Site-archief
Van Duinkerken en Kemp
Dichters over dichters
.
Vandaag in de rubriek ‘Dichters over dichters’ de dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968) die het gedicht schreef ‘Voor Pierre Kemp’ de Limburgse dichter die leefde van 1886 tot 1967. Willem Asselbergs (zoals de echte naam van Anton van Duinkerken luidde) was dichter, essayist, hoogleraar, redenaar en literatuurhistoricus. In 1933 kreeg hij de C.W. van der Hoogtprijs, in 1960 de Constantijn Huygensprijs en in 1966 de P.C. Hooft-prijs.
In de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1957 is het gedicht opgenomen ‘Voor Pierre Kemp’. Kemp, net als van Duinkerken afkomstig uit het zuiden van Nederland, was net als van Duinkerken een van de woordvoerders van het katholieke levensbesef (zoals zo mooi omschreven staat achterop de bundel van van Duinkerken). Het gedicht komt uit het hoofdstuk ‘In spiegel en raadsel’ uit de bundel. Uit het gedicht blijkt een grote mate van bewondering van van Duinkerken voor de dichter Kemp.
.
Voor Pierre Kemp
.
In de trein zitten, buiten kijken,
Seinwachtershuisjes zien staan,
Van binnen op klaprozen lijken,
Wie heeft dit bekwamer gedaan?
Nadoen kan ik u niet.
Ik mis die saffraangeel klanken.
Voordoen is echt niet nodig.
Dit weten maakt ieder lied
Van mij voor u overbodig
Behalve dan om u te danken.
.
Schilderij uit de schrijversgalerij van het Literatuurmuseum in Den Haag van Theo Swagemakers ( 1898 – 1994)
Nieuwjaarswens
2020
.
Op deze eerste dag van het nieuwe jaar wil ik iedereen een heel mooi, poëtisch, liefdevol en voorspoedig 2020 toewensen in goede gezondheid. En hoe kan ik dit beter illustreren dan door een gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933 – 1981) uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2006 getiteld ‘Nieuwjaarswensen’.
.
Romantische herfst
Dichter van de maand november: Cees Nooteboom
.
Door alle drukte was ik helemaal vergeten dat november de maand van dichter/schrijver Cees Nooteboom (Den Haag, 1933) zou zijn. En hoewel het vandaag geen zondag is, de vaste dag van de dichter van de maand, wil ik hier toch een gedicht van hem plaatsen. Dit keer het gedicht ‘Romantische herfst’ uit de bundel ‘Doden zoeken een huis’ uit 1956.
In 1955 ontvangt Nooteboom een reisbeurs van ƒ2500,- van het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor de uit veertien gedichten bestaande cyclus ‘kleine cantate van het voortdurend overlijden’. Later zullen deze gedichten in enigszins gewijzigde vorm worden opgenomen in zijn eerste dichtbundel, ‘De doden zoeken een huis’, waarmee hij als dichter debuteert en die in 1956 verschijnt.
.
Romantische herfst
.
schimmig vanavond jaagt die mist de velden
de maan sluipt terug in dodelijke bomen
nu is de grote rafelaar gekomen
een herfst een doodgaan een gekwelde smeekstem
.
hoor… ademend beweegt de aarde van heimwee
om mensen te bezetten met een adem van verdriet
om koeien zwaar en zwijgend in zich vast te zetten
als schepen, vastgegroeid aan het lichaam van de zee
of de dood, levend aan het gezicht van de mensen,
mééademend, méésprekend.
.
Dichter van de maand november
Cees Nooteboom
.
Romanschrijver, dichter, vertaler en reisverhaledschrijver Cees Nooteboom (1933) is op basis van zijn oeuvre, zijn bekendheid in het buitenland en zijn zeer imponerende prijzenkast waarschijnlijk Nederlands beroemdste auteur. Alleen de Nobelprijs voor de literatuur ontbreekt nog waardoor hij waarschijnlijk al jaren genoemd wordt als belangrijke kanshebber op deze prestigieuze prijs.
Hoewel Cees Nooteboom dus ongelofelijk veel geschreven heeft is het aandeel van poëzie in zijn oeuvre beperkt tot een handvol bundels. Desalniettemin is zijn poëzie wel degelijk interessant en zeer lezenswaardig. Daarom is Nooteboom in de maand november dichter van de maand, wat betekent dat ik elke zondag een gedicht van zijn hand zal plaatsen.
Vandaag begin ik met het gedicht ‘Skelet’ uit zijn bundel ‘Aas’ uit 1982.
.
Skelet
.
Wat taal aan mij was is ontcijferd,
veranderd in andere tekens.
Mijn gebeente vertelt de vertaling
van leven in dood.
.
Daarmee ben ik niet verdwenen.
Tussen de levende planten
en het gebit van de steen
verander ik langzaam in aarde.
Pas daarna heet ik niets meer.
.
Lees mij dus nog één keer
in deze vertragende paring.
Herhaal mijn gerangschikte zinnen
tot ik niets meer beteken
en zonder een zin op je wacht.
.
Van Kooten en de Bie
Detlov P. van Paasen
.
In de column van Sylvia Witteman in de Volkskrant van zaterdag 13 april schrijft ze: “.. er is altijd wel wat te vinden waarbij genoeg tijd overblijft voor het scheppen van veelbelovende dichtbundels (Ruiter langs drijfzand)…”. Wanneer ik zoiets lees word ik meteen nieuwsgierig. Die titel zegt me namelijk helemaal niets. En omdat ik weet dat er nog zoveel titels zijn van dichtbundels die ik niet ken, ga ik dan op zoek; wie is de dichter? wanneer is het uitgegeven?
Wat schetst mijn verbazing als ik dan op een pagina van de (overigens geweldige website) dbnl.org terecht kom met als titel: ‘Het groot bescheurboek’ van van Kooten en de Bie uit 1986. Die pagina begint met de introductie van de Groenlandse dichter Uhughuanajoq Pilakapsak (1885-1926). Uiteraard is dit een gefingeerde dichter die is ontsproten uit de geniale breinen van van Kooten en de Bie. Dan lees ik: “Deze meest vooraanstaande dichter van het Noordelijk IJsgebied (Nobelprijs 1925), werd nog niet eerder in de Nederlandse taal vertaald. Wij vroegen vier vooraanstaande vertalers hetzelfde gedicht te vertalen.”.
Daaronder een ‘Groenlands gedicht’ in het Groenlands. Nu dacht ik dat men in Groenland Deens sprak (en dat klopt) maar er wordt ook Kalaallisut gesproken. Nu lijkt het me sterk dat dit Kalaallisut is (volgens Google translate lijkt het nog het meest op Somalisch!) en waarschijnlijk is het een hoop flauwekul. maar dan volgen er maar liefst 4 vertalingen van de meest uiteenlopende én bijzondere ‘wetenschappers’ te weten:
Peter de Munck (1938), wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Arctisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Leiden, Wonno Bleijleven (1943),studeerde Germaanse filologie aan de Universiteit van Gent, Hans Boerema (1921), ex-conrector van het Colijnlyceum te Zwolle en tenslotte Detlov P. van Paasen (1933). Dichter. Publiceerde Pendule (1949), Ruiter langs drijfzand (1951) en De pendule in het drijfzand (1983).
Natuurlijk is dit allemaal grote flauwekul maar zo slim en creatief bedacht door van Kooten en de Bie dat ik jullie hier het gedicht van Uhughuanajoq Pilakapsak en de vertaling van dichter Detlov P. van Paasen niet wil onthouden. Voor alle ‘vertalingen’ (die heel verschillend zijn) kun je terecht op https://www.dbnl.org/tekst/bie_003groo01_01/bie_003groo01_01_0161.php
.
Londen
Voces intimae
.
In 1982 werd in het Centraal Museum in Utrecht en in de Hedendaagse Kunst in Utrecht de tentoonstelling van Fedde Weidema (graficus 1915-2000) georganiseerd. Weidema werd onder andere bekend door zijn spoorwegaffiches en zijn illustratie bij het gedicht van Jan Campert ‘De achttien dooden’ onder het pseudoniem Coen van Hart. Ter gelegenheid van deze tentoonstellingen werd een dichtbundel ‘voces intimae’ in een oplage van 400 exemplaren uitgegeven van gedichten van Wouter Kotte. In de bundel drie illustraties van Fedde Weidema.
Wouter Kotte (1933-1998) was dichter en museumdirecteur van onder andere het museum van hedendaagse kunst in Utrecht. Wouter Kotte studeerde geschiedenis en kunstgeschiedenis. Zijn eerste uitgaven van poëzie ontstonden in Arnhem. In zijn publicaties thematiseerde hij vooral de parallellen van denken en uitbeelden. Hij maakte als dichter ook beeldende collages en werken in gemengde techniek op papier.
Voces intimae (Intieme stemmen) bestaat uit twee suites en een gedicht. De suites bestaan uit respectievelijk 5 en 3 gedichten aangevuld met nog een gedicht. In de suite ‘kleine Londense suite’ staat het gedicht ‘Londen’.
.
Londen
.
Elke straat verlangt naar het verleden
teveel voeten stoten zich aan trottoirs
teveel geluiden verstikken hier de lucht.
blijdschap even onvindbaar als dit voorjaar
.
daarom vervloeken straten sterren en stilte
glitteren geschenken en geesten in étalages
waarvan de ruiten toeristen weerspiegelen:
schimmen die er dodelijk echt uitzien
.
warenhuizen zijn de aktuele piramides
pleinen asfaltvelden de stad een jungle.
pneumatisch wordt de dag de grond ingeboord.
luidkeels prijst Londen zich het graf in
.
Rakelings
Ria van Amelsvoort
.
Na het beëindigen van haar loopbaan als docent Frans begon Ria van Amelsvoort (1933) met het schrijven van proza en poëzie. Haar gedichten werden gepubliceerd in verschillende bloemlezingen en haar werk werd bekroond met verschillende prijzen waaronder tweemaal de Dunya Poëzieprijs. Haat taalgebruik is direct en doeltreffend. In 2010 verscheen van haar hand de bundel ‘ Rakelings’. In deze bundel komen thema’s als maatschappelijke betrokkenheid,, liefde, bezinning en aanvaarding aan de orde met name voor mensen met een verstandelijke handicap. Maar ook bespiegelingen op het moderne leven zoals in het gedicht ‘ Draadloos’.
.
Draadloos
.
als losgeslagen scheepjes
dobberen mobielen
op de mensenzee
draadloos aan de schelpen
nemen zij commando’s mee
intiem soms de gedachten
worden in de lucht gelost
.
ik mis het mij ommurende hok
waar ik ingekerfde liefde vond
als ik er te telefoneren stond
.
Foto
Paul Snoek
.
Paul Snoek was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (1933 – 1981) Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij was tevens kunstschilder. Zijn pseudoniem is afkomstig van de naam van zijn moeder Paula Snoeck. Hoewel zijn werk moeilijk bij één stroming is in te delen of moeilijk onder één noemer te vatten valt wordt hij gerekend tot één van de dichters van de Vijftigers. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
In de bundel ‘Archipel’ uit 1954 het gedicht ‘Foto’.
.
Foto
.
Verwarde mensen met een onweer in het haar
en niet het hart vol zwarte klippen
dragen in hun witte handen wit zand
van het strand naar de zee.
.
Aan de horizon waait een steamer
in alle windstreken uiteen
en in mijn hart
wordt een lippenrose schelp gebroken
pas aangespoeld.
.



















