Site-archief

Wat maakt een gedicht?

Gemeenschappelijke kenmerken van poëzie

.

Ik mag graag rondzwerven op het wereldwijde Internet op zoek naar hoe men denkt en schrijft over poëzie. Ik schreef er al over in 2019nogmaals 20192017, 2015, en 2013. En als je goed zoekt waarschijnlijk nog wel vaker. Lezen over poëzie kan je helpen bij het zelf, beter, schrijven van poëzie. Maar wat het allerbeste werkt is heel veel poëzie lezen, het vakmanschap door je eigen ogen binnen halen en daar je eigen draai aan geven.

Op Literacyideas.com kwam ik het volgende artikel tegen. Voor het gemak heb ik de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van poëzie voor je uit het artikel geplukt en vertaald. Natuurlijk is dit geen uitputtende lijst van gemeenschappelijke kenmerken. Als je meer over poëzie leest mis je er al snel verschillende (verdichten van tekst, aanspreken door de dichter, enjambement – het afbreken van zinnen en woorden-, gebruik van witregels etc.) maar zo’n eerste korte lijst kan je al wat houvast geven. Dit is wat Literacyideas zegt over de gemeenschappelijke kenmerken van een gedicht:

● Het ziet eruit als een gedicht – als het eruitziet als een gedicht en leest als een gedicht, dan is de kans groot dat het inderdaad een gedicht is. Poëzie bestaat uit regels, waarvan sommige volledige zinnen zijn, maar veel niet. Bovendien lopen deze regels meestal niet consequent uit tot in de marge, zoals in bijvoorbeeld een roman. Dit alles geeft poëzie een onderscheidende en herkenbare uitstraling op de pagina.

● Het heeft vaak een onderliggende vorm die dingen bij elkaar houdt – hoewel dit niet altijd waar is (bijvoorbeeld in sommige vrije verzen), voldoet veel poëzie aan een voorgeschreven structuur, zoals in een sonnet, een rondeel, een haiku enz. Tegenwoordig gaat dit steeds minder op want het ‘vrije vers’ is bovenliggend.

● Het maakt gebruik van beelden – als een dichter serieus is, zullen deze proberen om beelden in de geest van de lezer te creëren met behulp van veel zintuiglijke details en figuurlijk taalgebruik.

● Het heeft een zekere muzikaliteit – we zouden kunnen denken dat de natuurlijke incarnatie van poëzie het geschreven woord is en zijn habitat, de pagina, maar het gedrukte woord is niet waar de oorsprong van poëzie ligt. De vroegste gedichten werden mondeling gecomponeerd en in het geheugen vastgelegd. We kunnen nog steeds zien hoe belangrijk de klank van taal is als we gedichten hardop voorlezen. We zien het ook terug in de aandacht voor muzikale middelen die in het gedicht zijn verwerkt. Poëtische hulpmiddelen zoals alliteratie, assonantie en rijm bijvoorbeeld. 

Doe er je voordeel mee zou ik zeggen maar vergeet niet dat de beste dichters vaak ook de beste lezers (van poëzie) zijn. Daarom hier een gedicht over poëzie, met als titel ‘Poëzie’ van één van de beste dichters uit het Nederlands taalgebied, mijn favoriet, de Vlaamse dichter Herman de Coninck (1944-1997) uit ‘De gedichten’ uit 1998.

.

Poëzie

.

Zoals je zegt ‘Val maar, sneeuw’

als het al een half uur sneeuwt,

.

zo heb ik er 45 jaar over gedaan

om er 45 jaar over te doen,

.

zo zeg ik ‘slaap maar’

tegen een dochter die al lang slaapt

.

en heb het daar twee uur later

nog altijd een beetje warm van,

als een thermos.

.

Autistisch gedicht

Jan Geerts

.

Uitgeverij P uit Leuven geeft al 30 jaar poëzie uit. Zij begeven zich op het gebied van nieuw talent, voor gevestigde waarden en buitenlandse coryfeeën die hun Nederlandse stem vonden. Naast deze hedendaagse kring van vooraanstaanden vergeet Uitgeverij P ook de grote klassieke roergangers van de poëzie niet, in bijzondere tweetalige edities.

In de loop van de jaren heb ik al verschillende bundels van deze sympathieke uitgeverij gelezen en gerecenseerd (Jana Arns, Peter J. Brouwer) en schreef ik vaker over dichters uit het fonds van uitgeverij P (Marleen De Crée, Charles Ducal, Yerna Van Den Driessche, Hubert van Herreweghen, Willy Spillebeen). Momenteel lees ik ‘De schaduw van Morandi’ van Antoon Van den Braembussche waar ik later deze maand een recensie over ga schrijven.

Ik heb heel veel respect voor uitgeverijen die zich volledig op poëzie richten. Het uitgeven van boeken is al; geen eenvoudige opgaaf en het uitgeven van poëzie biedt nog enige andere uitdagingen, maar uitgeverij P doet dit dus al; dertig jaar en timmert nog steeds goed aan de weg.

In een van hun laatste uitgaven van 2022, de bundel ‘Hoe er dan iets helders ontstaat’ van de dichter Jan Geerts las ik een gedicht dat me op de een of andere manier maar niet los wilde laten.De Vlaming Jan Geerts (1972) is schrijfdocent en dichter. Hij publiceerde gedichten in diverse literaire tijdschriften (Het liegend konijn, The Low Countries, Poëziekrant, Gierik & NVT). Hij debuteerde in 2004 met de verrassende bundel ‘Tijdverdriet en andere seizoenen’. Daarop volgden ‘Een volle maan met onze handen ernaast’ (2005) ‘De n van iemand’ (2008), Zwerfsteen’ (2008) , ‘Dat het blijft duren’ (2017) en nu dus ‘Hoe er dan iets helders ontstaat’.

In deze laatste bundel zoals ik hierboven als schreef, het gedicht ‘Autistisch gedicht’. Op de flap voorin de bundel staat te lezen dat het hier een aantal van de prachtigste liefdesgedichten die in onze taal geschreven zijn betreft. Ik heb gezocht naar de betekenis van de titel. Ik denk dat de kwetsbare lijn tussen er zijn voor de ander en er niet (steeds) zijn, het verschil tussen weten en merken door Jan Geerts hier (inderdaad) prachtig is verwoord. Het gedicht is opgedragen aan Kato, die zal het zeker begrijpen.

.

Autistisch liefdesgedicht

                                                        voor Kato

.

Van alle mensen

maar vooral van jou

was ik liever alleen

.

tel jij dus maar voor twee

en heb me nodig

want ik kan dat niet

.

kom niet te dicht

mijn huid is dus

en jij doet zo zeer

.

maar blijf bij mij

want zonder jou

ben je er niet

.

noem me niet

met de woorden

die de liefde gebruikt

.

want woorden

zoals hartendief

en voor altijd

.

die betekenen

te veel en maken

mij ziek

.

zie me dus graag

maar doe het

niet

.

Prosper aan Guido

Prosper van Langendonck

.

Bij het lezen van de naam Prosper moest ik onwillekeurig denken aan Foleor van Steenbergen, de ons in 2021 ontvallen toondichter, maar dat heeft vooral met de ietwat ouderwetse naam te maken, dat weet ik. De naam Prosper van Langendonk kwam ik tegen toen ik las in de bundel ‘Dichters van vroeger’ een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandse poëzie, samengesteld door Garmt Stuiveling uit 1977. Ik realiseer me dat 1977 voor veel mensen al ‘vroeger’ is maar veel van de namen in deze bundel zijn herkenbaar, al is het maar omdat vele straten en lanen genoemd zijn naar de grote dichters uit ons verleden.

Prosper van Langendonk (1862-1920) was een Vlaams dichter hetgeen me verraste, uit de ondertitel van deze bundel zou je verwachten dat het Vlaamse smaldeel buiten de selectie is gehouden. In de Aantekeningen en Verklaringen staat ook niets van deze dichter opgenomen, alsof hij illegaal mee is gelift.

In 1893 richtte Van Langendonck samen met August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Cyriel Buysse het literaire tijdschrift ‘Van Nu en Straks’ op, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde. Zijn opstel uit 1894 ‘De herleving van de Vlaamse poëzij’ gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl. De thema’s die hij vanuit zijn achtergrond beschreef werden op een romantische, nogal zwaarmoedige manier, met naar moderne oren omslachtig taalgebruik, worden verwoord. Later in zijn leven, kwam er meer weltschmerz in zijn werk waarschijnlijk door de schizofrenie waaraan hij leed.

Van Langendonk schreef vooral voor Van Nu en Straks maar er werd ook werk van hem opgenomen in Dietsche Warande en Belfort. De reden dat ik hier over deze dichter schrijf is tweeledig. Allereerst is het een (bijna) vergeten dichter maar daarnaast is in de bundel een gedicht opgenomen dat hij schreef ‘aan Guido Gezelle’ ook al een Vlaamse dichter die is opgenomen met werk in deze bundel. De ondertitel had dus waarschijnlijk beter ‘een bloemlezing uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie’ kunnen heten.

.

Aan Guido Gezelle

.

Zwaar peinzend hoofd, met eeuwigheid omtogen,

doorgroefd van voren, door de idee geleid,

diep over al dat werelds wee gebogen,

dat, staag opwellend in uw boezem schreit;

.

schoon hoofd, wars van versiering, los van logen,

wijdstralend brandpunt van ál-menselijkheid,

waarop, nu ’t aardse leven is vervlogen,

een glans van eeuwig leven ligt gespreid;

.

in laaie liefdesvlammen gaan ons harten

tot U, die al hun liefd’ hebt voorgevoeld,

en duizendvoud doorvoeld hun fijnste smarten,

.

met gal gelaafd, door ’t waanwijs volkje omjoeld,

waarop gij nederschouwt, met zielvolle ogen,

groots van vergiffenis en mededogen…

.

 

hier

Anke Senden

.

De Vlaamse dichter Anke Senden (1994) was van jongs af aan gefascineerd door taal en schrijven. Daarom studeerde ze Taal- en Letterkunde Engels-Nederlands aan de universiteit in Leuven en volgde ze de opleiding Literaire Creativiteit aan de Stedelijke Academie van Deinze. Ze won verschillende prijzen op poëziewedstrijden voor jongeren en staat ook graag op het podium in literaire programma’s. Ze beschouwt zichzelf als een ‘dichter’ in de eerste betekenis van het woord: een ‘maker’: altijd bezig met het uitwerken van het volgende wild creatieve idee.

Op de website The Low Countries is haar gedicht ‘hier’ dat ook verscheen in ‘Het liegend konijn’ 2019/1 vertaald in het Engels. Hier kun je het origineel lezen.

.

hier

.

je begin is bepoteld worden, al onmiddellijk
geldt: wie je bent, wordt bepaald
door je vlees, je piemel of je spleet

.

het is vel tegen vel, jij tegen haar, jij tegen hem,
als er al een ik bestond, zou het zich verzetten
maar het zit gesnoerd in kilo’s en centimeters

.

en mensen op wie het lijkt of zou moeten lijken
het besef bonkt in je oren: dit kan je nooit meer
overdoen, je eigen begin is je uit handen gerukt

.

als een kind uit de armen van zijn moeder
uit je keel breekt de schreeuw van wie nog alles
te verliezen heeft, jouw pijn is het lachen van anderen –

.

in je hoofd begint het denken zichzelf uit te vinden, zwermen
gedachten om die onmacht te maskeren, te vergeten
dat ze later, tot op het laatst, terug zal keren

.

Als een tafelblad glanzend

Peter Verhelst

.

De Vlaamse dichter, romancier en theatermaker Peter Verhelst was in december 2020 dichter van de maand. Al eerder schreef ik over zijn poëzie en nu bezit ik zijn bundel ‘nieuwe sterrenbeelden’ uit 2008. Verhelst is een gelauwerd dichter, zo ontving hij onder andere de Paul Snoekprijs, De Gedichtendagprijs, de Jan Campert-prijs, de Herman de Coninckprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de Constantijn Huygensprijs voor zijn werk en werken.

Hij debuteerde in 1987 met de bundel ‘Obsidiaan’ en ‘nieuwe sterrenbeelden’ is zijn 10e dichtbundel (van de 17 die hij publiceerde). Peter Verhelsts vroege poëzie en proza wordt over het algemeen gerekend tot het postmodernisme, meer bepaald de esthetische variant hiervan. In de kunsten gaat het bij het postmodernisme om een principieel eclectische stroming die het onderscheid tussen lage en hoge cultuurproductie veronachtzaamt en zich bedient van ironische of anarchistische combinaties van elementen uit verschillende stijlperioden, stromingen, genres, media en technieken die voorheen onverenigbaar werden geacht.

Of dat ook opgaat voor het gedicht ‘als een tafelblad glanzend’ uit ‘nieuwe sterrenbeelden’ opgaat laat ik aan de lezer over.

.

Als een tafelblad glanzend

.

Op bed kijken we elkaar
uit de kleren op de vloer
een jurk een hemd, meer valt niet

uit te trekken; hoe we ook op handen en knieën
bijenwas in de vloer wrijven
tot het hout was opgeeft

terwijl we elkaar op bed liggen te bekijken
op de vloer, glad as een tafelblad waarover dingen
uit eigen beweging beginnen te schuiven

tegen elkaar aan, van elkaar weg,
traag over de was glijdend, het lijkt ze
geen moeite te kosten, de magneet onder tafel onzichtbaar

ademend; een tepel uit een borst, een borst
uit een jurk, een hoofd uit een hemd,
het hoofd in de nek

zo graag had ik me
aan haar mond totaal
opengesneden.

.

Chrystal Palace

Startshow Poëzieweek

.

De Poëzieweek die van 26 januari t/m 1 februari 2023 wordt georganiseerd, wordt afgetrapt met een Startshow op woensdag 25 januari in Minard, de mooie en oude stadsschouwburg in Gent. Opnieuw loopt Vlaanderen hiermee voorop in de Poëzieweek. De twee dichters die het Poëzieweek geschenk schrijven Hester Knibbe en Miriam Van hee, ook in het dagelijks leven goede vriendinnen zijn de eregasten van deze startshow die uiteraard in het teken staat van het thema van de Poëzieweek ‘Vriendschap’.

Maar er is meer te genieten op deze avond in Gent. Er zullen optredens zijn van de dichters Michaël Vandebril en Stijn Vranken, de muzikant Fulco Ottervanger, en het dichterscollectief Proza-K. Proza-k is het geesteskind van twee woordkunstenaars. Yves Kibi Puati Nelen en Cleo Klapholz, twee trotse Antwerpenaren die zichzelf hedendaagse poëtische esculapen noemen. Dit is namelijk het oud-Nederlands woord voor Dokter. Want in onze maatschappij proberen zij het woord als heelmiddel voor te schrijven.

Yves Kibi Puati Nelen en Cleo Klapholz waren twee van de Antwerpse stadsdichters die er gezamenlijk mee stopten, waarom lees je hier. Het gedicht ‘Christal Palace’ , een ode aan de koolkaai, mocht op het allerlaatste moment niet verschijnen op een lelijke grijze elektriciteitskast omdat de tekening zogezegd te obsceen was, wat een van de redenen was om zich als stadsdichters terug te trekken. Alle reden dus om het gedicht hier met afbeelding te plaatsen.

Tickets voor de startshow met dit duo zijn uiteraard te koop via de link hier . De deuren openen om 19.00 uur en de show begint om 20.00 uur.

.

Chrystal Palace

.

De geschiedenis van een stukje stad dat wederom vergeten was

Oh de rijkdom aan verhalen in deze mythische tempel van wellust

.

Een smeltkroes van gefortuneerden en onvermogenden,

van de befaamde en ongure figuren

In een roes van vluchtige schaduwen

Hier, op deze plaats, stond het hof van genot,

het notoire lokaas voor vermaak

.

Met zijn weerkaatsende weerspiegelende toog

vol wulpse, waanzinnige, wonderschone deernes,

dansend op het ritme van een grammofoon, jukebox of muzikant

.

magnifiek en obsceen Antwerpen, zo zinnelijk

bejegenen alsof ze deelnemen aan hetzelfde voorouderlijke ritueel.

.

Ode aan de nacht en haar dames van plezier

ode aan de schemering en de lusten van het vertier

.

Ode aan de gestorven zielen, bedolven onder het puin

voor altijd gestraft door de wrekende puriteinse god

.

 

 

Poëzieweek 2023

Miriam Van hee

.

In 2023 schrijven Hester Knibbe en Miriam Van hee het Poëziegeschenk met als titel ‘Er staat te gebeuren’. Het thema van deze Poëzieweek is ‘Vriendschap’. De Poëzieweek loopt van 26 januari t/m 1 februari.

Miriam Van hee (1952) is een Vlaamse dichter en vertaler. Ze debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het karige maal’, waarvoor ze meteen bekroond werd met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. Ook de bundels die ze daarna publiceerde werden geregeld bekroond: voor ‘Winterhard’ (1988) won ze de Jan Campert-prijs, voor ‘Reisgeld’ (1992) kreeg ze de Dirk Martensprijs, voor ‘Achter de bergen’ (1996) won ze de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. In 2008 sloeg ze een dubbelslag met  ‘Buitenland’. Ze won zowel de juryprijs van de Herman de Coninckprijs voor de hele bundel, als de publieksprijs voor het beste gedicht voor ‘Zomereinde aan de Leie’. Voor haar recentste bundel ‘Als werden wij ergens ontboden’ (2017) ontving ze namens de Vlaamse regering in 2017 de Ultima voor de Letteren.

De poëzie van Miriam Van hee is vertaald in verschillende talen en werd ook in vertaling bekroond. In 2007 won ze de Europese poëzieprijs POESIAS voor de Franse vertaling van haar dichtbundel ‘De bramenpluk’.

Miriam Van hee vertaalde onder meer poëzie van Anna Achamatova, Osip Mandelstam, Velimir Chlebnikov en Vjatsjeslav Koeprijanov. Samen met Lisette Keustermans vertaalde ze ook gedichten van de Zweedse dichter Tua Forström. Sinds 2011 is Miriam Van hee ook lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren.

In het poëzietijdschrift  ‘Het liegend konijn’ uit 2003 komt het gedicht ‘Everzwijnen in januari’ van Van hee.

 

Everzwijnen in januari

.

je zocht een pad in het ongewisse
bij elke bocht keek je om, waar
je was, je gooide een steen
en het stoof in de struiken:
vijf kleine gestreepte coureurs
en hun moeder renden als gekken
je blikveld uit

.

je stelde je voor hoe je ’s avonds
zou bellen om hun te vragen
hoe het ze verder die dag was vergaan
om hen gerust te stellen, de jacht
was voorbij, het nageslacht veilig,
de wereld had weer
aan zichzelf genoeg

.

 

Ten minste houdbaar tot

Jana Arns

.

Op de zeer leesbare website Neerlandistiek.nl las ik in een recensie van Marc van Oostendorp over de bundel ‘De spronglaag’ van Esther Jansma, dat recensenten zich tegenwoordig nogal vaak schuldig maken aan het uitleggen van een dichtbundel. Marc schrijft bijvoorbeeld: ” Voor zover een recensie bedoeld is om lezers te informeren of ze iets wel of niet moeten kopen, is het volkomen ongeschikt: detectives recenseer je toch ook niet door te vertellen wie het precies gedaan heeft? Zou het niet eerder moeten gaan over wat er nu zo mooi of zo goed is aan deze bundel? Brengt close reading – hoe zinnig die activiteit op zich ook is – ons daar ooit dichterbij?”

Hoewel ik denk dat enige uitleg in een recensie wel degelijk een functie kan hebben bij het begrijpen van een bundel voor de wat minder geoefende lezer, ben ik het wel eens met hem. Een recensie is toch vooral een mening op basis waarvan je een bundel denkt te gaan lezen of kopen (of lenen bij een bibliotheek). Ik begin dit stuk met deze verwijzing naar het artikel in Neerlandistiek omdat ik de bundel ‘Ten minste houdbaar tot’ van Jana Arns voor me heb liggen waarvan ik hoop dat de lezer, na lezing van dit stuk, zal denken; Ja, die bundel wil ik lezen of kopen (of lenen).

Jana Arns (1983) is dichter, muzikant, docent schrijven en een beetje fotograaf. In de bundel staan 5 zelfportretten. Na haar debuut ‘Status: het is ingewikkeld’ uit 2016, ‘Nergens in het bijzonder’ uit 2018, ‘Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn’ uit 2019, ‘In welke vrouw ik leef’ uit 2021 is dit haar vijfde bundel.

De bundel bestaat uit een aantal hoofdstukken waarvan ik er een al kende. Suite Paternelle bevat een aantal gedichten die Jana schreef, verdichtte passages uit Suite Paternelle, een kameropera van Frank Nuyts. Vier van de 5 passages verschenen reeds in MUGzine #13. De andere gedichten uit de 6 hoofdstukken waren nieuw maar bij lezing van de gedichten moest ik regelmatig aan de woorden van Marc van Oostendorp denken. Het heeft geen zin om een uitleg te geven aan deze hoofdstukken, interessanter is het de taal van Jana Arns tot je te nemen. Want die taal is rijk, heel rijk.

Neem het gedicht ‘De nacht is een syncope’. De verwijzingen naar de nacht, het donker, hoe gedachten zich ontwikkelen tijdens de slaap of je juist uit de slaap houden, de elementen die de nacht omringen, in dit gedicht komen ze allemaal voorbij maar op een manier die niet alledaags is, of voorspelbaar maar speels, poëtisch, onverwacht. En in vrijwel elk gedicht neemt Jana Arns je mee in haar gedachtewereld, in haar hoofd vol fantasiebeelden, plakt ze moeiteloos fysieke zaken aan elkaar die op zijn minst creatief en soms absurd genoemd kunnen worden. Ze gebruikt in haar poëzie antropomorfisme; geeft dode zaken een leven en levende zaken zonder ziel een geestesleven, .

In haar Annie M.G. Schmidtlezing uit 2002 sprak Joke van Leeuwen over de term uitgesteld begrip. Ze zegt daarover: “Er is een soort denken waar nog niet altijd de goede woorden voor zijn, een soort begrijpen dat nog niet het soort is dat wij volwassenen meestal bedoelen als we vragen: begrijp je het wel?” Dat uitgestelde begrip lees ik terug in de gedichten van Jana Arns. En betekent dat dat haar poëzie onbegrijpelijk is? Nee, in tegendeel, maar door de rijkdom van de taal in haar poëzie is er sprake van een begrijpen zonder precies te weten. Zulke poëzie maakt nieuwsgierig naar meer en herlezen.

.

Coupe de Colruyt

.

We treffen elkaar in de wijnstreek van gang 1.

Twee onthouders met uitgeweken honger

en een blanco boodschappenlijst.

.

In het vriesvak talmen we quattro minuti.

Tongen kleven aan een fantasie uit ijs.

Tussen droogwaren rijst de verbeelding.

.

Bij de granaatappels plukken we

een laatste maal bijeen,

schuiven rookgordijnen open, want

,

thuis krijgt het bed nieuwe heupen

en nu eelt van het matras wordt geschraapt,

verschijnen jongere lakens.

.

Zo delen wij reeds maanden de rekening.

Soms kus je me in de hals van je glas.

Ik schenk telkens bij.

.

Studio Haiku

Lotte Dodion

.

Vorig jaar had ik contact met de Vlaamse dichter Lotte Dodion (1987), ik wilde haar vragen voor een bijdrage in MUGzine. Ze antwoorde toen dat ze heel erg druk was met een nieuw project dat heeft geresulteerd in een boek getiteld ‘Studio Haiku’ een handleiding voor haiku avonturiers. In ‘Studio Haiku’ gidst dichter en haiku-reisgids Lotte Dodion je stap voor stap door de wonderlijke mogelijkheden van de haiku. De haiku is een korte en krachtige Japanse dichtvorm die aan een aantal voorwaarden moet voldoen:

Een haiku bestaat uit drie regels waarin regel 1 vijf klemtonen of lettergrepen heeft, regel 2 zeven klemtonen of lettergrepen en regel 3 vijf lettergrepen of klemtonen.

De regels met betrekking tot de verdeling van de lettergrepen over de verschillende regels van het gedicht slaan voornamelijk op zogenaamde Westerse Haiku gedichten. Traditioneel Japanse Haiku wil nog wel eens afwijken van deze regels. Zo schreef de meest bekende Japanse dichter aller tijden Matsuo Basho (1644-1494) eens een haiku waarvan de tweede regel maar liefst 9 lettergrepen had.

Daarnaast heeft de traditionele haiku nog een aantal kenmerken:

  • omgeving als onderwerp (kan natuur zijn, maar bijvoorbeeld ook een bepaalde ruimte of een specifiek gebouw)
  • probeer een twist in de haiku te verwerken
  • houd het zo zintuiglijk mogelijk
  • probeer geen emoties in de haiku te verwerken: probeer juist emoties bij de lezer op te wekken
  • vermijd stereotype Japanse zaken, zoals de kersenbloesem

Uit het boek ‘Studio Haiku’ van Lotte Dodion blijkt  dat de haiku en het schrijven van deze vorm van Japanse poëzie een heerlijk speelveld is om je gedachten, gevoelens, observaties én kwinkslagen te vangen.

Veel meer over de haiku kun je lezen op deze website over Japanse dichtkunst.

Uit het boek van Lotte hier een aantal voorbeelden.

.

In de ochtendkoelte
maakt het geluid van de bel
zich van de bel los.

Yosa Buson

.

Een meer is mijn hart.
Op de oever sluipt de schaduw
van een zwarte tijger.

Kaneko Tôta

.

In mijn fantasie
kijk je nog één keer om en
dan pas verdwijn je.

Lotte Dodion

.

Kinderkleuren

Sara Eelen

.

Als een van de jongste leden van Collectief Dichterbij viel Sara tweemaal in de prijzen bij de Turnhoutse voorronde TXT van de Kunstbende. Eelen (1994) is meer dan alleen dichter, zo fotografeert en filmt ze maar ze werkt ook met audio en, uiteraard, tekst. Voor dat ze debuteerde in 2020 met de dichtbundel ‘Het nodige breken’ bij uitgeverij Vrijdag werd werk van haar hand gepubliceerd in Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Kluger Hans, Hard//Hoofd en Papieren Helden. Ook werd haar werk al bekroond bij Frappant TXT, de Babylon Interuniversitaire Literaire Prijs en de Poëzieprijs Stad Harelbeke.

Sara is een van de drijvende krachten achter de Klimaatdichters en Hart boven Hard, een burgerbeweging, opgericht in 2014 die als missie heeft:

Hart boven Hard wil een inclusieve en duurzame samenleving helpen creëren, waarin de waarde van mensen voorgaat op het pure streven naar winst. Hart boven Hard beweegt en verbindt burgers over maatschappelijke thema’s en sectoren heen om hun gedeelde bekommernissen creatief te uiten én de samenleving te winnen voor het realiseren van alternatieven. Op deze manier wordt de participatieve democratie beoefent die Hart voor Hard meer wil zien.

Van deze geëngageerde dichter hier het gedicht ‘Kinderkleuren’.

.

Kinderkleuren

.

Het roze potlood is altijd als eerste op in de kleurdoos
want de vader en de moeder moeten steeds opnieuw getekend
hun wangen extra dik aangezet, een laagje fond de teint.

.

Mengen leert het kind pas later.
Net als het feit dat mensen niet roze zijn
en moeders en vaders niet altijd in dezelfde afbeelding passen.

.

Niemand wil het kind nu al leren
dat het meer rode en blauwe plekken moet arceren
of beter nog de vader doorzichtig laat.

.

Het is al goed dat het zichzelf niet langer
tussen de ouders in tekent
de handen als stekelige bollen op elkaar

.

dat het in de bladspiegel plaats laat voor verdriet
daar kunnen we later nog wat mee.

.