Site-archief

Pauze in licht

Martie Genger

.

Vanaf 2017 ben ik in gesprek met Iris Has, dochter van Martie Genger (1936), beeldend kunstenaar, dichter en schrijfster, sinds 1969 (met tussenpozen) woonachtig op Curaçao, over het publiceren en uitgeven van het verzameld werk (poëzie) van Martie Genger, dat tevens haar debuut als dichter is. Haar gedichten komen nu uit bij MUGbooks facilitair uitgeverij onder de titel ‘Pauze in licht’ (in drie delen).

De drie delen bestaan uit verschillende hoofdstukken en periodes uit Marties leven. De gedichten in deze bundels zijn persoonlijk, poëtisch en omsluiten bij elkaar vele decennia van het leven van Martie. De gedichten zijn bij elkaar geplaatst onder titels als ‘Pauze in angst, Pauze in hartzeer, Pauze in droefheid, Pauze in rouw, Pauze in licht en zo nog een aantal overkoepelende thema’s. In deel 3 zijn de balladen bij elkaar gebracht.

Alle aspecten uit het leven komen langs in de poëzie van Martie. Zoals familie, moeder en kind, rouw maar ook dierenleed, emigratie en politici. Het is met recht de poëzie van haar leven. Martie Genger is bovenal kunstenaar. Haar eerste solotentoonstelling vindt plaats in het Hilton Hotel Curaçao in 1971. In 1983 verhuist ze naar Costa Rica en blijft daar 11 jaar. In die periode exposeert ze regelmatig haar werk, zowel solo als in groepstentoonstellingen. Ze verhuist in 1994 naar Curaçao en exposeert sindsdien haar werk in voornamelijk groepstentoonstellingen.

Het Curaçao Museum reikt haar Eerste Prijs uit in 1998 ‘ Ekshibishon di nos Arte’ .
Haar kunstwerken zijn vaak driedimensionaal of installaties. ‘Como Cerrar’ (Hoe ermee om te gaan), een stuk dat ze in 1981 maakte, werd voor het eerst tentoongesteld in Costa Rica. Het is een kritische blik op de gevestigde orde, waarden en vooroordelen.

De drie delen ‘Pauze in licht’ zijn prachtig vormgegeven door Brrt.Graphic.Design en aan te schaffen via Iris Has, stuur dan een mail naar pauzeinlicht@gmail.com  of via een mail aan mij (via een reactie op dit bericht). De kosten zijn € 35,- voor de trilogie of voor de afzonderlijke delen: Deel 1: € 20,-, Deel 2: € 20,- en Deel 3: € 15,-.  Koop je de trilogie in één keer dan scheelt dat dus in de prijs.

 

ik heb de ernst lief

.

ik heb de ernst lief

van het spelend kind

en iemand die iets beweert

vanaf de kansel

of welke verhoging

ter lering en vermaak.

.

ik heb de ernst lief

de bezinning

de concentratie

het aanwezig zijn

van simpelen

en dieren

rustig in zichzelf.

.

ik heb de ernst lief

van die malle verliefden

en de vrouw

die ruiten kuist

de verzamelaar

de geleidehond

van alle toegewijden

heb ik de ernst lief.

.

Dichters

Ed. Hoornik

.

In het literaire tijdschrift Maatstaf, 11 (1953/1954) nr 4/5 werd het gedicht ‘Dichters’ van dichter Ed. Hoornik (1910-1970) gepubliceerd. Het gedicht staat ook in de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1972.

.

Dichters

.

Wat ik aanvankelijk verbeelding waande

wordt werkelijkheid wanneer we samengaan:

er is in hem en mij hetzelfde gaande,

elk volgend ogenblik kan het ontstaan.

.

De wegen die wij door de bergen baanden,

blijven in ons hun lange bochten slaan;

hoogten en diepten zijn of zijn aanstaande

en vinden in een vers hun voortbestaan.

.

Wij willen het alleen nog niet bekennen:

onder de spitse hoeden van de dennen

lopen wij somtijds woordlijk in elkaar.

.

Er ritselt iets, er gaat iets aan het rennen

vlak voor ons uit, een lint of kinderhaar.

Wij worden allebei tovenaar.

.

Olympische spelen

Veldloop

.

Zeer binnenkort gaan de Olympische Spelen van Tokyo van start. De veldloop voor vrouwen zal daar niet te zien zijn, de veldloop is geen officiële olympische sport. Er zijn krachten bezig om de veldloop weer een olympische sport te maken. In de aanloop daarnaar toe (men hoopt in 2024 de sport weer op het programma te krijgen van de OS) een gedicht uit de light verse bundel ‘Atletische verzen’ uit 2007, geschreven door Ivo de Wijs en Theo Danes.

Het betreft hier het gedicht ‘Veldloop (vrouwen) van Ivo de Wijs. Het gedicht gaat over Lornah Kiplagat (1974), van oorsprong Keniaanse atlete die sinds 2003 voor Nederland uitkomt op dit onderdeel.

.

Veldloop (vrouwen)

.

Wat zie je als je onverhoopt

De hele race als tweede loopt?

Dan zie je voor je op het pad

Het gat van Lornah Kiplagat.

.

Waarna de pers nog ‘ns komt vragen:

‘Had Lornah weer een gat geslagen?’

.

Lévi Weemoedt

Jesaja II, vers 6

.

Vandaag een vrolijk stemmend vakantiegedicht van de meester van het korte vers met glimlach Lévi Weemoedt (1948). Uit zijn bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 het gedicht ‘Jesaja II, vers 6’.

.

Jesaja II, vers 6

.

’t Wordt eind’lijk rustig, zo’k vernam,

in ’t Vrederijk van onze Heer:

.

o, daar verkeert de wolf bij ’t lam,

de panter ligt bij ’t bokje neer,

de leeuw en ’t muisje spelen dam,

de bij rijdt paardje op een beer!

.

En slechts mijn buren, ’t echtpaar Stam,

gaan krijsend tegen elkaar tekeer.

.

De actrice

Simon Carmiggelt

.

Vele wat oudere mensen zullen schrijver en journalist Simon Carmiggelt (1913 – 1987) kennen als de schrijver van Kronkels. Een groot aantal van hen zal ook weten dat Carmiggelt actief was als dichter. Eerst onder het pseudoniem Karel Bralleput en later onder zijn eigen naam. Uit de bundel ‘Het jammerhout’ dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1948 komt het gedicht ‘De puber’.

.

De puber

.

Ik ben verliefder dan ik zeg.

Als onheil drukt het op mijn maag.

Ik kus haar – ja, dat doe ik graag.

Maar eig’lijk wil ik ook wel weg.

.

Want geurig is de eenzaamheid.

O – ’s avonds zwerven in haar straat

en vrezen dat ze met een ander gaat…

Als ‘k aanbel, sterft die heerlijkheid.

.

Soms is er twist, omdat ze zei:

‘Vandaag heb ‘k niet aan je gedacht.’

Wrange confessie! Een doorwaakte nacht

scheidt ons van de verzoeningshuilpartij.

.

Daat staat Oom Karel. Hij lacht zuur

en zegt: ‘die kinderen zijn gek.

Capitulantje met je varkensnek,

hoed af – dit is de liefde puur.

.

Pacific

Vakantiegedicht

.

Het vakantiegedicht ‘Pacific’ dat ik wil plaatsen is van de dichter Antoinette Sisto (1963-2017). Vandaag 7 juli kwam ze vier jaar geleden heel onverwacht te overlijden. Het gedicht komt uit haar debuutbundel ‘Dichter bij de dagen’ uit 2013.

.

Pacific

.

We hadden niet zomaar

een zomer geboekt

met avonden op een terras.

.

We sleepten je tafel naar buiten

het licht in, we dekten voor twee

damast met een wijnglas.

.

We klonken op ons

op al onze plannen, we wisten

dat weggaan beslissend was.

.

We bladerden samen door boeken

vol foto’s, brochures verlokkend

een wijds gouden strand.

.

Wallabies aaien in National Parks

snorkelen, zwemmen

op Kangaroo Island.

.

We hadden niet zomaar

een zomer geboekt

met avonden op een terras.

.

We deelden een onrust

een golf, een tsunami

ik wist niet dat weggaan verlangen was.

.

 

Wat groeit boven ons hoofd

Gedicht bij kunst

.

In het Scheveningse museum Muzee is nog tot 11 juli de tentoonstelling ‘Achter gesloten deuren’ te zien. Kunstenaars van Art & Jazz tonen met de gloednieuwe tentoonstelling ‘Achter gesloten deuren’, kunstwerken die gemaakt zijn tijdens de eerste moeilijke maanden van de coronacrisis.

Bij deze kunstwerken zijn door een aantal dichters, waaronder ikzelf, gedichten geschreven. Vorige zomer werd ik door dichter Marije Hendrikx gevraagd om ook een gedicht bij een kunstwerk te schrijven. Mijn bijdrage is getiteld ‘Wat groeit boven ons hoofd’ en ik schreef het bij een drietal schilderijen van kunstenaar Els van Asten getiteld ‘Wolken in tijden van Corona’. Muzee is te vinden aan de Neptunusstraat 90-92 in Den Haag (Scheveningen).

Hieronder de drie schilderijen van Els van Asten en mijn gedicht gefotografeerd door Hoss Wilstra.

.
Wat groeit boven ons hoofd
.
Een wolk heeft geen ziel, geen mond om mee te praten,
toont slechts verwantschap door haar vorm; grillig uniek.
.
Er is geen reden om aan te nemen
dat deze zichtbare verzameling
– al dan niet onderkoelde-
waterdruppels of ijskristallen,
hoofd boven onze hoofden
weet hebben of bewust zijn van wat
ons dreef tot stilstand en overdenking.
.
Slechts weerkundigen en meteorologen menen een
lach te herkennen; helder, schoner, optimistischer.
.

Het derde oog

Jolanda Oudijk

.

In het begin van mijn dichters ‘loopbaan’ deed ik geregeld mee aan allerlei poëziewedstrijden. Ik heb er in een paar jaar tijd ook een aantal gewonnen (waaronder de allereerste waaraan ik meedeed van de Stichting Literaire Activiteiten Zwolle). In mijn enthousiasme begreep ik toen nog niet dat er verschil zat in verschillende wedstrijden. Er waren natuurlijk de poëziewedstrijden waar een goede jury opzat en waar kwaliteit het criterium was.

Maar er werden ook wedstrijden georganiseerd waar de deelnemers zich van te voren moesten vastleggen op het afnemen van minimaal drie bundels met daarin de ‘genomineerden en de prijswinnaar. Een aardig verdienmodel maar voor de beginnend dichter ook een leuke manier om in een (verzamel)bundel een keer gepubliceerd te worden.

Inmiddels doe ik nog slechts heel af en toe aan een poëziewedstrijd mee (eigenlijk sinds ik zelf en daarna met Ongehoord!  begonnen ben met het organiseren van een poëziewedstrijd). In 2008 deed ik nietsvermoedend mee aan de Strellus Poëzie Prijs waarbij de bundel ‘Het derde oog’  werd gepubliceerd met als ondertitel ‘Verzamelde gedichten van Nederlandse en Belgische auteurs’. Een flinke ondertitel voor het gegeven dat er deelnemers aan deze ‘wedstrijd’ waren uit beide landen.

Bladerend in deze bundel kwam ik een aardig gedicht tegen van een mij onbekende dichter Jolanda Oudijk. Zij deed mee met het gedicht ‘Autosuggestie’.

.

Autosuggestie

.

praat ze zichzelf

handsfree

zingt ze een eigen wijsje

of mee met de radio

.

nee, ze vloekt hardop

lippenstift bloedt

op een bijtende mond

.

multiple choice

het zout op haar lippen

a. chips

b. zeewater

c. tranen

.

wat valt er te kiezen

met het vermoeden:

zijn hart is geen cabriolet

.

Solo

Roland Jooris

.

In de vakantietijd zal ik wat vaker gewoon een gedicht zonder al teveel extra’s plaatsen, wel uiteraard altijd de bron (bundel, jaar van uitgave en misschien wat extra informatie) maar vooral gedichten van dichters die ik waardeer. Zover is het echter nog niet dus vandaag een gedicht uit de bundel ‘Bladgrond’ waaruit ik al eerder het gedicht ‘Nog’ plaatste https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/11/26/nog-2/ . Roland Jooris (1936) is een dichter die zich een ruimte bij elkaar schrapt (Herman de Coninck) of zoals Paul Demets schreef: “Dit is poëzie die onze waarneming problematiseert, die ascese uitprobeert, van het soort wit dat hevig naar aanwezigheid verlangt, terwijl de afwezigheid voortdurend dreigt”.

Poëzie kortom deels in de traditie van de Coninck waarin heel goed is nagedacht over elk woord, elke regel, nergens teveel, overal gebruik makend van wit tussen de regels waar de lezer zelf de invulling kan verzorgen van wat word weggelaten. Geheel tegen de huidige trend van lange proza-achtige gedichten in, precies waar ik van hou. Zoals in het gedicht ‘Solo’.

.

Solo

.

Je slikt je zinnen in

.

Je kijkt naar wat je meent

te weten

.

Een onthutst gerucht

komt uit vervagen

tevoorschijn

.

Het onmogelijke absolute

ligt eigenzinnig op de punt

van je tong

.

Als op een cello

schrijnt

verbeten schot

je hardnekkige

geslotenheid

.

Foto: Tim Heirman

De opgevouwen leugen

Alja Spaan

.

In het kader van de vakantiepoëzie ga ik de komende weken regelmatig gedichten plaatsen van dichters die ik zeer waardeer. Zonder heel veel verdere informatie dan de bundel waaruit ik het gedicht nam en het jaar van uitgave. Vandaag wil ik daarmee beginnen en als eerste koos ik voor de dichter en collega bij en voorzitter van Meander Alja Spaan.

In 2011 verscheen van haar hand de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ met als ondertitel brieven en gedichten voor en over W. Deze brieven en gedichten zijn geschreven in de periode 2008-2011 en de bundel verscheen bij Alja’s eigen uitgeverij Atelier9en40.

Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘the folded lie’.

.

the folded lie

.

Ik vind een berichtje terug over schrijven over niets

Dat kan ik, zegt hij maar ik weet het nog niet zo

.

Zeker, de hele dag vergaat in druilerige regen en een

Verveling bekruipt me, bijna zoals vroeger toen

.

Ik lang onder de bessenstruiken wachtte tot ik gevonden

Zou worden, een stem die tot tien telde en dan het

.

Langgerekte ‘ik kom‘ en dan toch die onzekerheid en

De angst achtergelaten te worden zoals nu, niet

.

Wetend wat er komen moet behalve wat daadkracht

En vertoon, komma’s achter kromme zinnen nog die

.

Niets verhullend terugkomend vanonder zware takken

Rijp fruit dragen tot het geplukt wordt

.