Categorie archief: (bijna) vergeten dichters

Krantenvrouw

Marnix Gijsen

.

De laatste weken valt me iets op als ik in het dashboard van dit blog mijn statistieken bekijk. Al een paar keer is het aantal bezoekers uit Vlaanderen groter dan het aantal bezoekers uit Nederland. Nu probeer ik mijn aandacht van onderwerpen niet te kijken naar landen of herkomst maar ik weet dat veel Vlaamse vrienden dit blog graag en vaak bezoeken. Als dank daarvoor een gedicht van de beroemde Vlaamse schrijver/dichter Marnix Gijsen (1899 – 1984).

.

De krantenvrouw

De kleine klaagstem van de krantenvrouw
siddert door d’avondlucht
en wil niet laten.
Is er een mensch ter wereld
meer verlaten?
een even wrak en nutteloos gerucht.
Er is een ster en een lantaren,
boven der menschen smalle nacht.
Er is een minnaar met ronde gebaren
en een meisje dat huivert en lacht.
De huizen zijn vol donker gebeuren:
de wanden van een oud en rijk tooverslot.
Waarom klaagt de krantenvrouw
aan alle gesloten deuren?
Waarom breekt haar stem als een slechte sleutel
in het harde slot?
Waarom druppelt haar woord,
op den drempel der menschen,
zoo vergeefs en ellendig,
lijk het bloed van mijn God.

.

Uit: Het Huis, 1925

.

Marnix Gijsen

Met dank aan Meander.

Zwaar in mijn borst

Hélène Swarth

.

Naar aanleiding van mijn blog over Gerry van der Linden kreeg ik van Geraldina Metselaar de tip om ook vooral eens aandacht te besteden aan Hélène Swarth. Nu kende ik de naam van Hélène Swarth wel maar niets van haar werk of haar leven. Daar kwam echter snel verandering in toen ik de blog http://heleneswarth.blogspot.nl/ van Dirk Vekemans ontdekte.

Hélène Swarth (1859-1941) was een Nederlands dichteres die gerekend werd tot de Tachtigers. Ze groeide op in Brussel en bleef in België wonen tot haar huwelijk met de Nederlandse schrijver Frits Lapidoth. Ze debuteerde met Franse, door Lamartine beïnvloede gedichten, maar schakelde op aanraden van Pol De Mont over naar het Nederlands. Haar gedichten werden warm ontvangen door Willem Kloos die haar ‘het zingende hart van Holland’ noemde en haar gedichten publiceerde in zijn tijdschrift De Nieuwe Gids.

Door haar zuiverheid van uitdrukking bereikte zij een opvallende eenheid van vorm en inhoud, terwijl anderzijds haar grote zintuiglijke ontvankelijkheid aan haar beste werk een kosmisch-religieuze inslag geeft. Een mooi voorbeeld hiervan is het gedicht ‘Zwaar in mijn borst’ uit de bundel ‘Blanke duiven’ uit 1895.

.

Zwaar in mijn borst

Zwaar in mijn borst en week van ’t vele weenen,
Was toen mijn hart, roodbloedende uit zijn wond,
Vrucht, regenpijp, door zongloed nooit beschenen,
Vermolmd de boom waar ’t Noodlot haar aan bond.

Wie troost beloofde wierp, in hoon, met steenen
En bitter proefde ik ’t leven in mijn mond.
O liever stil ware ik van de aard verdwenen,
Waar ‘k altijd valscheid, nimmer liefde vond!

Toen vleide een stem: – “Kom mee naar Liefde’s Eden!
En ‘k voelde een blik, die al mijn leed verstond.

En ‘k volgde, in hoop, in deemoed en gebeden,
of me, als Tobias, God een engel zond,

Langs koele waatren, ver van woel’ge steden,
Waar kruiden bloeien voor mijn hartewond.

.

Swarth

Met dank aan Geraldina Metselaar, Wikipedia en http://heleneswarth.blogspot.nl/

Narcissus in demon

k.n.l. grazell

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel Narcissus in demon, uitgeverij de Windroos, 1958, van k.n.l. grazell (1928). En nee, je leest het goed, zijn naam wordt met kleine letters geschreven op en in de bundel. Ik had nog nooit van hem gehoord maar was zeer onder de indruk van zijn loopbaan op Wikipedia

Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video.Op 1 oktober 2006 werd Grazell verkozen tot eerste Stadsdeeldichter van het Stadsdeel ZuiderAmstel van de gemeente Amsterdam.

In deze bundel veel proza gedichten maar ook het volgende gedicht.

.

handpalm

.

ze was negentien jaar oud

eleonore toen prometheus

het nathat ikanaie in haar schoot

ontbranden deed there’s none

like thee among the dancers

none with swift feet

.

en zij werd een bruiloftsfakkel

die de meisjes droegen van tarishni

vòòr hun winterslaap – o tree

at the river – in de galerij

der onvergankelijken

.

grazell

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Vaderland

Francois Pauwels (1888-1966)

.

In het aardige bundeltje ‘De mooiste gedichten over verzet en bevrijding’ kwam ik een gedicht tegen van Francois Pauwels met als titel ‘Vaderland’. Pauwels was jurist en schrijver/ dichter en kreeg bekendheid als strafpleiter door zijn mensenkennis, zijn manier van vlijmscherp repliceren en zijn vermogen om in enkele bewoordingen een figuur of een situatie te schetsen. Als advocaat nam hij vaak zaken aan vanwege de in die zaken interessante en of intrigerende figuren en situaties teneinde deze te kunnen gebruiken in zijn romans.

In het gedicht Vaderland (uit de bundel ‘Dag van leugen’ uit 1952) snijdt Pauwels een thema aan dat later (in onze tijd) nog altijd bijzonder actueel is. Met name de derde strofe.

.

Vaderland

Ik ben geen Hollander, ik ben een mens
en alle mensen zijn mijn landgenoten,
ik voel mij niet door band of boei omsloten
dan door de Liefde wijd-getrokken grens,

mijn oog verdraagt geen microscoop, geen lens
die 't enge beeld onmatig zal vergroten
en van de wentelende wereldkloten
ken ik alleen de wereld van mijn wens!

Er is geen kleur van huis, noch vreemde taal,
wij sterven allen aan dezelfde kwaal
die tussen dood en leven wordt gesponnen

en waar het eenzaam hart in wanhoop slaat
daar is het land waarin mijn vaandel staat
en waar de strijd in vrede wordt gewonnen!

.


bundel
Meer informatie over Francois Pauwels op http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/pauwels

Ben Cami

(Bijna) vergeten dichters

.

In de categorie vandaag de (bijna) vergeten dichter Ben Cami (1920 – 2004). Ben Cami werd in Engeland geboren maar verhuisde al heel snel met zijn ouders naar België. Na zijn opleiding tot regent Germaanse talen in Gent, was hij tot aan zijn pensioen in 1975 werkzaam als leraar in o.a. Lennik en Geraardsbergen. Via Louis Paul Boon, die bij hem in de klas zat, kwam hij in contact met Jan Walravens (belangrijk in Vlaanderen als literair theoreticus en belangrijk voor het doordringen van het existentialisme in Vlaanderen). In 1938 (Ben moest nog 18 worden) wordt het gedicht ‘Het menschdom marscheert’ onder pseudoniem (Johan Benth) gepubliceerd in de literaire rubriek van het Socialistische dagblad Vooruit.

Na zijn studie Germaanse talen is Cami tot 1975  leraar aan verschillende rijksscholen. Hij was vervolgens een van de oprichters van het experimentele Vlaamse tijdschrift Tijd en Mens. Hij zat in de redactie met onder andere Louis Paul Boon, Jan Walravens en Hugo Claus. In 1950 debuteerde Cami met de poëziebundel ‘In de tijd verloren’, waarna hij diverse werken uitbracht met daarin een boodschap van protest. Cami schreef overwegend poëzie, maar ook aforismen en korte verhalen.

.

Dertig seconden voor je hart stilviel
 
Dertig seconden voor je hart stilviel
Sprak je, dacht je, en waar sterf je nu,
Waar zwerft
Het onomschrijfbare dat je nu bent?
Welke agonie leeft nu stom
In je dode tong en lip?
Je wil ons horen,
Je wil ons zien.
Ik neem je bijna koude hand.
Als je me voelt, ben ik ijs
Tegen het ijs van je eenzaamheid.
.

Uit: Ten Westen van Eeden uit 1998

.
Ben Cami
Met dank aan Wikipedia en Schrijversgewijs.be

Fabrique

Willem van Toorn

.

Willem van Toorn (1935) is schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler en bloemlezer. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was Willem van Toorn een grote naam in de poëzie. Hij won in die periode vele poëzieprijzen, publiceerde vele bundels en zat in een aantal jury’s van poëziewedstrijden. Een uitgebreide bio- en bibliografie kun je lezen op de website van schrijversinfo.nl op http://www.schrijversinfo.nl/toornvanwillem.html . Willem van Toorn’s gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat.

Uit de bundel ‘Gedichten 1960-1997’ uit 2001, het gedicht Fabrique.

.

Fabrique

.

Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.
.
Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.
.
Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.

.

Willem_van_Toorn

Willy Spillebeen

Dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer, essayist

.

Afgelopen zaterdag, op de bundelpresentatie van Hervé Deleu (zie post van afgelopen maandag) had ik de eer om voorgesteld te worden aan één van Vlaanderens grootste dichters/schrijvers Willy Spillebeen. Willy (81 jaar) is een allervriendelijkste bescheiden man. Nog vol plannen en ideeën voor romans en nieuwe uitgaven. Zo vertelde hij me dat in het voorjaar van 2014 een aantal liefdesgedichten van E.E. Cummings (een van mijn favoriete dichters) in zijn vertaling op de markt komen.

Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van metafysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. (bron: Wikipedia).

In totaal bracht hij 11 poëziebundels uit, 34 romans, 11 essays, 10 vertalingen, 5 bloemlezingen en vele kritische bijdragen over poëzie. Voorwaar een groot schrijver/dichter waar best weer eens wat aandacht aan besteedt mag worden.

Hieronder een prachtig gedicht van zijn hand.

Vlieger

 .

Ik spit in mijn tuin van heden
en het handvat van mijn spade
wordt plots de houten klos –
het vliegertouw schiet los
en de vlieger op een windvlaag
springt als een vis in de hemel.

.

We liepen die middag over de stoppels
van de keiheuvel
bij het kastanjebos.
Het was de laatste augustusmaand
van mijn kinderjaren en ons spel
duurde niet langer dan een uur.
Maar dat ene uur bleef leven
en zoveel latere jaren zijn dood.

.

Plots brak een onweer los.
De wereld leek te vergaan.
De vlieger werd doorweekt.
Hij is nooit meer omhooggegaan.

.
uit: Land van vergeten, (Gent, Poëziecentrum 1995)

Met dank aan http://www.poezie-leestafel.info

.

willyspillebeen

Vlakbij je hart

Harriet Laurey

.

In de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag Harriet Laurey. Harriet  werd in 1924 in Eindhoven geboren. Zij is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor jonge kinderen.

Als dichteres debuteerde Laurey in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in De Nieuwe Eeuw. Snel volgden meer gedichten en zij werd enkele jaren redactrice van het tijdschrift Roeping en medewerkster van Nieuwe Stemmen. Haar eerste zelfstandige publicatie is een kleine cyclus liefdeslyriek die in 1950 verscheen onder de titel Voorland.

De bundel ‘Triple alliantie’ verscheen ongedateerd (in 1951) bij Uitgeverij Helmond  en bevat behalve van Harriet Laurey ook gedichten van  Lou Vleugelhof en Frans Babylon. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Net als de bundel ‘Oorbellen (1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond dit werk veel bijval bij een groot publiek.

Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘Vlakbij je hart’.

.

Vlakbij je hart

 .

Vlakbij je hart moet ik soms denken aan

het droefste liefs, en kan het niet vertellen,

maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,

zo driftig en gehaast als waterbellen.

Ik lig het bijna, bijna te verstaan,

met open mond, om het langzaam te spellen.

 .

Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,

bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,

dat ik weer stil word van verwondering.

En als ik zo lang naar je heb gekeken,

dat alle woorden zijn teruggeweken,

weten mijn lippen maar van: lieveling…

.

harriet_laurey

Pik in ’t is winter

Albert Donk

.

In de serie (bijna) vergeten dichters vandaag Albert Donk (1929). De Rotterdammer Donk publiceerde een aantal dichtbundels (Vogels van steen, Ontroerend is dit alfabet, De doos van het gedicht) en verhalenbundels. Hij was docent aan de pedagogische academie en schreef teksten voor de NCRV schoolradio. In 1973 publiceerde hij bij De Beuk in Amsterdam Pik in ’t is winter.

Uit deze bundel het gedicht Een vrouw is … (1)

.

Een vrouw is … (1)

.

Een vrouw is een hele uitstalling

een marktkraam vol begeerlijke zaken

zelfs een steentje in haar schoen

weet ze nog charmant te verkopen

zelfs een sliertje haar verkeerd

of een zakkende kous

wekt de toeschouwer tot eetlust

.

’t is goed zaken doen met vrouwen

hoewel,

soms geven ze alles voor niets

zonder restricties gratis

aan een platzakke koper

.

en sta je met geld in je hand

raar op je eenzame neus te kijken

.

sliertje

foto (32)