Site-archief
Gedeelde smart
Lévi Weemoedt, dichter van de maand
.
Van de dichter van de maand februari, Lévi Weemoedt, koos ik vandaag een gedicht uit zijn debuutbundel ‘Geduldig lijden’ uit 1977 getiteld ‘Gedeelde smart’.
.
Gedeelde smart
.
De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.
Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.
Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.
Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.
.
Dichter van de maand Februari
Levi Weemoedt
.
De dichter Levi Weemoedt (1948, Vlaardingen) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden en heeft dertien jaar als leraar Nederlands voor de klas gestaan. Omdat hij hierin niet voldoende voldoening vond, stopte hij met lesgeven. Weemoedt is schrijver van tragi-komische korte verhalen en dito gedichten die veelal in en rondom Vlaardingen spelen. Ook was hij als medewerker verbonden aan het ‘Algemeen Dagblad’ en publiceerde hij in Renaissance dat in 1996 door Look J. Boden was opgericht. Verder was Weemoedt van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures, later, in de jaren ’80 schreef hij in ‘Mare,’ het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden. Weemoedt debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Geduldig Lijden‘, een jaar later gevolgd door ‘Geen Bloemen’ en ‘Zand Erover’ (1981). Zijn werk werd in 2007 verzameld in ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’. Na 1999 werd het stil rond Weemoedt tot in 2007 de verzamelbundel ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’ werd gepubliceerd met o.a. 40 nieuwe gedichten gevolgd door ‘Met enige vertraging’ in 2014.
Uit de bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 koos ik voor het gedicht ‘Brave soldaat van D.’ .
.
Brave soldaat van D.
.
Ik draag de hemden af van H. van Duijvenbroek:
KL-soldaat, zo laat het merkje mij weten.
Hij kwam in ’60 op, en hij verliet de troep
in ’62. Zo goed als niet versleten.
.
Van Duijvenbroek is in die twee jaar tijd
één maat gegroeid. Misschien beviel het koken
van de kazernekok. Zijn hemd bleef uit de strijd.
Er zit één gaatje in, maar dat is van het roken.
.
Op avonden dat ik te gast moet wezen
op lezingen of in de Boekenweek,
vraagt iemand soms: ‘Weemoedt, wat moet ik lézen?’
Dan zeg ik: ‘Sorry, ‘k ben een slechte bibliotheek….
.
Maar hoort u het ooit prijzen: vermijd beslist het boek
‘Oorlogsmemoires’. Door H. van Duijvenbroek.’
.
Wat ons had kunnen zijn
Poëzieweek 2018
.
De Poëzieweek van 2018 is alweer achter de rug. Een week boordevol aandacht voor de poëzie, wedstrijden, prijswinnaars, podia, voordrachten en artikelen over poëzie in vele verschillende media. Een week is al meer dan, alleen, een Gedichtendag maar nog steeds is alles wat met poëzie te maken heeft gepropt in die ene week. Ik pleit dan ook, nog steeds, voor een Maand van de poëzie. Zoals ze bijvoorbeeld in de Verenigde Staten kennen (The Poetry Month).
En natuurlijk is ook het Poëzieweekgeschenk weer weggegeven. Dit jaar was dit de bundelde van Peter Verhelst met de titel ‘Wat ons had kunnen zijn’.
Veel poëzieliefhebbers zullen in de poëzieweek een poëziebundel hebben aangeschaft, misschien wel om dit geschenk te verkrijgen. Twee voor de prijs van één. Maar er zullen ongetwijfeld ook een hoop liefhebbers van de dichtkunst zijn die dit niet hebben gedaan. Die mensen zou ik willen zeggen, ga alsnog naar je boekhandel, koop daar een poëziebundel van je keuze (er is zoveel moois om uit te kiezen) en vraag de boekhandelaar alsnog om de bundel van Verhelst.
Om je alvast n de stemming te brengen (en alsnog over te halen) hier een gedicht uit de bundel.
.
Souffleur
.
Wat ons had kunnen zijn:
.
onder al ons roepen zwijgt de man
die hier niet was
over de vrouw die hij heeft gekend,
.
en roept onder al ons zwijgen de vrouw
die hier is geweest
met de man die ze nooit heeft ontmoet.
.
We zitten elk in een kamer uit te kijken
over de zee naar wat daar opduikt, zonlicht,
maar we weten niet wie we zijn,
nooit zien we wie uit het water komen
en zonder onze naam te kennen naar ons kijken.
Tot de branding wit wordt
en ze weer wegzwemmen.
.
Zo graag
.
had ik iedereen behoed voor het ergste, maar
het beste moest nog komen.
.
Solliciteren
Ingmar Heytze
.
Het is alweer de laatste zondag van de maand en dus de laatste keer Ingmar Heytze als dichter van de maand januari.
Vandaag koos ik voor een wat ouder gedicht van Heytze uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 getiteld ‘Solliciteren’.
De dichter van de maand februari zal Levi Weemoedt zijn.
.
Solliciteren
.
Nog nooit zo tergend opgegeten
als tijdens dit gesprek
door een driedelige gedaste bidsprinkhaan.
Woorden stuiten op tafel, knikkers vallen
op een glasplaat. Hij neemt slokken
van mijn levensloop en boert onaangedaan.
Hij rolt mij in. Hij steekt mij aan
en rookt mij op. Dan mag ik gaan.
Later belt men mijn stoffelijk overschot.
Ik heb de baan.
Vos onder ijs
Dichter van de maand januari
.
Vandaag koos ik als gedicht van de dichter van de maand januari Ingmar Heytze het gedicht ‘Vos onder ijs’ dat ik las in de dikke verzamelbundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. Dit gedicht verscheen eerder in o.a. ‘Alle goeds’ uit 2001.
.
Vos onder ijs
.
Deze winter, bij het schaatsen:
vos onder ijs.
Twee glazen ogen keken op
.
alsof hij zo omhoog zou springen
met open bek
als het plotseling zomer werd.
.
Ik vlucht voor honderd boeren.
Water breekt.
Ik zwem mij langzaam dood.
.
Mijn laatste woorden zijn gedacht
ik kan niet meer
en spreken gaat niet hier.
.
Het is eenzaam. Aan deze kant.
Van het papier.
Het is zo eenzaam hier.
.
Alle Poëten
Esther Jansma
.
In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.
De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.
.
Hoogtevrees
.
Ze ligt met een landschap van een man
in bed. Hij is enorm en zij
heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.
.
Verkleind tot een verliefde kleuter
klautert ze rond: tong in zijn oor,
spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –
.
ze hoort niets. Een landschap praat niet.
Hooguit gromt het zachtjes, liggend
op de rug, zichzelf, waardig.
.
Eigenlijk zijn we
Hans Andreus
.
In 1974 verscheen van de dichter Hans Andreus (1926 – 1977) de bundel ‘Twaalf liefdesgedichten voor Lukie’, Witte netten van zon en maan. Daarin stond het gedicht ‘Eigenlijk zijn we’. In de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen dat verscheen in 1980 is dit gedicht ook opgenomen en dat is maar goed ook want van het oorspronkelijke werk kon ik niets terug vinden. En het gedicht is te mooi om verloren te gaan. Mede daarom deel ik het vandaag op dit blog.
.
Eigenlijk zijn we
.
Eigenlijk
zijn we
een fijne
schommeling
.
van liefde,
een en-
zovoort
van
.
beweging en tegen-
.
beweging
tot ‘t
.
hoogste
punt van rust.
.
Alles is langzaam aan het vallen
Laura Vazquez
.
De Franse schrijfster en dichter Laura Vazquez (1986) is een literaire duizendpoot. Ze schrijft poëzie die ze via haar website http://www.lauralisavazquez.com, met de buitenwereld deelt, publicaties in tijdschriften, voordrachten, muziek en videofilmpjes. Ze heeft reeds 5 bundels gepubliceerd, de laatste zijn ‘Menace’ (2015) en ‘Oui’ (2016).
Het webtijdschrift ‘Terras’ heeft in 2012 aandacht aan haar werk besteed. Eva Wissenburg (1990), literair vertaalster, heeft toen een aantal van haar gedichten vertaald. Het gedicht ‘alles is langzaam aan het vallen’ is één van deze door haar vertaalde gedichten van Vazquez.
.
alles is langzaam aan het vallen
.
het huis is langzaam aan het vallen, het is langzaam aan het vallen, de kinderen zijn langzaam aan het vallen, ze zijn langzaam aan het vallen, hun monden zijn langzaam aan het vallen, de monden van de kinderen zijn langzaam aan het bewegen, en hun benen zijn langzaam aan het vallen, hun benen zijn langzaam aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze valt, ze is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze is zachtjes aan het vallen, al een hele tijd, al een lange tijd, het huis valt en de mensen vallen, de monden vallen en de mensen vallen
en de onderkant van de ogen, en de bovenkant van de buik, en de binnenkant van de buik, en de binnenkant van de wangen, en de bovenkant van de wimpers, en de bovenkant van de handen, en de binnenkant van de voeten, en de onderkant van de tafels, en de onderkant van de borsten, en de bovenkant van de graven, en de bovenkant van de schedels, en de onderkant van het ik, en de bovenkant van het ik, en de bovenkant van de buiken, en de onderkant van de buiken, en de binnenkant van de buiken, alles valt valt, alles is langzaam aan het vallen, de stenen vallen, en de verbanden, en de verhalen, en de voorwerpen, en de vloeistoffen, en de beken, en de slangen, en de vloeistoffen, en het speeksel, alles valt valt
alles is langzaam aan het vallen, in de organen, in de huizen, in de verbanden, het is de wending, het is de weg, het is de methode, het is de cadans, het is een verband, het is een idee, het is een probleem, het is een idee, het is een weg, het is een gesprek, het is een relatie, het is een weg, het is de wending, het is de methode, het is de cadans
alles valt valt, alles is zachtjes aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, alles is zachtjes aan het vallen, in de huizen, in de perken, in de bossen, in de verhalen, in de woorden, en zonder stoppen, en zonder snelheid, en zonder kabaal, en zonder denken, en zonder lijden, het is de wending, het is wat valt
en de onderkant van de armen, en de idee van de gezichten, en de idee van de schaamte, en de idee van de vloeistoffen, en de vloeistoffen zelf, en de langzame mensen, en de goede mensen, en het leven is heel langzaam, en het leven is gevallen, en het leven is heel rustig, en het leven is heel zwaar, en het leven is het leven, en het leven is gevallen, en het leven is bezig te vallen, maar langzaam
alles is langzaam aan het vallen, in de mensen, en in de kelen van de mensen, en in de buiken van de mensen, en alles slokt alles slokt de mensen op, en in de keel en langzaamaan, en alles gaat in de keel maar langzaamaan, in het huis van de mannen, in het huis van de wolven, in het huis van de moeders, in het huis o zo donker, alle moeders donker, je geeft elkaar water, je geeft elkaar takken, je geeft elkaar brood, en alles valt erbovenop
.
Maar we zouden niet vergeten dat
Bert Schierbeek
.
In 1970 sterft Bert Schierbeeks tweede vrouw Margreetje bij een auto-ongeluk. Als gevolg van dit noodlottige ongeluk schrijft Schierbeek geruime tijd niet meer. Wanneer hij in 1972 met nieuw werk komt, zijn dat dichtregels. Geen proëzie meer, zoals zijn experimentele mix van poëzie en proza door hem genoemd werd, maar een bundel vol aarzelende, sobere, emotionerende verzen. Deze nieuwe bundel met als titel ‘De deur’ is een bundel waarin de dichter haperend en stamelend letterlijk naar woorden voor zijn verlies zoekt.
De bundel ‘De deur’ wordt uiteindelijk zijn meest succesvolle bundel. Uit deze bundel (mijn exemplaar is een 7e druk uit 1997) het gedicht met de beginregel ‘maar we zouden niet vergeten dat’.
.
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten
.
















