Site-archief

Eend

Bart Chabot

.

In 2024 verscheen van Bart Chabot, de thema-uitgave van de Boekenweek getiteld ‘Ooievaarsblues’. Het verscheen als paperback in een oplage van 30.000 stuks en er werden 230 genummerde exemplaren uitgegeven in een gebonden editie met stofomslag door de CPNB. Ik ben in bezit gekomen van één van de genummerde exemplaren (nummer 77) en ben daar zeer content mee. De titel is een verwijzing naar de stad Den Haag waar de ooievaar in het stadswapen van de stad een prominente plaats inneemt.

Bart Chabot (1954) selecteerde en bewerkte voor ‘Ooievaarsblues’ 18 gedichten uit zijn poëtisch oeuvre en voegde daar twee nieuwe gedichten aan toe ‘Metaalmoeheid’ en ‘Black Cadillac’. Dit zijn echter vrij lange gedichten (per stuk 5 pagina’s) ook Bart Chabot is ten prooi gevallen aan de prozagedichten die tegenwoordig zo in zijn. Ik heb daar iets minder mee, al zijn ze zeer lezenswaardig.

Daarom koos ik voor een ander gedicht. Het gedicht ‘Eend’ dat ook al werd opgenomen in zijn bundel ‘Greatest hits vol.1’ uit 2004. Zoals in alle gekozen gedichten staat ook in dit gedicht de familie van Chabot centraal, in dit geval zijn zoon Sebastiaan, maar is ook de humor nooit ver weg.

.

Eend

.

disneyland paris bestaat vijf jaar
er valt confetti uit de wolken
.
we zitten aan de lunch
in het new york hotel
sebastiaan en ik lopen naar het buffet
ik til het deksel op
van een enorme vleesschotel
– pap – vraagt sebas – is dat kip?
van de damp beslaat mijn bril
– that’s duck sir – schiet een ober ons te hulp
het tafelzilver hangt plotseling
op eigen kracht in de lucht
– you mean donald? – vraag ik
wijzend op de eendenborstjes
stilte daalt over de tafels
dan stijgt homerisch gelach op
.
sebastiaan kijkt niet blij

.

Smalltalk

Sven Cooremans

.

Bladerend in Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu, kom ik gedichten tegen van de Vlaamse dichter Sven Cooremans (1970).

Sven Cooremans studeerde filosofie in Leuven en klinische psychologie in Brussel en werkt momenteel aan een doctoraatsonderzoek.  Hij debuteerde in 2003 met de dichtbundel ‘Myeline’.  Zijn verhalen en gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften als De Brakke Hond, DW&B, Yang, Deus Ex Machina en Gierik & NVT en werden in meerdere bloemlezingen opgenomen, onder andere 21 dichters voor de 21e eeuw, Hotel New Flandres en De 100 beste gedichten van de VSB Poëzieprijs 2015. In 2014 won hij met het gedicht ‘Sisyphus’ de tweede prijs in de Turing Gedichtenwedstrijd. Bij PEN Vlaanderen was hij meerdere jaren als bestuurslid verantwoordelijk voor het Writers in Prison Committee en hij was redactielid van Gierik & NVT.

Zijn laatste bundel ‘In rivieren zal ik altijd een gisteren zien’ uit 2023 volgt Cooremans de Hongaarse dichter Miklós Radnóti (1909-1944) tot in de diepe hellecirkel van de Tweede Wereldoorlog. In Het Liegende Konijn staan gedichten uit zijn bundel ‘Het is dat of stoppen met zingen’ uit 2013. Een van deze gedichten is getiteld ‘Smalltalk’. Voor sommige mensen een gruwel, voor andere smeerolie tot een gesprek.

.

Smalltalk

.

de zee hier blauw noemen

.

en over de stenen vloer van stoelen

en schaaldieren het geschuifel opmerken

.

van de woorden de getijden

.

alleen maar om in deze volle kamer

te kunnen blijven

.

bijvoorbeeld dat alles tegenwoordig

kan worden weggewerkt

.

neem nu die rimpels rond je mond: vul een glas

met ijskoud water en noem de zee

.

hier blijvend blauw

.

Kleren

F.L. Bastet

.

De enige keer dat ik aandacht besteedde aan dichter F.L. Bastet op dit blog, was toen ik een dubbelgedicht plaatste over begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Dat doet dichter, archeoloog, literator, biograaf, schrijver en essayist Frédéric Louis Bastet (1926-2008) geen eer aan en vandaar vandaag opnieuw aandacht voor deze P.C. Hooft-prijs winnaar (in 2005 voor zijn essayistische oeuvre).

Bastet studeerde klassieke talen en archeologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. In 1958 promoveerde hij er tot doctor in de Letteren. Van 1966 tot 1976 was hij hoogleraar klassieke archeologie aan de universiteit Leiden. Na zijn professoraat werd Bastet conservator van de klassieke afdeling van het Rijksmuseum van Oudheden.

Naast zijn wetenschappelijk werk schreef Frédéric Bastet biografieën, biografische romans, fictie, essay- en dichtbundels. In 1959 debuteerde Bastet met de roman ‘De aardbeving’ en een jaar later, in 1960, als dichter, met de bundel ‘Gedichten’. Als dichter publiceerde hij vooral in de jaren ’60 en ’80 bundels. Zijn laatste poëzie werd in 2005 gepubliceerd onder de titel ‘Twee gedichten’.

In 1980 verscheen ‘Catacomben’ Een keuze uit de gedichten. Uit deze bundel nam ik het fraaie gedicht ‘Kleren’.

.

Kleren

.

Ik hield van je kleren,

ordeloos over de stoel.

Als wij verzadigd waren

trok je ze langzaam aan:

.

medeplichtigen.

.

Ze moesten je immers behoeden

tegen de kou van de wereld,

tegen de vreemde handen

van wie niet weten konden

met hoeveel liefde

– zo was het toch wel –

met hoeveel liefde ik ’s nachts

in het stroombed en de eeuwige vlakte

je warmte had toegedekt.

.

Lofzang op het verlies

Fiona Zerbst

.

De Zuid Afrikaanse dichter en journalist  Fiona Zerbst (1969) heeft vijf dichtbundels gepubliceerd en schrijft reportages over onder meer Rusland en Oekraïne waar ze ook woonde. Ze wordt gezien als één van de leidende poëtische stemmen in Zuid-Afrika. Ze publiceerde vijf dichtbundels: ‘In Praise of Hotel Rooms’ (2020), ‘Oleander’ (2009), ‘Time and Again’ (2002), ‘de kleine zone’ (1995). ) en ‘Parting Shots’ (1991). Ze behaalde een MA in Creatief Schrijven aan de universiteit van Kaapstad en een PhD in Creatief Schrijven aan de universiteit van Pretoria. Haar gedichten zijn veelvuldig gepubliceerd in bloemlezingen. Daarnaast werkte ze samen met professor Hendrik Hofmeyr aan het libretto voor zijn opera Saartjie, die in 2022 in première ging. Momenteel werkt ze aan een nieuwe opera met componiste Juliet Wootton.

In de bundel ‘Oleander’ onderzoekt Zerbst de complexiteit van het leven, die zowel mooi als giftig is: liefde, dood, kunst, de nasleep van oorlog en genocide, reizen, religie, openbaring. Oleander is rijker dan Zerbsts vorige bundels en brengt ervaringen in kaart waarmee het ‘zelf’ getransformeerd kan worden.

In een vertaling van Hilke Molenaar hier het gedicht ‘Lofzang op het verlies’ waarin ze het verlies van een man aan andere vrouwen in een perspectief zet waarin de vrouw geen slachtoffer is maar juist in haar kracht zet.

.

Lofzang op het verlies

.

Verlies

tot het verlies

goed voelt.

.

Verlies met kaarten.

Pas

Weiger mee te spelen.

.

Antwoord niet

op provocaties.

Woorden.

.

Investeer niet.

Wees zeker

dat het niets uitmaakt.

.

Hou jezelf

koel; verlies

de mannen die je kent

.

aan andere vrouwen.

Pas.

Weiger mee te spelen.

.

Het is geen zonde

jezelf te sparen

laat het toe,

.

de kennis

van dit verlies

dat sterft, leeft.

.

Regeerende maan

J.W.F. Werumeus

.

In een kringloopwinkeltje kocht ik het bundeltje ‘Winter-aconiet’ van dichter en schrijver Johan Willem Frederik Werumeus Buning, of zoals hij bekend is als dichter J.W.F. Werumeus (1891-1958). Deze bundel werd na zijn dood gepubliceerd in 1961. Kort voor zijn sterven heeft Werumeus aan zijn zoon gevraagd of de publicatie van deze bundel (die al gepland stond maar nog niet gereed was) door Claudine Witsen Elias gedaan kon worden.

In haar nawoord (uit 1959!) schrijft zij onder andere: “Verder heb ik gemeend, de door hem met hand en tand verdedigde oude spelling te moeten handhaven. Toen we de titel eens bespraken, zei hij die zoveel over de dood heeft geschrevenen er dus zelden over sprak? ” ‘Winter-aconiet’ is een toepasselijke naam – eind en begin” Hiermee doelend op de zekerheid, dat het laatste jaargetijde van zijn leven en dichterschap was aangebroken, maar dat de dood het einde niet is.”

In deze bundel staat het gedicht ‘Gebed voor oudejaarsnacht’ maar ja daar is het nu te laat voor, dus koos ik uit de bundel voor het gedicht ‘Regeerende maand’. Meteen al een voorbeeld van de oude spelling waar Witsen Elias in haar nawoord over schrijft. Dit gedicht is opgedragen aan Sapfo. Ook hier een oude schrijfwijze voor Sappho (ca. 630- ca. 570 voor Chr.), zoals wij haar kennen.

Sappho was een archaïsche Griekse dichter uit Eresos of Mytilene op het eiland Lesbos. ​​Sappho staat bekend om haar lyrische poëzie , geschreven om gezongen te worden terwijl ze begeleid werd door muziek. In de oudheid werd Sappho algemeen beschouwd als een van de grootste lyrische dichters en kreeg ze namen als de ‘Tiende Muze’ en ‘De Dichteres’. Het grootste deel van Sappho’s poëzie is  verloren gegaan en wat er nog over is, is grotendeels in fragmentarische vorm bewaard gebleven; alleen de Ode aan Aphrodite is zeker compleet.

.

Regeerende maan

 

Aan Sapfo

 

Hemel-bestijgende maan die mijn bloed

Iedere maand opnieuw regeert

In de vele slapelooze nachten,

Minnares die het hart begeert

Als de goden verwachten.

.

Eindeloos, in de miljoenen jaren

Is het zoo geweest, en zoo zal het zijn:

Maan-verlichte lieveling, mijn slaap-dief:

Als ik denk aan de glans op de starre borsten

Komt mij dorst in de keel te staan. –

.

Luule voor een special

Rupi Kaur en een vraag

.

In 2014 publiceerde Indiaas-Canadese Rupi Kaur (1992) haar eerste bundel ‘Milk and Honey’ (in het Nederlands in 2018 vertaald door Anke ten Doeschate als ‘melk en honing’) en de rest is geschiedenis. Inmiddels is ze wereldberoemd, heeft miljoenen volgers op social media en zet ze zich in voor vrouwen(rechten) en spreekt ze zich uit tegen misbruik van vrouwen.

Toen ik haar bundel ‘melk en honing’ nog eens doorlas merkte ik twee dingen. Allereerst was het haar taalgebruik en het poëtisch gehalte van haar gedichten. Dat is op zijn zachts gezegd nogal mager. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat haar poëzie als geen ander kan dienen als opstapje naar wat complexere poëzie. Daarna bedacht ik me dat wat wij doen met @l.uule op Instagram en achterop @mugzines met de Luule die we daar plaatsen, eigenlijk ook iets dergelijks is. Een Luule is een kort grappig, pittig, verwarrend of gewoon mooi gedicht, een aantal poëtische regels of een vorm van statement. Veel van wat ik lees in ‘melk en honing’ voldoen aan die voorwaarden. Daarom hier een paar voorwaarden gevolgd door een vraag.

.

je ziet eruit alsof je ruikt

naar honing en geen pijn

mag ik daar een hapje van

.

je lichaam

is een museum

van natuurrampen

besef je wel

hoe fenomenaal dat is

.

zoek niet naar heling

aan de voeten van degenen

die je gebroken hebben

.

Dan nu mijn vraag naar aanleiding van bovenstaande korte gedichten. Voor een @l.uule zoeken we naar dichters die een luule willen aanleveren. Kijk eens op Instagram bij @l.uule en laat je inspireren. Stuur je luule naar mugazines@yahoo,com en maak kans op plaatsing van je luule in een special die wij van MUGzines gaan publiceren begin van 2025.

.

Albert Hagenaars

Snijpunt Snijvlak

.

Albert Hagenaars (1955) ken ik al lang als dichter, schrijver en recensent van NBD Biblion (werk dat, schande!, tegenwoordig door AI wordt gedaan), zo schreef hij de aanschaf informatie voor mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’.  Maar ik ken hem ook uit Bergen op Zoom waar hij zijn culturele activiteiten als beeldend kunstenaar en galeriehouder begon (en waar ik regelmatig een gevelgedicht van hem tegen kom).
In 1980 koos hij echter voor de literatuur. Literair werk van zijn hand verscheen in tijdschriften als De Tweede Ronde, Literair Akkoord, Maatstaf en Raster. En nu ook in MUGzine nummer 25

Enkele bundels verschenen integraal in een andere taal: het Engels, Frans, Indonesisch en Roemeens, losse gedichten ook in het Duits, Pools en Spaans.
In MUGzine #25 verschenen twee nieuwe gedichten (een dubbelgedicht) van hem getiteld ‘Snijpunt Snijvlak’ te lezen op mugzines.nl  en uiteraard in de papierenversie van MUGzine. Omdat niet iedereen dit leest hieronder deze gedichten.

.

SNIJPUNT

Dit woord of die woorden?

Deze borst en benen of dat lijf?

Taal kent geen grenzen,

zij steekt ze in gedachten over

in andermans verstijven.

Liefde zonder keuze is taal

gezwollen van tekort

in man na man na vrouw,

op het snijpunt van het lot.

Albert Hagenaars

SNIJVLAK

Deze woorden of dat woord?

Dit lijf of die borsten en billen?

Liefde kent grenzen,

hij denkt aan andervrouws taal

tussen zwellende lippen.

Niet talen naar een keurslijf

is graaien voor wie zich verliest

in vrouw na vrouw na man,

op een snijvlak van een toeval.

Albert Hagenaars

.

1 januari 2025

Toyo Shibata

.

Ik wil al mijn lezers vanaf deze plaats een heel mooi, gelukkig, poëtisch en gezond nieuwjaar toewensen. Blijf elke dag poëzie lezen en dan komt het vast goed dit jaar. Mijn nieuwjaargedicht komt van een Japanse dichter.

Waar ik eerder al schreef over de bijzondere (wegens de leeftijd waarop ze debuteerde namelijk 98 jaar) Japanse dichter Toyo Shibata (1911-2013), en daar een Engelstalig gedicht bij plaatste, wil ik vandaag graag een gedicht in een Nederlandse vertaling van haar plaatsen. In de bundel ‘Geef de moed niet op’ gedichten van een 100-jarige, staan haar gedichten in een vertaling van Luc Van Haute.

Ze werd 101 jaar oud en heeft nog veel van haar succes meegemaakt. Over haar fans zei ze: ‘Er bloeide een bloem uit een eeuwenoude boom, en dat allemaal dankzij jouw steun. Nu heb ik een souvenir om mee te nemen naar het hiernamaals, waar ik over kan opscheppen tegen mijn man en mijn moeder.’ Het gedicht dat ik koos uit deze bundel is getiteld ‘Nieuwjaarskaart’ . Vandaag, op deze eerste dag van het nieuwe jaar daarom dit gedicht.

.

Nieuwjaarskaart

.

Iedere eerste dag van het jaar

denk ik terug

aan je vader

en hoe hij mompelde

‘Zo te zien

maakt hij het goed

Nou, mooi zo’

En intussen las en herlas hij

jouw nieuwjaarskaart

.

Als jullie elkaar zagen

maakten jullie ruzie

Maar weet mijn zoon

dat je vader altijd aan je dacht

.

Een nieuw jaar

Toon Tellegen

.

Zoals elk jaar stuurt de CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) ook dit jaar weer rond de kerstdagen een geprint gedicht toe aan haar relaties. In 2024 was dit een gedicht van Judith Herzberg, in 2022 een gedicht van Alfred Schaffer, in 2021 een gedicht van Lieke Marsman en in 2020 een gedicht van Charlotte Van den Broeck. Dit begint een mooie traditie te worden.

Dit jaar is het eindejaarsgedicht geschreven door Toon Tellegen (1941) getiteld ‘Een nieuw jaar’.

.

Een nieuw jaar

.

Het is bijna zover

en een man dacht dat er iets ging beginnen,

iets wat niet kon beginnen, niet mocht beginnen,

iets met lente.

met water,

met vrijheid

.

en een engel sloeg hem neer

en zei:

er is geen beginnen,

er is nooit een begin geweest

.

en vrijheid werd aan een stuk hout gebonden

en losgelaten,

zodat iedereen haar kon zien,

ze hing hoog in de lucht tussen de wolken,

dreef langzaam weg

.

en de man kroop over de grond,

stilstand klemde zich aan hem vast,

en hij kromp ineen

tot hij een stofje was

en met zijn stoffigheid pronkte, lonkte

.

en het werd zomer, water werd vuur.

.

 

De zwaluwen zijn dit jaar niet gekomen

Robin Veen

.

Dichter, computerkunstenaar en fotograaf Robin Veen ken ik al een lange tijd. In 2016 was hij een van de genomineerde dichters die streden om de Ongehoord! poëzieprijs. Toen al viel hij me op door zijn vormvaste poëzie. In het ‘geweld’ van vrije poëzie-, prozapoëzie- en spoken worddichters is hij, net als een aantal light verse dichters een dichter die vast houdt aan de vaste vormpoëzie, in zijn geval aan het sonnet. Ik heb altijd veel respect gehad voor dichters die zich vrijwillig de vaste vorm van dichten opleggen. Omdat het veel moeilijker is dichten in een vaste vorm en omdat ik het zelf nooit echt onder de knie heb gekregen. Ik heb weleens een sonnet geschreven waar ik tevreden over was maar moest dat heel erg veel moeite voor doen. In die zin is het naast een creatief proces ook een ambacht.

Robin Veen (1953) beheerst deze creatieve ambachtelijke vorm van dichten als geen ander. Pas geleden verscheen bij uitgeverij U2pi in het open fonds, de bundel ‘De zwaluwen zijn dit jaar niet gekomen’. Op de achterflap  staat te lezen dat Veen door twee herseninfarcten gestopt is met dichten. Het gaat niet meer. Dat zijn laatste gedichten, zijn laatste sonnetten nu zijn gebundeld in deze bundel verdient een compliment aan Jos van Hest en Monica Boschman die de redactieraad vormen van het open Fonds.

De bundel is opgedeeld in een aantal hoofdstukken met titels als ‘De leugen van het licht’, ‘De wolken worden mist’, ‘Het ritme van verlangen’, ‘De dromers van het woord’, ‘De tol van de consumptiemaatschappij’ en ‘Een oude man spoelt aan’. Uit de titels van deze hoofdstukken, is de reis die Robin Veen maakt in deze laatste bundeling gedichten meteen duidelijk. Dit zijn woorden van een dichter die afscheid neemt van de poëzie en die komen aan.

Ik betrap mezelf erop dat door de vorm, het sonnet, de boodschap van gedichten met een zware lading, lichter worden, beter verteerbaar. Dat is de verdienste van Veen. Een voorbeeld zijn de laatste twee strofes in het gedicht ‘Furie’.

.

En ik besef: het allerbeste is

nog altijd rustig blijven, maar ik mis

de kalmte en ik kan er niet om heen

.

dat er voor mij geen sprankje hoop meer gloort.

De aarde dreunt, de kudde dendert voort.

Ervaring leert: een gnoe komt nooit alleen.

.

Op de achterflap van de bundel staat te lezen: “Ze zijn onverbiddelijk, de sonnetten van Robin Veen, Hard als aarde, zacht als water, razend knap van taal. Zijn gedichten getuigen van een vergeefs verlangen. Ze geven je klappen op je donder (waar die ook zit) en aaien je ziel (als je die hebt). En af en toe moet je nog lachen ook.” Gevold door een vraag die door het voorgaande eigenlijk al beantwoord is: “Hoe kan een dichter tegelijkertijd zo genadeloos en troostrijk zijn?”

Het laatste gedicht in deze bundel is voor mij de perfecte afsluiting van de reis die je aan de hand van de gedichten van Veen maakt. Het gedicht ‘Eiland’ eindigt met de zinnen: Het water zwijgt. Een oude man spoelt aan. De dichter Robin Veen zwijgt, maar hij spoelt aan, levend en wel. Zijn leven zal er vanaf nu anders uitzien, Veen blijft creatief op het gebied van de fotografie ( het omslag van de bundel is van zijn hand). In het omslag herken ik een combinatie van ‘De schreeuw’ van Edvard Munch en schilderijen van Dali. Van de dichter Robin Veen is dit zijn afscheid, van de fotograaf denk ik nog vaker iets te gaan zien of horen.

Mijn conclusie na het lezen van deze bundel is dat ‘De zwaluwen zijn dit jaar niet gekomen’ een groot publiek verdient. Liefhebbers van vorm en inhoud zijn bij deze bundel aan het juiste adres. Elk gedicht weer appelleert aan mijn liefde voor poëzie, veel gedichten wil ik na lezing onmiddellijk nog eens lezen. Een bundel om te koesteren en na lezing zo nu en dan nog eens ter hand te nemen als herinnering aan hoe bijzonder poëzie in de sonnetvorm kan zijn.

Tot slot nog een gedicht uit deze bundel die me zeer aanstaat en waarin Veen zichzelf (en de ‘dichter’) op de hak neemt getiteld ‘Stilte’.

.

Stilte

.

De dichter geeft aan stilte een geluid.

Dit kleine woord dat, als je hardop spreekt,

ontegenzeggelijk zichzelf verbreekt,

verdraagt dus nooit een klank. wat erop duidt

.

dat de poëet dus wel een ijdeltuit

moet zijn die anderen de loef afsteekt

die literair zijn anus heeft gebleekt.

Zijn voordracht tekent hem ten voeten uit.

.

Hij vindt zichzelf behoorlijk geniaal

als hij de stilte mooi verwoordt in taal

die mijlenver de inhoud overstijgt

.

en als hij dan uiteindelijk weer zwijgt,

blijkt dat de luisteraars, moe van zijn dwepen,

er stilletjes van tussen zijn geknepen.

.