Site-archief

Gedicht in een film

Paul Éluard en Lee Miller

.

Afgelopen week bezocht ik de bioscoop om daar de film ‘Lee’ te kijken. ‘Lee’ gaat over het leven van fotograaf en fotojournalist Lee Miller (1907-1977), een bijzondere film met in de hoofdrol Kate Winslet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Lee Miller oorlogscorrespondent voor Vogue , waar ze verslag deed van gebeurtenissen als de London Blitz , de bevrijding van Parijs en de concentratiekampen Buchenwald en Dachau . Haar reputatie als kunstenaar op eigen titel is vooral te danken aan de ontdekking en promotie van haar werk als mode- en oorlogsfotograaf door haar zoon, die na haar dood haar fotoarchief ontdekte en ontsloot. Hij ontdekte ongeveer zestigduizend foto’s, negatieven , documenten, dagboeken, camera’s, liefdesbrieven en souvenirs in kartonnen dozen en kisten op de zolder van Farley Farm na de dood van zijn moeder.

In de film is dit allemaal, uiteraard zou ik bijna zeggen, wat geromantiseerd. Maar wat wel op ware feiten berust is haar vriendschap met de Franse dichter Paul Éluard (en Pablo Picasso en Jean Cocteau). In de film ‘Lee’ komt op enig moment dat Lee Miller in Frankrijk is om verslag te doen van de invasie door de geallieerden in Frankrijk, een vliegtuig overvliegen die pamfletten uitstrooit. Op deze pamfletten staat het gedicht ‘Liberté’ van dichter Paul Éluard (1895-1952) afgedrukt. Dit berust op waarheid, pamfletten met het  gedicht werden door geallieerde vliegtuigen van de Royal Air Force boven bezet gebied in Frankrijk uitgestrooid als teken van hoop.

De Franse tekst van het gedicht is voor de eerste keer gepubliceerd op 3 april 1942 in de clandestiene poëziebundel  ‘Poésie et Vérité’.   De dichter Paul Éluard behoorde tot de stroming van het Surrealisme. Hij was in tegenstelling tot bijvoorbeeld één van de oprichters van deze stroming, André Breton, maatschappelijk zeer geëngageerd. Met Louis Aragon zat hij in het verzet. De gedichten uit de bundel zijn allemaal verzetspoëzie, bedoeld om de verzetsstrijders te steunen in hun hoop op de overwinning.

Hieronder de Nederlandse vertaling van het gedicht in een vertaling van Paul Claes. Lees je liever de Franse tekst klik dan hier.

.

Vrijheid

.

Op mijn schoolschriften
Op mijn bank en de bomen
Op het zand op de sneeuw
Schrijf ik je naam

Op elke bladzij die ik las
Op elke blanco bladzij
Steen bloed papier of as
Schrijf ik je naam

Op de vergulde beelden
Op de wapens van krijgers
Op de kroon van koningen
Schrijf ik je naam

Op het oerwoud de woestijn
Op de nesten op de brem
Op de galm van mijn jeugd
Schrijf ik je naam

Op de wonderen van de nachten
Op het wittebrood van de dagen
Op de verloofde seizoenen
Schrijf ik je naam

Op al mijn lapjes hemelblauw
Op de vijver muffe zon
Op het meer frisse maan
Schrijf ik je naam

Op de velden op de einder
Op de wieken van vogels
En op de schaduwmolen
Schrijf ik je naam

Op elke wasem dageraad
Op de zee op de boten
Op de uitzinnige berg
Schrijf ik je naam

Op het schuim van de wolken
Op het zweten van de storm
Op de logge lome regen
Schrijf ik je naam

Op de flikkerende vormen
Op de klokken van de kleuren
Op de waarheid van de natuur
Schrijf ik je naam

Op de ontwaakte paden
Op de ontplooide wegen
Op de overvolle pleinen
Schrijf ik je naam

Op de lamp die oplicht
Op de lamp die uitdooft
Op mijn huizen allemaal
Schrijf ik je naam

Op de doorgesneden vrucht
Van de spiegel en mijn kamer
Op mijn bed lege schaal
Schrijf ik je naam

Op mijn lieve gulzige hond
Op zijn gespitste oren
Op zijn onbeholpen poot
Schrijf ik je naam

Op de springplank van mijn deur
Op de vertrouwde dingen
Op de vloed van heilig vuur
Schrijf ik je naam

Op al het vereende vlees
Op het voorhoofd van mijn vrienden
Op elke uitgestoken hand
Schrijf ik je naam

Op de ruit van de verrassing
Op de aandachtige lippen
Hoog boven de stilte uit
Schrijf ik je naam

Op mijn verwoeste schuilplaatsen
Op mijn ingestorte vuurtorens
Op de wanden van mijn verveling
Schrijf ik je naam

Op het gemis zonder begeerte
Op de naakte eenzaamheid
Op de treden naar de dood
Schrijf ik je naam

Op de herwonnen gezondheid
Op het geweken gevaar
Op de hoop zonder heimwee
Schrijf ik je naam

En door de kracht van een woord
Begin ik aan een nieuw leven
Ik besta om jou te kennen
Om jou te noemen

Vrijheid.”

.

Poëziekalender 2025

Joke van Leeuwen

.

Begin deze maand maakte ik al bekend dat een gedicht van mij is opgenomen in de Poëziekalender 2025 met als thema ‘Liever de liefde’. En toen schreef ik al dat naast mijn gedicht nog 300 dichters zijn opgenomen met een gedicht. Om nog maar eens wat reclame te maken voor dit mooie initiatief van Plint, wil ik hier graag nog een gedicht uit deze kalender plaatsen.

Dit keer het gedicht ‘Dat we’ van Joke van Leeuwen (1952) uit de bundel ‘Grijp de dag aan’ uit 2013 (het gedicht staat op 6 mei 2025).

.

Dat we

.

Dat we eerst

dat jij begint te

en dat ik dan

dat ik dan zo

en dat jij dan

zo erlangs en

dat ik jou dan

dat ik dan zo

dat we

terwijl buiten

wij hierbinnen

dat we daarna

wij dan daarna

dat we

ooo

.

 

Vlammende verten

Margot Vos

.

In een kringloopwinkeltje viel mijn oog op de omslag van een boekje. De kaft is versierd met Art Nouveau motieven en bleek uit 1926 te komen. En omdat het hier een dichtbundel betrof heb ik het aangekocht. De bundel ‘Vlammende verten’ is van (socialistisch) dichter Margot (Grietje) Vos (1891-1985).

In 1923 debuteerde Margot Vos met de bundel ‘De nieuwe lent’ en die bleek bijzonder succesvol. ‘Al schudt u nog zoo het hoofd over mijn baloorigheid, ik weet toch wel dat ik een potje bij u breken kan,’, schreef Margot Vos in 1923 aan Carel Steven Adama van Scheltema. Deze destijds beroemde socialistische dichter had zich opgeworpen als haar literaire mentor: hij las mee met haar gedichten, zorgde dat haar debuut bij Querido werd gepubliceerd en voorzag het van een jubelend voorwoord.

Haar volgende bundel ‘De dienende maagd’ (1924), verhoogde haar populariteit. Feller van toon was de bundel ‘De ‘Vlammende verten’ (1926). De bundels ‘Intermezzo’ (1925), ‘De lichte uren’ (1928) en ‘De windharp'(1932) bevatten juist weer meer natuurlyriek. Naast deze dichtbundels schreef zij spreekkoren voor de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs en de Arbeiders Jeugd Centrale ‘Weest bereid’ (1930), en ‘De oordeelsdag’ (1932).

In 1935 verhuisde het Margot Vos en haar man naar Schoorl. Samen met Richard Roland Holst, Van der Goes, Maurits Dekker en anderen nam ze plaats in het comité van aanbeveling van het Ernst Eckstein Comité Holland, dat Duitse antifascisten steunde. In verband met de oorlogsdreiging werd het huis van het gezin in Schoorl gevorderd en zij verhuisden toen naar Lochem.

Tijdens de oorlog zat de kunstenares Fré Cohen twee weken bij Margot en haar man ondergedoken, schuin tegenover een school waar Duitse soldaten gelegerd waren. Fré Cohen had zich diverse keren door gedichten van Vos laten inspireren, onder meer voor illustraties bij het titelgedicht van ‘De nieuwe lent’ voor het AJC-blad Opgang (1924), bij een lang gedicht voor een jubileumnummer van De Proletarische Vrouw (1930) en bij een gedicht voor het jubileumnummer van De Transportarbeider (1938).

Na de Tweede Wereldoorlog publiceerde Margot Vos nog maar weinig. In 1947 berichtte uitgeverij Querido haar dat alle bundels waren uitverkocht. In 1952 schreef zij het gedicht ‘Auschwitz’ voor het Comité Auschwitz Herdenking en in 1954 een zangspel Zonnekinderen. Na de dood van haar man in 1956 hield zij op met schrijven.

Gelukkig is er van haar werk genoeg bewaard gebleven. Uit de bundel ‘Vlammende verten’ nam ik het gedicht (met een heerlijke moralistische toon) ‘Voor allen’.

.

Voor allen

.

De linde ruischt van hoogen stam

En offert blij haar bloeiend deel;

Lichtstralend schiet aan kleinen steel

De volle roode rozevlam;

En zoemend walst van vloer tot vloer

De wakk’re bloementroubadour.

.

Is ’t niet, of ieder rijk wil zijn

Door ’t schenken van zijn eigen schoon?

Er gaat een gulle diepe toon

Van liefde door den zonneschijn.

In zoete vlagen brengt de wind

Aan ieder wat hijzelve vindt.

.

Is dit geen groote, zuiv’re staat:

Zich uit te bloeien warm en broos

In licht en kleuren eindeloos

Tot ieders vreugd, tot ieders baat,

Gul en vrijgevig als de wind

Voor allen wat men zelve vindt?

.

Reïncarnatie

Daan Zonderland

.

Ik ben in het bezit gekomen van de bundel ‘Weerbarstig alfabet’ van Daan Zonderland (1909-1977) uit 1955. Een bijzonder bundeltje omdat het in rode inkt en overdwars gedrukt is en omdat ik dacht dat ik het al in mijn bezit had. Ik vergiste me, ik had zijn bundel ‘Redeloze rijmen’ uit 1952 voor ogen dat, bijzonder genoeg, ook al een alfabet als uitgangspunt had. In die bundel staan vooral light verse en nonsens rijmen en in ‘Weerbarstig alfabet is dat eigenlijk niet anders.

Dat Zonderland het alfabet niet strak volgt is het meer dan vergeven, in de bundel spat het plezier eraf en daar gaat het om. Dit keer koos ik voor de letter M waar een gedicht staat dat over Mientje gaat (wat de letter M rechtvaardigt) met als titel ‘Reïncarnatie’.

.

Reïncarnatie

.

Jij met je schone gelaat,

Jij met je gratie,

Als jij ooit overgaat

Tot reïncarnatie,

Waarschuw mij, lieveling,

Mientje, mijn fee,

Want als jij herbevleest,

Dan doe ik mee.

.

Bij de dood van Paul Snoek

Sjoerd Kuyper

.

In de bundel ‘Het heelal van jouw hart’ van Sjoerd Kuyper (1952) uit 2012, met als ondertitel ‘De mooiste gedichten’ gekozen door Margje Kuyper en Thomas Verbogt staat het gedicht ‘Bij de dood van Paul Snoek’. Paul Snoek (1933-1981) was één van de belangrijkste Belgische dichters uit de 20ste eeuw. Zijn laatste jaren en zijn dood waren bijzonder en voor hem dramatisch (hij leed aan manisch-depressieve buien en hij overleed aan een auto ongeluk) dus een gedicht met de titel ‘Bij de dood van Paul Snoek’ wekt verwachtingen die Kuyper wat mij betreft inlost.

.

Bij de dood van Paul Snoek

.

Een vliegveld onder late sneeuw.

.

Bier in de morgen, matglazen

aankomst in de hal vanwaar

de een ging zoveel kilometer

noord, de ander zuid

-auto’s en snelweg en uit.

.

Nooit waren wij samen

waar wij woonden, dat feest

was voor de anderen.

.

En nu ik naar het zuiden rijd

is het op weg naar het graf

dat dieper wordt hoe meer

ik schrijf: taal van je lijf

dat nooit om voedsel vroeg

.

maar schoeisel om je voort

te dragen van vuurwerk

naar vuurwerk – dat althans

was jouw vermoeden.

.

Dus waar je nu bent

zul je ook wel niet lang blijven.

.

Merckx en Coppi

Dubbelgedicht

.

Nu de tour de France en de tour des Femmes zijn afgelopen en de voorjaarsklassiekers gereden is het tijd voor een dubbelgedicht over twee grote namen uit het wielrennen; de Italiaanse Fausto Coppi (1919-1960) en Eddy Merckx (1945). Een tweede overeenkomst tussen de beide gedichten is dat ze allebei komen uit een bundel waarin de dood/sterven in de titel is opgenomen.

Het eerste gedicht is van een dichter uit Drenthe, Ton Peters (1952) is getiteld ‘Fausto Coppi’ en komt uit de bundel ‘De dood en het peloton’ uit 2012.

Het tweede gedicht is van de Vlaamse dichter Willie Verhegghe (1947) is getiteld ‘Eddy Merckx’, en komt uit de bundel ‘Renners sterven niet’ uit 2004.

.

Fausto Coppi

.

Flink trappen tot je weet wat je ooit wordt:

kasseienknecht of koning van de wegen.

Zo simpel is de wet van de wielersport.

.

En op zichzelf is daar niet veel op tegen

zolang je je maar niet te buiten gaat

aan doping of de pauselijke zegen.

.

’t Is mooi als je de rest finaal verslaat

door eerder op een bergtop aan te komen,

ontsnapt aan peloton en middelmaat

.

en dat je in het landschap opgenomen

zo hoog komt dat je nergens meer op let,

op weg naar de vervulling van je dromen.

.

Bedacht ik mij vanmorgen in mijn bed

als fietser met een minimaal verzet.

.

Eddy Merckx

.

Zeus Mercks

wielergod en millimetersleutelaar

die uiot de ijle hoogten van zijn flitsend rijk

met bovenaardse krachten uit dij en kuit

meer dan de helft van duizend palmen

op gouden vingers aan het ivoren kromstuur

telt en telt.

.

Tussen Milano en San Remo zeven keer

de roes van Poggio en feestfontein,

ongekroonde keizer van Tre Cime di Lavaredo,

Ballon d’Alsace, Ventoux en Izoard,

één uur Montezuma – Merckx in Mexico.

.

Heerser over allen die hun lamme lijf

in de schaterende schaduw van zijn wurgend wiel

te pletter en aan splinters fietsen.

Alom geweeklaag, geknars van tand en wielen.

.

Meer omnivoor van alle wielervoer

dan kannibaal van Meensel-Kiezegem.

Nu haute-couture-fietsenbaas in Meise.

.

 

Bloem over Brassilach

Robert Brasillach

.

De Frans schrijver, dichter en journalist Robert Brasillach was geen fijne man. Hij was aangetrokken door het Italiaans fascisme en het Duits nationaalsocialisme, en samen met Drieu La Rochelle, een bekende fascistische schrijver van zijn tijd in Frankrijk schreef hij haatcampagnes tegen de joden. Van 1937 tot 1943 was hij hoofdredacteur van het antisemitische tijdschrift ‘Je suis partout’, waarin haatcampagnes tegen politieke tegenstanders en tegen Joden werden gevoerd. In enkele gevallen werd zelfs tot moord opgeroepen.

Na de bevrijding van Frankrijk werd Brasillach gearresteerd. Ondanks een genadeverzoek van François Mauriac, schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur in 1952, aan Charles de Gaulle werd hij op 6 februari 1945 terechtgesteld wegens collaboratie. Na zijn dood werd het werk van Brasillach gepropageerd door de letterkundige Maurice Bardèche, die tevens zijn zwager was.

Maar niet alleen in Frankrijk werd hij ‘herdacht’. Zelfs onze grote dichter J.C. Bloem schreef een gedicht over hem in 1957. Jacques Bloem stond overigens ook bekend vanwege zijn antisemitisme, hoewel hij in de oorlogsdagen van 1940 naar eigen zeggen ‘vanwege de tijdsomstandigheden’ pro-semiet zou zijn geworden. In 1933 werd Bloem lid van de NSB maar zegde zijn lidmaatschap weer op in 1934.

In eerste instantie bewonderde Bloem Hitler en Mussolini en noemde het Derde Rijk een bewonderenswaardige schepping. Hij sprak zich uit voor een stevig staatsapparaat met militaire ondersteuning. Na de Duitse aanval op Nederland in 1940 en het bombardement op Rotterdam leek zijn enthousiasme voor het Derde Rijk enigszins te bekoelen. Hij weigerde toe te treden tot de Nederlandsche Kultuurkamer. Deze ommekeer voorkwam dat hij afgleed naar collaboratie. Het gedicht dat Bloem voor Brasillach luidt:

.

Robert Brasillach

.

Waartoe gerechtigheid verwacht

Daar de ongerechten de ongerechten

Berechten en elkaar bevechten

Tot de een heeft de ander omgebracht

En beiden zinken in een nacht?

Nochtans, ‘zo draait de wereldkloot’

Door zon en maan om beurt beschenen

En wie er op wiens lichaam stenen –

Wat deert dit de gemene dood?

Niets redt dan fierheid uit die nood.

.

De Dromende Dansers

Rik van Boeckel meets The Dub Ark

.

Ik ken dichter/performer Rik van Boeckel (1952) al een groot aantal jaren. Zo stonden we al in 2014 samen met een aantal andere dichters in theater De Veste in Delft, en bij ‘Dichter bij de bar‘, maar Rik was ook een van de deelnemers aan de eerste editie van De Poëziebus in 2015. Dat hij groot fan is van Linton Kwesi Johnson, net als ik, hoor je onmiddellijk wanneer je de CD ‘De Dromende Dansers’ opzet. Zijn nieuwste creatie, na onder meer een reisverhaal en zijn dichtbundel ‘Beweeg als een strateeg‘ uit 2018 is de CD ‘De Dromende Dansers‘.

Het is niet de eerste CD van deze performance dichter met zijn onafscheidelijke djembé. In de jaren ’80 van de vorige eeuw bracht hij als popdichter al twee cassettes uit en in 2010 zijn eerste CD ‘Ode aan de mode’ waarin hij poëzie brengt op de klanken van hip hop en Latin muziek. In 2014 volgt dan de EP ‘Cheer Yourself Up’ met een mix van reggae en Dancehall. Maar ook bij zijn bundel ‘Beweeg als een strateeg’ zit een begeleidende CD met muzikale poëzie.

En nu dan een nieuwe CD (2023) met (heel netjes) een tekstboekje. In de kleuren groen, geel en rood, waarmee de link naar de muzieksoort die op dit album te horen zijn meteen gekenschetst worden: Reggae en Dubreggae. Rik wordt op dit album bijgestaan door een collectief van muzikanten dat bekend staat als The Dub Ark: Eric van Drunen Littel (aka Clever Lee), Aernout van Hees (aka Dr. EchopleX) en Joep Smeenk (aka Ube da Dube). En samen zetten zij een muzikale achtergrond neer voor de teksten van Rik die er zijn mag. Ik hoor een mix van Linton Kwesi Johnson, Lee Scratch Perry maar ook Black Uhuru en zelfs Doe Maar klinkt door in het zeer diverse palet van percussie en muzikale klanken.

Rik schreef de teksten op verschillende plekken op deze wereld: Portugal, Ibiza maar ook gewoon in Nederland. Voor wie van poëzie en percussie houdt is dit een aanrader. Ik koos van het album de tekst van ‘Een lied van waanzin’.

.

Een lied van waanzin

.

De tijd gaat voorbij

de tijd verdwijnt in de eeuwigheid

waar mensen leven waar mensen feesten

waar wolken huilen waar mensen sterven

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Verhalen van vrijheid zingen het liefst

laat de onderdrukking varen

doe dit maanden doe dit jaren

ze zingen dit trots en luid

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Regenbogen bedekken de zon

de maan verborgen in duisternis

zal langzaam verder groeien

donder zal harten raken

jaren van wind en zang

bereiken de leistenen heuvels

zij zullen haar verder dragen

naar de horizon achter de duinen

universele duinen aan de Noordzee

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Water

De vrouw die van Picasso bleef houden

.

In de bundel ‘De vrouw die van Picasso bleef houden’ uit 2020, beschrijft de Engelse dichter Julia Blackburn in een vertaling van Paul van der Lecq, de geschiedenis van het Franse model Marie-Thérèse Walter, de muze van Pablo Picasso. Zij was zeventien toen ze Picasso (1881-1973) ontmoette, Picasso was zesenveertig en getrouwd. In tweeënveertig gedichten brengt Julia Blackburn (1948) de stem van Marie-Thérèse tot leven om zo het verhaal te vertellen over haar relatie met Picasso.

Van 1927 tot 1935 was ze de muze van Picasso en zij was de inspiratie van Picasso voor talloze kunstwerken en sculpturen. Ze hebben samen een dochter uit die relatie. In 1936 kreeg Picasso een nieuwe geliefde Dora Maar, maar hij bleef Marie-Thérèse en hun dochter Maya zien en schilderen. Na Picasso’s dood vond Walter het moeilijk om zonder hem verder te leven. Op 20 oktober 1977, vier jaar na de dood van Picasso, pleegde ze zelfmoord.

De gedichten van Julia Blackburn hebben Picasso’s liefde voor de vrouw die misschien wel zijn belangrijkste minnares was als basis, maar zoeken vooral een verklaring voor Marie-Thérèses verliefdheid op de man die haar leven volledig zou domineren. De tweeënveertig gedichten in de bundel hebben eenvoudige korte titels en zijn allemaal voorzien van een illustratie van kunstenaar Jeffrey Fisher (1952). Ik koos voor het gedicht ‘Water’ omdat in dat gedicht de ‘grote kunstenaar’ Picasso wordt teruggebracht tot een mens van vlees en bloed.

.

Water

.

Ik kon goed zwemmen

maar hij

kon helemaal niet zwemmen.

.

Ik zag hem eens

tot aan zijn schouders

in zee staan,

en zich met een trage crawlslag

lopend voortbewegen,

met een ingespannen

en in zichzelf gekeerde blik.

.

 

Woorden

Willem de Mérode

.

Over de dichter Willem de Mérode (1887-1939) heb ik eigenlijk nog nooit een blog gewijd. Wel noemde ik zijn naam in een aantal berichten als deze en deze. Willem de Mérode is het pseudoniem van Willem Eduard Keuning. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandse calvinistische dichter van zijn generatie. Literaire handboeken noemen Willem de Mérode de belangrijkste Nederlandse protestants-christelijke dichter uit de tijd tussen de beide wereldoorlogen. Er zijn meer dan 2300 gedichten van hem bewaard gebleven. Een groot deel daarvan werd tijdens zijn leven gepubliceerd, in literaire tijdschriften en in een lange reeks dichtbundels (37 tijdens zijn relatief korte leven).

In een biografie van de Mérode schrijft zijn biograaf Hans Werkman: “De dichter doorleefde de tragedie van een onmogelijke liefde; hij schreef in de spanning van jongensliefde en een mystieke beleving van christelijk geloof”. De Mérode was namelijk naast diep gelovig ook homoseksueel en hij had puur platonische voorliefde voor jonge jongens. Een combinatie die, zeker in die tijd, geen eenvoudige moet zijn geweest.

Vooral in christelijke, maar ook in homoseksuele kringen vonden zijn gedichten een warm onthaal. Ook daarbuiten werd zijn werk gewaardeerd, door onder meer Menno ter Braak, A. Roland Holst en Simon Vestdijk. Dankzij de eerder genoemde schrijver en dichter Hans Werkman konden de verzamelde gedichten van De Mérode in een tweedelige editie verschijnen.

In de zeer uitgebreide verzamelbundel  ‘Gedichten I-II-III’ uit 1952 (van maar liefst 740 pagina’s), gepubliceerd na zijn overlijden, las ik het gedicht ‘Woorden’ oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘ Nalezing’ uit 1938. Nu zijn woorden natuurlijk het middel van de dichter en vele dichters hebben gedichten gewijd aan woorden, maar dit gedicht trof me door haar eenvoud en ik lees er een verwijzing in naar zijn geaardheid en het oordeel van de buitenwereld hier over.

.

Woorden

.

Men weet niet hoe dit is, dat woorden

Toekomen en zij zijn bereid

Om de geruchten die zij hoorden

Daad te doen zijn en werklijkheid.

Zij hebben zich stil volgezogen

Met geur en kleur, contour en klank

En zijn als vogels opgevlogen

En rusten op het vers als bank

En heffen zich ten langen leste

Met licht geworden vleugelslag

En vliegen naar harts verre nesten

En slapen tot een nieuwe dag.

.