Site-archief

Luuk Gruwez

Kanker

.

Laat je door de titel van dit blogbericht niet afschrikken. Het betreft hier de titel van een gedicht van de Vlaamse dichter Luuk Gruwez (1953). Het gedicht komt uit de bundel ‘De feestelijke verliezer’ uit 1985 en iedereen die iemand is verloren aan kanker (zeker zoals in dit gedicht een jongere zij aan borstkanker) zoals ik, zal het met mij eens zijn dat dit een prachtig gedicht is.

.

Kanker (1)

.

God, herstel deze vrouw, zij is nog niet

voltooid. Zij moet mij nog ten grave dragen.

o, leg haar straks, al stijf van ouderdom,

met beide borsten in een kist.

.

ik weet dat U soms voorkomt in het wild

naast aasgier, lynx en tijgerkat:

fouilleer haar niet tot op het bot

of daar nog ergens kanker zat.

.

ook ik lijd honger aan haar lijf.

wees niet bekommerd om uw maal:

ik wil een ander kwijt in ruil voor haar.

ik wil een ander kwijt, of tenminste mij.

.

verliezer

4051_Gruwez Luuk

 

Poëziebus 3

Lies Jo Vandenhende

Lees de rest van dit bericht

Poëziebus 2

Michiel van Opstal

.

De tweede dichter die ik wil belichten en meegaat op de Poëziebustoer dit jaar is de Vlaamse dichter Michiel van Opstal. Michiel  studeert nog, voor leraar Nederlands en Engels. Hij schrijft gedichten en proza die hij voordraagt van op een podium tot op de tram. “Ik schrijf graag over dagelijkse dingen.” zo zegt hij. Zijn gedichten zijn heel beeldend en vrij zonder vaste vorm.

.

Al aarzelend

 .

de aarzeling hangt
tussen
woord en daad
gevolgd door meer woorden
ik weet het niet

U kan nu, heel filosofisch
wanneer weet men iets?

tja

paleizen worden ook maar gebouwd
met gebakken steen, glazuur
het is de fundering die
telt

ze mompelt: misschien
een bijna-woord
met minder daad

morgen stel je haar opnieuw
de vraag:
of ze je nog graag ziet

.

Michiel

poeziebuslogo

De Zeehond

Jos De Haes

.

Via Facebook kreeg ik van Bout Vercnocke een tip over de Vlaamse dichter Jos De Haes (1920 – 1974). De Haes was behalve dichter ook essayist en radiomaker. Hij publiceerde gedichten in het tijdschrift ‘Podium’ (1943-1944), waarvan hij hoofdredacteur was. Hij ontmoette er Frank Meyland, Anton van Wilderode, Hubert Van Herreweghen, en Christine D’Haen.

Daarna publiceerde hij in ‘Poëziespiegel’ waar hij Paul De Rijck, Hubert Van Herreweghen, André Demedts en Albert Westerlinck ontmoette. In 1950 werd hij recensent bij ‘Dietsche Warande en Belfort’ en werd in 1960 redactielid.

In 1961 werd hij diensthoofd van de literaire en dramatische uitzendingen van de BRT en werkte hij aan het programma ‘Vergeet niet te lezen’.  Hij publiceerde 4 dichtbundels en gedichten in verzamelbundels. Hij ontving onder andere voor zijn werk de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse  provincies, de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie en Guido Gezelle-prijs van de Koninklijke Vlaamse Academie.

Het gedicht ‘De Zeehond’ komt uit de cyclus ‘De Pool’ in de bundel ‘Gedaanten’ van 1954. De gedichten uit die cyclus zitten vol symboliek. Zo ook ‘De Zeehond’ waarin, kort gesteld, de mens vecht tegen de dood met de moed der wanhoop, als een zeehond die onder de ijskorst zwemt maar uiteindelijk toch het ademwak, het leven vindt.

De YouTube opname van Jo De Meyere komt uit een tv-uitzending van rond 1970.

.

De Zeehond

.

Het is te vinden in ’t ademwak

het ijsgat met de smalle schacht,

waardoor ik aan het oppervlak,

liggend in reukzout en koud water,

leven zuig uit sneeuwlichte nacht.

.

IJspegels brekend met mijn tand

zoek ik in ’t licht der sneeuw rondom

en vind haar Engel aan de rand

de vogel keizerpinguin staat er,

een kegel als Haar wijsheid stom

en als Haar eeuwig willen strak

.

Het is te vinden in ’t ademwak,

longpijp in ’t rustigste der vlezen,

diep ademhalen en genezen.

.

De-Haes-0

Karper

Ruth Lasters

.

In haar gedichten belicht de dichter Ruth Lasters altijd de plaats van de mens in de wereld. Met scherpte en zorgvuldige detaillering, maar ook met een innemende poëtische compassie roept ze een wereld op waarin wonderlijke gedachten en associaties de overtuiging van wetmatigheden aannemen.

Dit staat in zoveel woorden geschreven in de VPRO Gids bijlage over Poetry International bij Ruth Lasters (1979) , Vlaams dichter en schrijver. Zij publiceerde gedichten  in onder meer ‘Lava’, ‘Deus ex Machina’, ‘Revolver’, ‘En er is’, ‘Krakatau’, ‘NRC Handelsblad’, ‘Het Liegend Konijn’ en in de bloemlezing ’21 dichters voor de 21ste eeuw’. De redactie van het literair tijdschrift De Brakke Hond selecteerde in 2003 werk van de schrijfster voor de bundel ‘Mooie jonge honden’. In 2015 won een gedicht van haar hand de Turing poëzieprijs.

Uit ‘Lichtmeters’ waar ze de Herman de Coninckprijs 2016 voor won het gedicht ‘Karper’.

.

Karper

Dat niemand ooit de hele vorming van een ijsvlakte zag,
echt elke tel van hoe een vijver tot betreedbaarheid

stolt. Allicht is daar geen enkele totaalgetuige van, nu en
vroeger niet. Dat zekere raakpunt met

mensen uit eerdere tijden maakt hen plots nabij, alsof ze door
de troebele ijsspiegel naar mij kijken. Vooral in het midden

bij de vastgevroren karper in het wak als een tijdgat, waardoor zij
wel de troost lijken te seinen dat zij uitgerekend nu

met ongeveer evenveel ontbreken, aan de andere zijde zijn als wij
zenuwcellen hebben, als zit er in ons hoofd

van elk van wie hier is geweest
de felste sprankel.

.

lichtmeters

Ruth Lasters

Met dank aan Wikipedia

Ver reeds is de tijd

René Verbeeck

.

Na al die gedichten op bijzondere plekken is het weer eens tijd een voor bijzonder gedicht. Een liefdesgedicht van de dichter René Verbeeck. Verbeeck was voor de oorlog een actief dichter. Met André Demedts, Pieter G. Buckinx en Jan Vercammen richtte hij het tijdschrift ‘De Tijdstroom’ (1930-1934) op. Hij was oprichter van uitgeverij Eenhoorn (Mechelen, 1936). Hij stichtte in 1937 de poëziereeks ‘De Bladen voor de Poëzie’, waarvan hij tot 1944 de leiding had. Begin 1943 verhuisde hij met de reeks naar de collaborerende uitgeverij Steenlandt. Hij zat na de oorlog 22 maanden gevangen.

Uit de bundel ‘De zomer staat hoog en rijp’ uit 1965, het gedicht ‘Ver reeds is de tijd’.

.

Ver reeds is de tijd

.

Ver reeds is de tijd toen het nestelen begon

tegen een bergflank van de Ardennen.

.

maar zie hoe wild en fier zij is,

nog kregen de jaren haar niet klein,

.

van liefde als hars en bosgrond krachtig

is zij nooit verzadigd

.

en dank noch medelijden

stillen de honger van haar hart.

.

de dienstmaagd van man en kinderen

heeft de minnares niet omgebracht:

.

het wilde meisje houdt mij omstrengeld

in mijn zomerse vrouw.

.

Verbeeck-René-0

Erotisch gedicht

Eddy van Vliet

.

Bij het woord erotiek hebben de meeste mensen wel een beeld. Dat hierin een enorme verscheidenheid schuilt zal voor de meeste ook geen nieuws zijn. Bij het lezen van het gedicht ‘Ochtend’ van de Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1945 – 2002) zul je misschien niet meteen denken aan een erotisch gedicht. Toch als je door de zinnen heen leest en de beelden die Eddy oproept tot je door laat dringen, kun je je voorstellen waarom dit gedicht is opgenomen in de bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’.

Oorspronkelijke verschenen in de bundel ‘De binnenplaats’ uit 1987, het gedicht ‘Ochtend’.

.

Ochtend

.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren

als zij opnieuw de vorm aannemen

waaruit liefde hen gedurende uren verdreef.

.

En buiten: de kou die de bakstenen roder maakt,

de kinderen dichter bij elkaar doet kruipen.

.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren,

als de slaap zich langzaam aan onze ogen onttrekt

en de glazen toekijken hoe het licht

zich opdringt aan de ramen.

.

Op zo’n ochtend zal het zijn dat zij,

van wie wij de uniformen niet kunnen raden,

zullen komen en zeggen: jullie gaan mee.

.

licht

De laatste Herman de Coninck

Herman de Coninckzondag

.

Zoals ik vorige week al aankondigde wordt dit de laatste Herman de Coninckzondag zoals ik het in de loop der maanden ben gaan noemen. In het laatste halfjaar heb ik hier elke zondag een gedicht uit het oeuvre van Herman de Coninck met jullie gedeeld. Ik deed dit omdat Herman één van de grootste dichters in het Nederlandse taalgebied is en één van mijn favoriete dichters. De CPNB (de collectieve propaganda voor het Nederlandse boek) start juist deze week een campagne onder de titel “het belangrijkste boek” en helaas zijn Vlaamse titels daarvan uitgesloten (stom, vraag me niet waarom). Anders had ‘De gedichten’ het verzameld werk van Herman voor mij absoluut op de eerste plaats gestaan.

Omdat er een tijd van komen is en een tijd van gaan, laat ik Herman nu (voorlopig) gaan met een laatste gedicht op zondag van zijn hand. Vanaf volgende week elke maand een hele maand één dichter op zondag. Voor nu, de voorlopig laatste van Herman de Coninck uit zijn debuutbundel ‘De lenige liefde’ met als titel ’19’.

.

19

.

Dit zou geen zomergedicht zijn, als jij

er niet in voorkwam, verbonden door een rietje

met de nieuwe-stijl-realiteit van een flesje cola.

.

En natuurlijk zijn er ook onze dromen,

maar evenzeer de ligstoelen waarin

ze worden gedroomd.

.

Ik bijvoorbeeld, ik lig

in een droom

van een ligstoel.

.

cola

44

Nog twee keer

.

Al enige tijd besteed ik op zondag speciale aandacht aan één van mijn favoriete dichters namelijk aan Herman de Coninck. Ik heb besloten dat ik vanaf mei hiermee stop (wat overigens niet wil zeggen dat zijn werk niet meer op dit blog zal verschijnen). Vanaf de maand mei zal ik de zondag, per maand, aan een andere, wisselende dichter wijden. Dus het komende jaar op zondag één dichter die speciale aandacht krijgt en dan een maand lang.

Ik heb al wat dichters op het oog maar ik zou het leuk vinden als er vanuit mijn lezers ook voorstellen zouden komen. Dus heb je een favoriete dichter, waar je een aantal zondagen lang iets van zou willen terugzien, laat me dit dan even weten.

Nu dus voor de één na laatste zondag in April nog gewoon een gedicht van Herman. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ’44’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.

.

44

.

Zonder ik, zonder onderwerp.

Lier aan de wilgen gehangen.

Ander instrument aangeschaft.

.

Met voorhamer van grote

gevoelens op xylofoon

van ziel. Ziel kapot, natuurlijk.

.

Met hark ziel in hoek

geveegd en opgestookt.

Meer ziel dan hij dacht.

.

En vervolgens op hark viool

gespeeld, met zaag als strijkstok.

Een liedje.

.

würfel cube ziel 3d

voorhamer

hark

Reïncarnatie

Patricia Lasoen

.

De Vlaamse schrijfster, dichter en essayiste Patricia Lasoen (1948) werd samen met dichters als Herman de Coninck Roland Jooris en Daniël Van Ryssel tot de nieuwe realisten gerekend. In haar werk gaat ze uit van de dagelijkse realiteit maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief dat dienst doet als decor. Lasoen gebruikt in haar werk graag under- of overstatements. Daarnaast komen verhalende en surrealistische elementen voor in haar poëzie maar is ze daarin toch ook maatschappelijk geëngageerd.

In 1968 debuteert ze met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. In 1977 ontvangt ze de Poëzieprijs van de provincie West-Vlaanderen voor ongepubliceerd werk voor de bundel ‘Veel Ach & een beetje O’. Haar laatste werk verscheen alweer enige jaren geleden.

.

Reïncarnatie

mijn voetjes warmend
hoog tussen je zachte dijen
denk ik plots
aan die kale man
die vroeger de piano stemde
en alleen maar melk en
regenwater dronk.
Hij geloofde aan reïncarnatie en
– verstrooid de snaren toetsend –
heeft hij op een dag verteld
dat ik vroeger een prinses was
of de dochter van een Indianenstamhoofd
en Kiruka heette.
Zelf zou hij terugkeren
als bruingestreepte kater.

.

Patricia Lasoen

Patricia Lasoen