Site-archief

Poëzie bij kunst

Werklicht # Fenix I

.

Enige tijd geleden werd ik door dichtervriend Joz Knoop gevraagd of ik een bijdrage wilde leveren aan het project Werklicht # Fenix I, een poëtische Raam-Wandel-Expositie bij Fenix I in Katendrecht Rotterdam aan de Nico Koomanskade 94 aldaar. Kunstenaarscollectief WERKLICHT van Joz Knoop en Theo Huijgens hebben in samenwerking met Verhalenhuis Belvédère en Poetry International de poëtische Raam-Wandel-Expositie georganiseerd.

100 Dichters presenteren nieuw werk bij de werken van 100 beeldend kunstenaars. De samenvoegingen zijn te zien in de vorm van een raamexpositie XL. Publiek wandelt rondom de Fenixloods 1 langs de ramen waar maar liefst de 100 van de nieuwe ‘gesamtkunstwerke’ zichtbaar zijn. Hiermee transformeren zij de Fenixloods in de zomer van 2021 tot een museumvitrine. Dat het een voornamelijk Katendrechts feestje is blijkt wel uit het feit dat maar liefst 70 kunstenaars en dichters woonachtig zijn in deze wiijk van Rotterdam.

Minder bekende namen en bekende namen doen mee aan dit project zoals Hans Wap, Vrouwkje Tuinman, Daniel Dee, Jana Beranová en Ahmed Aboutaleb. En ik heb dus ook meegedaan en mijn gedicht ‘Hou jij een oogje in het zeil?’ is deel van deze enorme museumvitrine. Hieronder het kunstwerk van Ronald Motta getiteld MOTTAORI waarbij ik het gedicht schreef en mijn gedicht. De gedichten en kunstwerken zijn nog de hele zomer te zien dus ga vooral eens kijken.

.

Hou jij een oogje in het zeil?

 

Hou jij een oogje In het zeil?

ogen in je rug, ogen van de ziel.

 

Zelden zag ik iets dat leek te kijken

zoals ik dacht, en waarvan ik had

 

verwacht, dat het bereik van wat ik

dacht te zien, nog groter was dan wat

 

het leek te zijn. Geen alziend oog, geen

god misschien maar alles in het vizier

 

van dooie mus, ongekend plezier, tot

waar het oog reikt; het nu en het hier.

.

Experimentele poëzie

Rozalie Hirs

.

Op het gebied van experimentele poëzie ken ik een aantal bijzondere vormen. Zo is er de visuele en klankpoëzie van Paul van Ostaijen, de klankpoëzie van ACG Vianen, de poëzie van F. van Dixhoorn (‘Verre uittrap’ een hele bundel met welgeteld 93 woorden) en de soms omgrijpbare maar o zo prachtige poëzie van E.E. Cummings met zijn complexe en bijzondere interpunctie. Dit zijn maar een paar voorbeelden, er zijn er uiteraard veel meer (denk aan de Dada dichters).

Een naam die ik zo aan dit rijtje kan toevoegen is die van de Nederlandse componist en dichter Rozalie Hirs (1965). Iedere nieuwe bundel van haar kenmerkt zich door de keuze van een nieuwe benadering van taal, perspectief, narratief. Haar stijl is beeldrijk, associatief, en is zowel klank- als betekenisgericht te noemen.

Dat geldt ook zeker voor de bundel ‘verdere bijzonderheden’ uit 2017. Lezend in deze bundel moet ik steeds aan de poëzie van Cummings denken (wat als een compliment kan worden opgevat). Het volledig loslaten van alle regels omtrent taal, interpunctie, lopende zinnen of de regelmaat van geschreven teksten is hier verheven tot een experimentele vorm van poëzie.

Oordeel zelf, het gedicht zonder titel met alleen de aanhef [6] komt uit het hoofdstuk ‘bewegingslijnen’.

.

[6]

.

sporen van liefde. in de wasbak je zeep, scheerschuim. in de lade je

sokken.

op de vloer de vieze. schrijven ‘jij’ in de kamer. niet echt jij <hier>. hij

evenmin.

buiten zichzelf. ben jij. schim van beweging. alweer. rilt. een buitenissig

rillen

.

voorbij de tijd. toont een jonge kelner zijn sixpack aan meisjes –

zonovergoten

god die almachtige golven berijdt. hoog, heel high. giechelen meisjes dan

tilt

een denkbeeldige surf ze op, allemaal tegelijk. tolt licht rond, in het rond.

.

Land van genade en verdriet

Dichter van de maand juni

.

In de Volkskrant van 29 mei staat een artikel over Vanja Kaluderjercic, directeur van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In de rubriek ‘Onze gids dit weekeinde’wordt elke week een bekende persoon gevraagd naar het favoriete boek, een plek, een architect, een gerecht, film, persoon en in in het geval van Kaluderjercic ook naar haar favoriete dichter.

Dit blijkt Antjie Krog te zijn, dichter van de maand juni 2021 op mijn blog. Ze zegt hierover: “Ik ken haar werk nog niet heel goed, maar ik raak er steeds bekender mee, sinds in in Nederland woon. Antjie Krog is hier veel gepubliceerd’. Dan staan de Engelse gedichten naast de Nederlandse vertaling, zo oefen ik ook mijn Nederlands.” En ook: “Country of Grief and Grace is een gedicht van haar dat ik zo nu en dan herlees.”

Omdat Antjie Krog dichter van de maand is, en omdat het gedicht ‘Land van genade en verdriet’ in de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ staat is het voor mij een kleine moeite om het eerste deel van de Nederlandse vertaling van dit gedicht hier te plaatsen. Het totale gedicht in het Zuid Afrikaans vind je hier: https://www.poemhunter.com/poem/land-van-genade-en-verdriet/

.

Land van genade en verdriet

.

tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
de ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt.

.

Foto: Daniel Cohen

Buiten

Esther Jansma

.

Met dit mooie weer wil je (ik dan toch) vooral veel en vaak naar buiten. Omdat ik werk heb dat zich toch voornamelijk binnen afspeelt is de behoefte om buiten dat werk naar buiten te gaan extra groot. In de bundel ‘Voor altijd ergens’ van Esther Jansma (1958) een keuze uit de gedichten uit 2015 komt het buiten volop aan de orde. Jansma is in  het dagelijks leven houtarcheoloog verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en als zodanig natuurlijk veel met ‘buiten’ bezig. Dat blijkt ook uit het gedicht met die titel uit deze bundel.

.

Buiten

.

Hier is de ruimte genoeg voor veelvoudige

eenvoud die zich ongevraagd aandient

.

omdat waar dit is geen reflectie bestaat

terwijl toch van alles weerspiegeld wordt, daar

.

in het zwartblauw van water bijvoorbeeld

wat zich eroverheen buigt aan bladrood

.

en huidgrauw. Ernstig bij een perkje

denk ik verder: overal is wind en druk

.

bewegen, maar inzicht ontbreekt eraan.

Gelukkig ben ik er.

.

Kijk de natuur mij eens nodig hebben.

.

 

Dagboeken

Bram Vermeulen

.

In 2019 schreef ik al eens over de bundel ‘Rust!’ uit 2005 van Bram Vermeulen (1946-2004)  https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/04/09/waardeloze-beelden/ en ik deelde een gedicht uit deze bundel. Wat ik toen vergat te vermelden is dat alle teksten en gedichten in deze bundel uit de dagboeken van Bram Vermeulen komen. In ‘Rust!’ staan 40 ‘boeken’ of afscheid van een dagboek.

Vanaf dagboek 15 werd het een vaste gewoonte van Vermeulen ieder afzonderlijk boekje af te sluiten met een gedicht. Een persoonlijke traditie, een ritueel. Ongemerkt werd het meer en meer een dwingende gebeurtenis. En ook meteen een onderzoek. Waar schrijf je een dagboek voor? Voor wie? Voor wat? Dat schrijft Shireen Stroker, zijn geliefde en samensteller van de bundel als soort van voorwoord voor het hoofdstuk met de ‘boeken.

Uit deze serie boeken koos ik voor ‘Boek 54’ waarin de bovenstaande vragen aan de orde komen zoals de vraag voor wie schrijf je, waarom schrijf je, wat beoog je ermee, vragen die elke schrijver of dichter zich op enig moment in het schrijvend leven zal hebben gesteld.

.

Boek 54

.

Zie deze dunne poging

het verval te bedwingen.

Het in elk geval te bewaren

voor de herinnering.

.

Lees deze kleine zinnen

waarin het dreigend zinloos

bestreden wordt door schrijven

van steeds opnieuw beginnen.

.

En waar het koude lege

door de regels kiert

schrijf ik het razend vol,

hou ik de waanzin tegen.

.

Zo blijven er woorden staan,

die wellicht nooit gelezen,

mijzelf de troost verlenen

ooit te hebben bestaan.

.

Winterochtend

Herman de Coninck

.

Staand voor mijn boekenkast realiseerde ik me dat het alweer enige tijd geleden was dat ik in een bundel van Herman de Coninck las. Een aantal jaar geleden na de Coninck (1944 – 1997) als dichter ontdekt te hebben, las ik hem veel en schreef ik ook veel over hem. Maandenlang was hij dichter van de maand, de oervader van deze rubriek. Maar zoals dat soms gaat, na een overdosis van een dichter volgt er een tijd zonder.

Maar deze week las ik opnieuw in de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975 zijn tweede bundel na zijn debuut ‘De lenige liefde’. Ik koos uiteindelijk voor het gedicht ‘Winterochtend’ misschien wel door de hitte van de afgelopen dagen, maar waarschijnlijk vooral omdat het zo’n mooi gedicht is.

.

Winterochtend

.

Ik hou van ochtendlijk vrijen,

vóór alles weer moet

nog even mogen. En nadien buik aan rug

nog wat tegen elkaar aanliggen in de klaarte

van net-klaargekomen-zijn.

.

Buiten ligt alles helder vastgevroren,

een klare vriesochtend is altijd klaarder

dan een zomerochtend, ongeveer zoals

helderheid in een zwart-witfilm

helderder is dan in kleuren.

Alles is zichtbaar. De naakte feiten

hebben koud.

.

Maar wij niet. Na de liefde buiten komen

is zoiets als van de sauna

in ijskoud water springen: je voelt het

nauwelijks. Je voelt het net genoeg

om je ijzersterk te weten.

.

 

Nationale Poëziefilms Festival

6 November 2021

.

Poëzie en films gaan goed samen, neem een kijkje in de rubriek Poëzie en Film of in de rubriek Film gebaseerd op poëzie, en je begrijpt wat ik bedoel.  In navolging van Berlijn, Seattle, Montreal, Barcelona en tal van andere plaatsen over de hele wereld krijgt ook Nederland dit jaar een poëziefilmfestival. Op 6 november 2021 vindt in Zutphen de eerste editie plaats: een dag in het teken van lokale, nationale en internationale poëziefilms.

Initiatiefnemers zijn filmmaker en -regisseur Helmie Stil en filmdocent, schrijver en directeur van het Zutphens filmhuis Luxor Hans Heesen.

Met het Nederlands poëzie filmfestival gaat er voor Hans Heesen een oude wens in vervulling. Twintig jaar geleden al had hij met Ingmar Heytze het plan om poëziefilms te gaan maken, onder de noemer ‘Versfilm’. De producent stak het hoog in, te hoog bleek achteraf. “Zijn idee was om iedere week een poëziefilm te vertonen op televisie. 52 poëziefilms in een jaar. Het voorstel bleef steken en de uitvoering kwam er niet. “Een les waar ik van geleerd heb,” zegt Heesen. “Klein beginnen, niet te snel te groot maken en jezelf niet afhankelijk maken van anderen.” Maar nu komt het er dan toch echt van.

In de maanden voorafgaand aan het Poëzie Filmfestival in Zutphen geeft Helmie Stil workshops aan middelbare scholieren. “Ze mogen een eigen poëziefilm maken die zal worden vertoond op het festival. We hebben vier dichters gevraagd daarvoor een gedicht beschikbaar te stellen.” Dat zijn Iduna Paalman, Wout Waanders Ingmar Heytze en Naomi Montroos. Naast het scholierenprogramma is er een lokaal programma met films van Zutphense dichters, een landelijk programma en een internationaal programma met films van het Zebra Poetry Film Festival Berlijn en een Engels/Amerikaans programma met films van The Poetry Society en Motionpoems.

Het Nationaal Poëziefilms Festival is op zaterdag 6 november 2021 in filmhuis Luxor in Zutphen https://luxorzutphen.nl/ .

Een mooi voorbeeld van een Poëziefilm is ‘ The posh mums are boxing in the square’ , een film van Helmie Stil bij het gelijknamige gedicht van Wayne Holloway-Smith dat in 2018 het winnende gedicht was van tjhe National Poetry Competition in het verenigd Koninkrijk. De jury schreef over dit gedicht:

“Het lijkt soms oneerlijk dat poëzie, een van de belangrijkste vertolkers van onze diepste gevoelens, in één adem moet worden genoemd met sentimentaliteit, om deze juist te vermijden. Maar als je het ziet gebeuren, als het zo goed wordt gedaan zoals in ‘The posh mums are boxing’ on the square’  dan is het adembenemend – een moeder die opnieuw in het leven staat, opstaat uit haar bed en bokshandschoenen krijgt om een ​​vreselijke ziekte te bestrijden. De titel en de opzet zijn zo heerlijk absurd, we worden glimlachend meegenomen in een gedicht dat ons in onze eigen buik raakt met zijn verwoestende zwaarte.”

.

The posh mums are boxing in the square

.

roughing each other up    in a nice way
This is not the world into which I was born
so I’m changing it
I’m sinking deep into the past and dressing my own mum
in their blue spandexes
svelte black stripes from hip to hem
and husbands with better dispositions toward kindness
or at least    I’m giving her new lungs
I’m giving her a best friend    with no problems and both of them pads
some gloves to go at each other with    in a nice way
I’m making it a warm day for them but also
I’m making it rain
the two of them dapping it out in long shadows
I’m watching her from the trees grow
strength in her thighs    my mum
grow strength in her glutes my mum
her back taught upright
her knees
and watching her grow no bad thing in her stomach no tumour
her feet do not hurt to touch    my mum she is hopping
sinews are happening
wiry arms developing their full reach
no bad thing explodes

sweat and not gradual death    I’m cheering
no thing in her stomach no alcohol
no cigarettes with their crotonaldehyde let my dad keep those
no removal of her womb
– and I’m cheering her on in better condition
cheering she is learning to fight for her own body
in spandex her new life
and though there is no beef between them
if her friend is gaining the upper hand
I will call out from the trees
her name
Christine!
and when she turns    as turn she must
my mum           in the nicest possible way
can slug her right in the gut

.

 

The posh mums are boxing in the square from Helmie Stil on Vimeo.

.

Kosmologie

Annemarie Estor

.

We leven in een rare tijd, het is een uitspraak die je eigenlijk niet meer kan doen, te platgetreden, te vaak en teveel gebruikt om naar de huidige stand van zaken in de wereld te verwijzen. Dat ga ik dan ook niet doen maar het heeft me wel aan het denken gezet over hoe wij als mensen leven, wat we aanrichten op de planeet (ik heb me niet voor niks aangesloten bij de klimaatdichters) en hoe we over ons bestaan denken.

Deze gedachten kwamen bij mij boven toen ik het gedicht ‘Kosmologie’ las van Annemarie Estor (1973). Het gedicht staat in haar bundel ‘De bruidsvlucht’ uit 2020 waarover Jozef Deleu schreef: ‘Feestelijke gedichten, gekleurd door het vitalisme en het onheil van de tijd.’  En juist de combinatie van vitaliteit en onheil las ik in dit gedicht. Twee termen die juist ook goed bij deze tijd passen.

De eerste twee zinnen van het gedicht zijn meteen heel treffend vind ik, juist door de manier waarop de dichter hier aangeeft hoe klein en nietig we eigenlijk zijn, welke gedachte in de rest van het gedicht nog wordt versterkt. Kortom een gedicht van nu waarin de mens treffend wordt beschreven in twee kleine zinnen: Wij loensen om ons heen / als poppen met knopenogen.

.

Kosmologie

.

Het universum is een fles Beaujolais
met onderin een paysage,
wat schaapjes en gras,
gestippelde paarden in een grot,
en wij op de péage langs een dorp,
in deze nacht, zoevend langs de bijna-tijd,
de mogelijkheid tot vuurwerk,
manden vol ambachten,
keukens met koperen pannen,
en op de fles hebben de goden
aangeschoten sterrenbeelden gedoodled.

.

Wij loensen om ons heen
als poppen met knopenogen
naar al die fijnzinnige tekeningen,
al hun betekenissen,
naar heel die braamkleurige kosmos
waarin de werelddelen worden vertekend
door flashende bollingen, dolle groothoeken
façon de Venise uit Constantinopel
en we zien ongelukken passeren, trollen grijnzen,
ratten hopen, we vangen zelfs glimpen op
van vrijages op campings,
van de wellustige namen van dorpen,
van Afrodites jarretelles
en van haar werkelijke leeftijd.

.

Bouwval

Jacques Perk

.

Ik lees in de serie ‘Vlaamse pockets, Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ het deel over Jacques Perk uit 1962. Dit deel is verzameld en ingeleid door Garmt Stuiveling (1907-1985), een naam die ik wel vaker tegenkom, hij was literatuurhistoricus en criticus. In dit geval dus een bundel over predikant-literator, dichter Jacques Fabrice Herman Perk (1859-1881). Deze combinatie van functies (predikant-dichter) kwam in de negentiende eeuw vaker voor, andere bekende predikant-dichters zijn Busken Huet, Beets en Allard Pierson.

Ik schreef al vaker over Jacques Perk , zijn (veel te) korte leven en werk bijvoorbeeld op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/05/05/vrij-2/ maar de reden dat ik vandaag een vers van hem plaats is omdat ik, al lezend bij het gedicht ‘Bouwval’ bleef hangen. Het deed me denken aan het gedicht ‘Leegstand’ dat ik schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/09/03/nieuw-gedicht-49/, heel anders van vorm en toon maar thematisch herkenbaar.

Reden genoeg (elke reden is er een om een gedicht te plaatsen hier nietwaar) om dit sonnet, dat oorspronkelijk verscheen in ‘Verzamelde Gedichten’ uit 1957, hier met jullie te delen.

.

De bouwval

.

’t Is alles nu met duisternis omtogen,
En ’t starren-dak zendt stilte op ’t glanzend puin:
De kracht, de trots weleer van rots en kruin,
Het maanlicht glipt door holle vensterbogen;

.

Geen sprankje mos wordt door een zucht bewogen,
Geen leven slaakt geluid in ’t kil arduin;
Slechts in den onkruidruigen bouwvaltuin
Schiet klaterend, een springbron naar den hogen:

.

En ’t lage dal blikt op met vreze en beven
Naar ’t slot, waar zang en zwaardgekletter klonk,
Toen willekeur bevel vermocht te geven.

.

En ’t ziet in schemerschijn der nachtzon zweven
Het schimmenheir, dat in den dood verzonk,
Doch in den doodsen burg der nacht bleef leven.

.

Bemind worden door een dichter

Dichter van de maand Juni

.

Vandaag een gedicht van dichter van de maand Antjie Krog met de intrigerende titel ‘bemind worden door een dichter’ uit de bundel ‘Waar ik jou word’ 25 gedichten van Antjie Krog die iedereen gelezen moet hebben uit 2017. De Veerle uit de eerste zin van dit gedicht is een naar alle waarschijnlijkheid een verwijzing naar de weduwe van Hugo Claus, Veerle de Wit (met dank aan Frank Verhallen).

.

bemind worden door een dichter

.

vlak bij de Meir loop ik Veerle tegen het lijf
bruin haar     scheve baret      laarzen      jas

.

hoe gaat het? ze vertrekt haar mondhoek
even maar alsof het er niet toe doet

.

haalt haar schouders op en knikt we groeten
en lopen ieder een andere kant op

.

ik kijk nog eens om maar ze is al verdwenen
gewoon tussen de anderen als de anderen

.

en niemand weet dat zij ooit is besnuffeld
door goddelijke hersenen dat zij gerafeld

.

van passie uit haar lakens is getuimeld dat
zoveel geilheid in haar holtes is gedroomd

.

zoveel landschappen tussen haar benen open
gesnorkeld zijn dat elke dag elke kant op kon kantelen

.

gestuwd werd zij door
een begaafde onder de goden

.

nu is hij dood      ze heeft hem tot het einde toe bijgestaan
en loopt gewoon als gewoon mens tussen anderen

.