Site-archief

Binnentuin met echtpaar

Ester Naomi Perquin

.

In 2020 bestond de bibliotheek Schiedam 100 jaar. Naar aanleiding van dat heugelijke feit is er destijds een jubileumboek gemaakt. In dat boek staan veel interviews en stukjes geschreven door onder andere Maarten ’t Hart en Abdelkader Benali. Maar er staat ook een gedicht in van Ester Naomi Perquin (1980).

Dit gedicht is getiteld ‘Binnentuin met echtpaar’ en wie de bibliotheek kent in Schiedam, in de Korenbeurs, herkent in deze titel gelijk de bibliotheek. De Schiedammer Korenbeurs of Koopmansbeurs is een rijksmonument uit 1786-’92. In de Korenbeurs werden moutwijn, granen en spoeling (restproduct na de eerste distillatie) verhandeld. Deze handel stond in direct verband met de in Schiedam gevestigde stokerijen voor jenever. De Beurs wordt gezien als een van de monumenten van de Schiedamse jeneverindustrie.

Sinds 2015 is de openbare bibliotheek in dit prachtige gebouw gevestigd. Het gebouw is vierkant en bij binnenkomst blijkt het eigenlijk te bestaan uit 4 buitenmuren waartegen een etage is gebouw en het binnenste gedeelte is open, een soort vide maar dan heel groot en onder een glazen dak. Door het licht dat er dus invalt is het mogelijk veel grote planten en bomen te plaatsen. Dat is dan ook gedaan. Vandaar de ‘binnentuin’ uit de titel van het gedicht van Ester Naomi Perquin.

.

Binnentuin met echtpaar

.

Dit werd het volmaakte. Woorden en gebladerte, waarin we samen

onze intrek namen, waar we lazen. We sloegen de bladzijdes om,

werden te oud voor dagelijkse schaamte, werden te zwaar

om te dragen, te groot voor op schoot, werden

goed in verlaten, goed in de dood.

.

Volleerde lezers, die hier all;e jaren bleven. Nog zitten we hier, nog

heb ik je lief. Tegen zwoele slangen en de wijde wereld in.

Midden in elk einde groeit een lus naar het begin –

ik weet dat niets voor eeuwig blijft.

.

Maar wat dan nog? Hier is steeds een nieuw verhaal. Tijd is gewicht

dat onder zichzelf bezwijkt, taal is slechts taal. Sla om.

Je bent mijn rots, mijn bron, mijn zon, mijn licht.

.

Volmaaktheid kent geen tegengif.

.

Amsterdamned

Ester Naomi Perquin

.

Soms zijn gedichten op het eerste oog gewoon een gedicht; met een onderwerp en een persoon in een situatie. Niets bijzonders. Totdat het gedicht raakt aan een gezamenlijke ervaring, dan gaan er ineens andere dingen meespelen. In het gedicht ‘Amsterdamned’ van Esther Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Meervoudig afwezig’ uit 2017 is er echter sprake van niet één laag, geen twee lagen maar meerdere lagen.

Allereerst is er de gedeelde ervaring, de film ‘Amsterdamned’ van Dick Maas uit 1988, die veel van ons, die al wat ouder zijn, gezien en meegemaakt hebben.  De hype die rond de film hing mocht er zijn destijds. Een tweede laag is het gegeven dat het onderwerp een persoon (vader) zijn 15 seconds of fame beleeft in deze film. Hoeveel mensen zouden er niet jaloers zijn op deze vader, in een kaskraker op het grote witte doek te zien zijn, al is het maar als figurant. Dan is er nog een laag namelijk dat haar vader is overleden voordat de film in première ging, haar moeder die extra informatie geeft en een inkijkje in hoe het eraan toegaat op zo’n set (geleende kleren, geleende fiets, het keer op keer overdoen van iets dat slechts heel zijdelings de film zou halen).

En een persoonlijke observatie; de voormalig stadsdichter van Rotterdam die een gedicht schrijft met de titel ‘Amsterdamned’, iets dat vele Rotterdammers denk ik regelmatig zo aanvoelen als ze aan de hoofdstad denken. Een gedicht kortom dat op het eerste gezicht een beschrijving lijkt van een situatie ergens in het verleden, maar waar na nauwkeuriger lezing zoveel meer inzit.

.

Amsterdamned

.

Ik zag de film waarin mijn vader heeft gefigureerd: één shot

waarin hij langsloopt en niets doet – nou ja, hij steekt,

een herenfiets aan de hand, de gracht over

en kijkt even naar een eend.

.

Die fiets was niet van hem, weet ik.

Het jasje dat hij draagt geleend.

.

Mijn moeder is erbij geweest. Hij moest, zegt ze, zes keer oversteken

voor het hem lukte te lijken op wat elke regisseur graag ziet:

een doodgewone man met een doodgewone fiets.

.

Hij haalde het einde van de zomer, mijn zevende verjaardag en

bijgevolg ook de première niet. Ik zag hem twintig jaar daarna:

moordenaar die door de grachten snijdt en vrouwen grijpt

en dan, naast de klopjacht, een flits van dat gezicht.

.

Een man met een fiets die de gracht oversteekt.

De eend, zag ik, is er nog uitgeknipt.

.

Het zomernummer

MUGzine # 18

.

In de zomer nemen wij van MUGzine altijd even wat tijd voor onszelf maar zeker ook voor onze lezers. Een klein beetje later dan we gepland hadden (vakantie periode) komt komende week nummer 18 uit.

Als je het Nederlandse dichterslandschap bekijkt zou je zonder enige overdrijving Rotterdam als hoofdstad van dit landschap kunnen benoemen. Al jaren heeft Rotterdam een stadsdichter van niveau (een paar van hen, Anne Vegter en Ester Naomi Perquin, werden benoemd tot dichter des vaderlands), het grootste poëziefestival van ons land, Poetry International, is in Rotterdam sinds 1970, er is een Poetry Circle 010 en er zijn door de stad heen verschillende poëziepodia en festivals. Maar ook poëzie stichtingen als De zoek naar schittering ( o.a. bruggedichten), de Poëziebus, stichting Het Park en poëziestichting Ongehoord! alsmede poëzietijdschrift Awater hebben hun roots in Rotterdam. En vergeet burgemeester Aboutaleb niet die dichtbundels samenstelde.

Daarom dit keer een nummer met louter Rotterdamse dichters ( 6 maar liefs) én een illustrator/kunstenaar uit Limburg. Hester Knibbe, Hans Wap, Daniël Dee, Myrte Leffring, Amber Rahantoknam en Peter Swanborn zorgden voor de poëtische bijdragen en kunstenaar Andries Hoogenraad is verantwoordelijk voor de illustraties. Natuurlijk een voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne, een gloednieuwe Luule en de vormgeving is als altijd van Bart van BRRT.Graphic.Design.

MUGzine heeft een aantal nieuwe ideeën en verrassingen in petto en we zullen die in de loop van het najaar bekend gaan maken. Maar eerst dus het zomernummer van 2023. Donateur worden en een jaar lang elke editie op papier via de post ontvangen? Ga dan naar onze website en ontvang meteen een eerste cadeautje.

Om je alvast een voorproefje te geven hier een gedicht van Hester Knibbe dat niet in de nieuwe MUG staat getiteld ‘café-restaurant ‘la Rotonde” uit De Tweede Ronde, jaargang 12 uit 1991.

.

café-restaurant ‘la Rotonde’

.

de deur is dicht en dood, de oo’s
zijn weggevaagd uit het ‘Rotonde’
een stoel vervangt de zonnewijzer
.
ze wijst de tijd aan op het pleister
en past oneindig in dit ronde
verslijten en versleten worden
.
– stilaan raakt alles uitgehongerd
.
behalve dan de vrouwen wat terzijde,
zij scheppen thuis het eten op de borden
.
en of ze eeuwig zijn, vergeten wonder,
vertellen ze elkaar de nieuwste roddels
op deze foto – onderdeel van een seconde
.
.

 

 

Dag veertien

Vakantiegedicht

.

In de vakantie is er natuurlijk ook een plek voor de verwarring. Bart Moeyaert (1964) schreef het gedicht ‘Ochtend’ dat misschien niet de liefde bezingt die je verwacht (op basis van de titel van zijn bundel ‘Dat alles over liefde gaat’ uit juni 2023, een bundel van de mooiste gedichten van hem gekozen door collega dichter Esther Naomi Perquin) maar ergens toch weer wel.

.

Ochtend

.

Vanochtend was de wereld

weer erg goed begonnen

met blauwe lucht en hier en daar

een wolk van zelfgesponnen

suiker, en in haar schaduw

op de grond een koe, maar als

altijd hield ze het voor bekeken

toen ik onder haar door reed,

over haar heen, en hoorde

dat er vandaag geen doden

maar wel een paar gewonden

waren, en dat we mochten hopen

dat de hemel op zou klaren.

.

Etenstijd

Dubbelgedicht

.

Ik schreef al vele malen over dubbelgedichten en vandaag komt er in die categorie weer een bij. In dit geval is de link die de twee gedichten verbindt een maaltijd (en twee Vlaamse dichters). Het eerste gedicht is van Miriam Van Hee (1952) getiteld ‘Het karige maal’ uit de gelijknamige dichtbundel uit 1978.

Het tweede gedicht is van Bart Moeyaert (1964) uit de bundel ‘Dat alles over liefde gaat’ de mooiste gedichten van Bart Moeyaert gekozen door Ester Naomi Perquin uit 2023, getiteld ‘Te koop’.

.

Het karige maal

.

Onder de lamp aan tafel

zwijgend eten wij; onze handemn

als witte vlekken komen en gaan;

onze beringde vingers achteloos

met het vertrouwde brood spelend.

.

Geen vreugde niets ongewoons

is er in de klank van onze

messen en vorken.

.

En natuurlijk weten wij niets

van het geluk van reizigers

in een avondtrein.

.

Te koop

.

En ze krijsen door de avond:

‘Mama, zijn we nog op tijd?’

Al mijn broers en al mijn zussen

ben ik liever kwijt dan rijk.

Want ze schuiven mee aan tafel.

Krijg ik weer het heen en weer.

Gaan ze pannenkoeken vreten,

de hele stapel, ongeveer.

Niks blijft er nog voor me over,

niemand vindt dat ongewoon.

Morgen ga ik me verkopen

aan een moeder zonder zoon.

.

Hier ben ik

Philip Huff

.

In ‘de lage landen’ het tijdschrift dat context geeft bij cultuur in Vlaanderen en Nederland (voorheen Ons Erfdeel) kiest Jozef Deleu twee keer per jaar uit de recente poëzieoogst vier gedichten die hem bijzonder getroffen hebben. Jozef Deleu (1937) is stichter en oud-hoofdredacteur van Ons Erfdeel vzw. Daarnaast is hij dichter, schrijver en samensteller van het ‘Nieuw Groot Verzenboek’ dat in 2021 voor het laatst verscheen. Ook is hij oprichter (2003) en enige redacteur van ‘Het liegend konijn’, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie.

In ‘de lage landen’ koos hij voor vier dichters te weten Ruth Lasters (1979) , Ester Naomi Perquin (1980), Jens Meijen (1996) en Philip Huff (1984). Van deze laatste koos hij, uit zijn bundel ‘Ik meld mij af, ik meld mij aan’ uit 2023 het gedicht voor Maartje Wortel getiteld ‘Hier ben ik, bij Szymborska’s ‘notitie”. Schrijver Maartje Wortel (1982) werkte vaker met Philip Huff samen onder andere schreef zij het eerste gedeelte van het verhaal ‘Wij’ in de verhalenbundel ‘Goed om hier te zijn’ van Philip Huff.

.

Hier ben ik, bij Szymborska’s ‘notitie’

Voor Maartje Wortel

.

Je zegt ‘Hier ben ik’ maar wie

zegt dat jij er bent als je dat zegt?

Ik kan bijna niet ademhalen

als je zo nietszeggend spreekt.

.

Probeer maar eens een hond te zijn

en als gelijke op te kijken naar je baas,

probeer maar eens zelf je zachte vacht te aaien-

probeer maar eens.

.Jij zegt ‘Ook als ik er niet ben

zijn de woorden er’ maar wat dan mist

is het geluid van je stem,

de mouw van je trui.

.

Ik zit gevangen in een warme auto,

mijn snuit tegen de ruit

.

en je zegt ‘Hier ben ik’

maar ik

ben niet daar.

In elk samenzijn een tegenstelling,

in elke tegenstelling een hiërarchie

.

–  in elke relatie laat iemand

iemand anders uit.

.

J.C. Bloem

Nyk de Vries

.

De stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs heeft naar aanleiding van twintig jaar poëzieprijsuitreikingen een selectie gemaakt van op J.C. Bloem geïnspireerd werk. Deze bundel zal ik binnenkort uitgebreider bespreken op dit blog maar ik wil vandaag alvast een gedicht van Nyk de Vries plaatsen. Ik heb Nyk de Vries leren kennen als dichter op het Dunya poëziefestival in Rotterdam. Ester Naomi Perquin was destijds stadsdichter van Rotterdam en zij mocht een podium vullen met dichters. Één van die dichters was Nyk de Vries (1971).

Ik zal dat optreden niet snel vergeten want ik stond schuin naast het podium te luisteren toen er iemand aan kwam lopen en naast me kwam staan om mee te luisteren. Ik dacht deze persoon te herkennen maar kom hem niet meteen plaatsen. We begroeten elkaar en we genoten van het optreden van Nyk de Vries. Na zijn voordracht zei de man gedag en liep weer verder. Ik ging nog even met een bevriende dichter praten en vroeg hem wie die man toch was? Hij kwam me zo bekend voor. Het bleek Ahmed Aboutaleb, de kersverse burgemeester van Rotterdam en poëzieliefhebber te zijn. Die kon toen nog redelijk anoniem en zorgeloos over zo’n festival te kunnen lopen.

Maar terug naar de bundel ‘Beste meneer Bloem,’. Uit deze bundel het gedicht van Nyk de Vries (genomineerd in 2013 met zijn bundel ‘De dingen geburen omdat ze rijmen’ ) getiteld ‘J.C. Bloem’.

.

J.C. Bloem

.

Ik ontmoette J.C. Bloem in 1956 en meteen begreep ik

dat het een vreemde snuiter was. We liepen door het

Chinese deel van de stad toen hij een dolk te voorschijn

trok en die recht in zijn buik plaatste. Hij was niet dood,

maar we moesten wel als gekken naar het ziekenhuis.

Daar sprak ik bijna de hele avond met zuster Anna en

amper twee weken later waren we getrouwd. Wat kan

ik er verder over zeggen? Waarom langer wachten op je

liefje als ze gewoon naast je zit?

.

Tellen

Ester Naomi Perquin

.

In de nieuwe bundel ‘Ongevraagd advies’ van Ester Naomi Perquin (1980) staan weer vele pareltjes van gedichten. Ik mag mij ondertussen toch wel een groot liefhebber van haar werk noemen. Poëtisch, rond en vaak met humor. Zo lees ik ‘Tellen’ en ik kan een grote glimlach hier niet onderdrukken. Reden genoeg om hier te delen en mijn enthousiasme voor deze bundel te laten blijken en over te brengen. Iedereen die weleens met een vogelaar op pad is geweest zal zich in dit gedicht herkennen. De manier waarop D. vriendelijk reageert op het benoemen van vogels door de ik in dit gedicht is hoe ik dit ook heb meegemaakt. Misschien zijn alle vogelaars wel bijzonder geduldig en vriendelijk van aard. .

.

Tellen

.

D. kijkt graag vogels, ik mag mee. Kijk, zeg ik,

een bonte ekster. Nou, zegt D.,

dat is een Vlaamse gaai.

.

En daar, bij de waterkant, zit een jonge

wintertaling. Nou nee, zegt D.

Dat is een Smient.

.

Verrijkend is het, vogelkijken. We zijn pas

net begonnen en we hebben er

al vier gezien.    

Er is niets gebeurd

Ester Naomi Perquin

.

Het is alweer even geleden dat Ester Naomi Perquin (1980) een bundel publiceerde. Har laatste bundel ‘Meervoudig afwezig’ is alweer uit 2017. De poëzie van Perquin is bijzonder, poëtisch, muzikaal en ik mag haar altijd erg graag lezen. Daarom en omdat het alweer even geleden is dat ik iets van haar publiceerde hier een gedicht uit haar bundel ‘Celinspecties’ uit 2012 getiteld ‘Er is niets gebeurd’.

. 

Er is niets gebeurd

.

Er waren allerlei redenen om een kind te krijgen

dus kregen wij een kind. Het was een jongen,

groot voor zijn leeftijd, zwijgzaam.

.

We kochten een huis en kregen twee dochters

omdat één kind, zwijgzaam, zielig is

.

Er waren kapers op de kust.

We namen een hond met scherpe tanden

omdat een huis moet worden bewaakt,

bij voorkeur dag en nacht.

.

We gingen op vakantie met drie kinderen,

de hond en de gedachte aan het huis,

dat in de tussentijd, weerloos,

achterbleef. We stuurden

het kaarten van zee.

.

Bruggedichten

Alphen aan den Rijn

.

Stichting de Zoek naar Schittering is verantwoordelijk voor het project Open/Dicht bruggedichten in Rotterdam. Het project is gestart in 2017 door Jiske Foppe en heeft inmiddels drie bruggen over de Schie in Rotterdam voorzien van gedichten van Daniel Dee, Ester Naomi Perquin en Dean Bowen (alle drie voormalig stadsdichters van Rotterdam). Als lid van het comité van aanbeveling van de Zoek naar Schittering ben ik niet alleen zijdelings verbonden maar ook een groot fan van deze vorm van poëzie in de openbare ruimte.

Naast bruggedichten in Rotterdam en Antwerpen is de stichting (Jiske) nu ook gevraagd door de gemeente Alphen aan den Rijn om een bruggedicht te realiseren onder de Alphense Brug een van de bruggen over de Oude Rijn aldaar. De selectie voor een dichter gaat anders dan in Rotterdam. In Alphen aan de Rijn is gekozen voor een gedichtenwedstrijd. Van 9 mei tot en met zondag 5 juni kan iedereen die iets met Alphen aan den Rijn heeft, amateur- of professioneel dichter, een gedicht insturen. Voor de regels en voorwaarden kun je op de website van Khabbaz terecht.

Ik ben voor een klein administratief deel verbonden aan deze wedstrijd en ondersteun dit mooie initiatief van de gemeente Alphen aan de Rijn van harte. Ooit schreef ik een bruggedicht naar aanleiding van een bericht over deze vorm van poëzie in de publiekelijke ruimte. Het is getiteld ‘Onder de brug’.

.

Onder de brug 

.

Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers

opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten

stressende automobilisten en geduldige hengelaars

.

platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar

alleen de schippers nemen flarden tot zich

in het voorbijgaan, in het half donker

.

pas wanneer er een pas op de plaats moet

worden gemaakt, openbaren zich de zinnen

de poëtische overdenkingen onder de brug

.

minutenlang mag de tekst haar lezers

plezieren en verwonderen, tot na het laatste

schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt

.