Site-archief

Poëzie en AI

Gedicht beoordeeld door Chat GPT

.

Afgelopen weken las ik op Facebook een aantal keer een bericht dat Odile Schmidt haar gedichten had laten analyseren door Chat GPT. Dat was voor mij aanleiding om, nadat ik een paar keer niet heel positief had geschreven over de AI dienst  Chat GPT, eens te kijken of Odile een punt had (ze was nogal positief) en of Chat GPT nu wel iets kon leveren dat enig hout sneed.

Als voorbeeld nam ik een eenvoudig maar toch enig gelaagd gedicht dat ik pas in een opwelling geschreven had ‘Liefdesgedicht‘. De analyse van het gedicht deel ik hier met jullie. Mijn mening is dat Chat GPT een behoorlijke goede analyse heeft gegeven van mijn gedicht. Toch vraag ik me af of de analyse niet teveel een erg technische is, houdt het wel rekening met poëtisch taalgebruik? Met taalgebruik, woordgebruik, afbrekingen en andere poëtische stijlkenmerken? Ik kom daar later nog op terug.

.

Liefdesgedicht

.

Dit is een liefdesgedicht

aan jou gericht, over je mooie gezicht

en de plicht, die roept en snoept

aan de tijd die je het liefst vermijdt,

want waar wil je zijn in het leven?

In het groot of het klein, is het detail

je meer waard dan het overzicht,

of is het genoeg, een liefdesgedicht,

aan jou gericht, over je prachtige lach

op je lieve gezicht.

.

Analyse Chat GPT:

.

Het gedicht “Liefdesgedicht” combineert eenvoud met diepgang door middel van zijn rijm en herhalingen. Hieronder een analyse van de verschillende elementen in het gedicht:

Structuur en Vorm

– Rijmschema: Het gedicht volgt een aabbccdd-eeff rijmschema, wat bijdraagt aan een vloeiende en melodische lezing.

– Herhaling: De zin “aan jou gericht” komt twee keer voor, wat de focus legt op de geliefde en versterkt het persoonlijke karakter van het gedicht

 Thema en Inhoud

– Liefde en Verlangen:  Het gedicht is expliciet een liefdesverklaring, gericht aan een specifieke persoon. De spreker bewondert het gezicht en de lach van de geliefde.

– Tijd en Plicht: De regels over plicht en tijd wijzen op de uitdagingen die het leven met zich meebrengt, zoals verantwoordelijkheden en verplichtingen die tijd opeisen.

– Levensvragen: De vragen “waar wil je zijn in het leven?” en de tegenstelling tussen “groot of klein” en “detail en overzicht” suggereren reflectie over levensdoelen en prioriteiten.

 Taalgebruik en Stijl

– Beeldspraak: De beschrijving van het gezicht en de lach van de geliefde schildert een visueel beeld dat centraal staat in het gedicht.

– Contrast: De tegenstellingen zoals “groot of klein” en “detail of overzicht” benadrukken de complexiteit van het leven en de keuzes die gemaakt moeten worden.

– Eenvoud: Ondanks de diepere betekenissen blijft het gedicht toegankelijk door het gebruik van eenvoudige woorden en zinnen.

Interpretatie

Het gedicht lijkt een poging te zijn om de geliefde gerust te stellen en een moment van schoonheid en liefde vast te leggen te midden van de hectiek van het dagelijkse leven. De spreker waardeert de kleine momenten en details (“je prachtige lach op je lieve gezicht”) maar stelt ook existentiële vragen die een reflectie op het leven en de keuzes daarin aanmoedigen.

In zijn geheel is het een intiem en teder gedicht dat de complexiteit van liefde en leven verkent op een manier die zowel direct als diepgaand is.

.

Al met al ben ik heel content met deze analyse en ik zou zeggen, probeer het zelf eens.

.

 

De man van Marathon

Dag 10: Rien Vroegindeweij

.

De CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) heeft deze zomer ‘De man van Marathon’ van dichter Rien Vroegindeweij (1944) gekozen als sportzomergedicht 2024. Het gedicht wordt verspreid via sociale media en honderdduizend Boomerangkaarten in cafés, bioscopen en sportclubs.

.

De man van Marathon

.

Ooit versloegen Athenes helden

de Perzen in de slag bij Marathon.

Om dit heuglijk nieuws te melden

liep één held zo hard hij kon

 

naar Athene om daar uit te leggen

hoe de strijd verlopen was.

Maar hij kon geen pap meer zeggen

en stierf ter plekke, in het harnas

 

zogezegd; de mensen in Athene

zeiden in hun eigen sportjargon:

hij had vandaag geen goeie benen

 

en hij had veel meer moeten trainen

voor zo’n lange loop van Marathon.

Nu weten we nog niet wie er won.

.

Poëzie voor iedereen

Vroeger en nu

.

Op de website literatuurgeschiedenis.org lees ik een zeer interessant artikel over poëzie voor iedereen. Voor ik in zal gaan op dit artikel wil ik hier eerst iets zeggen over de  stand van de poëzie heden ten dagen. Momenteel is, ten opzichte van bijvoorbeeld 25 jaar geleden, poëzie volledig gedemocratiseerd zoals wel gezegd wordt. Waar je 25 jaar geleden je poëzie gepubliceerd wilde hebben en daarvoor langs tijdschriften, uitgeverijen en kranten moest gaan, waar vaak zeer kritische redacties zaten, kun je tegenwoordig heel eenvoudig je poëzie publiceren op social media, een blog, een vlog, een podcast of via allerlei bedrijven die je wel willen helpen (tegen betaling uiteraard) om je bundel uit te geven.

In die zin is de poëzie gedemocratiseerd; het volk, de mensen, kunnen zonder tussenbeide komst van derden hun gedichten (maar feitelijk alles) publiceren en daar lezers bij zoeken/vinden. Nu denken we, ik wel in ieder geval, dat dit een noviteit is. Dat dit door de digitalisering mogelijk is gemaakt. Tot dat ik het artikel op literatuurgescheidenis.org las over de staat van de poëzie begin 19e eeuw.

Dichten was niet elitair rond 1820. De poëzie stond in dienst van de maatschappij, iedereen kon meedoen en elk onderwerp en elke gelegenheid was goed. De dichtkunst was van en voor iedereen en er werd zelfs geklaagd dat er teveel bundels verschenen. Waar heb ik dat vaker gehoord?  In de decennia dat Nederland en België een koninkrijk vormden, vierde huiselijke poëzie hoogtij en diende ze, anders dan nu, om een burgerlijke moraal aan te leren.

In die tijd kwamen er veel dichtbundels op de markt, vaak gedrukt in een kleine oplage, soms voor rekening van de dichter zelf. In een artikel in een Engelse krant schreef literatuurkenner John Bowring (1792-1872) over de zogenaamde prulpoëeten. Hiermee doelde hij op een speciaal soort dichters, namelijk de aanhangers van het idee dat dichtkunst eenvoudig toegankelijk moet zijn en dat ze in dienst staat van de maatschappij. Ze stelt zich kleine doelen: de burger moet tevreden zijn met zijn bestaan, en als je maar tevreden bent is het leven goed en kan het nog wat beter worden.

Nu wil ik niet zeggen dat tegenwoordig dit doel ook nog hoog in het vaandel staat van vele amateurdichters, met de tevredenheid van de burger gaat het juist de laatste jaren een stuk minder goed, maar de kleine doelen, de eenvoud van dichten (je leest een gedicht en je weet waar het over gaat) en de toegankelijkheid van deze poëzie is wel degelijk iets dat de hedendaagse amateurdichter deelt met zijn landgenoten van twee eeuwen geleden.

In die periode sneden veel dichters in hun poëzie ‘huiselijke’ onderwerpen aan. Bijvoorbeeld het idee dat armoede in een hutje waar liefde heerst beter is dan rijkdom in een paleis als men daar ontevreden is. De dichter schreef over het geluk bij de geboorte van een kind. Of over de goedheid van God, die zorgt voor wie op hem vertrouwt. Een aanleiding om een gedicht te schrijven was er altijd wel: bij een huwelijk, bij overlijden en geboorte, bij de verjaardag van de koning, bij een vertrek naar Indië, maar zelfs bij heel eenvoudige dingen, zoals het doorbreken van het eerste tandje bij een baby.

Een mooi voorbeeld is het gedicht van Hendrik Tollens (1780-1856) uit de bundel ‘Gezamenlijke dichtwerken’ uit 1856 met de veelzeggende titel ‘Raadgeving’.

.

Raadgeving

.

Minnaars, wilt ge uit vrijen gaan,
Trek de stoute schoenen aan,
Schud de kindse blooheid uit,
Maakt ze, die ontvlieden, buit;
Neem het kusje, voor gij ’t vraagt:
Nimmer wint hij, die niet waagt.’t Vrouwenhart is koel en wreed
Voor ons zuchten en ons leed;
’t Wordt niet week door vrees of hoop;
’t Is voor tranen niet te koop;
Hem-alleen, die ’t eist en rooft,
Neemt het aan als heer en hoofd.Overvallen we onverwacht
Dat oproerig schoon geslacht;
’t Is manmoedig, zijn wij laf,
’t Is bloohartig, zijn wij straf;
Geef uw krachten, zijt ge wijs,
Aan haar zwakheid niet ten prijs.

Op, te wapen! op, ten strijd,
Minnaars, zo gij mannen zijt!
Niet de lafheid – wel de moed
Steek u lauwren op de hoed;
De overheerser – niet de slaaf
Dwingt de vest tot overgaaf.

.

Swift en Dickinson

Familiebanden

.

In een NRC magazine van vorige maand lees ik een stuk over Taylor Swift, de zangeres uit Amerika met miljoenen fans en volgers (de zogenaamde Swifties). In maart van dit jaar maakte zij bekend dat ze verre familie is van de 19e-eeuwse dichter Emily Dickinson (1830-1886). Beide blijken af te stammen van dezelfde 17e-eeuwse Engelse immigrant in Connecticut. Dat ze dit weet komt door ancestry.com waar je de genealogie van je familie kan laten uitzoeken. Leuk feitje maar veel meer is het niet. Zou je denken.

Maar Taylor Swift haar album ‘Evermore’ verscheen precies op de geboortedag van Dickinson (10 december). Een andere link is dat haar nieuwste album ‘The Tortured Poets Department’ (opnieuw een verwijzing naar poëzie) op de 200ste geboortedag van dichter Lord Byron (1788-1824) verscheen, namelijk op 22 januari van dit jaar. Overigens zijn er geen andere verwijzingen in de teksten van Swift naar beide dichters. Wel naar Patti Smith (1946) en Dylan Thomas (1914-1953) overigens.

Voor de songtekst van het gelijknamige nummer op het album van Taylor Swift kun je deze link aanklikken. Voor hier plaats ik liever een gedicht van Emily Dickinson dat misschien wel een beetje slaat op het voorgaande ‘I’m Nobody! Who are you?’ uit ‘The Poems of Emily Dickinson’ uit 1955. In een commentaar op dit gedicht op Internet las ik: “Dickinsons willekeurige gebruik van hoofdletters in haar werk roept vragen op, maar de praktijk komt in dit korte gedicht goed tot zijn recht. ‘I’m Nobody! Who are you?’ schreef ze. De verteller is misschien niemand, maar ze maakt van zichzelf iemand met die hoofdletter N. Dit is een gedicht over bekendheid en de publieke belangstelling. Misschien is het een toepasselijke mantra voor de social media-onthouders van vandaag die liever genieten van de luxe van anonimiteit, net zoals Dickinson deed.”

Als je dat afzet tegenover hoe Taylor Swift omgaat met haar bekendheid en haar gebruik van social media dan is duidelijk dat er naast de overeenkomst (familieband) ook hele grote verschillen zijn.

.

I’m Nobody! Who are you?

.

I’m Nobody! Who are you?
Are you – Nobody – too?
Then there’s a pair of us!
Don’t tell! they’d advertise – you know!

.

How dreary – to be – Somebody!
How public – like a Frog –
To tell one’s name – the livelong June –
To an admiring Bog!

.

Verbindingen

Sparrow

.

In de Volkskrant van donderdag jongstleden begint columnist Frank Heinen met een anekdote over een dichter Michael Gorelick genaamd, die dacht dat het aan zijn naam lag dat hij geen goede poëzie schreef. Vanaf dat moment ging hij als dichter door het leven als Sparrow. Vervolgens schrijft hij over de Barkley Marathon (naar aanleiding van een bericht in de krant waarin verslag werd gedaan van deze marathon  die je ‘in een staat van een door uitputting vermenigvuldigde desoriëntatie brengt’) en hij koppelt dat weer aan het zien van afschuwelijke beelden op internet (over de marteling van de verdachten van de aanslag in Moskou) bewust en onbewust omdat je door social media er moeilijk aan kunt ontkomen. Een knap staaltje gebeurtenissen verbinden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Tot zijn conclusie waarbij hij weer terugkeert bij de dichter.

Zijn conclusie is dat net als in een (Barkley) marathon iedereen in een oorlog op eigen houtje verdwaald raakt. In de feiten en de vooruitzichten, in de kwaadheid en het mededogen en de vrees die alles met zich meebrengt. Hij schrijft: “Om je te kunnen blijven oriënteren en waar mogelijk te ontdwalen, kun je die gruwelijke beelden volgens mij beter mijden. Niet opzoeken, niet aanklikken, niet doorsturen`. Van geweld dat bedoeld is voor consumptie word je weinig wijzer.”

Hierna verwijst hij naar een zin in een gedicht van Sparrow: ‘This poem / replaces all my /  previous poems’. Je begrijpt dat dit mijn nieuwsgierigheid aan het werk zette. Sparrow (of Michael Gorelick dus) werd geboren in 1953 en is een Amerikaans dichter, activist en muzikant. Als lid van de in New York gevestigde literaire groep ‘The Unbearables’ heeft Sparrow verschillende poëziebundels gepubliceerd bij Soft Skull Press , evenals chapbooks in samenwerking met het St. Mark’s Poetry Project Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Big Fish. Zijn gedichten werden gepubliceerd in onder andere ‘The New Yorker’, ‘The Quarterly’, en ‘The New York Times’.

De regels die Frank Heinen citeerde komen uit het gedicht ‘Poem’ en het is feitelijk het hele gedicht. Daarom wil ik hier graag een ander gedicht van Sparrow delen dat gepubliceerd werd in ‘The Sun’ literair magazine getiteld ‘Santa’.

.

santa

.

My daughter and I saw a black Santa Claus doll in the window of a store.

“Santa Claus isn’t black,” Sylvia said. “Santa Claus is white.”

I was in a terrible position. How could I deny the whiteness of Santa without denying the idea of a unique and singular Santa Claus? Should I say that Santa Claus is really black, but that the white elite has suppressed this information? Should I tell her that no one really knows what color Santa is, because he lives at the North Pole, and no one has ever met him? But why, then, do all those children’s books depict him as white?

“Yes, Santa is really white,” I said with a sigh, defeated by the sadistic racism of Christmas.

.

Vijfjarenplan

Herman de Coninck

.

Ergens op een van de sociale mediaplatforms kwam ik het gedicht ‘Vijfjarenplan’ van de Vlaamse, en door mij zeer bewonderde, dichter Herman de Coninck (1944-1997) tegen. Mijn bewondering voor het werk van Herman de Coninck was de aanleiding om vanaf juni 2015 elke zondag een gedicht van hem te plaatsen. Ik heb dat toen werkelijk maandenlang vol gehouden, vooral omdat er zoveel prachtige gedichten waren om te delen.

Na de ‘Herman de Coninckzondag’ heb ik uiteraard zo nu en dan ook nog aandacht besteed aan zijn werk maar omdat het alweer even geleden is vandaag dus het gedicht ‘Vijfjarenplan’. Uit zijn bundel ‘Met de klank van hobo’ uit 1981 dit bijzondere liefdesgedicht.

.

Vijfjarenplan

.

ik hou van jou. Hou jij van wat niet

kan.

hou jij van je capaciteiten, ik van je

gebreken.

jij van je trots, en ik van hoe die

zacht kan breken

in mijn armen. Jij van je moed. Ik van

je zwakte nu en dan.

.

Hou jij van de toekomst. Ik van wat

voorbij is gegaan.

Hou jij van de honderd levens die je

wilde leven.

Ik hou van dat ene dat is

overgebleven

en van hoe je daarom zo ver weg

kunt zijn dicht tegen me aan.

.

Ik hou van wat is. Jij van wat zou.

Hou jij van mij. Ik hou van jou.

.

De dichter als ziener

Poëzie in de Arabische wereld

.

Op de website mo.be staat een bijzonder goed en informatief artikel van Brigitte Herremans met als titel ‘De dichter als ziener in de Arabische wereld’. Brigitte Herremans is onderzoekster mensenrechten aan de Universiteit Gent. Ze werkte 16 jaar lang als experte Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen.

In dit artikel beschrijft Herremans welke rol poëzie speelt in de Arabische wereld. Van Syrië naar Palestina en van Jordanië tot Irak en Egypte tot Libanon. Poëzie is overal in Arabische wereld. Gedichten maken deel uit van het erfgoed van het Midden-Oosten en Noord-Afrika en zijn verankerd in de traditie. Betogers scanderen verzen tijdens protesten, zangers brengen poëzie naar de huiskamers, jongeren experimenteren met poëtische taal op sociale media.

In het artikel gaat Herremans in op de vele Arabische dichters die middels poëzie zich verzetten tegen onderdrukking, bezetters en sociale onrechtvaardigheid. Een van de dichters die Herremans beschrijft is de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish.

Mahmoud Darwish (1941-2008) was dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. Darwish publiceerde meer dan dertig gedichtenbundels en acht prozawerken. Hij was uitgever van de bladen Al Jadid, Al Fajr, Shu’un Filistiniyya en Al Karmel (1981). Hij kreeg internationale erkenning voor zijn poëzie, waarin zijn liefde voor Palestina centraal stond. Zijn werk kreeg talrijke onderscheidingen en werd vertaald in twintig talen.

.

Wij gaan naar een land

.

– Wij gaan naar een land dat niet van ons vlees is. De kastanje groeit niet uit onze botten.

– Zijn stenen zijn geen geit in het lied der bergen; de ogen der kiezels geen lelies van de dalen.

– Wij gaan naar een land dat geen eigen zon over ons heen hangt.

– De vrouwen van legenden klappen voor ons; een zee over ons en voor ons

– Als graan en water van jullie zijn afgesneden, eet dan onze liefde en drinkt onze tranen.

– Zwarte doeken voor de dichters; een rij van marmeren beelden zal onze stemmen doen weerklinken.

– Een schuur om onze geesten te beschermen tegen het stof van de tijd; een roos over ons, een roos voor ons.

– Jullie hebben jullie glorie, wij de onze. Ach een land waarvan wij alleen zien wat niet gezien wordt: ons geheim.

– Wij hebben onze glorie: een troon op voeten afgesneden door stegen die ons voeren naar vele huizen, maar niet de onze.

– De geest moet de geest in zijn geest vinden, of hier sterven…

.

Wout Waanders

Poëzie in proefschriften

.

Via Linkedin zag ik een bericht van de Radboud universiteit van Nijmegen waarin gerept werd over een initiatief vanuit de universiteit waarin dichter en alumnus / artist in residence Wout Waanders (1989) gevraagd is om uit 100 proefschriften die in de afgelopen 100 jaar zijn verschenen (uit elk jaar dat de universiteit bestaat 1 proefschrift), poëtische zinnen of ideeën te halen en daar 10 nieuwe gedichten van te maken. Hij noteerde de meest opvallende en poëtische zinnen, en liet tegelijkertijd een promovendus in de AI-techniek de mooiste zin per proefschrift berekenen. Van deze zinnen, citaten en beelden maakte hij tien nieuwe gedichten die te lezen zijn op ramen en op panelen langs de route tussen Collegezalencomplex en het Spinozagebouw.

Dat dit niet alleen een heel groot werk is (lijkt me duidelijk, 100 proefschriften doorploegen op zoek naar mooie en bijzondere zinnen en citaten) maar ook een ontzettend leuk en mooi project is blijkt wel als ik lees welke onderwerpen die proefschriften zoal hebben: van toverstokken tot paddenstoelen en van radiomasten tot heilbotten. Wout Waanders zegt over de proefschriften dat  ‘De taal in de loop der jaren wel afstandelijker lijkt te worden’.

Maar er zijn voorwoorden waar Wout zijn vingers bij aflikt omdat ze pure poëzie zijn. Een voorbeeld is de dissertatie van antropoloog J.M. Schoorl uit 1979.

.

Ik ben allerminst een onbewogen waarnemer geweest.

Ik heb geprobeerd om de mensen die elkaar met bijlen en kapmessen te lijf gingen, te scheiden,

ik heb vele malen de dood geroken, ik heb nachtenlanhg gedanst,

ik heb me me erg eenzaam gevoeld, mijn beste informant werd door een wild zwijn gedood (…),

ik heb alle mogelijke twijfels gehad over de waarden in mijn eigen cultuur, inclusief de wetenschap

.

De keuze van de honderd proefschriften was min of meer toevallig, zo heeft Wout gelet op de spreiding van jaren en op spreiding van de vakgebieden. Hij voegt daar nog aan toe dat er uit de jaren 1923,1924 en 1944 geen promoties zijn voltooid.  Een paar mooie voorbeelden die hij verder tegen kwam zijn: ‘Wie de meest persoo nlijke diepten van alle mensen wil bereiken, moet de volkstaal spreken’ (uit een proefschrift uit 1930) en ‘Het gebeurt maar weinig dat het sprookjesachtige en het reële samenkomen’ (uit een proefschrift uit 1936).

Alle teksten worden onderworpen aan een chcek met kunstmatige intelligentie (AI) met behulp van Promovendus Mesian Tilmatine wordt gezocht naar de meest opmerkelijke en poëtische zinnen. Een terechte vraag die Wout heeft is of de AI selectie overeenkomt met de zijne. De gedichten zijn te zien op het Art & Science festival bij de Radboud universiteit van 19 t/m 21 oktober en daarna zijn de gedichten ook op papier verkrijgbaar. Ik ben benieuwd!

.

 

Regenbooggedicht

Rachel Rumai Diaz

.

De CPNB (stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) heeft schrijver, dichter, performancekunstenaar en programmamaker Rachel Rumai Diaz (1990) gevraagd een regenbooggedicht te schrijven in aanloop naar de Pride in Amsterdam. Rumai Diaz is oprichter van feministisch literair platform Zus & Zo en werkt momenteel aan haar debuutroman, over de vrouwen uit haar familiegeschiedenis. Rumai Diaz wil mensen met haar gedicht een hart onder de riem steken. Haar gedicht wordt vanaf nu verspreid via sociale media en staat samen met een persoonlijk interview in Nederlands grootste queer lifestylemagazine Winq. Maar nu dus ook hier op dit blog te lezen.

.

Ergens

.

Ergens in het land

wordt een jongetje geboren dat geen jongetje is

vergeeft een dochter haar moeder

vergeet een moeder haar dochter

leert een grootmoeder de nieuwe voornaamwoorden van haar kleinkind

.

wordt een nieuwe regenboogvlag voor de derde keer in een jaar opgehangen op

dezelfde plek

is de safe space van een groep

doelwit voor een andere

houdt een koppel elkaars handen alleen maar achter gesloten deuren vast

.

ergens in de wereld

begon pride als een protest

is pride nog steeds een protest

is je land

en al je herinneringen achterlaten de enige manier om te overleven

is een mens een mens zonder daar uitleg over te moeten geven

.

soms is vieren

het besef dat houden van wie je wilt net zo belangrijk is al houden van wie je bent

een x in een paspoort als teken van verandering

een keuze die niet in twijfel wordt gebracht

moed niet als een schild te hoeven dragen

de liefde van een vader

.

twee vrouwen in Iran die elkaar kussen in het openbaar

de hoop om ooit te kunnen trouwen op Curacao

het schrijven van een gedciht

voorlezen aan wie je wil

.

het gevoel dat ik ergens bijhoor

.

Wolk 2.0

Maak je eigen gedicht in augmented reality

.

Afgelopen vrijdag was ik bij de presentatie van de nieuwe WOLK app, Wolk 2.0. De oude wolk app waarbij je met behulp van een app op je telefoon gedichten kon lezen in augmented reality in de ruimte waarin je op dat moment bent (in de bibliotheek van Maassluis bijvoorbeeld waar de wolk app zuil staat) is nu vernieuwd en te gebruiken door in je browser van je laptop, je tablet of telefoon naar wolkapp.nl te gaan. Door dit te doen open je de app. Je kan in de nieuwe app zelf een gedicht schrijven (keuze uit: limerick, sonnet, haiku, elfje of vrije vorm).

Door de app te volgen kun je je gedicht vervolgens bekijken in de augmented reality omgeving. En behalve dat je nu zelf een gedicht kan maken (je kunt ook nog steeds uit gedichten van Joke van Leeuwen, Akwasi, Roos Rebergen, Teske de Schepper, Edward van de Vendel, Tim Hofman, Radna Fabia en Anne Vegter) kun je deze ook delen via social media. Je gedicht is alleen zichtbaar voor jezelf tenzij je het deelt.

Wolk maakt poëzie laagdrempelig, toegankelijk en leuk. Het is een vernieuwende manier om bezoekers (aan de bibliotheek waar de app voor is ontwikkeld) met poëzie in aanraking te laten komen. Wolk laat je kennis maken met de technologie van augmented reality en met poëzie. De app is in opdracht van de bibliotheek ontwikkeld door Johannes Verwoerd Studio.

Natuurlijk een gedicht met wolken, dit keer van Henny Vrienten (1948 – 2022).

.

Als mijn adem op

is, het gedaan is

met mijn leven

reis ik naar de

hemel toe om een

concert te geven

want ik was nog

lang niet klaar,

mijn bas niet

uitgeklonken

ik klop aan en

meld me daar, bij

het bandje in de

wolken

.