Site-archief

Uitgesproken

Marc Tritsmans

.

Ik heb heel veel respect voor dichters die full time dichter zijn en voor wie alles moet wijken (betaald werk vooral) om zich volledig op de poëzie te kunnen storten. De meeste dichters die ik ken hebben er, zoals ook de meeste kunstenaars, gewoon een betaalde baan naast om van rond te komen. Want laten we wel zijn, van poëzie leven, ik geef het je te doen.

Wat ik heel leuk vind is om te lezen wat dichters ‘ernaast’ doen. Vaak is dit iets wat wel raakvlaken heeft met poëzie (docent Nederlands, columnist/schrijver van proza, redacteur van een tijdschrift of bij een literaire organisatie, taalwetenschapper, vertaler) maar leuker is het als het eigenlijk ver af staat van wat poëzie is. Zoals Leo Vroman (bioloog en hematoloog), Pierre Kemp (plateelschilder en loonadministrateur bij de kolenmijnen), Jan Lauwereyns (neurowetenschapper), Samir Hanssen (Nanoschaaltechnoloog) en Johann Wolfgang von Goethe (natuurwetenschapper). Maar er kan een nieuwe dichter aan dit zeer summiere lijstje worden toegevoegd worden namelijk tandheelkundige en dichter Marc Tritsmans (1959) die ook nog werkt als milieu- en duurzaamheidsambtenaar .

Deze Vlaamse dichter debuteerde in 1992 met de bundel ‘De wetten van de zwaartekracht’ waarna meerdere bundels volgden. De belangrijkste literaire prijs die hij kreeg was de Herman de Coninckprijs voor ‘Studie van de schaduw’ in 2011. Hij publiceerde verschillende gedichten in ‘Hollands Maandblad’, ‘NWT’ en ‘De Tweede Ronde’ en hij staat met maar liefst 7 gedichten in ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ samengesteld door Gerrit Komrij.

Uit de dichtbundel ‘Studie van de schaduw’ uit 2010 komt het liefdesgedicht ‘Uitgesproken’.

.

Uitgesproken

.

praat met mij en doe dat
honderduit, vertel me zwijgend
waarover een leven gaat
hoeveel tederheid er nodig is
en adem gulzig tot het eind
spreek dit lichaam zonder
een spoor van schroom, spreek
het, spel het volledig uit
laat me duizelen breng me
in totale ademnood geef je
eindelijk helemaal bloot

.

Borsten

Yannick Dangre

.

Ik mag graag browsen. En dan in de betekenis die ik ooit leerde op de Bibliotheek- en Documentatie Academie; zonder specifiek doel rondstruinen in informatie. Dat doe ik in boeken, dichtbundels maar ook op internet. Al browsend kwam ik een dichter tegen waarvan ik al eens gehoord had maar waarover ik nog niet geschreven had. Daar gaat nu verandering in komen. Het betreft hier de Vlaamse dichter Yannick Dangre (1987).

Yannick Dangre is schrijver van romans en korte verhalen maar ook dichter. Zijn debuutbundel ‘Meisje dat ik nog moet’ (2011) werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs. Poëzie verscheen in ‘Het Liegend Konijn’, ‘Met Andere Zinnen’ en ‘Deus Ex Machina’. In 2014 verscheen van hem de dichtbundel ‘Met terugwerkende kracht’ waaruit ik het onderstaande gedicht ‘Borsten’ nam en in 2017 verscheen ‘Nacht en navel’ dat opnieuw goede recensies kreeg.

.

Borsten

.

Hij kijkt verwonderd naar mijn borsten en ik lach
omdat er zoveel is wat hij nog niet snapt
(menstruatie, afgedragen vaders, buitenspel, buikvel
na de dracht), dus vertel ik hem

.

dat meisjes, ze zijn dan ongeveer twaalf, hun moeders beginnen
op te rapen. Steeds valt er een stukje van hen af
(in de plaats komt een rimpel, dat is een lijntje inzicht
in hun verdriet) en nemen dochters trots
hun vormen over.

.

Mijn zoon knikt plechtig, lijkt zelfs even te verstaan
dat ik weer op het schoolplein sta waar iedereen schreeuwde
dat zij de grootste had (niemand wist dat het later,
als je eerste man je inhaalde, ging om wie de hoogste had)

.

‘En jongens dan?’
‘Van jongens weet ik niets,’ zeg ik
en verder niets. Ik wil niet dat hij zich later verwijt
vaders te begrijpen.

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen

Lies van Gasse

.

Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze schreef onder andere de bundels ‘Hetzelfde gedicht steeds weer'(2009), ‘Brak de waterdrager’ (2011), ‘Wenteling'(2013), ‘Zand op een Zeebed’ (2015) en ‘Wassende stad’ (2017). Met ‘Brak de waterdrager’ won ze de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor poëzie, met ‘Wenteling’ werd ze genomineerd voor de Pernathprijs.

Van Gasse profileert zich ook met mengvormen van poëzie en beeld. Zo verraste ze met de graphic poems ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’ (i.s.m. Peter Theunynck) ,waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en schreef ze met Annemarie Estor aan het multimediale epos ‘Hauser’.

In het gedicht zonder titel uit haar bundel ‘Wassende stad’ geeft Lies Van Gasse op een eigenzinnige manier gestalte aan het wezenlijk romantisch levensgevoel dat iedereen weleens overvalt, dat al wat mooi was in ons leven, in onze relatie met een ander misschien wel voorgoed verleden tijd is, dood is.

Wil je de analyse van onderstaand gedicht in zijn geheel lezen ga dan naar https://poezieleesgroep.wordpress.com/analyse-van-enkele-gedichten-6/

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
als ik het in mijn hand kon houden vergeten
hoeveel wegen ik wil trekken in de lijnen
van die hand ik ben mijn oorsprong vergeten
de stappen die ik sindsdien heb gezet en die
me het strak gechronometreerde leven in hebben
geleid vergeten dat ik kon vergeten ik ben

bijna vergeten hoe een lichaam voelt
wanneer ik het opbouw uit de vlakken
van mijn hand vergeten hoe een zijwaartse vlam
een schouder kan belichten vergeten
hoe ik vergat de verdwaalde lok over je gezicht
het spannen van je hoekige kaaklijn je
in rust zelfs bewegende handen vergeten –

we leven in een zelfde bacteriële werkelijkheid

wat die hand met dat lichaam kan doen
hoe we kinderen op de wereld zetten
om die te vergeten, vergeten hoe

een blik in het ijle een streling van zon
regen die valt als onverwacht applaus

.

MUG #4

De nieuwe MUG is uit!

.

Het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, MUGzine is er weer! Nummer 4 bevat gedichten van Elfie Tromp, Runa Svetlikova, Mark Boninsegna en Elianne van Elderen en beeldend werk van kunstenaar Frans Franssen.

We hebben de dichters gevraagd om zich met hun poëzie te buiten te gaan aan een uitbundige, overrijpe, vrolijke omarming van het leven, juist nu, in deze tijd waarin de sluizen dichtgaan en iedereen weer onder de grond kruipt. Weg met die muffigheid, de winterslaap is nog ver en wij dromen het liefst met onze poriën wijd open. Laat de muggen nog een poosje rond ons hoofd zoemen, nu we het zoomen der dagen zo zat zijn.

Benieuwd? MUGzine is gratis te downloaden op http://mugzines.nl. Ook is er weer een papieren editie in een oplage van 100 stuks. Wil je een papieren MUG ontvangen of wil je als donateur verzekerd zijn van elke editie in je brievenbus stuur dan een mail naar mugazines@yahoo.com

Wil je een minimagazine cadeau geven? Omdat je iemand wil bedanken of zomaar dan kun je een MUGzine naar keuze laten toesturen in een fraai vorm gegeven Japans envelopje. Voor meer informatie mail je naar mugazines@yahoo.com

De volgende, en voor dit jaar laatste, editie wordt verwacht in december 2020. Volg MUGzine via Twitter (@Mugzines) en Instagram (@mugzines en @L.uule).

Van één van de dichters in MUG #4 Runa Svetlikova hier alvast een gedicht getiteld ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’.

.

Een spiegel ziet zichzelf niet
.
Ook al neig je naar oplossen, laat je niet
schenken. Even ben je alles voor iedereen die gulzig is
.
weet je precies waar je de vinger legt of een schijfje
stilte. In het glas van de ander schitter je moeiteloos
.
maar het is een kwestie van tijd voor je jezelf
met brede gebaren omstoot, je tussen wat kapot is en
.
de kieren door van tafel druipt het klamme donker in
waar je te midden van de schuifelende voeten
.
misschien nog wel je handtas maar
nooit je eigen vorm terug zal vinden.

..

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

Ellen Lanckman

Ze houdt niet van taal, ze is taal

.

Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie  gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.

Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.

Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’:  “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.

Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.

.

Gisteren wilde ik je bellen

om te kijken of er nog restjes zijn

van die keer

dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.

.

Misschien lig ik ergens

onder je bed, opgekruld

tussen het stof

en andere vergane dromen.

.

Of verdwaald

in het kuiltje van de matras, daar

waar mijn lichaam het jouwe vond.

Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.

.

Maar al zou je me zoeken,

en zelfs vinden,

dan weet ik: Van jou

ben ik nooit helemaal

.

teruggekeerd.

.

 

Altijd vers verlangen

Margaret Bennet

.
Via dichtersvriend Hervé Deleu kreeg ik de tip om eens contact te zoeken met Margaret Bennet uit Namibië. Margaret Bennet is radiopresentator en ze maakt een programma over poëzie en muziek en is daarnaast dichter. Ik stel me zo voor dat ze dat doet op de manier zoals Sabine Kars en Mas Papo dat deden in Zutphen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/10/21/bibliothecarissen-poezie-en-muziek/ .
Het radioprogramma bestrijkt poëzie in het Afrikaans, het Nederlands en het Engels.
Ze schreef me dat ze meer dan 1500 gedichten heeft geschreven en dat ze graag contact wil leggen met Europese dichters (zoals Hervé bijvoorbeeld).
Haar werk is te lezen op een Facebookgroep met de naam https://www.facebook.com/groups/711659895923053/  Dit is een privégroep dus als je ze wil kunnen lezen dan moet je even vragen om lid te worden.
Ik heb alvast een gedicht van Margaret van haar pagina genomen om met jullie te delen. Het gedicht ‘Altijd vars verlange’ of in het Nederlands ‘Altijd vers verlangen’ kun je hieronder lezen.
.
Altyd vars verlange
.
dis dae soos vandag
wat ek verstaan van
– alkoholisme –
bottels vol nagmaalwyn
en dié tipe goed ..
die lewe sny aardkors
gemors …
– ewenaar afgrond diep –
deur die psige van
jou geloof ..
en spoeg jou geelskuim
– jellievis vierkante –
op die strand van vergaan
terwyl jy dáár bid
vir springgety …
ja,
vandag,
kan ek net bloedvloei-desperaat
vasklou,
aan die alomteenwoordigheid,
van net EEN wat verstaan,
die Heelal-Dirigent,
wat wéét
van alkohol dae …
– dit reeds oorwin het –
namens my …
.
Altijd vers verlangen
.
Het zijn dagen als vandaag
waar ik begrip voor heb
– alcoholisme –
flessen vol nagmaalwyn
en dit soort dingen..
Het leven snijdt aardecors
rotzooi…
– evenaar afgrond diep –
door de psychologie van
jouw geloof..
en spuug je gele schuim
– kwallen sqft –
Op het strand van vergaan
terwijl je daar aan het bidden bent
Voor de lente tij…
ja ja ja ja hoor
vandaag,
Kan ik gewoon wanhopig doorbloeden
zielig,
naar de alompresence,
van slechts iemand die het begrijpt,
het universum dirigent,
Wat weet je ervan?
van alcohol dagen…
– heb het al veroverd –
namens mij…
.

Zonder

Sylvie Marie

.

In 2009 gaf uitgeverij Vrijdag in Antwerpen samen met uitgeverij Podium in Amsterdam de bundel ‘Zonder’ uit van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984, pseudoniem van Sylvie De Coninck). Over deze Belgisch-Nederlandse co-productie schreef Bouke Vlierhuis in een recensie op Meander:

Zo’n dadendrang, zo’n gevoel van urgentie, zo’n noodzaak tot scheppen als je voelt in deze poëzie en die je bij iedere regel het gevoel geeft dat er nog veel meer is, dat er nog honderd gedichten klaarliggen om op je afgevuurd te worden, dat vind je alleen bij een jonge dichter.

Alle reden dus om de bundel nog eens ter hand te nemen en er in te lezen. Al lezende kwam ik het gedicht ‘hermetisch’ tegen. Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.

.

hermetisch

,

‘er valt een haar van tussen

twee bladzijden van een boek

hoelang zat het er al?’

.

de menigte zwijgt, de micro ebt

hol de klanken weg, te traag

.

blijkt uit de dwaze ogen, blijkt uit geen lichaamstaal.

.

de dichter grijpt in (plots):

‘er is begin en eind wat telt, daartussen

is enkel nostalgisch gemijmer.

daarna kán getwijfeld worden.’

.

alweer geen applaus.

.

Impersant

Evy Van Eynde

.

In het rijtje dichtbundels van de laatste jaren mag er een zeker niet ontbreken en dat is de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, die werd uitgegeven door MUG books, mijn eigen kleine uitgeverij. Ik schreef er een lange recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/02/04/zal-ik-liefde-noemen/ en in die recensie noem ik het gedicht ‘Impersant’. Het woord alleen al intrigeerde me vanaf het begin dat ik het las in het manuscript van deze bundel. Het Vlaams woordenboek op internet geeft als betekenis ‘tegelijkertijd’.

Deze bundel van Evy is om vele redenen een kleinnood, en bij een kleine uitgeverij uitgegeven maar een groot publiek waardig. Na deze bundel volgde al snel ‘Amour Florale’ die ook zeer de moeite waard was.  Maar nu dus uit ‘Zal ik liefde noemen’ het gedicht ‘Impersant’.

.

Impersant

.

Mag ik je woorden ondertussen

plukken | plakken

op mijn lijf | waar de stilte

bijten sloeg

.

op het rijm (van mijn vel)

.

Mag ik je zinnen prikken

liefde lassen | in je adempoos

zodat je evenwel ( je kan het niet laten)

mij een blos | toedicht

.

op mijn zandbank

in de kamer met bloemetjesbehang

.

waar jij in een mirage

van vergeten dromen | op volle zee

voorbij komen zal

.

of niet?

.

Zij als inktvis

Hugo Claus

.

Over erotische poëzie zijn nogal wat meningen. Je houdt ervan of je houdt er niet van, zei ooit een dichter tegen mij. Maar eigenlijk kun je zoiets niet zeggen. Dat is net zoiets als zeggen dat je niks hebt met voetbal behalve als het Nederlands Elftal speelt. Eigenlijk zeg je dan: Ik hou niet van voetbal in het algemeen maar wel van het spel van het Nederlands elftal. En die nuance zou je ook richting erotische poëzie kunnen hebben. Ik schreef al vaak over erotische poëzie en gaf daar evenzoveel voorbeelden van. Dat ging van omfloerste beschrijvende Arabische poëzie, tot voorname klassieke poëzie en van redelijk platvloerse maar oh zo vermakelijke poëzie (‘Kutgedicht’ van Jules Deelder) tot aan erotische poëzie over planten (‘Amour Florale’ van Evy Van Eynde).

Wie het genre ook beheerste was Hugo Claus en ook weer op zijn heel eigen manier. In heel directe taal zonder franje, grof soms en duidelijk beschrijft hij in ‘Zij als inktvis’ het liefdesspel tussen de dichter en een vrouw.En ook hier is er de erotische spanning voelbaar terwijl er op poëtisch gebied ook veel te genieten valt. Het gedicht ‘Zij als inktvis’ komt uit de bundel ‘Het huis van de liefde’ uit 1999.

.

Zij als inktvis

.

Die inktvis met tongen en tieten

houdt van mij en ik van haar

uit lijfsbehoud.

Hoor mij blaten tegen haar gaten.

.

Als zij knipoogt met haar vele schele ogen

geeft zij licht in het water.

Zij heeft het altijd koud.

Ik nies terwijl ik grond verlies.

.

Zoveel tentakels, zoveel obstakels.

Misschien is het daarom dat ik haar zo bemin,

daarom zo grenzeloos wil vergeten

in haar klamme spleten

wat ooit mijn bestemming was

op het begrensde aardse gras.

.

Als ik haar nappen om mij voel sluiten

en haar zuigen merk tot in mijn merg,

wil ik knappen, kraken en verzuipen.

.

Ver van haar en haar doem en haar domein

en in de maat der mensen

ben ik ontmand en wandel wensloos als een hoen.

.

Alleen bij haar ben ik, alhoewel haar prooi,

een meester in het beestige.

Mijn zuurstof is haar onverbiddelijk groen.

.

                                                                                                                                                                                                                       kunstenaar: scribbletati