Site-archief
Pure Porno
Jef Rademakers
.
Twee jaar na elkaar zat Herman de Coninck in de jury van de VSB Poëzieprijs. Een keer als gewoon jurylid en een keer als juryvoorzitter. In 1996 kwam de eerste editie uit van ‘De 100 beste gedichten van…’. Dat kwam door Herman de Coninck. Hij vroeg zich als jurylid en juryvoorzitter af hoeveel van de dertig beste bundels van een jaar een criticus zijn ‘in poëzie geïnteresseerde maar niet gespecialiseerde buurvrouw’ of een niet-ongetalenteerd achttienjarig meisje dat geregeld haar wereldleed opstuurt naar het ‘Nieuwe Wereldtijdschrift’ zou aanraden? Misschien vijf?
Dat zou betekenen dat die andere 25 bundels ongelezen of niet aangeraden zouden blijven. Vandaar zijn idee om een jaarlijkse bloemlezing in samenwerking met de stichting VSB Poëzieprijs, van de beste honderd gedichten van dat jaar te publiceren in een bundel. Daarmee wilde de Coninck ‘de poëzie populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven’. En hij voegde eraan toe; Eigenlijk is dit de bedoeling van al wat ik schrijf.
Tot en met 2015 werden deze bundels elk jaar uitgegeven (met uitzondering van 2010 toen de prijs niet werd uitgereikt). Elke bundel geeft in 100 gedichten een mooi overzicht van het beste van de poëzie uit dat jaar. Uit de eerste editie koos ik voor een ongewoon gedicht van een ongewoon dichter namelijk Jef Rademakers. Jef Rademakers (1949) is vooral bekend van de televisieprogramma’s die hij produceerde met zijn productiehuis Dutch Dream Productions als Klasgenoten en het spraakmakende Pin Up Club. Hij publiceerde onder andere de dichtbundels ‘Vurige tongen’ (1998), ‘Koude kermis’ (1996) en ‘Voorgoed voorbij’ uit 2010.
In ‘De 100 beste gedichten van 1996’ gekozen door Herman de Coninck staat van Rademakers het volgende gedicht.
.
Pure Porno
.
In de top drie van dingen die niet deugen
strijdt God met BMW om d’eerste plaats.
D’omroepsters van VTM scoren ook goed.
.
Het ergste lijkt mij een combinatie
Marlène de Wouters in haar 318i
op weg naar de vroegmis.
.
Ik hoop dat mijn kinderen
zoiets nooit zullen zien.
.
Levenslang
Jean Pierre Rawie
.
In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw was dichter Jean Pierre Rawie (1951) één van de toonaangevende dichters in Nederland (en Vlaanderen). Zijn bundels verkochten beter dan menig roman. Ik herinner mij een avond in de bibliotheek van Wateringen waarop Rawie zou vertellen en voordragen en waar bijna 80 mensen aanwezig waren. Voor een dichter een meer dan respectabel aantal. Vooral zijn bundel ‘Een onmogelijk geluk’ uit 1992 was een enorm groot (verkoop)succes.
Tussen 2001 en 2012 was het erg stil rond Jean Pierre Rawie. In die periode verscheen alleen ‘Verzamelde verzen’ (2004). Na 2012 kwamen er weer met enige regelmaat bundels uit van zijn hand. Te beginnen in 2012 met de bundel ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’. Uit deze bundel het gedicht ‘Levenslang’ over verwachtingen die niet uitkomen.
.
Levenslang
.
De dronken dagen, doorgehaalde nachten
(wij konden niet kapot in onze jeugd),
de herdersuren waar ons geen van heugt,
de gouden tijd die wij oneindig achtten.
.
Toch waren wij ten prooi aan de gedachte
dat wat voor ons was weggelegd niet deugt;
wij hebben ons een leven lang verheugd
op iets wat levenslang op zich liet wachten.
.
Straks zijn wij oud, en met doorgroefd gelaat,
bedroefd en moe, en met de dood voor ogen,
vertrouwd met hoe het in de wereld gaat,
.
maar met behoud, naar buiten onbewogen,
van het vooruitzicht waar ons hart voor slaat,
dat wij daar tot het laatst naar haken mogen.
.
Jan Glas
Dichter op verzoek
.
Van Jaap Bakker kreeg ik onder andere de naam van Jan Glas door als dichter op verzoek. Jan Glas (1958) is dichter/beeldend kunstenaar en zanger. Hij dicht in het Nederlands en in het Gronings. Hij is hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Krödde’ dat inmiddels niet meer bestaat maar is overgegaan in de website Oader.nl) en redacteur van ‘Webloug’. Hij treedt regelmatig op en in juni 2013 stond hij als eerste Groningstalige dichter op het podium van Poetry International.
In 2004 debuteerde Glas met ‘De vangers van zummer’. De bundel werd bekroond met de Literaire Pries van Stichting ’t Grunneger Bouk. Jan Glas was mede samensteller van ‘De 100 mooiste Groningse gedichten’ en ‘Verrassend Nedersaksisch’. Hij vertaalde zeven gedichten van Rilke in het Gronings voor het boek ‘Rilke Sieben’. Glas won diverse literaire prijzen, waaronder de Duitse Freudenthal-prijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur en het Belcampostipendium. Jan Glas heeft een eigen website op https://volglas.wixsite.com
Uit de bundel ‘Als was zij mijn vrouw’ uit 2012 het gedicht
.
De hotelmanager
De hotelmanager heeft mij verlaten.
Ik mis hem zo erg dat het pijn doet.
Ik moet opnieuw leren slapen.
Ik heb grote fantastische herinneringen.
We zwommen elke ochtend baantjes in ‘De Parel’
voor hij naar het hotel ging.
We lieten onze tanden bleken,
er brak een eindeloos mooie zomer aan.
Wij fietsten veel. Hij zwaaide naar voorbijvarende boten.
Het was ideaal.
Mijn zus was blij voor me dat ik eindelijk
iemand had gevonden.
Ik wilde alles van hem weten.
Hij vertelde over zijn jeugd, z’n moeder,
over z’n werk als hotelmanager.
Het hotel had bijvoorbeeld 34 kamers.
Hij had een paar leuke collega’s.
Toen begon ik hem vast te houden
en dat moet je nooit doen,
dat staat in alle boeken.
.
Sylvia Plath
Koeriers
.
Over Sylvia Plath (1932 – 1963) schreef ik al enkele malen. Maar toen ik de bundel ‘Ariel’ (oorspronkelijk uit 1965 maar in mijn geval in vertaling door Anneke Brassinga uit 1980) weer eens in handen nam en herlas wist ik dat ik uit de bijzondere bundel nog een gedicht wilde delen. Het betreft hier het gedicht ‘Koeriers’ of ‘The Couriers’ zoals het in het Engels luidt.
.
Koeriers
.
Het woord van een slak op het bord van een blad?
Het is niet van mij. Neem het niet aan.
.
Azijnzuur in een verzegeld blik?
Neem het niet aan. Het is niet puur.
.
Een ring van goud, en daarin de zon?
Leugens. Leugens en droefenis.
.
Rijp op een blad, de smetteloze
Heksenketel, zwetsend en knetterend
.
In zichzelf, op elke top
Van negen zwarte alpen.
.
Beroering in spiegels,
De zee die de zijne, zo grijs, verbrijzelt –
.
Liefde, liefde, mijn seizoen.
.
The Couriers
.
The word of a snail on the plate of a leaf?
It is not mine. Do not accept it.
Acetic acid in a sealed tin?
Do not accept it. It is not genuine.
A ring of gold with the sun in it?
Lies. Lies and a grief.
Frost on a leaf, the immaculate
Cauldron, talking and crackling
All to itself on the top of each
of nine black Alps.
A disturbance in mirrors,
the sea shattering its grey one-
Love, love, my season.
.
Knekel
Maria van Daalen
.
De dichter/schrijver Maria van Daalen (1950) werd geboren als Maria Machelina de Rooij. Maria van Daalen ontplooit een groot aantal activiteiten in binnen- en buitenland. Ze was tijdschriftredacteur (De Revisor tot 1994), publiceert poëzie en proza in tal van literaire tijdschriften en ze treedt op bij vele poëzie-festivals en –manifestaties, onder andere in Canada en Zuid-Afrika. In 1989 debuteerde ze met de bundel ‘Raveslag’ waarmee ze voor de C. Buddingh’-prijs genomineerd werd.
Op haar website https://www.mariavandaalen.com/ vind je naast gebruikelijke elementen als een weblog en een biografie ook verrassende onderdelen, zoals een lijst van donateurs, een ‘rozenkrans’ (beide zijn inmiddels niet meer te bekijken) en een button ‘vodou’. Ze werkt namelijk al jaren aan een boek over vodou, het ‘Vodou-boek’, over de religie vodou op Haïti ‘als werkelijkheidsbeleving’.
Uit de verzamelbundel ‘Die eeuwige wind’ (een opdracht over de Wierde van Wierum, een kunstmatige heuvel bij het dorp Wierum in Friesland) uit 2010 het gedicht ‘Knekel’.
.
Knekel
.
hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is water
woorden bewogen door de wind – dat staat er
in elke beendervel volop geschreven –
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat – ik schater
mij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemel
die schedeldak mag vullen met gewemel
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde
.
Twee uitspraken over poëzie
Herman de Coninck
.
Wanneer ik voor mijn boekenkast sta valt mijn oog regelmatig op ‘de gedichten’ van Herman de Coninck. Ik blader dan meestal door deze dikke bundel en lees er wat gedichten uit. En een enkele keer, zeker wanneer ik al enige tijd niet meer over deze fantastische dichter heb geschreven dan plaats ik hier een gedicht van hem. Zo ook vandaag. Uit het hoofdstuk ‘Nagelaten gedichten’het gedicht ‘Twee uitspraken over poëzie’.
.
Twee uitspraken over poëzie
.
Poëzie is niet noemen, maar
wat bijen na uren rondzoemen
boven dahlia’s, of Glenn Gould over partituren
.
valszingend, er naast neuriënd, meenemen.
Wat een vrouw van verte weet
die ramen heeft staan zemen.
.
Maar poëzie is ook een poes die over een toets of tien,
voorzichtig, van een piano is gelopen
en omkijkt: heb je dat gehoord, heb je me gezien?
.
Gouden munt
Tj. A. de Haan
.
Op 30 november van het vorige jaar schreef ik over de bundel ‘Album van de Indische poëzie’ en ik plaatste uit die bundel een gedicht van de dichter Tj. A. de Haan. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/30/indische-poezie/ Ik schreef toen ook dat ik niks had kunnen vinden over deze dichter. Niet lang daarna kreeg ik een reactie van de zoon van Tjaarda Aldert de Haan (want dat is de volledige naam van de betreffende dichter) dat hij wel meer informatie kon verstrekken over zijn vader. Deze Aldert Willem de Haan heb ik aan de telefoon gesproken en ik heb inmiddels heel wat informatie over een bijzonder mens en dichter, die ik hier met jullie wil delen. Aan de ene kant omdat Tjaarda Aldert de Haan een bijzonder mens en dichter was maar ook omdat dit voor mij de kracht van een blog weergeeft. Het feit dat mensen lezen wat ik schrijf en daarop reageren is voor mij altijd een enorme stimulans geweest om door te blijven gaan met hetgeen ik het liefste doe; schrijven over poëzie. Of dat nu is om me te verbeteren (typefouten, grammaticale fouten, inhoudelijke fouten, stuur ze me alsjeblieft toe, het helpt mij en de lezer) maar ook inhoudelijke reacties over dichters, omstandigheden, bundels, stromingen, reacties zijn altijd zeer welkom.
Aldert Willem de Haan vertelde mij dat zijn vader, geboren in Nederlands Indië en als arts opgeleid, bij de marine officier-arts was. Tjaarda Aldert de Haan (1909-1984) was geboren in Makassar op Celebus (zijn vader was rechter in Makassar en had in Leiden het Adatrecht of ongeschreven recht gestudeerd dat in Nederlands Indie gold). In 1935 wordt hij vanuit Nederland uitgestuurd op een marineschip voor 4 jaar naar Nederlands Indië. Dan wordt het oorlog en de kruiser (de Java) waarop hij werkt, wordt door de Japanners tot zinken gebracht in de slag om de Javazee. Hijzelf is op dat moment gelegerd aan wal en in 1942 wordt hij krijgsgevangen genomen. Hij wordt te werk gesteld in een kamp in Thailand bij de aanleg van de Burma-spoorweg. Hij was daar actief vanwege zijn eed als arts aan Hippocrates. Hij werd bij de Japanse artsen gewaardeerd over zijn kennis van tropische ziekten waar ze geen weet van hadden en erg angstig van waren. Hij is zelfs bij afwezigheid van daartoe geschikte officieren een keer kampcommandant geweest.
Aan het einde van de oorlog op 3 mei 1946 wordt het gezin van Tjaarda naar Nederland gerepatrieerd. Tjaarda Aldert de Haan schreef altijd al veel verzen. Bij bijzondere gelegenheden zoals bruiloften, Sinterklaas en geboortes maar ook vrije verzen zoals over zijn tijd in Indië. Tijdens zijn leven publiceert hij drie dichtbundels. Twee in eigen beheer: ‘Zilveren fluit’ (1964) en ‘Gouden munt’ (1975) en ‘Mnémosyné, sprekend verleden’ bij uitgeverij Moesson in Den Haag in 1981. Mnémosyné is een dochter van Uranus en Gaea en een Titanide. Zij is volgens de voorstelling der Griekse fabelleer, de vormster van het menselijk verstand, inzonderheid van het geheugen, welk geestvermogen voor de kennis der schrijfkunst zo bijzonder belangrijk was. (bron: colofon van de dichtbundel).
Deze bundels zijn nergens meer te krijgen. Van de dochter van Tjaarda Aldert de Haan, mevrouw A.M. Schermer – de Haan heb ik een exemplaar van ‘Gouden munt’ gekregen (waar ik heel blij mee ben) en de bundel ‘Mnémosyné’ heb ik in bruikleen gekregen. Uit deze laatste bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het spoor’ omdat ik denk dat dit gedicht gaat over een gebeurtenis die de dichter terug voert naar de tijd die hij doorbracht bij de bouw van de Burma-spoorweg.
.
Het spoor
.
Een treurwilg in zijn wintertooi
Zo koud, zo ijzig en zo mooi
Een bruine brug boven donker ijs
Daaronder diepten, zwart en grijs
Een tintelende zon aan een blauwe lucht
In de vroege morgen, geen enkel gerucht
.
Maar zij is des nachts hier voorbij gekomen
Een metgezellin uit mijn bange dromen
.
Ik zag het gebeuren in mijn droom
Een schrijdend fantoom bij de witte boom
En ten teken dat zij daar werkelijk was
Een duidelijk spoor in beijzeld gras
Een spoor dat eensklaps een einde vond
Bij verblekende maan in de morgenstond
.
Zij is hier vannacht voorbij gedreven
Op zoek naar mijn hart, op zoek in mijn leven
.
En nu in de morgen, geen enkel gerucht
Een vriendelijke zon aan de blauwe lucht
Daar vlak bij de boom. het eind van een spoor
Dat plotseling zich in het niets verloor
Of lijkt dat maar zo en is het bedrog
En zijn het mijn eigen schreden toch
.
er blijven geheimen om niet te doorgronden
De stille getuigen, aan tijd gebonden
.
Zij sloeg mij daarheen, een tijdelijke brug
En ik ging op weg, maar keerde weer terug.
.
Liplezer
Vacuüm en ozon
.
De Vlaamse Yves Coussement (1978) studeerde voor ingenieur-architect aan de Universiteit Gent. Hij is designer, beeldend kunstenaar, videokunstenaar en dichter. In 2004 debuteerde hij met de bundel ‘Vacuüm en ozon’ bij Meulenhoff | Manteau. De bundel ‘Vacuüm en ozon, gedichten’ is opgebouwd uit gedichten zonder titel omrand door woorden en teksten die ogenschijnlijk een verband hebben met de gedichten maar na intensievere lezing soms volledig willekeurig zijn en soms heel nadrukkelijk wel bij het gedicht passen. Daarbij komt dat de bundel horizontaal gelezen moet worden. Allemaal heel kunstzinnig maar het komt de leesbeleving niet echt ten goede. De gedichten in de bundel zijn echter wel de moeite waard. Zoals het titelloze gedicht dat begint met het woord liplezer.
.
liplezer.
.
steeds ten dienste van de monoloog
met een verstopte tong.
.
leren lispelen houdt geen steek.
misschien wel de anatomie van gestotter.
.
en wanneer al het overbodige is ingeslikt
wordt alle verloren moeite gevleid.
.
applaudisseert de verliezer binnensmonds.
en vervelt dan de autocue.
.














