
Hij wist van ba noch boe,
Zelfs toen hij tachtig pop zou krijgen
Voor ’t luttel eindje touw.
Dit smeekt hij rechters te geloven,
En zweert het met de hand naar boven,
Hij wist niet dat aan ’t andre eind
Gebonden was een koe.
.
.

Het hart van de zoeker

Lucebert

.

In het Fotomuseum Den Haag is momenteel (tot 7 april) een kleine maar aangename fototentoonstelling te zien van dichter, schilder en dus fotograaf Lucebert (1924-1994). Deze tentoonstelling is naar aanleiding van het 100ste geboortejaar van Lucebert. Veel mensen, ik ook, kennen Lucebert waarschijnlijk als dichter of als schilder. Op zichzelf niet zo vreemd, de foto’s die getoond worden zijn vrijwel allemaal gemaakt tussen begin jaren ’50 en eind jaren ’60. In de tentoonstelling zijn circa vijftig vintage prints te zien uit het familie-archief van Lucebert en de museumcollectie.

Bekend van zijn contacten met Experimentele Groep in Holland, een kunstgroep waaruit later een aantal leden onderdeel van de CoBrA-beweging zou worden, of als keizer van de literaire groep de Vijftigers, waar onder anderen Remco Campert, Hugo Claus, Rudy Kousbroek en Simon Vinkenoog tot behoorden, zo bekend is Lucebert met zijn foto’s nooit geworden.

De periode waarin Lucebert fanatiek fotografeerde is kort, omdat hij fotograferen als enorm inspannend en uitputtend ervoer en omdat hij zichzelf uiteindelijk meer als schilder en dichter zag. Toch heeft zijn onconventionele aanpak (fotografie was voor Lucebert een intuïtieve bezigheid; als autodidact voelde hij zich niet gebonden door fotografische conventies. Daarbij ging het hem niet om de weergave van de werkelijkheid, maar om het vastleggen van een bepaalde ontastbare sfeer) een fotografisch oeuvre achtergelaten dat op zichzelf staat, vol poëtische en evocatieve beelden.

Aan het einde van de tentoonstelling staat er een gedicht van Lucebert naast de foto’s op de muur aangebracht. Het is getiteld ‘het hart van de zoeker’. Lucebert schreef dit gedicht ter gelegenheid van de grote Lucebert-tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam (1987). Er verscheen destijds een fotoboek van en over de dichter-schilder onder de titel ‘Het hart van de zoeker’ met voorin opgenomen dit gelijknamig gedicht.

.

het hart van de zoeker

.

het kleine raam in de verduisterde kamer is een roerige zoeker

hij loert naar de koortsige doffer van het hart die opvliegt

tegen het hartvormig slot van de hartvormige kast

waarin de colorist de droom droomt van de kleurenblinde

en het verkleinglas myopisch voor vergrootglas speelt

waarin goethe en newton samen slapen als de kadavers

van de gouden appel en de grauwe worm en ontspannen

opgetogen het blote oog baadt en dobbert

in een diafragma van roze rozebladeren

.

waarom is goed gebotteld het licht ook een zonnig oog

.

op zijn eenzame wereldreis opent de zoeker ogenblik na ogenblik

de conserve van een oogopslag geurt naar het ontsluiten

van bewierookte roosvensters rozeknoppen en naar

ontsluierende fixeerbaden

.

overal ook bij honger en dorst is er voedsel te over

close-up na close-up eet hij à bout portant op

door de versterker door verzwakker rolt hij snapshopt of tiptop

nooit versagend doorzoekt hij dag en bij nacht

de kast van zijn hart

en maakt hij de eeuwig slapenden wakker opdat ook zij door de zoeker

kunnen kijken naar de tijd (in de lens stopt hij hun vodden)

naar de rivier  van fotografie die in stilte duivezilverig ruist

over het gezicht van de nacht dat

heel even belicht wel lijkt bebloed

maar het is de ochtend van het oog die het heeft begroet

.