Site-archief
Stadsdichtersavond
Poëzieweek 2026
.
Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker, is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.
Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is wordt op deze avond bekend gemaakt.
Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.
.
De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.
Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:
Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.
Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.
Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.
.
Wijsgerige gedichten
Heere Heeresma
.
Onderwerpen en thema’s voor gedichten zijn zeer divers, ik zou zeggen alomvattend, er zijn geen onderwerpen waarover niet ooit een gedicht is geschreven. Sommige onderwerpen en thema’s zijn populairder onder dichters dan andere; ik noem de liefde, de dood, het dichterschap. En er is poëzie die geschreven is vanuit een ‘andere’ functie die de dichter heeft. Ik heb hier al vaker geschreven over de combinatie kunstenaar/dichter, wetenschapper/dichter, journalist/dichter en zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. De meest voorkomende is natuurlijk dichter/schrijver want ik geloof niet dat er veel dichters zijn die alleen en exclusief het métier van dichter beoefenen.
Een andere, interessante combinatie is die van filosoof of wijsgerige en dichter. Een aardig voorbeeld vind ik Sanne ten Wolde (al is zij toch vooral filosoof) maar ook aan Eva Meijer en Jabik Veenbaas. De Poëzie van deze dichters/filosofen is vaak serieus en diepgravend (filosofisch). Toch kan het ook anders. Heere Heeresma (1932-2011) publiceerde in zijn bundel ‘Eens en nooit weer…‘ uit 1979 een aantal gedichten in het hoofdstuk Wijsgerige gedichten 1970-1971 die je met een knipoog wijsgerig kan noemen. Heeresma is als schrijver eerder te vergelijken met iemand als C. Buddingh’ (qua humor) dan met de filosofen die ik hierboven noem.
Hieronder een aantal voorbeelden van gedichten uit deze bundel die hij dus rangschikte als zijnde wijsgerig. De laatste is wat mij betreft zeer actueel en kan zo op Trump of de volksverlakkers van de FvD worden geprojecteerd.
.
Wie het leven beschouwd als een toverbal,
slechts gulzig-zuigend gaat zijns wegen,
die raakt noch kant die raakt noch wal,
en daar is niets op tegen.
.
Het is altijd beter leugens te bedenken
dan ongevraagd de waarheid te schenken.
Want waarheid is als het volle pond,
het verstopt het hart; verstopt de mond.
.
Het leven is als een pijp kaneel,
zegt Wijsheid; en neemt méér dan haar deel.
Want boven al’ torent Zakendoen
en niets zo goed als de zak vol poen.
.
Poëzieweek 2026
Ramsey Nasr
Afgelopen week was ik in Assen in het Drents museum. Daar kwam ik behalve het gedicht ‘Symbiose’ uit 2011 van Jean Pierre Rawie (hieronder) in de hal bij de lift, ook dichter, schrijver, acteur en verzamelaar Ramsey Nasr tegen. In de bijzondere tentoonstelling Mikrokosmos – De wereld in een Wunderkammer komen klassieke Wunderkammer-objecten, hedendaagse rariteiten en beeldende kunst samen. Delen van verzamelingen van onder andere schrijver, dichter, bibliofiel en presentator Boudewijn Büch (1948-2002), bioloog Midas Dekkers, Tattoo-artiest Henk Schiffmacher, en ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon zijn daar te bewonderen. Ik kan een bezoek aan het Drents Museum daarom ook zeker aanbevelen, zeer de moeite waard.
Toen ik vervolgens een paar dagen later op de website van de Poëzieweek 2026 aan het rondkijken was, kwam ik Ramsey Nasr (1974) opnieuw tegen. Onder leiding van Martine Wendrickx zet hij het nieuwe jaar in met vurige, intieme, kritische en liefdevolle gedichten in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen op zondag 4 januari 2026. Reden dat ik bij dit bericht bleef hangen was dat Het Predikheren, de bibliotheek in Mechelen is ingericht door KSA architecten, dezelfde interieurarchitecten die mijn nieuwe bibliotheek in Vlaardingen in de Grote Kerk gaan inrichten. Alle reden dus om een gedicht van Ramsey Nasr te plaatsen hier. In dit geval het gedicht het liefdesgedicht ‘In bed’ dat komt uit de bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000.
.
In bed
.
En dan te denken dat het niet
Meer worden zal dan dit: mijn lief
Haar lijf zacht op te tillen als
Zij plassen moet en mij niet ziet.
.
sabel
Lize Spit
In een kringloopwinkel in Stadskanaal kocht ik de bundel ‘De Branie’ 2016 Dichters in de Prinsentuin. Nu heb ik een paar keer getracht een plekje in de Prinsentuin te bemachtigen, hoewel ver van mijn woonplaats een mooie plek om voor te dragen uit eigen werk, maar blijkbaar kon mijn werk de organisatoren niet bekoren want een aantal keren kreeg ik te horen dat men al vol zat of ik kreeg niks te horen (behalve dat ik niet uitgenodigd zou worden). Het is niet anders, jammer want ik draag dit festival een warm hart toe.
In 2016 werd een bundel uitgebracht, een bloemlezing waarin meer dan 40 dichters zijn bijeengebracht met een gedicht. Onder hen bekende namen en een aantal dichters waar ik niet eerder (en ook nooit nader meer) van gehoord had. En er staat een gedicht ‘sabel’ in van de Vlaamse schrijver Lize Spit (1988) waarvan ik even vergeten was dat ze ook poëzie schrijft. Dat doet ze zeker niet meer nadat ze doorbrak met haar roman ‘Het smelt’ in 2016. En hoewel ze poëzie publiceerde in onder andere Das Magazin, De Gids en de Poëziekrant lijkt het erop dat haar dagen als dichter achter ons liggen. Daarom hier het gedicht ‘sabel’ uit deze bloemlezing.
.
sabel
.
de buurman duwt zijn hond
de leiband strakgespannen als een sabel
de grasmaaier trekt de man die zijn ogen sluit
zo recht mogelijk achter zich uit
.
hier kan men hoogstens te pletter
lopen tegen lakens die maar niet drogen
op de hoek van het kerkhof ligt een café
daar zitten mensen te zitten
tot ze ergens anders te laat kunnen komen in hondenlevens
is er zeven keer minder tijd maar honden geven nooit de indruk
tenzij ze konijnen ruiken
.
duwen heeft veel weg van trekken
als het aan tegenovergestelde kanten plaatsvindt
.
zij die aan het kerkhof zitten bier drinken lijden waarschijnlijk
aan te weinig
fantasie bijvoorbeeld wat als de avond valt en onze hoofde
van onze rompen scheidt
.
Dit kan beter
Pim Lammers
.
Zoals elk jaar stuurde het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) ook dit jaar als kerstgroet een gedicht. Vorige jaren ontving ik al gedichten van Toon Tellegen, Judith Herzberg, Alfred Schaffer, Lieke Marsman en Charlotte Van den Broeck. En nu dus van dichter en schrijver Pim Lammers (1993). Los van wat er rond Lammers speelde in 2023 en hoe CPNB daar destijds mee omging (waarvoor hulde) is de keuze voor een dichter die speciaal voor jeugd en jongeren dicht interessant. tenslotte zijn er zoveel goede dichters die zich toeleggen op het schrijven van poëzie voor kinderen en jongeren. En het is goed dat de CPNB ook deze groep vertegenwoordigd en in het zonnetje zet middels dit gedicht en deze kerstgroet. En omdat de CPNB deze kerstgroet alleen naar haar relaties stuurt, en ik het mooi vind om zo’n initiatief wat verder te brengen, deel ik het gedicht hier met jullie.
.
Charlotte Van den Broeck
Winnaar Boekenbon Literatuurprijs
.
Afgelopen donderdagavond werd bekend dat de Vlaamse schrijver en dichter Charlotte Van den Broeck (1991) de winnaar is van de Boekenbon Literatuurprijs van maar liefst € 50.000,-. Een terechte waardering voor haar werk. In dit geval kreeg ze de prijs voor haar boek “Een vlam Tasmaanse tijgers’ het verslag van een reis die Van den Broeck ondernam uit nieuwsgierigheid naar de Tasmaanse tijger en die voert langs archieven, musea, laboratoria, dierentuinen en natuurgebieden uit 2024.
De jury noemde haar in het juryrapport de dichtende journalist heb ik begrepen van Marianne (van MUGzine) die bij de prijsuitreiking aanwezig was. Ik schreef hier al vaker over Charlotte en haar werk. En na het zien en horen van de, door haar voorgedragen, volledige tekst van ‘Plakboel’ in de bibliotheek van Utrecht afgelopen jaar (iets dat ze tijdens de Nacht van de Poëzie nogmaals herhaalde) is mijn bewondering en waardering voor haar alleen maar gestegen.
Uiteraard feliciteer ik Charlotte met deze prachtige prijs maar omdat dit blog over poëzie gaat (maar lees ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’ het is echt heel erg de moeite waard) wil ik hier een gedicht van haar plaatsen. In dit geval het gedicht ‘Nachtroer’ het titelgedicht uit haar gelijknamige bundel uit 2017 die ze opdroeg aan Remco Campert.
.
Nachtroer
Avond
en het breeklicht in je ogen en je kijkt
het breekt oranje op in je ogen het vloeiende licht
waarin ik wist wat ik later nooit zou weten
hoe een woord zomaar
een ander woord kan gaan betekenen
en dat dat alles
buiten hangt de avond steriel en laat al, de lome rook
besluiteloos tussen ons in en je kijkt
en wat dat oproert in een avond, in mij, rode glanzende mieren
honderden, even nog, voor het licht krimpt, de jeuk
de laaiende jeuk van je ogen het laat niet af
ook niet nu het licht al
want op het hellingsvlak tussen nu en straks
wacht ons een kamer zonder muggen of aarzeling
het kan niet anders want boven mij hangt je hand
die me niet aanraakt maar me de mogelijkheid geeft
om mezelf ertegen op te drukken de tomeloze mogelijkheid
om mezelf op te drukken tegen een hand die me niet
aanraakt, maar me de mogelijkheid geeft om
wachten en zwellen
zijn bijna hetzelfde, bij de kniklijn
loopt het in elkaar over wat ik wil
en wat ik weet in het neonlicht
het kleurenspectrum in een regenplas even
is het waar geweest en feloranje
het kan niet anders soms
denk ik nog bij de hand een avond
een mond een schouder een geslacht
en dat het alles
en dat jij de mieren niet en de zwellende kleuren niet
dat kleur maar stof en licht dat nauwelijks nog het licht
de avond feloranje even nog
laat het nog even
tot het licht niet langer tot ook het kijken
niets meer dan de richting van je ogen wordt
.














