Site-archief
Dichter van de maand november
Cees Nooteboom
.
Romanschrijver, dichter, vertaler en reisverhaledschrijver Cees Nooteboom (1933) is op basis van zijn oeuvre, zijn bekendheid in het buitenland en zijn zeer imponerende prijzenkast waarschijnlijk Nederlands beroemdste auteur. Alleen de Nobelprijs voor de literatuur ontbreekt nog waardoor hij waarschijnlijk al jaren genoemd wordt als belangrijke kanshebber op deze prestigieuze prijs.
Hoewel Cees Nooteboom dus ongelofelijk veel geschreven heeft is het aandeel van poëzie in zijn oeuvre beperkt tot een handvol bundels. Desalniettemin is zijn poëzie wel degelijk interessant en zeer lezenswaardig. Daarom is Nooteboom in de maand november dichter van de maand, wat betekent dat ik elke zondag een gedicht van zijn hand zal plaatsen.
Vandaag begin ik met het gedicht ‘Skelet’ uit zijn bundel ‘Aas’ uit 1982.
.
Skelet
.
Wat taal aan mij was is ontcijferd,
veranderd in andere tekens.
Mijn gebeente vertelt de vertaling
van leven in dood.
.
Daarmee ben ik niet verdwenen.
Tussen de levende planten
en het gebit van de steen
verander ik langzaam in aarde.
Pas daarna heet ik niets meer.
.
Lees mij dus nog één keer
in deze vertragende paring.
Herhaal mijn gerangschikte zinnen
tot ik niets meer beteken
en zonder een zin op je wacht.
.
Partir c’est mourir un peu
Edmond Haraucourt
.
Iedereen kent de uitdrukking ‘Partir c’est mourir un peu’ of in goed Nederlands ‘Weggaan is een beetje sterven’. Wat ik me nooit had gerealiseerd was dat deze uitdrukking uit een gedicht komt. Uit het gedicht ‘Rondel de l’adieu’ van de Franse dichter Edmond Haraucourt (1856 – 1941). Edmond Haraucourt was naast dichter ook schrijver, componist, journalist, toneelschrijver en curator van de Franse musea.
‘Rondel de l’adieu werd voor het eerst gepubliceerd in Seoel in 1890. Francesco Paolo Tosti maakte er in 1902 een lied van. Ton Oosterhuis tekende voor de Nederlandse vertaling die verscheen in ‘3000 jaar wereldpoëzie in 500 onsterfelijke gedichten’ uit 2005.
.
Rondeel van het afscheid
.
Weggaan is een beetje sterven,
sterven aan wat men bemint.
Je laat iets na van wat je vindt,
altijd weer, op alle erven.
.
Spijt zal steeds een eed bederven,
een vers verwaaiend in de wind;
weggaan is een beetje sterven.
.
En men gaat; het lijkt wel zwerven.
Tot het afscheid echt begint
kunnen vrienden, vrouw en kind
van elk afscheid iets verwerven.
Weggaan is een beetje sterven…
.
Rondel de l’adieu
.
Partir, c’est mourir un peu,
C’est mourir à ce qu’on aime :
On laisse un peu de soi-même
En toute heure et dans tout lieu.
.
C’est toujours le deuil d’un vœu,
Le dernier vers d’un poème ;
Partir, c’est mourir un peu,
C’est mourir à ce qu’on aime.
.
Et l’on part, et c’est un jeu,
Et jusqu’à l’adieu suprême
C’est son âme que l’on sème,
Que l’on sème à chaque adieu :
Partir, c’est mourir un peu…
.
Poëzie werkt op de zenuwen
Andreas Thalmayr
.
Via dichter Evy van Eynde werd ik gewezen op een bericht van Allard van Gent op zijn website https://allardvangent.com over een boek van Andreas Thalmayr met de intrigerende titel ‘Lyrik nervt’ of in het Nederlands ‘Poëzie werkt op de zenuwen’. Allard van Gent (1966) is werkzaam als freelance journalist, copywriter en vertaler Duits – Nederlands. Sinds april 2011 woont hij in Berlijn.
Het boek ‘Lyrik nervt’ of ‘Poëzie werkt op de zenuwen’ is 15 jaar oud en geschreven door de literatuurwetenschapper, vertaler, schrijver en dichter Andreas Thalmayr. De uitdrukking ‘Lyrik nervt’ kun je op ieder Duits schoolplein horen. Poëzie is om gek van te worden, betekent het. Of poëzie werkt op de zenuwen. Want als gedichten in verbinding worden gebracht met huiswerk, interpretaties of voorbereidingen op een examen, dan is het geen wonder dat ze bij veel mensen niet zo geliefd zijn.
Allard van Gent geeft ook een mooi voorbeeld van een 12 jarig meisje dat een brief schrijft aan Rainer Maria Rilke (wat op zichzelf al knap is aangezien Rilke al bijna 100 jaar dood is. Toch geeft de toon van de brief goed weer wat bedoeld wordt met poëzie die op de zenuwen werkt.
.
Zeer geachte heer Rilke,
ik heb me helaas over u geërgerd! Het is uw schuld dat ik een zesje op mijn rapport kreeg. Mevrouw dr. Schiedling, onze lerares Duits, smeet afgelopen donderdag een gefotokopieerd gedicht van u bij ons op de schoolbanken en wij moesten hierover een taak schrijven. Ik stuur u mijn tekst toe, zodat u zelf ziet wat mij bij dit gedicht te binnen is geschoten. Veel is het niet. Eerlijk gezegd, ik weet niet wat u daarbij eigenlijk gedacht heeft!
Die mevrouw Schiedling stortte zich natuurlijk meteen op mij. “Thema niet gevonden!” had ze gezegd en alles had ze met een rood potlood vol gekriebeld. Sindsdien wil ik met gedichten helemaal niets meer te maken hebben! Gedichten hangen me de keel uit! Neemt u mij niet kwalijk! Misschien kunt u er ook helemaal niets aan doen, misschien is het gewoon de schuld van die Schiedling.
Help! Anna Jonas, Kastanienallee 12, Oberkappel
.
Het boek begint met deze brief die, laten we eerlijk zijn, ook net zo goed door elke willekeurige leerling in Nederland of elders geschreven had kunnen worden. Te vaak wordt poëzie (en literatuur wat dat betreft) op scholen gebracht op een manier die een jongere eerder afschrikt dan warm laat lopen. Ik schreef er op 6 oktober nog een bericht over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/06/poezie-in-het-leslokaal/ .
Helaas is in het artikel dat Allard van Gent schreef verder niet veel over de inhoud van dit boek te lezen. De voorbeelden die hij geeft gaan wel in op wat poëzie is en niet is maar dar verklaart de titel toch te weinig vind ik. In een andere recensie vond ik dit over de inhoud: Door de deskundige, gedetailleerde uitleg van Thalmayr, doorspekt met vergelijkingen en voorbeelden, leert de lezer veel over de inhoud, vorm en structuur van gedichten en de trucs van de dichters en krijgt daardoor een nieuwe kijk op de poëzie: vrij en ontspannen omgaan met poëzie. Poëzie is een spel dat gevarieerd en opwindend kan zijn. Precies dat is het wat ik ook in ‘Woorden temmen’ van Kila & Babsie ontdekte. Mede daarom ondersteun ik zijn gedachte om het boek in het Nederlands te vertalen van harte. Elk boek dat bijdraagt aan een vrolijker, enthousiasmerend en aanstekelijk poëzie-onderwijs is een stap op de goede weg.
En om niet zonder gedicht te eindigen hier het gedicht ‘Vrees’ van Rainer Maria Rilke.
.
Vrees
.
November
Innokenti Annenski
.
De in Omsk (Rusland) geboren dichter, vertaler en essayist Innokenti Annenski (1855 – 1909) is een vrij onbekende dichter uit Rusland. Hij was dan ook een laatbloeier met een klein oeuvre, die pas na zijn dood erkenning kreeg en dan ook nog in een kleine kring van kenners waaronder Boris Pasternak (toch niet de minste). Hoewel hij al vanaf jongs af aan schreef publiceerde hij pas zijn eerste werk in 1901.
Annenski schreef bondige, precieze symbolistische lyriek (dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders) met een melancholieke inslag, die de tragiek van het bestaan tot onderwerp heeft. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel ‘Het cypressehouten kistje’ gepubliceerd. Daarna ontstond pas zijn grootste populariteit, tussen 1910 en 1920, niet alleen vanwege zijn verzen, maar ook vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.
In 1996 verscheen de bundel ‘Vier Petersburgers’ bij uitgeverij De Bezige Bij met daarin onder andere het gedicht ‘November’ van Annenski in een vertaling van Peter Zeeman.
.
November
.
Het avondrood is dof, verschoten,
En doods de gele dageraad.
Een tak door het kozijn omsloten
Hing gister net zo desolaat…
.
Slechts dit wordt mij tot troost geboden:
Al wat ik schrijf wordt delicaat
Met milde tinten overgoten,
In zilverwitte glans gebaad.
.
De nevel houdt de zon gevangen…
Nu in de sneeuw een slee bespannen,
De wolken volgen in hun jacht,
.
Je over schel gefluit verblijden
En deinend door de witte pracht
Naar onbegrensde verten glijden…
.
Satie
Henk Romijn Meijer
.
Het gebeurt me nog wel eens. lezend in een dichtbundel (meestal een verzamelbundel) dat ik een gedicht tegen kom van een dichter die ik alleen als schrijver van romans of verhalen, of als columnist ken. Meestal betreft het hier éénmalige gedichten en heeft de schrijver in kwestie nooit een dichtbundel uitgebracht. En soms word ik verrast zoals in het geval van schrijver, taalkundige, vertaler en essayist Henk Romijn Meijer.
Henk Romijn Meijer (1929-2008) ken ik als schrijver vanaf 1983, toen een docent Nederlandse Letterkunde aan de P.A. Tiele Academie, waar ik mijn opleiding deed, ons studenten wees op Romijn Meijers roman ‘Mijn naam is Carrigue’. Henk Romijn Meijer brak in dat jaar door naar het grote publiek met deze roman, een boek dat een nieuw genre in de Nederlandse literatuur zou inluiden: de faction. Het is naar vorm en stijl een psychologische roman, naar intrige een thriller, maar gebaseerd op ware feiten.
Toen ik in de bundel ‘De vier jaargetijden’ een gedicht van zijn hand tegen kwam was ik dan ook verrast. Op zoek naar zijn oeuvre kwam ik via Wikipedia een enorme lijst van romans, verhalen, novelles en kritieken tegen én één poëziebundel uit 1986, getiteld ‘Resten van jou’. Destijds uitgegeven in een oplage van 750 stuks, voorafgegaan in een speciale druk van 250 exemplaren als relatiegeschenk in 1985.
Uit deze bundel is in ‘De vier jaargetijden’ een keuze uit poëzie over klassieke muziek uit 1991 het gedicht ‘Satie’ opgenomen.
.
Satie
.
De spotzieke lentevogel
klauwt aan zijn vingers vast.
.
nu zijn er bijna uitgesproken woorden
die aarzelen, dan wemelen als sneeuw,
dan dichtvallen als ogen, verschrikt verlegen.
.
eenzaamheid glimpt als de weerschijn
van een kaarslantaarn, bescheiden
en voorzichtig klinkt de eenzaamheid.
.
Verliefde versjes
Jan Rot
.
Jan Rot (1957) is een Nederlandse zanger, componist en tekstdichter. Hij werd musicus in 1978, maar een doorbraak bleef aanvankelijk uit. Hij deed werk voor verscheidene media en theatertournees. In de jaren na 2000 werd hij vertaler van hits van anderen en van beroemde werken uit de klassieke muziek. Maar Jan Rot is ook dichter. In 2003 verscheen van hem het heerlijk amateuristische bundeltje ‘Huisje aan zee’ met als ondertitel ’29 verliefde versjes’.
Volgens een kort stukje achterin dit ‘pamflet’ dat in een oplage gedrukt werd door Okapi (Okapiboek 8) is het een loflied geschreven door Jan Rot voor B. de G. Het kostte zeven dagen. Maar zo deed Heine ’t ook want kunst laat zich niet vragen, dan gaat ze op in rook.
De rijmende versjes geven een goed beeld van de virtuoze taalvaardigheid van Jan rot zoals in gedicht nummer 23 waarin onder andere een verwijzing naar ‘ik wou dat ik twee hondjes was’.
.
23
[in driekwart]
.
Zeeuws meisje in Vrouwenpolder
Zo krabbel ik op zolder
Maar kolderrijm is meestal
Alleen de leukste thuis
.
Ik zoek bij mijn Chinezen
Maar stop al snel met lezen
Krijg veels te zin in kezen
De hand al aan het kruis
.
Mijn meisje staat de vaat te doen
Ik was net in de keuken
Ik wou dat ik mijn meisje was
Dan liet ik me nu …
Verdomd, dat is een leuke!
.
Klacht voor een gestorven concubine
Keizer Woe van Han
.
Een liefdesgedicht hoort ook bij vakantiepoëzie. Daarom uit een van de mooiste bundel over de liefde ‘De liefste’ onsterfelijke liefdesverzen samengesteld en vertaald door Paul Claes uit 1990 een gedicht van Keizer Woe van Han getiteld ‘Klacht voor een gestorven concubine’.
.
Klacht voor een gestorven concubine
.
Van zijden mouwen geen geruis.
In ’t jaden voorhof groeit het gruis.
Verlaten ligt de kille zaal.
Een blad viel in het voorportaal.
Ik weet niet waar mijn liefste is.
Zij voelt niet hoezeer ik haar mis.
.
Sylvia Plath
Koeriers
.
Over Sylvia Plath (1932 – 1963) schreef ik al enkele malen. Maar toen ik de bundel ‘Ariel’ (oorspronkelijk uit 1965 maar in mijn geval in vertaling door Anneke Brassinga uit 1980) weer eens in handen nam en herlas wist ik dat ik uit de bijzondere bundel nog een gedicht wilde delen. Het betreft hier het gedicht ‘Koeriers’ of ‘The Couriers’ zoals het in het Engels luidt.
.
Koeriers
.
Het woord van een slak op het bord van een blad?
Het is niet van mij. Neem het niet aan.
.
Azijnzuur in een verzegeld blik?
Neem het niet aan. Het is niet puur.
.
Een ring van goud, en daarin de zon?
Leugens. Leugens en droefenis.
.
Rijp op een blad, de smetteloze
Heksenketel, zwetsend en knetterend
.
In zichzelf, op elke top
Van negen zwarte alpen.
.
Beroering in spiegels,
De zee die de zijne, zo grijs, verbrijzelt –
.
Liefde, liefde, mijn seizoen.
.
The Couriers
.
The word of a snail on the plate of a leaf?
It is not mine. Do not accept it.
Acetic acid in a sealed tin?
Do not accept it. It is not genuine.
A ring of gold with the sun in it?
Lies. Lies and a grief.
Frost on a leaf, the immaculate
Cauldron, talking and crackling
All to itself on the top of each
of nine black Alps.
A disturbance in mirrors,
the sea shattering its grey one-
Love, love, my season.
.















