Categorie archief: Recensies
Van kop tot teen
Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera
.
In 2018 schreef ik een enthousiaste en positieve recensie van het boek ‘Woorden temmen’ van Kila van der Starre en Babette Zijlstra https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/ . Omdat het zo’n geweldig lees- en doe-boek is. Ik schreef toen onder andere: “Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen.” Woorden waar ik nog steeds achter sta. En nu is er dan een tweede deel van Woorden temmen van dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en literatuurwetenschapper Jeroen Dera (1986).
Van den Broeck en Dera zijn ervan overtuigd dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam leest, met al je zintuigen en sensaties. Dat lichamelijke hebben ze heel letterlijk genomen: ieder gedicht in hun poëzie-doe-boek is gekoppeld aan een lichaamsdeel. Zo hoort ‘Graag verlossing’ van Gerda Blees bij de ogen, ‘de rivier’ van Lucebert bij de tong, ‘rib’ van Radna Fabias bij de rib en ‘Als het je overkomt’ van Marieke Lucas Rijneveld bij de knie. Aan de hand van inspirerende lees-, denk-, doe- en schrijfinvalshoeken ga je op poëtische avontuur.
bovenste deel van mijn hoofd
wordt weggenomen, weet ik
dat het poëzie is’
Emily Dickinson
Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera presenteren hun nieuwe bundel
Op vrijdag 11 september a.s. vindt om 16.00 uur bij boekhandel Donner in Rotterdam de boekpresentatie plaats van de nieuwe bundel van Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.
Miriam Piters, neerlandicus en voormalig bestuurslid van Stichting Poetry International, zal dichter-performer Charlotte Van den Broek en literatuurwetenschapper Jeroen Dera interviewen ter gelegenheid van hun nieuwe boek. Tevens aanwezig is literatuurwetenschapper Kila van der Starre, een van de schrijvers van de eerste bundel in de reeks woorden temmen: 24 uur in het licht van Kila&Babsie.
Interview: 16.15-16.45 uur
Gelegenheid tot stellen van vragen-signeren boeken: 16.45-17.00 uur
Borrel: 17.00-18.00 uur (o.v.)
Judy Carati
Gedachtengedichten
.
Judy Carati ken ik al langer, ik zag en stond met haar op poëziepodia waar zij, zichzelf begeleidend op gitaar, liedjes zong en gedichten voordroeg. En dat is precies wat ze doet in de bundel/CD ‘Gedachtengedichten’.
De bundel is opgedragen aan Cecilia en wordt voorafgegaan door een tekst die de Russische dichter Boris Ryzji (1974-2001) schreef in 2000 aan de, door hem bewonderde dichter Aleksandr Koesjner dat verscheen als voorwoord in ‘Rotterdam Dagboek’ uit 2006. Dit stukje gaat over zijn bezoek aan onder andere Delft en ik denk dat Judy dit in haar bundel heeft opgenomen omdat een aantal van haar gedichten Delft als onderwerp hebben.
De bundel is in eigen beheer uitgegeven en ziet er heel fraai uit. Op mooi stevig papier zijn de gedichten afgedrukt. De omslag in rood en blauw met een kleine foto van Judy op de kaft en achterin de CD met haar liedjes. Hoewel er ongetwijfeld iets valt te zeggen over haar liedjes beperk ik me tot de gedichten omdat ik daar iets zinnigs over kan zeggen.
Maar voor ik daar iets over schrijf moet me iets van het hart. De bundel heeft een mooie opmaak met een rustige bladspiegel maar wordt, en dat vind ik echt jammer, vaak verstoord door allerlei ‘extra’ informatie over gedicht, onderwerp, verwijzingen naar een andere bundel of de CD of over het feit dat een gedicht voor een speciale gelegenheid is geschreven.
Had er iemand meegelezen of was er enige vorm van redactie geweest dan had dit ‘opgelost’ kunnen worden door deze informatie achterin de bundel apart per pagina weer te geven. Bij het gedicht ‘Stille schuilplaats’ is dit maar liefst een halve pagina in een klein( erg klein) lettertype. Ook achterop de bundel staat heel veel informatie. Het lijkt alsof Judy alles wat ze ook maar kwijt wilde een plekje heeft gegeven in deze bundel en dat doet, in mijn ogen, de bundel een beetje tekort.
Over de gedichten schrijft Judy: ze bevatten persoonlijke elementen, ze zijn hier echter niet altijd 1 op 1 terug te voeren. De teksten zijn veelal ontstaan vanuit observaties en gedachten ( wat de titel verklaart). Dat wat je in het dagelijks leven meemaakt.
Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Herinneringen’:
Nog volop in het heden
fiets ik van Delft naar Rotterdam
de lucht kleurt rood, ik volg het water
in de verte het kerkje
De gedichten zijn duidelijk, beschrijvend, zonder al teveel ingewikkelde poëtische diepgang. Ze schilderen een plaatje waarin je al lezend mee kan gaan. Aan de dingen die ze ziet en beschrijft wordt een emotie meegegeven (berusting, woede, verdriet, verwondering) met name in het hoofdstuk dat dezelfde titel draagt als de bundel.
in het hoofdstuk ‘Fietsend van Delft naar Rotterdam’ vooral gedichten over Delft en in het gedicht ‘Blikken scheidsmuur’ over de dichter Poot ook een verwijzing naar Schipluiden en Abtswoude.
In ‘Aankondiging van de herfst’ tenslotte een aantal gedichten van wat algemenere aard maar steeds met een duidelijke ik en verwijzingen naar ervaringen en herinneringen.
Mijn conclusie na lezing is dat deze bundel een soort van ego document is van Judy, dat er mooie zinnen in staan en teveel informatie. Desalniettemin voor liefhebbers van dit genre van poëzie, het meer persoonlijke en verinnerlijkte, zeker te genieten.
ik wil eindigen met het gedicht dat als ‘Nagedicht’ is opgenomen en daarom niet lijkt te passen bij een van de hoofdstukken getiteld ‘Ontwortelen’.
.
Ontwortelen
.
Bij het water zien de bomen zichzelf
rimpelend, vervormd
in stilte luidruchtig
.
ik wilde wortel schieten
bladeren krijgen en blijven staan
maar de wind waaide mij voorbij de hemel
.
zo verder reizen
ga weg, maar zet je voeten niet in de grond
ga weg, maar krijg geen vleugels in de lucht
.
probeer te drijven op het water
en zie: je komt weer terug
.
Hoofdkwartier, een recensie
Sabine Kars
.
De lang verwachte debuutbundel van Sabine Kars is er. De bundel ‘Hoofdkwartier’ werd uitgegeven door uitgeverij De Kaneelfabriek en ziet er fraai uit. Met gevoel voor kwaliteit gemaakt, mooi vormgegeven en voorzien van vier secties en een inleidend gedicht. In totaal bevat de bundel 43 gedichten.
De bundel start met de tekst van een nummer van Thom Yorke van Radiohead ‘Climbing up the walls’ van hun CD ‘Okay Computer’. Uit dit nummer zijn de regels: ‘Open up your skull / I’ll be there / climbing up the walls’ van grote betekenis voor de dichter, zo vertelde zij tijdens de presentatie van de bundel in Zutphen op 22 december jongstleden.
De titel ‘Hoofdkwartier’ verwijst naar hersentumor, de strijd die ze voerde, het beklimmen van de muren in haar hoofd en het militaristische aspect van de oorlog die in haar woedde. Al deze aspecten komen eigenlijk meteen al ter sprake in het openingsgedicht ‘ter inzage’. Een gedicht met een duidelijke connotatie op de betekenis die je er gelijk in leest, hier wordt de tijd verdicht door de dichter die voorafging aan het moment dat er een diagnose werd gesteld. Hier lees ik een verslag in soms militaire termen (locatie, uniformiteit, nachtkijkers, staalkaarten, het beramen van een oorlog) van een persoonlijke strijd van een vrouw, de dichter; ‘een vrouw kwam te laat en bladderde af’.
In de volgende sectie ‘dit donker moet verzonnen zijn’ beschrijft Sabine een proces van diagnose, opname, het verblijf in het ziekenhuis, de operatie, het delirische hypnagogische ’niet’ slapen (5.00 uur) en eindigt met het gedicht ‘niemand heeft gelijk’ met de veelbetekenende openingszin ‘dit is hoe we gaan’.
.
niemand heeft gelijk
.
dit is hoe we gaan
.
rauw genoeg
voor het teweegbrengen van
verschroeide aarde
.
In de sectie ‘voetnoten bij het vallen’ lees ik in de gedichten vertwijfeling, opstaan, opnieuw beginnen, de behoefte aan bevestiging en steun.
.
adresboek
.
lief ontsteek je lichten
ik streepte alle namen door
en slapen gaat niet meer
.
lief ontsteek
je lichten
.
In ‘alsof hier niemand woont’ blikt de dichter terug naar specifieke situaties van vertwijfeling en strijd eindigend in het gedicht op pagina 48, gefragmenteerd zoals de dichter zich moet hebben gevoeld, losgetrokken van zekerheden ( lichaam, taal, liefde, het leven) maar eindigend in hoop: ‘ meervoudige vrouw ik blijf nog even / ik word weer later’.
.In de laatste sectie ‘het aanraken nog maar net begonnen’ weerklinkt een voorzichtig hervonden vertrouwen, een nieuwe kennismaking met de lichtheid van het bestaan. In het gedicht ‘we beginnen opnieuw met uitstappen’ wordt dit voor mij het meest duidelijk met de zin ‘maar het geluid heb ik bewaard / je zegt dat het het mijne is’.
De bundel eindigt met het gedicht ‘vink’ waarin de dichter af vinkt, een periode afsluit die begon met de oorlog in haar hoofd, wat ze tijdens de presentatie zo mooi verwoorde met de zin ‘het was alsof ik onder een laagje folie leefde’. Met deze bundel is die folie eraf gekrabd en is er lucht en licht gekomen die niet beter had kunnen worden belichaamd dan door de hervonden woorden van de dichter in deze bundel.
Sabine Kars schrijft geen ‘dagboekpoëzie‘ zoals ze zelf zegt of getuigenispoëzie zoals ik het noem, ze schrijft volwassen poëzie over een zwaar onderwerp zonder dat deze zwaarte de poëtische klank of betekenis teniet doet. Dit is een bundel om te lezen en te herlezen, haar rijke taal, haar associatieve vermogen en creativiteit zetten je telkens opnieuw aan het denken. Dat is wat ik in een dichtbundel wil lezen, dat is wat deze dichtbundel biedt.
.
Derrel Niemeijer
Krankzinnig Aangedicht!!!!!
.
Toen ik mijn kast aan het opruimen was kwam ik de bundel ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!’ van de, veel te vroeg gestorven, dichter en fijn mens Derrel Niemeijer tegen. In 2013 deed ik een poging om een recensie te schrijven over deze (op A4 uitgeven) bundel. De recensie vind je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/06/krankzinnig-aangedicht/
Ik denk nog regelmatig terug aan Derrel, aan zijn chaos, zijn aanwezigheid bij poëziepodia, aan zijn laatste jaar, aan zijn levenslust en zijn absurde invallen en aan onze correspondentie op Facebook. Ik heb ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!’ dan ook met enige melancholie terug gelezen.
En opdat we Derrel en zijn poëzie nooit vergeten hier het gedicht ‘Openbaar vervoer’ uit deze bundel, opgedragen aan toen nog zijn geliefde bonbonneke Nancy Meelens, en van een voorwoord voorzien door zijn grote vriend Von Solo.
.
Openbaar vervoer
.
Pak de trein
(klasse vee),
kom niet waar
ik blief te zijn.
.
De NS nimmer
zo slecht geweest
qua vervoer
van varkens.
.
Ik leef als een beest
terwijl ik mens ben.
Word ik daarom
geslacht.
.
Het raakt gewend
om te sterven
en weer te leven,
gelijk de
“Feniks”.
.
Eeuwige cyclus in
het dichtershart.
.
Entree naar de hemel
Niels Landstra
.
In 2018 verscheen bij uitgeverij U2pi in de reeks OPEN de nieuwste dichtbundel van Niels Landstra getiteld ‘Entree naar de hemel’. Toen ik de achterflap las schrok ik een beetje. In heel grote woorden waarin de superlatieven de boventoon voeren wordt het werk van Niels beschreven. Onnavolgbaar, adembenemend, duizelingwekkend, grenzeloos, zo ken ik Niels niet echt. Nu kan het zijn dat hij deze tekst niet zelf heeft geschreven maar het zette me wel even op een verkeerd spoor. De gedichten in de bundel zijn namelijk een veel betere weergave van wie Niels is en wat hij kan. En dichten kan hij. Opnieuw een bundel waarin je mee wordt genomen in zijn leven, de dingen die hij meemaakt, ervaart en ziet. Prachtige gedichten, vaak met een wat zware kijk op de dingen, zoals voor wie hij liefheeft (zijn dochters), zijn internetdates (schrijnend) en de gedichten over zijn leven (wat meer beschouwend).
Ondanks de soms niet zo rooskleurige kijk op de wereld van Niels heb ik deze bundel toch met veel plezier gelezen, niet alleen door de onderwerpen die Niels beschrijft en behandeld maar zeker door zijn taal, zijn poëtische manier van de dingen zien en weergeven zoals bijvoorbeeld in de reeks gedichten ‘Saluti a tutti’I t/m V. “Bleef haar naam vanouds in de kroeg nagalmen / in een koor geslaakt met die Italiaanse groet / op de laatste wankeling van gast of feeststoet / de schittering van een ster in de ramen”
Dat Niels de humor in zijn poëzie ook een plekje weet te geven blijkt voor mij uit het gedicht ‘De gelukkige asceet’.
.
De gelukkige asceet
.
Op een maartse rommelmarkt zag hij haar voor
het eerst. Oude mascara, een wilde blik
een gebeeldhouwde mond, rommelig gestift
,
desolaat tegen een marsepeinen decor
van wolken, boven haar henna geverfd haar
een schittering witblauw maanlicht. Wankelbaar
.
maar grif kreeg hij het gefikst: tegen betaling
ging ze mee, hij bespeurde geen aarzeling
toen hij het palet van haar verschijnen verwierf
.
en met de dame zielsalleen naar huis toe zwierf
het portret ophing boven zijn bed vertrouwd
zij jong en fris bleef. de asceet gelukkig oud.
.
Al met al is de bundel ‘Entree naar de hemel’ opnieuw een mooie bundel vol zeer lezenswaardige gedichten geworden, mooi uitgegeven en laat je door de tekst op de achterflap vooral niet afschrikken of weerhouden de inhoud tot je te nemen. Want dat laatste is zeker de moeite waard.
.
Zal ik liefde noemen
Een recensie
.
Bij MUG books uitgeverij van poëzie is halverwege januari de nieuwe bundel van dichter Evy Van Eynde uitgegeven. De Vlaamse Evy Van Eynde publiceert hiermee, na ‘Wanneer kom je buiten spelen’ uit 2013 (poëzie voor kinderen en volwassenen) en ‘Boze wolven’ uit 2015 (verhalenbundel), nu dan haar derde bundel met poëzie en voor het eerst bij MUG books.
De bundel is mooi uitgevoerd met op de voorkant een foto van een kunstwerk van Niels Cleuren getiteld ‘Woman with tits’. Op de achterkant een foto van de dichter en het geheel is vormgegeven door BRRT.
Op de achterkant van de bundel staat: In Zal ik liefde noemen neemt Evy je mee op het liefdespad, een pad dat pieken en dalen kent, euforie en verdriet. In onverbloemd poëtische taal leidt zij je over dit pad dat geen begin en geen einde kent. De gedichten in Zal ik liefde noemen zijn het ene moment theatraal, het andere moment zijn ze zinnelijk en kruipen ze onder je huid. Maar bovenal zijn ze altijd eerlijk en oprecht.
Wanneer je de bundel openslaat lees ik op een van de eerste pagina’s dat deze is opgedeeld in 7 hoofdstukken, te beginnen met Prelude en eindigend met Zal ik liefde noemen. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een citaat uit een popsong (Eurythmics, The Doors, Madonna, David Bowie) of een citaat van een schrijver of kunstenaar (Anaïs Nin, Vladimir Nabokov, Frida Kahlo) en de citaten hebben betrekking op de inhoud van de gedichten. Want de bundel van Evy Van Eynde is een reis die je met de dichter samen maakt langs het pad der liefde. Wiens pad dat is blijft de vraag, al blijkt hier en daar uit de zinnen en strofes dat de gedichten een grote persoonlijke betrokkenheid herbergen van de dichter. Zoals in het hoofdstuk Ergens breekt een hart in het gedicht Hoe wij waren.
.
Niemand kan mij strelen
Niemand kan mij plukken
.
Ik zoek je, vind je
niet in mijn gedachten
niet in mijn naakte bloed”
.
Wanneer je de bundel in één keer uitleest (en dat raad ik je aan) dan word je als het ware aan de hand van Evy meegenomen langs dagen van liefde, twee mensen die elkaar vinden en van elkaar genieten naar een periode waarin deze liefde niet (meer) vanzelfsprekend is, waarin er barsten komen in wat zo mooi leek. Waarna er een periode aanbreekt van onmacht, ingehouden boosheid, onbegrip. Want ook dat zijn aspecten van de liefde, de liefde die eens zo mooi was en die gekanteld ineens zijn ware en nieuwe gezicht toont. Zoals in het gedicht Hesperornis:
.
Vannacht viel ik ongeleid
door de schacht van het leven
.
Met mijn hoofd naar beneden
mijn benen samengeknoopt
.
Maar dan komt het hoofdstuk Fata Morgana waaruit weer hoop klinkt, een nieuwe morgen, een nieuwe lente, een nieuw geluid. De toon van de gedichten verandert van zwart en zwaar in licht en luchtiger, maar nog twijfelend; is een nieuwe liefde bereikbaar? Daarmee wordt de toon gezet voor het vervolg van dit verhaal, van deze bundel. In het gedicht Impersant zo treffend verwoord:
.
waar jij in een mirage
van vergeten dromen | op volle zee
voorbij komen zal
.
of niet?
.
Uiteindelijk beleeft de lezer aan de hand van de dichter een (voorlopig) happy end, in het hoofdstuk Zal ik liefde noemen. De positieve toon van de gedichten waar ineens het leven en de passie vanaf spat maken voor mij heel duidelijk waarom voor deze titel is gekozen. Dit komt heel duidelijk naar voren in het op een na laatste gedicht met de titel ‘Hoe anders’
.
Hoe anders
.
Zal ik liefde noemen
wat je in mij ontketent
de grootste gemene deler | van
.
het gelukzalige verlengstuk
van mijn verdriet
.
het lichtpunt in een nacht
die maar niet | wil ontwaken
.
de toren van vuur op een eiland
waarop ik me smijt | als het water
.
te diep en mijn tranen
gekust willen zijn
.
de zon op mijn lijf
dat dreigt te verstarren
.
het zacht likken
van mijn hart
.
de glimlach
waarin ik stap
.
een kano van lieve lippen
die me boeien | fluisteren
dat ik drijven blijf
.
Hoe anders noem je dat?
.
De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ is voor verliefden, voor lang gehuwden, voor zij die teleurgesteld zijn in de liefde en vooral ook voor hen die hopen. De gedichten van Evy zijn een pleister, een medicijn, een vergezicht en een droom die uit kan komen. Tegen iedereen die van liefdesgedichten houdt (en wie is dat niet) zou ik zeggen, koop deze bundel, lees deze bundel en laat je meevoeren door de bijzondere poëtische stem van de dichter.
De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ wordt op 23 februari officieel gepresenteerd in Het café van Villa Basta, Schipperstraat 13 in Hasselt, aanvang 20.00 uur. Deze feestelijke avond zal muzikaal worden omlijst door de muzikanten Jelle Stevens, Martine de Kok, Sabina Tolu en Luk Swerts. Maar de bundel is nu al te koop via de dichter voor de zeer schappelijke prijs van € 12,50. Hiervoor stuur je een mail naar evyvaneynde@yahoo.com
Op de website van Evy https://evyvaneynde.wordpress.com/ staat nog veel meer te lezen over de bundel, haar eerdere werk en de komende presentatie.
.
Beweeg als een strateeg
Een recensie
.
Bij uitgeverij Bunker verscheen afgelopen maand alweer de tweede bundel sinds de oprichting, dit keer de bundel ‘Beweeg als een strateeg’ van Rik van Boeckel. Dit keer onder redactie en ingeleid door dichter Joz Knoop. De bundel is netjes uitgegeven met opnieuw een intrigerende cover. Naast een dichtbundel krijg je voor de aanschafprijs ook nog eens een cd erbij met daarop met gedichten waarop Rik zichzelf begeleidt (zoals hij tijdens voordrachten zichzelf vaak begeleidt met zijn djembé). In dit geval echter heeft hij op een aantal tracks ook andere muzikanten ingeschakeld zoals bijvoorbeeld een gitarist en iemand die de synthesizer bespeelt.
Hoewel dit een heel aardige extra is, die prima bij Rik zijn poëzie past, wil ik me hier toch beperken tot zijn poëzie op papier. Rik is al vele jaren lang actief als dichter, in de jaren ’80 van de vorige eeuw genoot hij al bekendheid als popdichter. Zijn werk is nog steeds muzikaal en zijn gedichten liggen dicht tegen de meer muzikale vormen van poëzie aan zoals rap en liedkunst. De bundel is in feite in drieën opgedeeld (of in vieren zoals je wilt als je de cd als het vierde deel wil zien). Drie hoofdstukken met de titels ‘Bij eb en vloed’, ‘In de waterwei’ en ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’.
In de gedichten uit het eerste hoofdstuk lees ik steeds een soort onderhuidse waarschuwing, een achterdocht ten opzichte van het leven en de medemens met wel steeds een klein lichtpuntje, maar de teneur is er één van loslaten, vergeten en aanvaarden. “als de zon maan is geworden / zijn er geen wolken om onder te schuilen’ en ‘de cel dat wordt jouw huis / met de kat, de rat en de muis / dat gebeurt met een ieder / die denkt een mens te zijn’ . Maar dan is daar toch de muziek die licht schijnt in de poëzie van Rik. Een zomerdans, een jazzy nachtegaal en ‘streelzachte klanken / van afgestreepte pianotoetsen’. Uiteindelijk wordt dit hoofdstuk toch weer in een overpeinzing afgesloten in het gedicht dat zijn titel leende aan dit hoofdstuk ‘wat geschreven wordt / gaat aan de tijd voorbij’.
In het hoofdstuk ‘In de waterwei’ lijkt er ineens een andere Rik aanwezig met gedichten die verhalen over de reizen die hij maakte, de plaatsen die hij bezocht: Ibiza, Kaapverdië, Lissabon, Cuba, Berlijn, Fatima. De gedichten in dit deel ademen een liefde voor de natuur, de omgeving en de mensen die de dichter ontmoet. Stuk voor stuk verhalende gedichten over plaatsen waar de dichter heel graag was, en ook in deze gedichten komt de muziek regelmatig terug. Veel zingen maar ook fluiten en dansen. Boven de gedichten staat een klein kaartje van het land met de plaatsaanduiding waar het gedicht plaatsvindt en onder de gedichten een verklaring van de ‘vreemde’ woorden die gebruikt zijn, wat ik heel charmant vind.
Het derde hoofdstuk ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’ 1983 – 2017′ zijn losse gedichten waar ik niet meteen een gezamenlijkheid in kan vinden of het moet het ‘popgedicht’ zijn. Gedichten waarin een heel duidelijke muzikaliteit en ritme zit. Over grote steden (deze gedichten zijn echt anders van opzet dan de gedichten over de steden in het hoofdstuk hiervoor) over reizen, mode en jazz. Ik vermoed dan ook dat de keuze op deze gedichten is gevallen (uit 34 jaar oeuvre) door hun vorm en muzikaliteit. In ieder geval doen ze de dichter Rik van Boeckel eer aan. In de verschillende hoofdstukken (en de cd) toont van Boeckel zich een veelzijdig, nieuwsgierig dichter, met oog voor detail en liefde voor zijn omgeving en de muziek.
.
De dagen voorbij
.
De dagen gevangen in twee gedachten
de liefde een waterval van erotiek
de reis een lichtzinnig avontuur
dwars door het rood en geel
van de tulpenvelden
.
torpedo’s van geluk
legden weken van verdriet
in een symbiotisch bed
.
jij zei dat mijn ogen
een gedicht konden liplezen
.
Bij benadering misschien dit
Een recensie
.
Elbert Gonggrijp (1965) publiceerde in november van dit jaar alweer zijn zesde bundel in eigen beheer met de titel ‘Bij benadering misschien dit’ in de Aescha Reeks. Sinds 2005 publiceert Gonggrijp dagelijks gedichten op zijn blog http://natuurgedichten.blogspot.com/. De bundel “Bij benadering misschien dit’ is met zorg vormgegeven en ziet er prima uit, een mooie harde kaft, overzichtelijk, goede bladspiegel, prima.
De dichter licht het thema van de bundel: “Het geschrevene kan de werkelijkheid nooit volledig benaderen” vanuit verschillende invalshoeken toe.
In het hoofdstuk ‘Nabij’ doet hij dat dichtend over de liefde, over een ik en een jij, hele intieme portretten van een liefde tussen twee mensen. In het hoofdstuk ‘Toenadering’ staan mensen, dichters, centraal die belangrijk voor Gonggrijp zijn of waren. Het hoofdstuk begint met drie gedichten over zijn moeder gevolgd door gedichten voor S., L.N., J.S., dichter J.M. en Rutger Kopland. Wie er achter deze initialen schuilgaan blijft verborgen. In het hoofdstuk ‘Bij benadering’ zoekt de dichter naar zichzelf, in zichzelf maar altijd in relatie tot de ander. Een mooi voorbeeld zijn deze zinnen:
‘ Wat je niet koos gebeurt je, / wat ons uitvond hoeft niet te / worden gezocht -‘
In het hoofdstuk ‘In zekere zin’ komt de liefde van Gonggrijp voor de natuur sterk naar voren. Veel buiten, tuinen, gras, tuinen, mussen, vlinders, insecten, kievit, zwanen, kastanjes, populier, spreeuw, merel, longkruid, bladeren en hommels. Ik las ergens dat Gonggrijp ook wel als natuurdichter wordt betiteld, wat op zichzelf niet vreemd is, gezien de titel van zijn gedichtenblog. Ik zou zover niet willen gaan, de natuur speelt een rol in deze gedichten maar is niet overheersend, het heeft eerder een dienende rol in zijn poëzie.
In het hoofdstuk ‘Raaklijn’ verkend Gonggrijp het water en met name de zee. In het gedicht ‘Dit is de zee’ komt zijn poëzie tezamen, de dichter, de wereld, de ander. “De nagalm van de stilte, het moment voorbij het moment zoals het zich aanbood” Dat is het moment waarop de dichter zijn realiteit vat in woorden. De lijnen die Gonggrijp in elkaar vlecht in deze bundel; de liefde, de natuur, de zee, de ander, komen nog een maal terug in een retrospectief gedicht ‘Slotakkoord’ dat een heel hoofdstuk mag heten.
Al met al een zeer leesbare en genietbare bundel.
.
Dit is de zee
.
Jezelf te overwegen, achter elke stap de waterstanden
vermoeden, mijn eigen eb en vloed. Is dit waarnaar ik
zocht, alsof je kon weten wie je was toen de zon zich
heenspoedde? De golven omspoelen mijn voeten,
dichterbij dan hier kom ik niet verder
dan voorbij te gaan.
.
Jezelf te ijken. Dit ben jij, dit is de zee, zout, branding, het
zoveelste intermezzo van leven. Een vage bespiegeling,
het innerlijk betoog van het zuiverste nakijken. De nagalm
van stilte, het moment voorbij het moment zoals het
zich aanbood. Te raden welk gezicht
het zich uiteindelijk verkoos,
.
stukslaand in de branding, hier
waar ik sta, daar waar ik haar
bedenk: dit, dit is –
.
















