Site-archief

Wat je hebt

Maaike de Wolf

.

In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.

Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.

Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.

In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”

.

Wat je hebt

.

Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.

Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat

het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.

Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt

Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.

Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.

.

Jonge stadsdichter

Anu Soerjoesing en Govert van de Velde

.

Al verschillende malen uitte ik mijn ongenoegen over het feit dat na Harry Zevenbergen (1964-2022) die stadsdichter was van Den Haag van 2007 tot 2009, er geen stadsdichter meer is geweest in de hofstad. Daar is sindsdien en ondanks mijn oppositie (en die van verschillende dichters) niets aan veranderd. Maar er gloorde hoop toen in 2023 Chelsy Valentina de eerste jonge staddichter van Den Haag werd, gevolgd in 2024 gevolgd door Adelina Ignat.

En nu, in 2025 zijn twee nieuwe Stadsdichters gekozen uit een groep van acht finalisten van vijftien middelbare scholen die dit jaar meededen aan de Jonge Stadsdichter Scholenwedstrijd, door de vakjury van dit jaar, bestaande uit Amara van der Elst, Mahat Arab en Dichter des Vaderlands (Dichter der Nederlanden) Babs Gons.

De twee nieuwe jonge stadsdichters zijn Anu Soerjoesing (16 jaar) en Govert van de Velde (13 jaar).  De organisatie Jonge Stadsdichter is een samenwerking van de gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, Bibliotheek Den Haag en het Literatuurmuseum.

Het gedicht waar Anu Soerjoesing mee won is getiteld ‘Ik weet’ en het winnende gedicht van Govert van de Velde is getiteld Wat is Den Haag? Of beter wie is Den Haag?

.

Ik weet

.

het landschap van boven
Straten kijken toe
Het licht straalt als een grasveld
De stappen zijn zwaar, een hand raakt de wolken aan
Ik ben de reus die lacht, vloeiend
en genadeloos

.

De grond trilt onder mijn voeten
maar de vogels vliegen niet weg
Mijn schaduw strekt zich uit over de wereld
het licht schijnt door

.

De wind raast over mijn lichaam
danst in mijn longen
een bekende tol van zuurstof

.

Niemand mag mijn vrijheid afpakken
zelfs niet ik

.

Het licht inspecteert
nieuwsgierig en stil
maar ik weet dat het groene licht
stiekem, naar mij lacht

.

Ooit ga ik vliegen

.

Hoop

Esther Jansma

.

Afgelopen januari overleed, op de dag dat ik jarig was, schrijver, dichter en academicus (archeologe) Esther Jansma (1958-2025). Ik herinner me dat ik toen dacht dat ik nog een keer over haar wilde schrijven maar door alle drukte was het er toen nog niet van gekomen. Esther Jansma was een vaak gedecoreerd dichter, zo won ze de VSB Poëzieprijs (1999), de Hugues C. Pernath-prijs (2001), de  A. Roland Holst-Penning (2006 voor haar gehele oeuvre), de Jan Campert-prijs (2006) en de C.C.S. Crone-prijs (2014 ook voor haar gehele oeuvre).  Daarnaast werd ze in 2024 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Jansma debuteerde in 1988 met de bundel ‘Stem onder mijn bed’ waarna nog 14 bundels zouden volgen alsmede een roman (onder andere een samen met Wiljan van den Akker haar levenspartner) en een essaybundel. In haar werk komen thema’s als de dood, steen (haar ouders waren beide beeldhouwers), een ongelukkige jeugd met armoe en mishandeling voor.

In 2024 verscheen haar laatste bundel ‘We moeten ‘misschien’ blijven denken’ waarin Jansma thema’s behandelt als de (on)eindigheid van het bestaan. Centraal staat het afscheid nemen van het vanzelfsprekende: gezondheid, toekomst, leven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Hoop’, een gedicht dat dichtbij het ‘misschien’ komt uit de titel van deze bundel.

.

Hoop

.
Iemand plant een Bougainville dat wil zeggen
iets tot kinderkniehoogte met een manshoge
kleurfonteinschaduw genaamd: mogelijk later
.
en het groeit tot kinderheuphoogte en sterft al
en het jaar daarop weer en het jaar daarop weer.
Iemand denkt: ik handel uit hoop, ik leer het nooit
.
dit voorjaar plant ik weer een Bougainville
deze winter vind ik weer een klein skelet
of is het dit: iedereen handelt uit verlangen
.
laten we bloemenstruiken blijven planten, kijk
in ons hoofd wiegen ze in de subtropische zeewind
in ons hoofd waar het warm is, vroeger of later.

.

Nog lang niet halverwege

Wout Waanders

.

Dichter, schrijver en performer Wout Waanders (1989) is heel actief. Niet alleen met zijn Literaire Boyband (die hij samen met Laurens van de Linde, Jelko Arts, Martin Rombouts en Koen Frijns vormt) maar ook door de publicatie van zijn nieuwe dichtbundel ‘We zijn nog lang niet halverwege’.

Voor het collegejaar 2008/2009 werd hij benoemd tot campusdichter toen hij studeerde aan de Radbout universiteit in Nijmegen. Hij was hoofdredacteur van literaire tijdschrift Op Ruwe Planken en won in 2012 de prestigieuze Poëzieprijs van de Stad Oostende. In 2015 publiceerde hij bij productiehuis Wintertuin het chapbook ‘Olifantopia’.

In 2020 debuteerde Wout als dichter met zijn bundel ‘Parkplan’, waar hij in 2021 de C. Buddingh’ prijs voor ontving, en in 2022 verschenen gedichten van hem in MUGzine #13. In 2023 werd hij als dichter en alumnus / artist in residence door de Radbout universiteit gevraagd om uit 100 proefschriften die in de afgelopen 100 jaar zijn verschenen (uit elk jaar dat de universiteit bestaat 1 proefschrift), poëtische zinnen of ideeën te halen en daar 10 nieuwe gedichten van te maken.

En nu is er dus een nieuwe dichtbundel van zijn hand verschenen. De bundel ‘We zijn nog lang niet halverwege’ is volgens de uitgever: “Een bundel in het schemergebied tussen poëzie en fantasy, waar verdriet de vleugels heeft van een fabeldier en de zon een pinguïn is. Voor iedereen die ervan houdt soms te ontsnappen naar een wereld waar dieren kunnen praten, en waar je je zorgen als luchtballonnen op kan laten. Een bundel over reizen, maar vooral over reiken, naar anderen, want je verhouden tot een ander is een uitstapje op zichzelf.”

Ik ben benieuwd. Als voorproefje alvast het gedicht ‘Op reis’ dat ik al bladerend koos, gewoon omdat ik net op reis ben geweest.

.

Op reis

.

Vrienden van me hebben nieuwe fietsen gekocht.

Ze willen ermee naar India. En mijn buurman

vertrekt binnenkort naar de Noordpool, hij zegt

blijf niet te lang hangen, niet op dezelfde plek.

.

Maar later raak ik met een meisje in gesprek

voor het stoplicht aan de Jacobslaan, amper twee straten

bij mij vandaan. Pas bij groen vraag ik het aan haar,

.

waar ik dan heen moet gaan, welk

eiland verafgelegen. Ze lacht eerst even, en gaat dan

op de trappers staan, terwijl ze zegt: ontmoeten

is een machtige vorm van bewegen.

.

She walks in beauty

Marianne Faithfull en 19e-eeuwse dichters

.

Ze overwon een alcohol- en heroïneverslaving, overleefde borstkanker en twee zelfmoordpogingen en kwam tijdens de covid-pandemie op de IC terecht. ‘Paliative care only’ schreef de dienstdoende arts op haar statuskaart. Maar Marianne Faithfull (1946-2025) kwam er weer bovenop, naar eigen zeggen om haar laatste album af te maken: twaalf gedichten van romantische dichters als Byron, Keats en Shelley, voorzien van een soundscape door Warren Ellis, het muzikale genie achter Nick Cave & The Bad Seeds. Marianne Faithfull, zangeres en icoon van de sixties, had dan wel zeven levens, maar de dood is in die gedichten van de Britse romantici nooit ver weg. Op 30 januari jongstleden is ze overleden.

Op haar laatste twee albums ‘Negative Capability’ uit 2018 en ‘She Walks In Beauty’ uit 2021 werkte ze samen met Nick Cave en Warren Ellis, de laatstgenoemde als producer. Op haar laatste album zong ze niet meer, maar droeg ze gedichten van 19de eeuwse dichters voor. Dat het album er kwam was een wonder, want sinds haar coronabesmetting in 2020 had ze te kampen met long covid.

Beroemde 19e eeuwse gedichten dus op dit album. Van dichters als Lord Byron (1788-1824) ‘She Walks in Beauty’, John Keats (1795-1821) ‘La Belle Dame sans Merci’, Percy Bysshe Shelley (1803-1822) ‘Ozymandias‘ en William Wordsworth (1770-1850) heeft ze gedichten opgenomen.

Van dit album koos ik het gedicht van Keats ‘La Belle Dame sans Merci’.

Charlotte Van den Broeck

Plakboel

.

Afgelopen zaterdag was ik ’s middags in de bibliotheek Utrecht aan het Neude. Er was daar een programma in het kader van de Poëzieweek 2025 met onder andere een lezing van Steven Van de Putte over zijn boek ‘Iedereen stadsdichter’ (dat ik helaas niet redde) en Charlotte Van den Broeck (1991) zou haar Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ komen voordragen. Hoewel er wat ruis was (het was in de openbare ruimte van de bibliotheek) deed dit niets af aan hoe prachtig de performance was van Charlotte. Zo mooi dat ik ben blijven zitten nadat ze het een keer had voorgedragen om het nogmaals te beluisteren.

Charlotte vertelde dat ze deze performance een keer eerder had gedaan in een klein theater. Dat het daar nog beter tot zijn recht komt is zeker. Ik heb oprecht genoten van deze bijzondere performance van poëzie en muziek. Gelukkig voor jullie heb ik een kort fragment gefilmd dat je hieronder kun bekijken en beluisteren.

.

 

Poëzieweek 2025

en al die activiteiten

.

Van een gedichtennacht in Nijmegen, naar een poëziehalte met Bart Moeyaert in Mechelen, van een Poetry Jam in Alkmaar naar een gratis poëziebundel ‘Winter’ in Rotterdam. En dat is slechts de eerste pagina van de activiteiten die gedeeld zijn op poezieweek.com en er zijn maar liefst 45 pagina’s met activiteiten (12 op een pagina dus reken maar uit, maar liefst 540 activiteiten in Nederland en Vlaanderen in de week van de Poëzie en de periferie van die week).En zelf doe ik er ook aan mee middels de Luule Special.

Voor de rechtgeaarde liefhebber een Walhalla en een nachtmerrie. Want waar te beginnen? So much to do and so little time! Alle reden om een verstandige keuze te maken. Natuurlijk zijn er onder alle poëzieliefhebbers ook vele die zelf dichter zijn en actief in deze week. Dat maakt de spoeling nog dunner. Alweer een reden om over te gaan van een week naar de maand van de poëzie. Zoals in de Verenigde Staten april (the cruelest month) al sinds jaar en dag Poetry month is. Het is geen nieuw idee, ik schreef er in 2012 al over.

Eigenlijk is elke dag gedichtendag. Wanneer je over de Poëziekalender 2025 beschikt is dat letterlijk en figuurlijk het geval. Zelf zal ik een paar activiteiten bezoeken. Misschien niet de meest in het oog springende of de meest spannende maar eerder bijeenkomsten die ik interessant vind, waar ik dichters kan tegenkomen, waar ik iets nieuws ga horen. Ik wens al mijn lezers een mooie Poëzieweek toe, en voor alle dagen, weken en maanden daarna tot aan de Poëzieweek 2026, elke dag een fijne gedichtendag.

Of zoals Tom Lanoye (1958) het in zijn gedicht ‘Programma’ uit de bundel ‘De meeste gedichten’ uit 2005 het al zegt ‘Dát is het, vind / ik. Zoiets. Ongeveer.’.

.

Programma

.

Weet ik veel hoe poëzie eruit

moet zien. Niet dat statische,

dat uniforme. Daar hou ik niet

zo van. Dezelfde toon herhaald

tot in den treure, en dat dan

‘vormvastheid noemen, of ‘een

eigen stem’, dat soort gelul.

Nee daar hou ik niet zo van.

.

Geef mij maar het favoriete

snoepgoed uit mijn jeugd. De

toverbal. Je zuigt en zuigt

maar. telkens komen er andere

kleuren te voorschijn en voor

je ’t weet, heb je helemaal

niets meer. Dát is het, vind

ik. Zoiets. Ongeveer.

.

MUGzines- en Luule-special

Cadeau van Mugzine

.

In de Poëzieweek komen wij van MUGzine, het irritantste, particulierste, eigenzinnigste maar leukste en verrassendste minipoëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, opnieuw met een special. Dit jaar in de Poëzieweek 2025, op Gedichtendag publiceren wij de Luule-special. Zoals de lezer van MUGzine weet staat op elke editie (en vaker op de Instagrampagina van @L.uule) een Luule.

Luule (het Estse woord voor poëzie) is het kleine zusje van MUGzine en dit keer zetten we haar eens goed in het zonnetje met een bijzondere special. Bijzonder want de omvang en het formaat wijkt af van het formaat zoals je het kent. Deze special is vierkant (zoals de luules op de achterkant van de MUGzine en van instagram) en groter dan wat je gewend bent.

We hebben voor de special een aantal dichters gevraagd die al eens in de MUGzine gedichten publiceerden waaronder Serge van Duijnhoven, Hans Franse, Anton Korteweg, Joz Knoop en Rinske Kegel. Ook de makers laten in deze special van zich horen. Alle donateurs krijgen de special toegestuurd, wil je ook een exemplaar ontvangen? mail dan naar mugazines@yahoo.com

Hier alvast een voorproefje:

.

In aankondigingen

van maandichters en zonnegoden

lees ik jou terug

.

 

 

Opluchting

Marc Tritsmans

.

Bladerend door de Poëziekalender 2025 van Plint, kom ik vele prachtige gedichten tegen, waaronder een gedicht van Marc Tritsmans. De Vlaamse dichter en milieu- en duurzaamheidsambtenaar (wat hebben dichters toch vaak boeiende ‘tweede’ beroepen) Tritsmans (1959) debuteerde in 1992 met de bundel ‘De wetten van de zwaartekracht’. Gedichten van zijn hand verschijnen in tijdschriften als Hollands Maandblad, NWT, Tirade, De Gids en De Tweede Ronde. Ook zijn maar liefst zeven gedichten van hem opgenomen in Gerrit Komrijs ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’.

In 2012 stelde Vzw dederdeoever uit het Oost-Vlaamse Schellebelle hem als landschapsdichter aan. Tritsmans bekleedde het ambt voor de periode van 1 jaar. Tritsmans won een aantal poëzieprijzen waaronder in 2011 de Herman de Coninckprijs voor ‘Studie van de schaduw’ en zijn poëzie is vertaald naar het Engels en het Afrikaans. Tevens won hij daar de publieksprijs voor het beste gedicht met ‘Uitgesproken’.

Zijn laatst verschenen bundel ‘Terwijl wij nog slapen’ is uit 2023. In 1994 verscheen zijn tweede bundel ‘Onder bomen’, daaruit nam ik voor vandaag het gedicht ‘Opluchting’.

.

Opluchting

.

Zo dicht tegen de eeuwigheid aan

houd ik je stevig bij de hand.

Want elk moment wordt hier gestolen

.

van de goden. Een eenzame wolk

hapert even bij de hoogste bergtop.

Ademloos bekijken we dit schouwspel

.

wetend dat het nooit voor ons was

bedoeld. En in de stilte weerkaatst

onze lach tegen de ijzige wanden.

.

Met iets van opluchting omdat we

heel precies weten hoe het hier

voorgoed zonder ons zal zijn.

.

 

Poëzieweek 2025

Lijfelijkheid

.

Van 30 januari 2025 tot en met 5 februari 2025 wordt in Nederland en Vlaanderen weer de Poëzieweek gevierd.  Het thema van de Poëzieweek is dit jaar Lijfelijkheid, en Charlotte van den Broeck (1991) is verantwoordelijk voor het Poëzieweekgeschenk. Dit motto Als motto werd gekozen naar aanleiding van de woorden uit de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck: “in dit plooibare huis dat huid heet”.

Op de website van de Poëzieweek 2025 zijn, zoals elk jaar, vele activiteiten te vinden waaronder de speciale uitgave van MUGzine 2025. Deze Luule-special bevat meer dan 20 Luules, het kleine eigenzinnige zusje van MUGzine;  vluchtig, grappig, een tikje naïef, serieus, poëtisch, tegendraads of kunstzinnig. De Luules werden geschreven door een keur aan dichters die de afgelopen 5 jaar in de MUGzines hun poëzie hebben gepubliceerd. Deze special zal verkrijgbaar zijn vanaf eind januari en wordt aan alle donateurs van MUGzine toegestuurd.

Later zal ik hierover meer schrijven. Nu een lijfelijk gedicht van H.C. ten Berge (1938) getiteld ‘Over de tong IV’ uit de bundel ‘Va-banque’ uit 1977.

.

Over de tong IV

.

De mond gaat open als een gouden doos,

de tong zwemt rond en zendt de woorden uit

bij tussenpoos

.

liefde en poëzie

worden altijd met lippen beleden

.

wat tussen kop en kont

als chemiese reaktie is begonnen

krijgt gestalte

als het in een zin is uitgemond

.

liefde en poëzie

worden daarom met lippen beleden

.

de mond gaat open als een gouden doos,

de tong zwemt rond en zendt de woorden uit

bij tussenpoos

,