Maandelijks archief: oktober 2017
Bibliothecarissen, Poëzie en muziek
Op de radio en in de schouwburg
.
Het leven van een dichter/poëzieblogger is bij tijd en wijle heel leuk (leuker dan gemiddeld). Zeker als je twee zondagen achter elkaar je licht mag laten schijnen over wat je doet als dichter. Zo ben ik aanstaande zondag 22 oktober te beluisteren bij het radioprogramma Over Poëzie en Muziek van dichters/presentatoren Sabine Kars en Mas Papo. Op https://www.overpoezieenmuziek.nl lees je er alles over. Over Poëzie en Muziek wordt zondag uitgezonden van 21.00 tot 23.00 uur te beluisteren via http://www.b-fm.nl/webplayer/ We zullen over het dichterschap praten, over inspiratie, over schrijven, ik zal 4 gedichten voordragen en nog veel meer, luisteren dus!
Op zondag 29 oktober zal ik tijdens De middag van de bibliothecaris, worden geïnterviewd door Alek Dabrowski in de foyer van de Schouwburg Rotterdam tussen 16.30 en 18.30 uur. Onder het motto ‘Laat schrijvers schrijven, bibliothecarissen vertellen het verhaal’ zal ik vertellen over wat de bibliotheek aan poëzie doet, een favoriet gedicht voorlezen en daar iets over vertellen en een eigen gedicht voordragen. Wat deze twee gedichten zullen zijn, daar denk ik nog over na. Een favoriet gedicht klinkt zo eenvoudig maar ik heb zoveel favoriete gedichten. Op deze middag verder Meliza de Vries (ook dichter), John Valk (ook muzikant), Leo Willemse (ook blogger) en Jeanine Deckers (ook columniste en activiste).
Kaarten zijn te krijgen á € 5,- bij de Schouwburg en op zondag aan de deur.
Als opwarmer alvast een gedicht van Meliza de Vries.
.
opa
je wees vaak naar die zee,
nadat het water de olifanten
naar het binnenland had verdreven.
je geloofde steeds minder in God,
meer in kwallen en zeewier.
geen vleugels maar vinnen, zei je,
om daarmee de eeuwigheid in te duiken.
.
Limonade
Arjen Duinker
.
Niet alleen is Arjen Duinker (1956) schrijver en dichter, hij maakte ook de cryptogrammen voor Het Vrije Volk en schreef hij (sport) columns. Hoewel hij al in 1980 debuteerde in Hollands Maandblad, kwam zijn debuutbundel pas uit in 1988 getiteld ‘Rode oever’. Hierna volgde nog vele bundels. Ook publiceerde Duinker gedichten in tijdschriften en magazines als De Gids, Tirade, Ons Erfdeel, Optima en Raster. In 2001 won hij de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘De geschiedenis van een opsomming’ en in 2005 de VSB Poëzieprijs ‘De zon en de wereld’.
In 2009 verscheen de bundel ‘Buurtkinderen’ bij uitgeverij Querido. Uit deze bundel het gedicht ‘Limonade’.
.
Limonade
.
Hoe noemen ze deze buurt?
Stapel handen op tafels,
Sleur de geweerschoten uit de donkergroene stegen,
.
Giet limonade in donkergroene glaasjes,
Blaas langs de tederheid van taal,
.
Bewonder de ongekende oorringen,
Bewonder de hoek van dertig graden,
Betreed het leven via de open deur.
.
Voor wie dit leest
J.A. Emmens
.
In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.
De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen. Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.
Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.
Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.
.
Rapport over de angst
.
Oorsprong nog onbekend, het groeit,
naar men thans aanneemt, in ’t geheim,
merkwaardig struikgewas
.
Paart zelden, in volwassen staat
als in een mist ontwaard,
gehuld in ziektes uiterst ingenieus.
.
Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,
verouderd tegengif,
is het wel eens genadig.
.
17 oktober Black Poetry Day
Jupiter Hammon
.
Op 17 oktober 1711 werd Jupiter Hammon geboren in Long Island, New York, als telg van een slavenfamilie op het Lloyd Estate in Queens Village. In tegenstelling tot vele andere slaven van zijn tijd, kon Hammon naar school gaan en leren lezen en schrijven. Hij zou later de eerste Afro-Amerikaanse dichter worden die in de Verenigde Staten gepubliceerd werd met zijn werk, “An Evening Thought. Salvation by Christ with Penitential Crienes: Composed by Jupiter Hammon, a Negro belonging to Mr. Lloyd of Queen’s Village, on Long Island, the 25th of December, 1760.”. Jupiter Hammon wordt dan ook gezien als een religieus dichter, zijn werk is doorspekt met zijn liefde voor god.
Hammon leefde met vier generaties van de familie Lloyd en bleef een eeuwige christen tot zijn dood in circa 1806. Door zijn invloed op de literaire wereld is de verjaardag van Hammon de officiële viering van de Black Poetry Day in de Verenigde Staten. Op deze dag wordt behalve Hammon ook de eerste officiële gepubliceerde zwarte vrouwelijke dichter Phillis Wheatley, en alle anderen die bijgedragen hebben tot de bevordering van de zwarte poëzie en expressie in de Verenigde Staten, zoals Maya Angelou, Langston Hughes, Rita Dove, Gwendolyn Brooks, Arna Bontemps en vele anderen geëerd.
Vandaag op Black Poetry Day daarom een gedicht van een zwart dichter uit de Verenigde Staten, niet van Jupiter Hammon (zijn poëzie is zo religieus dat het nu nog nauwelijks leesbaar is, maar ben je nieuwsgierig kijk dan eens op https://www.poetryfoundation.org/poets/jupiter-hammon ) maar van een andere zwarte dichter die ik nog niet kende Gwendolyn Brooks (1917 – 2000). Brooks publiceerde haar eerste gedicht in een kindermagazine op haar 13e en toen op haar 16e waren er al 75 gedichten van haar hand gepubliceerd. Daarna volgde gedichten in de poëzie column van de Chicago Defender, een Afro-Amerikaans dagblad. Brooks schreef haar gedichten in sonnetvorm en in de vorm van traditionele ballades maar later maakte ze ook gebruik van blues ritmes en free verse. In 1945 debuteerde ze met de bundel ‘A street in Bronzeville’. Met haar tweede bundel ‘Annie Allen’ uit 1950 won ze als eerste Afro-Amerikaanse de Pulitzer prize for Poetry. In haar leven ontving Brooks verschillende prijzen, werd ze opgenomen in the National Women’s Hall of Fame en was ze in 1985 een jaar lang Consultant in Poetry to the Library of Congress. Uit haar omvangrijke werk heb ik gekozen voor het gedicht ‘The Mother’ dat verscheen in haar debuutbundel.
.
The Mother
.
Abortions will not let you forget.
You remember the children you got that you did not get,
The damp small pulps with a little or with no hair,
The singers and workers that never handled the air.
You will never neglect or beat
Them, or silence or buy with a sweet.
You will never wind up the sucking-thumb
Or scuttle off ghosts that come.
You will never leave them, controlling your luscious sigh,
Return for a snack of them, with gobbling mother-eye.
I have heard in the voices of the wind the voices of my dim killed
children.
I have contracted. I have eased
My dim dears at the breasts they could never suck.
I have said, Sweets, if I sinned, if I seized
Your luck
And your lives from your unfinished reach,
If I stole your births and your names,
Your straight baby tears and your games,
Your stilted or lovely loves, your tumults, your marriages, aches,
and your deaths,
If I poisoned the beginnings of your breaths,
Believe that even in my deliberateness I was not deliberate.
Though why should I whine,
Whine that the crime was other than mine?–
Since anyhow you are dead.
Or rather, or instead,
You were never made.
But that too, I am afraid,
Is faulty: oh, what shall I say, how is the truth to be said?
You were born, you had body, you died.
It is just that you never giggled or planned or cried.
Believe me, I loved you all.
Believe me, I knew you, though faintly, and I loved, I loved you
All.
.
Zware pijnstillers
Rob Schouten
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland recensies van dichtbundels.
In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.
De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.
.
Vader
.
Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,
een peutertje, de ander een volwassen man.
Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon
hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder
en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,
Plots had hij ons verwekt, maar bleef even
‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.
Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.
.
Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard
toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:
ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.
.
O God, bewaar me, laat me nu afglijden,
sla me met pest, neem me mijn dochters af
en leg me als het erop aankomt kalm in bed!
.
Mantra’s
Dichter van de maand
.
In de bundels van de dichter van de maand Antoinette Sisto (1963 – 2017) komt de dood als thema regelmatig voor. Ook in ‘Iemand moet altijd gemist worden’ de bundel die ze in 2015 bij uitgeverij Oorsprong publiceerde is dit het geval. In deze bundel beschrijft ze haar leven na de dood van haar geliefde, de zoektocht naar deze geliefde en een beschrijving van het gemis.
Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Mantra’s’.
.
Mantra’s
.
Herinner me eraan dat ik besta
dat ik ademhaal en eet
als ik rond en rond mijn as beweeg
alleen dans door de regen.
.
Het is niet meer voldoende
het besef dat ik besta
dat ik ademhaal en slaap
dat ik dromen regisseren kan
.
vertolk met nieuw penseel
een aria schaamteloos leen
dat ik woorden in neonlicht
laat schitteren aan ieders hemel.
.
Het is wanneer jij aan me denkt
dat ik opnieuw besta
dat ik ademhaal en eet
’s nachts niet meer met ogen open
.
op voorbije dagen leef.
.
Piet Paaltjens
150 jaar Snikken en Grimlachjes
.
150 jaar geleden werd de dichtbundel ‘Snikken en Grimlachjes’ van Piet Paaltjens uitgegeven bij Drukkerij en boekhandel Roelants in Schiedam. Piet Paaltjens is het alter ego van de melancholische dichter en predikant François HaverSchmidt (1835-1894). De Bibliotheek Schiedam en haar partners hebben dit jubileum aangepakt om de schrijver dertien dagen lang te eren met allerlei uitingen binnen een festivalprogramma. Van het onthullen van het muurgedicht en het voorlezen van gedichten op zijn graf tot een wandeling in de stad en lezingen in zijn voormalig woonhuis en de drukkerij waar de bundel werd uitgebracht. Hoogtepunt van het festival is de samenwerking met platenlabel Excelsior Recordings. Bekende Nederlandse artiesten, waaronder The Kik, Aafke Romeijn en Freek de Jonge, hebben in Schiedam een CD opgenomen met gedichten van Piet Paaltjens.
Het programma rond de viering van 150 jaar ‘Snikken en Grimlachjes’ loopt van 20 oktober tot 1 november in Schiedam. Voor een uitgebreid programmaoverzicht kun je terecht op https://ppp.debibliotheekschiedam.nl
Om aan te sluiten bij dit mooie project van de bibliotheek Schiedam, mijn zeer gewaardeerde collega Theo en partners uit Schiedam, plaats ik graag een liefdesgedicht van Piet Paaltjens getiteld ‘Aan Rika’.
.
Aan Rika
.
Slechts éénmaal heb ik u gezien. Gij waart
Gezeten in een sneltrein, die de trein
Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart.
De kennismaking kon niet korter zijn.
En toch, zij duurde lang genoeg om mij,
Het eindloos levenspad met fletse lach
Te doen vervolgen. Ach! geen enkel blij
Glimlachje liet ik meer, sinds ik u zag.
Waarom hebt gij van dat blonde haar,
Daar de englen aan te kennen zijn? En dan,
Waarom blauwe ogen, wonderdiep en klaar?
Gij wist toch, dat ik daar niet tegen kan!
En waarom mij dan zo voorbijgesneld,
En niet, als ’t weerlicht, ’t rijtuig opgerukt,
En om mijn hals uw armen vastgekneld,
En op mijn mond uw lippen vastgedrukt?
Gij vreesdet mooglijk voor een spoorwegramp?
Maar, Rika, wat kon zaalger voor mij zijn,
Dan, onder hels geratel en gestamp,
Met u verplet te worden door één trein?
.
Willem Wilmink
Johan Cruyff
.
Bij De Wereld Draait Door op de televisie heeft men dit seizoen extra aandacht voor de dichter Willem Wilmink (1936 – 2003). Terecht natuurlijk want Willem Wilmink heeft een groot en mooi oeuvre achtergelaten. Dat was voor mij een reden om zijn ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ die in 1986 ter ere van zijn 50ste verjaardag werd gepubliceerd, weer eens ter hand te nemen. Lezend in deze dikke bundel kwam ik het gedicht ‘De heilige Johan’ tegen. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Goejanverwellesluis’ uit 1971. Na de lotgevallen van het Nederlands Elftal van de afgelopen weken zal menig een nog wel eens met weemoed terugdenken aan de hoogtijdagen van het Nederlands voetbal en aan Johan Cruyff. In dit gedicht stip Wilmink ook even de andere kant van Cruyff aan.
.
De heilige Johan
.
eens toen ik in de floodlight
voetballers een doelpunt
zag spinnen zich bewegend
als elven over het gras,
wist ik dat uit deze hoek
de verlosser ophanden was.
.
en zie: Johan Cruyff de danser
de faun de adelaar
der dalen
.
maar toen we zijn bergrede kwamen halen
had hij het over belasting betalen.
.
Repeteergedicht
Ruisch
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkaast en viel me op dat ik toch eigenlijk best veel dichtbundels van Jules Deelder heb. In de jaren tachtig las en kocht ik veel werk van deze Rotterdamse grootheid. Vooral zijn humor, zijn archaïsch taalgebruik, de onderwerpen waarover hij schreef maar bovenal zijn performances spraken me zeer aan. Het was nieuw voor mij dat poëzie, waar ik eigenlijk nog maar net mee bezig was, ook zo gebracht kon worden. De bundel ‘Ruisch’ is een weerslag van wat zijn werk zo kenmerkt; aan de ene kant de bekende thema’s zoals de dood, de oorlog en de taal en aan de andere kant zijn (soms wel heel melige) humor. Toch zijn het de zaken die de rafelranden van de poëzie raken die ik interessant vind. In een recensie van deze bundel lees ik “.. een heerlijk boek voor wie van de rafelrandjes van het leven houdt, en van de poëzie van Deelder in het bijzonder”. Ik ben zo iemand en vandaar hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Repeteergedicht’ over de poëzie.
.
Repeteergedicht
.
Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.
Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.
Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk
met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.
.


















