Site-archief
How the worst day in my life became the best
Inzichten in moderne poëzie
.
Poëzie heeft altijd de kracht gehad om emoties op te roepen en nieuwe perspectieven te bieden, maar breekt nu vaak met traditionele formats zoals vaste versvormen en academische discussies. Hedendaagse dichters lopen voorop in deze verandering en creëren een taal en een vorm die direct aansluit bij persoonlijke ervaringen en thema’s weerspiegelt die resoneren met ons dagelijks leven. Ik heb hier al vaker over geschreven en hoewel ik, je hebt nu eenmaal je voorkeuren, als schrijver en dichter soms moeite heb met deze nieuwe vormen, kan en durf ik ze ook te omarmen. Want poëzie leeft en is organisch. Poëzie is in haar lange geschiedenis nooit statisch geweest en dat is denk ik één van de redenen dat poëzie nog steeds springlevend is.
Deze transformatie gaat niet alleen over nieuwe manieren om poëzie te delen en ervan te genieten; het is een herdefiniëring van de essentie ervan en de rol die het speelt in ons leven van alledag. Poëzie blijft ons raken, onze gedachten prikkelen en ons helpen het gewone op een buitengewone manier te zien. In navolging van de woorden van Dylan Thomas kan poëzie nog steeds een lach, een traan, stilte of zelfs een spontane noot opwekken. Of je nu op zoek bent naar inspiratie, troost of gewoon een connectie, ook de hedendaagse poëzie biedt voor elke stemming en elk moment wel iets.
De tijden zijn veranderd en hoewel de literaire kernwaarde van poëzie behouden blijft, zijn de vorm en het format ervan dramatisch geëvolueerd. Neem bijvoorbeeld het werk van Atticus, het pseudoniem van een anonieme Canadese dichter. Hij schrijft poëzie, epigrammen en aforismen met thema’s als liefde, relaties en avontuur. In 2016 werd Atticus door het tijdschrift Teen Vogue uitgeroepen tot de #1 dichter om te volgen . In 2022 noemde The Times Atticus ‘Byron voor de Instagram-generatie’ en datzelfde jaar werd hij door Galore Magazine uitgeroepen tot ‘de meest tatoeëerbare dichter ter wereld’. Een ander voorbeeld van een Instagramdichter die door dit medium beroemdheid verkreeg is natuurlijk Rupi Kaur.
Maar er is ook kritiek op zijn poëzie, die als generiek en repetitief wordt omschreven. De inhoud van zijn poëzie wordt eveneens bekritiseerd als manipulatief, vooral in de context van zijn publiek dat voornamelijk uit tienermeisjes bestaat. Colin Yost, is een criticus van Atticus en heeft hem omschreven als een ‘dief’ en een ‘toe-eigenaar van oude klassiekers’. En daar kun je van alles van vinden maar door de eeuwen heen hebben dichters gejat en geleend van voorgangers. De postmodernistische dichters maken juist en graag gebruik van teksten, delen van teksten en woorden van hun voorgangers.
Een ander voorbeeld is Andrea Gibson (1975), een Amerikaanse dichter en activist, die zich in zijn gedichten richt zich op gendernormen , politiek, sociale rechtvaardigheid en LHBTQ-onderwerpen. Gibson gebruikt genderneutrale voornaamwoorden , met name zij/hen/hun. Veel van hun gedichten gaan over genderidentiteit. Gibson heeft over gender gezegd: “Ik identificeer me niet per se binnen een genderbinair systeem. Ik heb me in mijn leven nooit echt een vrouw gevoeld en ik heb me zeker nooit een man gevoeld. Ik bekijk gender op een spectrum en ik voel ergens op dat spectrum dat niet aan een van beide kanten daarvan landt.” In Nederland en Vlaanderen zijn er ook dichters die zich specifiek of óók richten op de LHBTQ gemeenschap of schrijven over gender. Voorbeelden beschreef ik al hier, hier en hier.
Een laatste voorbeeld is Phil Kaye een Japans-Amerikaanse spoken word dichter, schrijver en filmmaker. Phil Kaye werd geboren in Californië als zoon van een Japanse moeder en een Joods-Amerikaanse vader. Als kind sprak Kaye thuis bijna uitsluitend Japans, totdat hij op vijfjarige leeftijd naar een Amerikaanse kleuterschool werd gestuurd. Kaye’s familie, samen met zijn Japanse en Joodse afkomst, zijn terugkerende thema’s in zijn latere werk. Naast zijn poëzie is Kaye een voormalig docent van wekelijkse poëzieworkshops in zwaarbewaakte gevangenissen. Hij werd benoemd tot hoofdcoördinator van Space in Prisons for the Arts and Creative Expression (SPACE), een organisatie die gratis kunstworkshops aanbood aan gedetineerden.
Moderne dichters, moderne poëzie, met thema’s als liefde, identiteit, sociale rechtvaardigheid, gender en persoonlijke groei. Ieder van hen brengt een eigen stem en weet thema’s levendig te verwoorden. Hun werk gaat verder dan traditioneel lezen, ze brengen een ervaring die lezers weet te raken. Zoals het gedicht ‘How the Worst Day of My Life Became the Best’ van Andrea Gibson, uit ‘You Better Be Lightning’ uit 2021.
.
How the Worst Day of My Life Became the Best
.
“When you are trapped in a nightmare, your motivation to awaken will be so much greater than that of someone caught up in a relatively pleasant dream.”
—Eckhart Tolle
.
When I realized the storm
was inevitable, I made it
my medicine.
Took two snowflakes
on the tongue in the morning,
two snowflakes on the tongue
by noon.
There were no side effects.
Only sound effects. Reverb
added to my lifespan,
an echo that asked—
What part of your life’s record is skipping?
What wound is on repeat?
Have you done everything you can
to break out of that groove?
By nighttime, I was intimate
with the difference
between tying my laces
and tuning the string section
of my shoes, made a symphony of walking
away from everything that did not
want my life to sing.
Felt a love for myself so consistent
metronomes tried to copyright my heartbeat.
Finally understood I am the conductor
of my own life, and will be even after I die.
I, like the trees, will decide what I become:
Porch swing? Church pew?
An envelope that must be licked to be closed?
Kinky choice, but I didn’t close.
I opened and opened
until I could imagine that the pain
was the sensation of my spirit
not breaking,
that my mind was a parachute
that could always open
in time,
that I could wear my heart
on my sleeve and never grow
out of that shirt.
That every falling leaf is a tiny kite
with a string too small to see, held
by the part of me in charge
of making beauty
out of grief.
.
De grondstof van het gedicht
Michaël Slory
.
Op zoek naar iets heel anders kwam ik op de website van Writers Unlimited terecht. Daar las ik over het slotprogramma van het Winternachtenfestival 2023. In dit avondvullende programma gingen dichters en kunstenaars op zoek naar de grondstof van het gedicht. Hoe worden het geweld van de delving van grondstoffen, de vernietiging van levens en werelden, en de uitputting van de aarde hoorbaar en voelbaar in taal? Waar is het gedicht van gemaakt: kan het zelf ook plunderen en schaden?
Dichters als Alara Adilow, Maarten van der Graaff, Marieke Lucas Rijneveld, Martin Rombouts, Maxime Garcia Diaz en Mustafa Stitou vulden deze avond met voordrachten, beeld, muziek en dans. Van de avond is een videoregistratie gemaakt die je hier kan bekijken. Als informatie bij deze avond werd een uitspraak van de Britse zoöloog, auteur en activist George Monbiot aangehaald: Wie een kinderboek over een boerderij openslaat ziet geen hypermoderne, destructieve industrie, maar lieflijke taferelen. Deze verdoezeling van de werkelijkheid is te wijten aan hardnekkige beelden over onze omgang met dier en land, die zijn ontleend aan de dichtkunst. ‘Een van de grootste bedreigingen voor het leven op aarde is poëzie,’ schreef hij dan ook provocatief.
Ik hou wel van dit soort uitspraken. het zet je aan het denken over wat taal vermag en hoe we ons verhouden tot de werkelijkheid. Dat het plunderen van de aarde is doorgedrongen tot de poëzie blijkt uit een gedicht van de Surinaamse dichter Michaël Slory (en dacht ik meteen aan de Klimaatdichters die dit tot speerpunt van hun poëzie hebben gemaakt). Het gedicht ‘Sinaasappel, bitter je schil’ van Michaël Slory (1935-2018) verscheen in 1966 in Contour jaargang 2, tijdschrift voor Literatuur.
.
Sinaasappel, bitter je schil
.
Binair Non-Binair
Thorn de Vries
.
Soms is het voor mij ingewikkeld om te bepalen of ik iets poëzie vind of niet. Prozagedichten zijn zeer populair en sommige ‘dichtbundels’ lezen meer als een roman of een set verhalen. In het geval van de bundel ‘Schillen’ van Thorn de Vries twijfel ik. Op Hebban lees ik in een review van deze bundel een zin waar ik me wel in kan vinden: Gedachten en fragmenten die qua opmaak en soms qua vorm richting poëzie gaan. Voor mijn boekhandel was het blijkbaar genoeg reden om de bundel bij de poëziecollectie te leggen.
Thorn de Vries (die/diens, 1995) is schrijver, acteur, filmmaker, activist en dragking en onder andere bekend van de film ANNE+, SpangaS I en Flikken Maastricht. Hoe kun je weten hoe het is om mens te zijn als je alleen maar bezig bent met hoe de mens hoort te zijn? Thorn de Vries probeert in deze bundel daar een antwoord op te geven. In het jaar dat ‘genderneutraal’ verkozen werd tot irritantste woord kwam Thorn de Vries uit de kast. Wie ben je als iedereen een mening heeft over wie je zou moeten zijn? Hoeveel lagen verhullen en verbergen de essentie van je zijn?
In een tijd waarin de genderdiscussie door al het populistische geweld onder druk staat, is een bundel als deze, voor een ieder die met zijn/haar/diens identiteit worstelt een lichtpuntje. Uit deze bundel nam ik het onderstaande gedicht (?) getiteld ‘Binair Non-Binair’.
.
Binair Non Binair
.
Ik vind het een compliment als mensen denken dat ik
een man ben.
Zolang ze me maar niets als vrouw zien.
Ik wil niet herinnerd worden aan het meisje dat ik ooit
was.
Dacht te zijn.
Leek te worden.
Maar toch niet werd.
.
Zolang ze me maar niet als vrouw zien.
.
Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mijn transitie naar
non-binair zo verschrikkelijk binair is geworden?
Het is voor mij wel heel erg dat een of dat ander
en dus absoluut niet datgeen wat ik vroeger was.
.
Femicide
Froukje van der Ploeg
.
Femicide wordt vaak als synoniem gebruikt voor vrouwenmoord. De term ‘vrouwenmoord’ omvat iedere moord op een vrouw. Maar de term ‘femicide’ legt de focus op de motieven van deze moorden. Zij zijn gendergerelateerd. De Amerikaanse onderzoeker, oud-hoogleraar en activist dr. Diana E. H. Russell was de eerste gebruiker van de term femicide in feministische context. Dat deed zij tijdens het eerste International Tribunal on Crimes Against Women in 1976. Dit was een bijeenkomst waarin voor het eerst de misdaden tegen vrouwen in kaart werden gebracht.
Russell gebruikte de volgende omschrijving: Femicide is het doden van vrouwen door mannen, omdat ze vrouwen zijn. In 2023 waren er 26 gevallen van femicide in Nederland. In dat jaar ook schreef dichter / vormgeefster Froukje van der Ploeg (1974) het gedicht ‘Femicide’ voor Internationale Vrouwendag. Het gedicht werd dit jaar in Hollands Maandblad nummer 2 geplaatst.
.
Femicide
.
Neem altijd de kortste route door het park
kijk, je ogen wennen aan het donker zie
scherp de sterren boven de bomen, de egel
in de bosjes, slapende mannen zonder dak
De maan fietst met je mee want de dood
wacht voor jou nooit in dit park
87 procent van je gevaar woont achter
de voordeur, je vriend of bijna ex
Je vader, broertje, buurman. Zij willen
bezit van je nemen weten waar je was
met wie je sprak, wat je zei, fiets verder
door vergeten wijken van een stad
En leer nieuwe vrouwen kennen
in je klas, in de kroeg, als je rent
langs het water en neem soms een man mee
door het bos want met jou zijn ze veilig.
.
Winterdag
Russisch Oekraïnse dichter
.
Toen ik in de bundel ‘Spiegel van de Russische poëzie’ het gedicht ‘Winterdag’ van Yunna Morits las was ik benieuwd naar wat haar achytergrond was (ik kende haar niet). Yunna Petrovna Morits ( Moritz ) (1937) is een In Oekraïne geboren dichter, poëzievertaler en activist. Ze ontving de Andrej Sacharovprijs voor burgerlijke moed van de schrijver . Ze werd geboren uit joodse ouders, geëvacueerd uit Kiev met de nazi-opmars. Morits studeerde aan het Gorky Literair Instituut in Moskou. In de jaren vijftig ging ze studeren in Moskou , waar ze kort van de universiteit werd gestuurd vanwege de kritische houding van haar gedichten en de vervreemding van het Sovjetsysteem . Haar gedicht was een eerbetoon aan Titian Tabidze , een Georgische dichter die in 1937 door Stalin werd geëxecuteerd.
Beïnvloed door Marina Tsvetaeva, publiceerde ze “Talk of Happiness” (1957), ‘Cape of Desire’ (1961), ‘The Vine’ (1970) en ‘With a Course Thread’ (1974). Daarnaast publiceerde ze ook vertalingen van werk van de joodse dichter M. Toif.
Ze is stichtend lid van verschillende liberale organisaties van artistieke intelligentia, waaronder de Russische afdeling van International PEN . Ze is lid van het Russische Uitvoerend Comité van de PEN en de mensenrechtencommissie ervan. Ze heeft verschillende prestigieuze prijzen ontvangen, waaronder de Andrei Sacharovprijs voor burgerlijke moed van de schrijver .
Wanneer je dit allemaal leest zou je verwachten dat ze zeer kritisch is naar het regime in Rusland en de oorlog die de Russen zijn begonnen tegen Oekraïne (waar ze geboren is). Wat schetst echter mijn verbazing, na 2014 werd Morits een voorstander van de Russische bezetting van Donbass en de Krim. Sommige van haar recente poëzie brengt anti-Oekraïense en antiwesterse gevoelens over en scheldt ze over de waargenomen anti-Russische campagne door het Westen.
In haar eerdere werk is daar gelukkig niets van te lezen en blijkt dat ze wel degelijk een goede dichter is, maar wel een die een verkeerde afslag heeft gemaakt. Uit ‘De spiegel van de Russische poëzie’ uit 2000 komt het gedicht ‘Winterdag’.
.
Winterdag
.
Al wat ik zie vanuit mijn raam –
De grandioze wereldorde –
Zal in mijn dikste schrift niet gaan,
Laat zich ternauwernood verwoorden.
.
Het bos is van kristal, het meer,
De ribes en de rechte hagen.
De bleke zon is in de weer
De januaridag te schragen.
.
De weg bukt onder sneeuwgewicht,
Zwart glanzen losse ravenveren,
Maar verder is het klaar en licht
Van kwetteren en kwinkeleren.
.
De ster die weinig anders doet
Dan licht te werpen op mijn leven
Praat met me op gelijke voet
En staat haar schijnsel weg te geven.
.
Misschien bestaat geluk daarin,
Misschien is dit het magistrale,
Dat niemand deze dag nadien
Letter voor letter kan herhalen.
.
Bibliothecarissen, Poëzie en muziek
Op de radio en in de schouwburg
.
Het leven van een dichter/poëzieblogger is bij tijd en wijle heel leuk (leuker dan gemiddeld). Zeker als je twee zondagen achter elkaar je licht mag laten schijnen over wat je doet als dichter. Zo ben ik aanstaande zondag 22 oktober te beluisteren bij het radioprogramma Over Poëzie en Muziek van dichters/presentatoren Sabine Kars en Mas Papo. Op https://www.overpoezieenmuziek.nl lees je er alles over. Over Poëzie en Muziek wordt zondag uitgezonden van 21.00 tot 23.00 uur te beluisteren via http://www.b-fm.nl/webplayer/ We zullen over het dichterschap praten, over inspiratie, over schrijven, ik zal 4 gedichten voordragen en nog veel meer, luisteren dus!
Op zondag 29 oktober zal ik tijdens De middag van de bibliothecaris, worden geïnterviewd door Alek Dabrowski in de foyer van de Schouwburg Rotterdam tussen 16.30 en 18.30 uur. Onder het motto ‘Laat schrijvers schrijven, bibliothecarissen vertellen het verhaal’ zal ik vertellen over wat de bibliotheek aan poëzie doet, een favoriet gedicht voorlezen en daar iets over vertellen en een eigen gedicht voordragen. Wat deze twee gedichten zullen zijn, daar denk ik nog over na. Een favoriet gedicht klinkt zo eenvoudig maar ik heb zoveel favoriete gedichten. Op deze middag verder Meliza de Vries (ook dichter), John Valk (ook muzikant), Leo Willemse (ook blogger) en Jeanine Deckers (ook columniste en activiste).
Kaarten zijn te krijgen á € 5,- bij de Schouwburg en op zondag aan de deur.
Als opwarmer alvast een gedicht van Meliza de Vries.
.
opa
je wees vaak naar die zee,
nadat het water de olifanten
naar het binnenland had verdreven.
je geloofde steeds minder in God,
meer in kwallen en zeewier.
geen vleugels maar vinnen, zei je,
om daarmee de eeuwigheid in te duiken.
.
Poëzie en politiek
Lincoln Silva
Lincoln Silva (1945) is een schrijver, dichter en journalist uit Paraguay. Momenteel schijnt hij in Amsterdam te wonen. Naast twee romans (‘Rebelión despuéus’ uit 1970 en ‘General, General’uit 1975) schrijft hij ook poëzie. In zijn geschriften hekelt Silva op humoristische maar groteske wijze de politieke realiteit in Paraguay. Met name tijdens het bewind van generaal en dictator Alfredo Strössner.
Op de website http://www.doorbraak.eu/ vond ik een mooi strijdbaar gedicht van Silva. In dit gedicht komen gevoelens van woede en machteloosheid en de weigering zich neer te leggen bij onrecht duidelijk naar voren.
.
Woede
Ik neem geen genoegen meer met een schreeuw
met het heffen van een vuist
en me te pletter lopen tegen een muur
Mezelf nu in brand steken
is de helft van niets;
verkoold sterven
terwijl je je eigen as opeet.
Het is veel te weinig alleen maar Paraguayaan te zijn
nauwelijks een Zuid-Amerikaan
een wereldburger.
Wat betekent het nu om christen te zijn
en je wonden likkend
van deur tot deur te gaan.
Vandaag viert de ellende
zijn bruiloft van as
en luiden de klokken
voor al onze martelaren.
Ik neem er geen genoegen meer mee een mens te zijn
zonder in de anderen
mijn woede te ontsteken.
.













