Categorie archief: Dichter in verzet
Gedichtenmuur
Aanbod van Cubiss
.
In het kader van de viering van 80 jaar vrijheid in Brabant heeft Cubiss (de Provinciale Ondersteuningsorganisatie voor bibliotheken in Brabant) een aantal activiteiten ontwikkeld en handleidingen geschreven, waaronder de gedichtenmuur. Deze muur symboliseert de manier waarop mensen beperkt kunnen worden in hun vrijheid. Maar woorden, gedichten en kunst kunnen muren doorbreken. Net zoals bijvoorbeeld de Berlijnse muur destijds gebruikt werd als canvas door mensen om hun stem te laten gelden, door het aanbrengen van leuzen, spreuken, teksten, schilderingen en dergelijke.
Deze muur van 2 meter lang en 2 meter hoog kun je plaatsen in een bibliotheek. Je kunt er ook twee plaatsen, waardoor de muur 4 meter lang wordt. Deze gedichtenmuur nodigt bezoekers uit om gedichten te lezen en zelf te schrijven. Zo kan deze gedichtenmuur bijvoorbeeld gebruikt worden om er een dichtwedstrijd of poëzieworkshop aan te koppelen, of om te plaatsen bij een ander evenement of op een school.
De muur met inmiddels met succes ingezet bij Bibliotheek de Kempen in Reusel. Er is op scholen gewerkt aan gedichten op vredesduiven aan de hand van het lied ‘Imagine’ van John Lennon. Hierdoor ontstond een kleurrijk geheel waar veel mensen naar hebben gekeken. Ook is de muur even buiten gezet tijdens de opening van een fietsroute rondom 80 jaar vrijheid.
Geen blogpost zonder gedicht en daarom heb ik een gedicht uitgezocht over de oorlog. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het de koude oorlog is maar vrijheid moet altijd gevierd worden, zelfs na oorlogen waarbij eigenlijk nauwelijks slachtoffers gevallen zijn zoals de koude oorlog. Daarom van Hans Verhagen (1939-2020) uit de bundel ‘Rozen en motoren’ uit 1963 (op het hoogtepunt van de koude oorlog) het gedicht ‘Koude oorlog?’.
.
Koude oorlog?
.
Mijn 7 maal geconcentreerde gestalte
verschijnt u nu dagelijks,
maar mijn arbeid voedt u anoniem.
.
Uiterlijk is niets aan mij veranderd:
Koude oorlog? Voeten in het vuur!
Wereldoorlog? Laarzen in het water!
.
Maar het verstikte instinct verspreidt
geuren van ontbinding-
gelukkig nieuwjaar of ik schiet.
.
Weerzien
Irina Ratoesjinskaja
.
Hoewel ik soms de neiging heb om alles wat Russisch is te willen vermijden door het brute regime dat daar heerst, merk ik toch ook dat juist de Russische poëzie me blijft bekoren. Zolang deze ver weg blijft van alles wat politiek is (en dat is in de meeste gevallen zo) en je gedichten van Russische dichters op zijn merites kan beoordelen, valt er veel moois te lezen en te genieten.
Een voorbeeld daarvan is de dichter Irina Ratoesjinskaja (1954-2017). Ze werd geboren in Odessa (wat nu in de Oekraïne ligt maar toen deel uit maakte van de Sovjet Unie) waar ze studeerde (natuurkunde). De familie van haar moeder was afkomstig uit Polen: haar overgrootvader van moederskant werd kort na de opstand van januari 1863 tegen de gedwongen dienstplicht in het Russische keizerlijke leger vanuit Polen naar Siberië gedeporteerd. Dit heeft haar gevormd want in 1982 werd Irina gearresteerd en beschuldigd van anti-Sovjet-agitatie omdat ze haar dichtbundels had geschreven en verspreid. Deze beschuldigingen waren zeer gekleurd. Irina schreef over mensenrechten, vrijheid en de schoonheid van het leven, zaken die genoeg waren om iemand in een strafkamp op te sluiten voor langere tijd.
Dat gebeurde dan ook, ze werd veroordeeld tot zeven jaar in een werkkamp onder streng regime (de maximum straf), gevolgd door vijf jaar interne ballingschap. Na drie en een half jaar gevangen te hebben gezeten, waarvan een jaar in eenzame opsluiting in een onverwarmde cel, terwijl de temperatuur in de winter daalde tot min 40 graden Celsius, werd ze op 9 oktober 1986 vrijgelaten, aan de vooravond van de top in Reykjavík, IJsland, tussen president Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov. Op het internationale PEN-congres in januari 1986 in New York werd een oproep gedaan tot vrijlating van Irina Ratoesjinskaja. Ratoesjinskaja was lid van de Internationale PEN, die haar situatie tijdens haar opsluiting in de gaten hield. In juli 1986 werd tijdens het zeventiende Poetry International festival te Rotterdam het jaarlijkse eregeld aan haar toegekend. Deze twee zaken hebben ongetwijfeld geholpen bij haar vrijlating.
Terwijl ze gevangen zat, bleef Ratoesjinskaja poëzie schrijven. Haar eerdere werken concentreerden zich meestal op liefde, christelijke theologie en artistieke creatie, niet op politiek of beleid, zoals haar aanklagers beweerden. Haar nieuwe gedichten, die in de gevangenis zijn geschreven, werden met een lucifer op zeep geschreven, waarna ze ze uit haar hoofd leerde om vervolgens te worden weggespoeld. In totaal ruim 150 gedichten. In 1987 verhuisde ze naar de Verenigde Staten waar ze tot 1989 zou blijven wonen. In 1987 werd haar de Russische nationaliteit ontnomen door de Russische overheid. Daarna woonde ze tien jaar in Londen waarna ze, na een jaar procederen in Rusland, in 1998 haar nationaliteit terugkreeg en terug verhuisde naar Rusland. Daar woonde ze tot ze overleed aan kanker in 2017.
In haar memoires ‘Gray is the Colour of Hope’ beschrijft ze haar gevangeniservaring. Haar latere gedichten vertellen over haar strijd om de ontberingen en verschrikkingen van het gevangenisleven te doorstaan. In 1987 verscheen in een vertaling van Kristien Warmerhoven, de bundel ‘Aan allen’ van Ratoesjinskaja. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Weerzien’.
.
Weerzien
.
We zullen wel nooit kunnen doorgronden
waarmee het lot ons morgen verblijdt.
We moeten koelbloedig blijven in nood,
en onze kalmte bewaren bij het afscheid.
Doe je best om te lachen, en kijk me recht aan-
opdat we dit beeld van elkaar bewaren!
Wij mogen onszelf nog niet laten gaan,
we zijn nog niet door de eerste ronde.
Ik mag nog niet als een volksvrouw gaan janken
op jouw schouder, die hard is van pijn.
Vijf minuten- dan sluiten ze me weer op
achter deuren van een nieuwe scheiding.
Rammel maar sleutels: onze ziel gaat niet kapot
aan een paar stempels op een retourbiljet!
Maar het ogenblik nadert- en als hoeveel eeuwen
tellen voor ons die vijf wrede minuten?
.
Wat doe jij
Blind gepakt
.
Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik met mijn ogen dicht een dichtbundel eruit gepakt, zoals ik dat al eerder deed. Dit keer pakte ik de bundel ‘V in vers” de bezetting en het verzet in verzen op de voet gevolgd door Anthonie Donker uit 1965. Deze bundel verzetspoëzie werd uitgegeven ter gelegenheid van de 20 jarige herdenking van de bevrijding van Nederland en legt verband tussen de verzen en de feiten. Dat laatste betekent dat bij veel van de gedichten een historisch feit of stukje tekst is toegevoegd.
Ik heb de bundel op een willekeurige pagina geopend en daar op pagina 118 staat het gedicht ‘Wat doe jij?’ van Gerrit-Jan van der Veen (1902-1944). Dit gedicht verscheen de eerste keer anoniem in het nummer van De Vrije Kunstenaar van maart 1944. Beeldhouwer Gerrit-Jan van der Veen was een der veelzijdigste verzetsfiguren. Vanaf de oprichting af, in mei 1942, was hij redacteur van De Vrije Kunstenaar, het ondergronds orgaan van de kunstenaars die zich verzetten tegen de hun door de Duitsers opgelegde Kultuur-kamer. Op grote schaal verleende van der Veen hulp aan diverse groepen bijvoorbeeld door het verschaffen van valse papieren. Ook nam hij deel aan gewapende acties onder andere aan de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam.
Bij de overval op het Huis van Bewaring in Amsterdam in mei 1944, een poging om kameraden te bevrijden, raakte hij zwaar gewond. Korte tijd later viel hij in handen van de Duitsers en werd hij op 10 juni 1944 in Overveen gefusilleerd.
.
Wat doe jij?
.
Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht,
Nu het bloedt uit ontelbare wonden.
Wat doe jij, nu je volk wordt ontmand en ontrecht,
Door de zwarte en feldgraue honden?
.
Wees vervloekt jij, die azend op ’t goud van den beul,
Hem zijn roofburchtenbouw helpt volvoeren.
Wees vervloekt jij, die laf, in het slavengareel,
Hem zijn worgstrikken strakker helpt snoeren.
.
Wees veracht jij, die slap van zelfzuchtige angst,
Tracht de grievendste hoon te negeren.
Wees veracht jij, die jaagt naar gewin en genot,
Waar je broeders rondom je kreperen.
.
Op de bres voor de vrijheid, jij man van ’t verzet,
Die verbeten ’t gespuis blijft belagen.
Jij die vecht, jij die valt voor de vrijheid en ’t recht,
Hij die stand houdt waar velen versagen.
.
Grijpt hem aan waar je kunt, hij die grijpt waar hij kan,
Tot de laatste van ’t tuig is verdreven.
Op! – de dood of de vrijheid: de leus van een man,
Van een man, die het waard is te leven.
.
Gedicht in een film
Paul Éluard en Lee Miller
.
Afgelopen week bezocht ik de bioscoop om daar de film ‘Lee’ te kijken. ‘Lee’ gaat over het leven van fotograaf en fotojournalist Lee Miller (1907-1977), een bijzondere film met in de hoofdrol Kate Winslet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Lee Miller oorlogscorrespondent voor Vogue , waar ze verslag deed van gebeurtenissen als de London Blitz , de bevrijding van Parijs en de concentratiekampen Buchenwald en Dachau . Haar reputatie als kunstenaar op eigen titel is vooral te danken aan de ontdekking en promotie van haar werk als mode- en oorlogsfotograaf door haar zoon, die na haar dood haar fotoarchief ontdekte en ontsloot. Hij ontdekte ongeveer zestigduizend foto’s, negatieven , documenten, dagboeken, camera’s, liefdesbrieven en souvenirs in kartonnen dozen en kisten op de zolder van Farley Farm na de dood van zijn moeder.
In de film is dit allemaal, uiteraard zou ik bijna zeggen, wat geromantiseerd. Maar wat wel op ware feiten berust is haar vriendschap met de Franse dichter Paul Éluard (en Pablo Picasso en Jean Cocteau). In de film ‘Lee’ komt op enig moment dat Lee Miller in Frankrijk is om verslag te doen van de invasie door de geallieerden in Frankrijk, een vliegtuig overvliegen die pamfletten uitstrooit. Op deze pamfletten staat het gedicht ‘Liberté’ van dichter Paul Éluard (1895-1952) afgedrukt. Dit berust op waarheid, pamfletten met het gedicht werden door geallieerde vliegtuigen van de Royal Air Force boven bezet gebied in Frankrijk uitgestrooid als teken van hoop.
De Franse tekst van het gedicht is voor de eerste keer gepubliceerd op 3 april 1942 in de clandestiene poëziebundel ‘Poésie et Vérité’. De dichter Paul Éluard behoorde tot de stroming van het Surrealisme. Hij was in tegenstelling tot bijvoorbeeld één van de oprichters van deze stroming, André Breton, maatschappelijk zeer geëngageerd. Met Louis Aragon zat hij in het verzet. De gedichten uit de bundel zijn allemaal verzetspoëzie, bedoeld om de verzetsstrijders te steunen in hun hoop op de overwinning.
Hieronder de Nederlandse vertaling van het gedicht in een vertaling van Paul Claes. Lees je liever de Franse tekst klik dan hier.
.
Vrijheid
.
Op mijn schoolschriften
Op mijn bank en de bomen
Op het zand op de sneeuw
Schrijf ik je naam
Op elke bladzij die ik las
Op elke blanco bladzij
Steen bloed papier of as
Schrijf ik je naam
Op de vergulde beelden
Op de wapens van krijgers
Op de kroon van koningen
Schrijf ik je naam
Op het oerwoud de woestijn
Op de nesten op de brem
Op de galm van mijn jeugd
Schrijf ik je naam
Op de wonderen van de nachten
Op het wittebrood van de dagen
Op de verloofde seizoenen
Schrijf ik je naam
Op al mijn lapjes hemelblauw
Op de vijver muffe zon
Op het meer frisse maan
Schrijf ik je naam
Op de velden op de einder
Op de wieken van vogels
En op de schaduwmolen
Schrijf ik je naam
Op elke wasem dageraad
Op de zee op de boten
Op de uitzinnige berg
Schrijf ik je naam
Op het schuim van de wolken
Op het zweten van de storm
Op de logge lome regen
Schrijf ik je naam
Op de flikkerende vormen
Op de klokken van de kleuren
Op de waarheid van de natuur
Schrijf ik je naam
Op de ontwaakte paden
Op de ontplooide wegen
Op de overvolle pleinen
Schrijf ik je naam
Op de lamp die oplicht
Op de lamp die uitdooft
Op mijn huizen allemaal
Schrijf ik je naam
Op de doorgesneden vrucht
Van de spiegel en mijn kamer
Op mijn bed lege schaal
Schrijf ik je naam
Op mijn lieve gulzige hond
Op zijn gespitste oren
Op zijn onbeholpen poot
Schrijf ik je naam
Op de springplank van mijn deur
Op de vertrouwde dingen
Op de vloed van heilig vuur
Schrijf ik je naam
Op al het vereende vlees
Op het voorhoofd van mijn vrienden
Op elke uitgestoken hand
Schrijf ik je naam
Op de ruit van de verrassing
Op de aandachtige lippen
Hoog boven de stilte uit
Schrijf ik je naam
Op mijn verwoeste schuilplaatsen
Op mijn ingestorte vuurtorens
Op de wanden van mijn verveling
Schrijf ik je naam
Op het gemis zonder begeerte
Op de naakte eenzaamheid
Op de treden naar de dood
Schrijf ik je naam
Op de herwonnen gezondheid
Op het geweken gevaar
Op de hoop zonder heimwee
Schrijf ik je naam
En door de kracht van een woord
Begin ik aan een nieuw leven
Ik besta om jou te kennen
Om jou te noemen
Vrijheid.”
Vrouw in de ruit
Ingrid de Kok
.
De Zuid Afrikaanse dichter Ingrid de Kok (1951) is niet zo bekend in Nederland. Naast auteur en dichter is ze verbonden aan de Universiteit van Kaapstad als universitair hoofddocent extramurale studies. Ze is vooral bekend als de schrijfster van het gedicht ‘woman and children first‘, een gedicht over vrouwen en kinderen die als eerste gewond raken, maar altijd als laatste worden verzorgd. Daarnaast is ze lid van PEN International, een wereldwijde vereniging van schrijvers, opgericht in Londen in 1921 om vriendschap en intellectuele samenwerking tussen schrijvers overal te bevorderen, met autonome International PEN-centra in meer dan 100 landen.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘Familiar Ground’ en tussen 1977 en 2006 werden de gedichten van De Kok gepubliceerd in talloze Zuid-Afrikaanse literaire tijdschriften, waaronder Upstream , Sesame , Staffrider , Contrast , New Contrast , New Coin en Carapace . Af en toe verschenen er ook gedichten, vertaald in het Afrikaans , in verschillende Zuid-Afrikaanse Afrikaanse kranten. In 2005 was ze als dichter te gast op het 36ste Poetry International festival in Rotterdam. Op de website van Poetry International zijn een aantal van haar gedichten vertaald door Robert Dorsman te lezen.
In de nieuwe bundel ‘Breuk in de horizon’ een bloemlezing over verzet, samengesteld door Antjie Krog, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Vrouw in de ruit’. Naast dit gedicht zijn er gedichten opgenomen van onder andere Alfred Schaffer, Koleka Putuma, Adrienne Rich, Yehouda Amichai, Nathan Trantraal, Wislawa Szymborska, Remco Campert, Lieke Marsman, Adam Zagajewski, Derek Walcott, Ingrid Jonker en Radna Fabias. Het gedicht ‘Vrouw in de ruit’ verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Seasonal Fires’ selected poems uit 2006. De vertaling is van Anneke Brassinga.
.
Vrouw in de ruit
.
Ik ben niet de vrouw in de trein
die je hand tussen haar benen schuift
en dan uit het raam kijkt.
.
Ik ben niet de vrouw met het henna haar
op straat in de stad, die geen woord zegt
maar wenkt, je mee wenkt.
.
Evenmin ben ik de vrouw in de ruit
die kijkt naar jou die naar haar kijkt
en de ruit raakt beslagen.
.
Noch ben ik de vrouw die bij jou ligt
terwijl jij de namen roept van voorbije liefdes
zoals je ook deze roepen zult.
.
Noch ben ik de vrouw in het donker
wier stilte de meteoor is
aan de hemel van jouw gepraat.
.
Die vrouw:
voorovergebogen, jou biedend haar geslacht
als een bol knoflook, zonder te vragen;
die ene zonder vingerafdrukken,
zich verschuilend in de talisman van jouwbescherming
die ene, omstuwd door fotografen
afdrukkend haar lenige lach, haar huid:
die vrouw.
.
Ik sta aan de kant en bezie haar,
vlam, weduwmaagd, op je brandstapel.
Acrobaat vallend in een vangnet van as,
in de vlammen druipt van haar mond de was,
haar wenkbrauwen schilferen af,
uit haar geslacht laten piepkleine spiegeltjes los.
.
Jouw vrouw, nichtje, zus, tweeling.
Jij wilt dat ze brandt, veraf, stemmeloos.
Ik wil redden, en uitrukken, haar tong.
.
Gedichten van de Honger en zijn Hond
Ricardo Cuadros
.
De Chileens dichter Ricardo Cuadros (1955) kwam als vluchteling in 1979 naar Nederland. Zijn poëzie is een mengeling van traditionele Zuid-Amerikaanse poëzie en sobere Hollandse horizonten. In de bundel ‘Gedichten van de Honger en zijn Hond’ of ‘Poemas del Hambre y su Perro’ uit 1993 uitgegeven door uitgeverij Papieren Tijger, is een keuze opgenomen van de poëzie die Cuadros schreef tussen 1980 en 1993.
“In deze bundel speelt Cuadros met het (on-)vermogen van de taal om de werkelijkheid weer te geven. Zijn gedichten zijn momentopnamen, waarin subtiele wendingen verrassende surrealistische effecten teweegbrengen” zo lees ik op de binnenflap.
Naast een roman schreef Cuadros ook de poëziebundel ‘Navegar el Silencio / De Stilte Bevaren’. De volledige naam van Ricardo Cuadros luidt Ricardo Cuadros Mercado lees ik op een aankondiging uit 2016 waar hij onder andere samen met Lisa Heinsohn Huala (dochter van Juan Heinsohn Huala en beide actief als dichter) optrad bij het Gran Peña Chilena of het Chili Festival in Rotterdam.
De bundel ‘Gedichten van de Honger en zijn Hond’ is net als zijn voorganger een tweetalige bundel waarin korte gedichten steeds gespiegeld in het Spaans en het Nederlands zijn opgenomen. De vertaling van de gedichten werd verzorgd door Henno Brandsma en René Moerland en zij kregen daarbij advies van Robert Lemm. Uit deze mooi uitgegeven bundel koos ik het gedicht ‘Zelfportret’ en voor de liefhebbers plaats ik het Spaanse origineel ‘Autorretrato’ eronder.
.
Zelfportret
.
Na de droom te hebben benoemd en horen
vallen op de grond als bloed uit een neus
.
Na de rug te hebben getoond, de borst
en het geheim van het eigen verlangen
.
Na vergeefs het woord
te hebben gegeven aan het bedreigde gras
.
God en Gier
in een heelal van harten
.
onder de zachtmoedigheid van de kastanje
in oktober, in het noorden van Europa.
.
Autorretrato
.
Después de nombrar el sueño y sentirlo
caer al suelo como sangre de narices
.
Después de mostrar la espalda, el pecho
y el secreto del propio deseo
.
Después de ofrecer inútilmente
la palabra al pasto amenazado
.
Dios u Buitre
en una constelación de corazones
.
bajo la mansedumbre del castaño
en octubre, al norte de Europa.
.
Hier ligt de waarheid in overdaad
Myriem El-Kaddouri
.
(1994) is advocaat, woordkunstenaar en creatieve duizendpoot. In 2023 werd ze West-Vlaams kampioen poetry slam. Op uitnodiging van de Belgische Staat gaf ze dit jaar een opgemerkte speech over intersectionele gendergelijkheid op de informele Raad van de Europese Unie. Myriem is sinds juli voor twee jaar de nieuwe Letterzetter (stadsdichter) van Kortrijk.
Deze zomer verscheen ook haar eerste dichtbundel bij Uitgeverij Pelckmans ‘Hier ligt de waarheid in overdaad’. Volgens de achterflap is deze bundel “een beeldende uitnodiging tot reflectie over de samenhang tussen oorsprong, vergankelijkheid en verzet in de eeuwige zoektocht naar betekenis”. En ook: in deze bundel verkent Myriem El-Kaddouri de universaliteit van menselijke emoties. Ze exploreert de verschillende lagen van identiteit op de grens van schijnbaar tegenstrijdige werelden”.
De bundel oogt goed, bijzondere omslag met een streep roze verf op een blauwgroene achtergrond. De colofongegevens staan achterin en de bundel bestaat uit drie delen: Oorsprong, Tussenruimte en Verzet. De bladspiegel vind ik zelf wat krap, de titels van de gedichten staan (in veel grotere letters dan de gedichten) bijna op de rand van de pagina en de paginanummering is wat lettergrote ook flink. Wel makkelijk terugzoeken, ook voor mensen die wat minder goed zicht hebben.
Dan de gedichten. In het eerste deel ‘Oorsprong’ wordt duidelijk (als dat al niet duidelijk was uit haar naam) dat Myriem een oorsprong heeft die niet in België ligt maar in Marokko. Haar beide ouders kwamen op jonge leeftijd naar België en zijn dus opgegroeid in België. Toch lees je in de gedichten in dit deel hoe ze zich verhoud tot haar achtergrond. In het eerste gedicht al, in de tweede regel schrijft ze “Ik zal nooit zoals mijn ouders zijn.” en ze eindigt dit gedicht met “Waar kon jij vandaan?” waarmee ze meteen de toon zet volgens mij; Ik ben niet mijn afkomst, niet mijn naam, ik ben een zelfstandig individu met een achtergrond, net als ieder ander.
In het gedicht Lus soli, ius sanguines’ ( het recht van het bloed) schrijft ze over haar vader en moeder, haar culturele achtergrond en neemt ze zaken uit haar ouderlijke cultuur als onderwerp ( zoals in het gedicht Tabitha wat een kralenketting is), maar zo constateert ze “Met mij gaat het goed. Ik heb taal in mij, genoeg om weinig te zeggen.” en “Wat ik mijzelf geef, kan niet worden weggenomen”. Het deel ‘Oorsprong’ gaat over haar geschiedenis, haar pad van zelfontplooiing en zichzelf ontdekken en haar toekomst.
In het deel “Tussenruimte” gaat Myriams verder met haar zoektocht naar wie ze is, wat ze voelt en hoe ze zich beweegt in de wereld. Dat dit niet zonder slag of stoot gaat blijkt onder andere uit ‘Zolang de storm gaat liggen’. In de laatste strofe schrijft ze “Dat alle paniek intussen is overgewaaid en dat het voortaan anders zal verlopen zolang de storm maar gaat liggen.’ Ze doet dit niet alleen zo blijkt uit ‘Enkel nu nog’ maar de persoon die bij haar is laat ze ook weer gaan, zoals ze schrijft in ‘Zoals een vreemde’ in de laatste zin ‘Ik laat je los’ en in het volgende gedicht ‘Wat ik achterlaat’.
In het derde deel ‘Verzet’ meandert ze van vragen over ( haar) poëzie, over wie je bent of verwacht te worden, over haar vader, het juridische systeem, vrouwen naar apartheid. In al deze gedichten neemt ze stelling. Hier spreekt naast de dichter ook de jurist die ze is. Kritisch maar met mededogen en vanuit het standpunt van de waarheid. De bundel eindigt met de veelzeggende zinnen ‘Als mijn woorden doornen zijn / dan enkel in het oog van de onderdrukker’.
De debuutbundel van Miriam El-Kaddouri is een samenhangende bundel met vrije gedichten die vol prachtige zinnen en overdenkingen staan. Hier is een dichter aan het woord die niet alleen iets te vertellen heeft maar ook over een taal beschikt die je als lezer ontroert, laat nadenken, meeneemt in haar wereld en een moderne poëzie biedt die je niet onberoerd laat.
.
Wat ik achterlaat
.
Ik ben niet bang om er helemaal niet meer te zijn,
op mijn angst voor de hemel of het alternatief na.
Ik ben bang om er wel nog te zijn en mezelf te verliezen,
mezelf nooit gevonden te hebben,
of te beseffen dat ik het laatste van mezelf ben kwijtgeraakt
op een blauwe maandag tussen de lunch en het vieruurtje.
Bang om alles steeds vooruitgeschoven te hebben,
van etterende spijt, vanzelfsprekendheid.
.
Ik ben bang om terug te kijken
en te beseffende er niet veel meer rest.
Dus denk ik, bedenk ik, overdenk ik
elk mogelijk scenario en kies ik vervolgens het slechtste
O ben ik al voorbereid, heb ik het zelf bedacht
en behoud ik de controle die ik toch nooit had.
.
Nacht
Agostinho Neto
.
Na een langdurige strijd tegen het Portugese kolonialisme, als medisch student in Lissabon en als leider van de vrijheidsoorlog die de MPLA (People’s Movement for the Liberation of Angola) vanaf 1961 voerde, werd António Agostinho Neto (1922-1979) op 11 november 1975 bij het uitroepen van de onafhankelijkheid beëdigd als de president van de Volksrepubliek Angola. Agostinho Neto was echter ook dichter. Zijn poëzie werd door de Angolese dichter en schrijver Fernando Costa Andrade (1936-2009) gekarakteriseerd als ‘de kreet van een volk dat vastbesloten is zicht te bevrijden’. De poëzie van Neto geeft uiting aan het leed van de onderdrukking, het groeiend verzet en het verlangen naar bevrijding.
In de bundel ‘Horizon van bevrijding’ van Agostinho Neto die in een vertaling van Bertus Dijk in 1976 verscheen, wordt de onderdrukking, de vernietiging van mensenlevens maar ook het uitzicht op de bevrijding. Neto schreef het meeste van zijn poëzie tussen 1946 en 1960. Hij was het eerste lid van de Anglo Writers Union and The Center for African Studies in Lissabon. Ook kreeg hij de Lotus Prize van de Conferentie van Afro-Aziatische schrijvers. Uit de bundel ‘Horizon van bevrijding’ koos ik het gedicht ‘Nacht’.
.
Nacht
.
Ik leef
in de duistere wijken der wereld
zonder licht of leven
.
Tastend loop ik
door de straten
geleund tegen mijn vormeloze dromen
struikelend in slavernij
in mijn verlangen om te bestaan
.
Het zijn slavenwijken
werelden van ellende
duistere wijken
.
Waar verlangens verwelken
en de mensen versmelten
met de dingen
.
Strompelend
door de onbekende
onverlichte straten
gedrenkt in mystiek en verschrikking
hand in hand met de schimmen
.
Ook de nacht is donker.
.
IJslandse dichter
Eva Rún Snorradóttir
.
Tijdens de opening van Poetry International traden verschillende internationale dichters op. Een van hen was de IJslandse dichter Eva Rún Snorradóttir (1982). Zij is theaterkunstenaar en schrijver. Sinds 2009 werkt ze met onafhankelijke theatergroepen, veelal met een groep van drie vrouwen, genaamd Kviss búmm bang. Ze reisden veel met hun “Extended life” optredens. Eva Rún publiceerde in 2013 haar eerste poëziebundel.
In haar geschriften onderzoekt ze twee dingen in het bijzonder: ten eerste hetero-normaliteit en de performativiteit van het dagelijks leven, en ten tweede de ervaringen van meisjes en vrouwen, van vriendschap, seks en de algemene onrust in het leven. Haar vierde boek, ‘Homo Romantic’, verscheen in het najaar van 2021. Ze geeft les en mentor aan de IJslandse Kunstacademie en schrijft nu een theaterstuk voor de Stadsschouwburg van Reykjavík.
In het gedicht ‘In een door mensen gemaakte samenleving’ belicht Eva Rún Snorradóttir het lesbisch ouderschap en partnerschap. Dit gedicht, met een Maístjarnan Award bekroond, komt uit de collectie ‘Seeds that Impregnate the Darkness’ van 2018 .
.
In een door mensen gemaakte samenleving
.
Twee vrouwen zitten op een bankje in een kantoor aan de rand van de hoofdstad. Tegenover hen, achter een bureau, zit een oudere man in een witte jas. Een kaart met de binnentopografie van de vagina is achter hem op de muur geplakt. Onderweg hadden ze ruzie gehad met de taxichauffeur. Hij bestuurde al dertig jaar een taxi en vond dat het het beste was om de route langs de kust te nemen, zoals hij altijd had gedaan. We zijn te laat om een baby te maken, te laat om beleefd en respectvol te zijn tegenover een carrière van dertig jaar.
De vagina aan de muur herinnert hen aan een afspraak in een ander kantoor met een andere oudere man. Hij zat ook achter een bureau, de Indiase ambassadeur in IJsland. Om een visum te krijgen, moesten ze hem uitleggen hoe twee vrouwen seks hadden. Hij was oprecht nieuwsgierig en uit zijn stem sprak oprecht medeleven en bezorgdheid.
Van achter zijn bureau beschrijft de man in de laboratoriumjas met precieze gebaren hoe de ovulatie voor vrouwen is. Zijn hand hing alsof hij een belletje vasthield, terwijl zijn vingers een vleugel in de lucht vormden. Een geluid uit zijn lippen, griezelig. Ze vragen zich af of hij voor alle vrouwen hetzelfde geluid maakt, maar vergeten het te vragen omdat een van hen achter een schermpje moet gaan en zich vanaf haar middel moet uitkleden.
.
















